Maak van jouw loopbaan ook een LOOPbaan!

Emile Oostenbrink heeft zich jarenlang met hart en ziel ingezet om de voetganger de ruimte en aandacht te geven die hij verdient. Met zijn kennis, enthousiasme en bevlogenheid heeft hij veel betekend voor Ruimte voor Lopen en het Nationaal Masterplan Lopen. Nu gaat hij met pensioen. Tijdens de NML-dag op 29 oktober blikte hij in een column terug op zijn loopbaan en keek hij vol vertrouwen vooruit. Een mooi en persoonlijk afscheid, met als toepasselijke titel: ‘LOOPbaan’.

“Hallo lieve loopvrienden. Ik heb vandaag de eer deze mooie middag te mogen afsluiten met de traditionele gesproken column. Ik heb deze column ‘LOOPbaan’ genoemd, met loop in hoofdletters. Ten eerste omdat ik een pleidooi wil houden om er met elkaar voor te gaan zorgen dat de rijbaan voor voetgangers, de LOOPbaan, niet alleen toegankelijk, veilig en aantrekkelijk wordt aangelegd maar daarna ook zo in stand wordt gehouden in de beheerfase. Het is van de zotte wat ik zie gebeuren als ik met mijn ouders ga wandelen. Ze zijn 92 en 94 en lopen beiden met een rollator. Ze moeten geregeld al wankelend van een hoge stoeprand af omdat het trottoir geblokkeerd is door geparkeerde auto’s, overhangend groen, winkeluitstallingen, rijen met kliko’s, een bouwsteiger of een dixi. Ik kom daar zo op terug.

Ik noem deze column ook LOOPbaan omdat ik met pensioen ga en het daarom een logisch moment is om terug te blikken op mijn werkzame leven. Ik ben mijn loopbaan zowel gestart als geëindigd met de blik op voetgangers. Mijn afstudeeronderzoek in 1986 ging over de veiligheid van zebrapaden. Ook toen al ging de mythe rond dat zebra’s schijnveilig waren. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat dit sprookje na 40 jaar nog steeds de wereld niet uit is. Ik heb na mijn afstuderen 5 jaar met plezier gewerkt bij de toenmalige Voetgangersvereniging VBV. Ik heb daar vooral bewoners ondersteunt die op lokaal niveau streden voor de positie van de voetganger, en ik werkte mee aan landelijke activiteiten. Stel je eens voor: de Voetgangersvereniging had een landelijk bureau met zo’n 10 medewerkers en veel lokale vertegenwoordigers.

Helaas moest de vereniging in 2000 fuseren met Kinderen Voorrang! en Veilig Verkeer Nederland en daarbij raakte de belangenbehartiging voor voetgangers uit beeld. Terwijl de voetganger in die tijd steeds meer ruimte moest inleveren. Het aantal auto’s nam toe en ook fietsers eisten steeds meer ruimte op. De voetganger werd verder naar de zijkant geduwd en ook een voetgangersvriendelijk concept als het woonerf raakte uit zwang.

Ik moet eerlijk toegeven: in de 15 jaar dat ik bij een adviesbureau en Rijkswaterstaat heb gewerkt was de voetganger ook bij mij maar beperkt in beeld. Dat veranderde toen ik in 2009 bij CROW ging werken en het mij opviel dat de voetganger ook in ons kennisaanbod maar mager aan bod kwam. Ik voelde mijn betrokkenheid met de mens te voet weer opborrelen! In 2013 kwam er financiering beschikbaar om een CROW-publicatie over voetgangers te maken en die kreeg als titel: ‘Lopen loont! De voetganger in beleid, ontwerp en beheer’.

Gelukkig kwam de afgelopen 10 jaar de voetganger geleidelijk aan meer in de belangstelling. Wat me vooral deugd doet is dat steeds meer gemeenten de voetganger op één zetten in hun beleid. En er zijn weer belangenverenigingen á la de oude Voetgangersvereniging ontstaan die gelukkig steeds meer met elkaar integreren. In 2017 ontstond het idee om te komen tot een krachtenbundeling van mensen en partijen die lopen hoger op de agenda wilden hebben. In 2019, tijdens het internationale congres Walk21 in Rotterdam, is het platform Ruimte voor Lopen van start gegaan. En zie, inmiddels zijn er bijna 90 partners, zit de City Deal al in de verlengfase en werken we met elkaar aan de 30 acties van het Nationaal Masterplan Lopen! Ik ben er trots op dat ik heb kunnen meewerken aan de oprichting en het uitbouwen van dit platform.

Ook bij CROW is de situatie verandert. De afgelopen jaren zijn er ruim 25 publicaties over voetgangers verschenen en zijn er een flink aantal bijeenkomsten, webinars en cursussen georganiseerd. Kers op de taart is de Ontwerpwijzer voetgangers die begin 2024 is verschenen en ook in het Engels beschikbaar is.

Maar we zijn er natuurlijk nog niet. Er valt nog veel werk te doen. Met de walkshop van zojuist wilde ik aandacht vragen voor het feit dat het in veel gemeenten nog niet goed geregeld is dat er ook in de beheerfase gewerkt wordt aan een voor voetgangers toegankelijk, veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Zoals ik al vertelde: als ik met mijn ouders wandel wordt tastbaar dat slecht beheer het lopen op straat niet alleen onveilig en oncomfortabel maakt, maar voor een deel zelfs onmogelijk. Je vraagt je af: waarom liggen zoveel stoeptegels er schots en scheef bij? Waarom beboeten we wel auto’s die niet betaald hebben maar niet die op de stoep staan? Waarom wordt wel wekelijks het gras gemaaid en de gevallen blaadjes opgeruimd, maar wordt niet het groen gesnoeid dat 3 tegels breed over het trottoir hangt? Waarom worden voetgangers tijdens wegwerkzaamheden gewoon vergeten? Waarom worden vergunningen afgegeven voor terrassen die de doorgang voor voetgangers blokkeren? En zo zijn er nog wel wat vragen te stellen.

Ik wil deze column daarom afsluiten met een oproep aan jullie allen: ga in gesprek met de mensen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de openbare ruimte en van de groenvoorzieningen, voor de vergunningverlening, voor de handhaving, en voor een goed meldsysteem en de afhandeling van de meldingen. Ga in gesprek met je eigen familie, vrienden en buren die zich er vaak onvoldoende bewust van zijn dat hun gemak om de auto voor de deur te parkeren of hun nonchalance om de heg niet te snoeien ervoor zorgt dat hun eigen ouders, kinderen en buurtbewoners het trottoir niet veilig kunnen gebruiken en daarom misschien maar helemaal de deur niet uitgaan.

Ik ga met pensioen,maar dat doe ik met een gerust hart. Als ik zie hoeveel bevlogen mensen hier in de zaal zitten en als ik zie dat er ook binnen CROW steeds meer mensen zijn die de voetganger tussen de oren hebben zitten, dan is het een goed moment om het stokje over te dragen. Ik heb mijn rol in Ruimte voor Lopen in vol vertrouwen overgedragen aan Wilma Slinger die zich al jarenlang inzet voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. En binnen CROW gaat zij samen met enthousiaste collega’s als Marijn Veraart en Bastiaan Pigge door met het vergroten van de kennis over voetgangers.

Ik wil jullie bedanken voor de fijne samenwerking de afgelopen jaren. En ik wens jullie allemaal veel succes met het verder op de kaart zetten van de voetganger. Maak van jouw loopbaan ook een LOOPbaan!”

Emile Oostenbrink werkte als senior projectmanager bij het CROW. Hij sprak deze column uit tijdens de NML-dag op donderdag 29 oktober 2026.

Een goed ontworpen straat is pas het begin: Elles Masman-Lintjens laat zien wat gedrag kan veranderen

Elles Masman-Lintjens

Een straat kan op papier perfect zijn ingericht voor voetgangers. Maar wat gebeurt er zodra mensen die ruimte daadwerkelijk gaan gebruiken? Gedragsadviseur Elles Masman-Lintjens liet tijdens het Nationaal Voetgangerscongres in Eindhoven zien waarom ook gedragskennis onmisbaar is.

Met straatsjablonen gedrag bespreekbaar maken

Met haar straatsjablonen trok Masman-Lintjens tijdens het congres de aandacht van bezoekers. Ze ging met hen in gesprek over onbewust en ongewenst gedrag in de openbare ruimte, waarvan voetgangers regelmatig de dupe zijn. Want een straat of plein kan nog zo goed ontworpen zijn, uiteindelijk bepaalt het dagelijkse gebruik of mensen er prettig en veilig kunnen lopen. Welk gedrag lokt een omgeving uit? Waar ontstaan obstakels? En hoe kun je ervoor zorgen dat mensen de ruimte gebruiken zoals bedoeld?

Van gedragsanalyse tot slimme interventies

De sjablonen zijn niet de enige manier waarop Masman-Lintjens gedrag probeert te veranderen. Met haar bedrijf e11es onderzoekt ze waarom mensen de openbare ruimte gebruiken zoals ze doen. Vervolgens ontwikkelt ze passende gedragsinterventies. Soms betekent dat een subtiele herinnering op straat, soms vraagt het om een oplossing op maat.

Zo gebruiken Deventer en Amsterdam haar sjablonen om foutparkeren en obstakels op de stoep aan te pakken. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: gewenst gedrag makkelijker en aantrekkelijker maken, zonder direct de hele straat opnieuw te ontwerpen. De sjablonen maken mensen bewust van hun gedrag en brengen het gesprek over gebruik van de openbare ruimte op gang. Dat werkte ook tijdens het congres: één van haar sjablonen ging meteen mee met Annemieke Molster van gemeente Arnhem.

Gedragskennis krijgt steeds meer aandacht

Wat haar tijdens het Nationaal Voetgangerscongres vooral opviel? Dat steeds meer gemeenten verder kijken dan verkeerskundige richtlijnen. Gemeenten als Utrecht, Arnhem, Haarlem, Nijmegen en Eindhoven kijken bij vraagstukken over voetgangers al verder dan verkeerskundige richtlijnen. Ze besteden ook aandacht aan de mensen die de openbare ruimte gebruiken en aan wat hun keuzes beïnvloedt. Een ontwikkeling waar Masman-Lintjens enthousiast over is, want juist die combinatie helpt om loopomgevingen in de praktijk prettiger en toegankelijker te maken.

Meer ruimte voor lopen, ook in ons hoofd

Dat sluit aan bij de missie van Ruimte voor Lopen: meer ruimte voor voetgangers creëren, op straat, in beleid én in het hoofd. Een prettige en toegankelijke loopomgeving vraagt immers meer dan voldoende vierkante meters. Ook hoe we met elkaar omgaan en de beschikbare ruimte gebruiken, bepaalt of iedereen veilig en prettig kan lopen. Juist daarom verdient gedragsverandering een plek binnen het gesprek over loopvriendelijke steden en dorpen.

Langere wandelingen hangen samen met lagere gezondheidsrisico’s

Langere wandelingen hangen samen met lagere gezondheidsrisico’s

Een wandeling naar de supermarkt, een rondje tijdens lunch of een paar minuten lopen naar het station: al deze ommetjes dragen bij aan dagelijkse beweging. Nieuw, Brits onderzoek ‘Why one long walk may be better than many short ones’ laat zien: hoe langer mensen achter elkaar wandelden, hoe lager hun gemeten gezondheidsrisico’s.

Het onderzoek volgde 33.560 volwassenen uit het Verenigd Koninkrijk gedurende 9,5 jaar. De deelnemers hadden allemaal een relatief passieve leefstijl en zetten gemiddeld niet meer dan 8.000 stappen per dag. Ze werden ingedeeld op basis van de duur van hun wandelmomenten: korter dan 5 minuten, 5 tot 10 minuten, 10 tot 15 minuten en 15 minuten of langer. Vervolgens onderzochten de onderzoekers hoe deze wandelpatronen samenhingen met vroegtijdig overlijden en hart- en vaatziekten.

De meeste wandelmomenten waren kort

Bijna 43% van de deelnemers deed vooral wandelingen van nog geen 5 minuten en nog eens 33,5% liep vooral 5-10 minuten achter elkaar. Slechts 8% wandelde meestal een kwartier of langer. Tussen deze groepen vonden de onderzoekers duidelijke verschillen: hoe langer deelnemers liepen, hoe lager de gemeten risico’s op vroegtijdig overlijden en hart- en vaatziekten. Ook Metro Nieuws besteedde aandacht aan de onderzoeksresultaten.

Duidelijke verschillen in de cijfers

Bij deelnemers die veelal minder dan 5 minuten achter elkaar liepen, was het risico om tijdens de onderzoeksperiode te overlijden 4,36%. Bij mensen die wandelingen deden van minstens 15 minuten was dit 0,80%. Voor hart- en vaatziekten liep dit verschil van 13,03% bij maximaal 5 minuten naar 4,39% bij wandelingen van 15 minuten en langer. Ook bij de tussenliggende groepen was dit patroon zichtbaar: langere aaneengesloten wandelmomenten gingen hand in hand met lagere gezondheidsrisico’s.

Korte wandelingen blijven waardevol

Deze onderzoeksresultaten betekenen niet dat korte ommetjes geen waarde hebben; juist korte verplaatsingen naar een winkel, halte of afspraak zorgen ervoor dat lopen ingebed raakt in het dagelijks leven. Wel is het een belangrijk signaal dat het goed is om te kijken naar hoe je mensen langer aaneengesloten kan laten lopen. Bijvoorbeeld door te kijken naar de inrichting van de openbare ruimte. Langer lopen is aantrekkelijk voor mensen als wandelroutes logisch aansluiten, oversteken veilig is en de openbare ruimte ingericht is op verblijven. Dus als er elementen zijn die lopen op een bepaalde plek aantrekkelijk maken, zoals groen en volop mogelijkheden om even te rusten.

Van gezondheidswinst naar loopbeleid

Een omgeving waarin mensen prettig en zonder onderbrekingen langere afstanden kunnen lopen, zorgt ervoor dat mensen dagelijks meer bewegen. Daarmee sluit dit onderzoek naadloos aan bij het Nationaal Masterplan Lopen. Hierin zijn aantrekkelijke en toegankelijke leefomgeving belangrijke pijlers. Ruimte maken voor lopen betekent dus ook: voorwaarden creëren die uitnodigen om nét wat langer door te lopen.

Hofplein laat zien: ruimte voor lopen werkt, ook in een drukke stad

Hofplein Rotterdam - transitie

Een interessante transitie in Rotterdam! Eén van de drukste plekken in de havenstad verandert van verkeersknooppunt naar groen stadsplein. Op het Hofplein 2.0 krijgt de auto een minder dominante rol, waardoor onder meer voetgangers meer mogelijkheden krijgen. Het project is nu halverwege en de ervaringen? Die laten zien dat het kan: de grote shift in de openbare ruimte naar actieve mobiliteit zonder dat de stad dichtslibt.

Van verkeersplein naar plek voor mensen

Jaren- en jarenlang was het plein een plek waar iedere dag vele duizenden auto’s je voorbijraasden. In 2025 viel het besluit om het gebied stap voor stap te transformeren in een groen én autoluw stadsplein. Een plein voor de gewone Rotterdammer die zich door de stad beweegt en in de openbare ruimte verblijft.

Minder auto’s, meer ruimte voor lopen

Eén van de belangrijkste aspecten van de metamorfose is ‘autoluwheid’. En dat betaalt zich nu al in de praktijk uit: waar eerder 44.000 auto’s zich door de wegen rondom het plein persten, zijn dat er nu nog maar 18.000. Meer dan een halvering! Tegelijkertijd blijft de binnenstad goed bereikbaar. Hiermee laat Rotterdam zien dat minder ruimte voor auto’s niet automatisch betekent dat een stad onbereikbaar wordt.

Een spannende stap blijkt haalbaar

Een grote verandering als deze brengt altijd vragen met zich mee. Kun je een druk verkeerspunt anders inrichten zonder dat er grote problemen ontstaan? De eerste ervaringen laten zien dat automobilisten zich snel hebben aangepast en dat de verkeershinder beperkt bleef. Inspirerend voor andere gemeenten!

Een voorbeeld voor andere steden

De metamorfose van het Hofplein krijgt op het moment positieve aandacht van steden binnen en buiten Nederland. Rotterdam laat zien hoe je midden in een druk stadscentrum ruimte kunt maken voor een andere balans: autoverkeer minder prio en meer aandacht voor lopen, fietsen, groen en verblijfskwaliteit.

Wat kunnen andere steden hiervan leren?

Het Hofplein laat zien dat grote veranderingen in de openbare ruimte mogelijk zijn, ook op drukke plekken in de stad. De Rotterdamse aanpak onderstreept het belang van een duidelijke visie, goede voorbereiding en het durven maken van keuzes. Zo ontstaat ruimte voor een stad waarin lopen en verblijven een vanzelfsprekend onderdeel zijn van het dagelijks leven

Slimme verlichting maakt voetgangers beter zichtbaar

Dynamische verlichting kan ervoor zorgen dat automobilisten een voetgangersoversteek op het juiste moment beter opmerken.
Mobiliteit.nl beschrijft hoe de gemeente Oss deze verlichting inzet en waarom de richting van het licht daarbij belangrijk is.
We vatten de belangrijkste inzichten uit het artikel samen.

Kinderen vragen aandacht voor oversteken

De aanleiding voor de dynamische verlichting kwam vanuit het jeugdcollege van gemeente Oss. Kinderen die met de gemeente meedenken, vroegen aandacht voor de veiligheid bij voetgangersoversteken.

In het artikel van Mobiliteit.nl vertelt Martijn Duijts, vakbeheerder openbare verlichting bij de Brabantse gemeente, hoe de gemeente vervolgens op zoek ging naar een passende oplossing. Daarbij was het belangrijk dat de oversteek opvalt wanneer dat nodig is. Verlichting die voortdurend opvallend aanwezig is, kan volgens hem na verloop van tijd juist minder aandacht trekken.

Verlichting reageert op voetgangers

De gemeente koos voor dynamische verlichting van Traffic-Care. De verlichting reageert wanneer een voetganger de oversteek nadert. Hierdoor onderscheidt de oversteek zich op dat moment van de rest van de omgeving.

Zoals Mobiliteit.nl uitlegt, gaat het daarbij niet simpelweg om het toevoegen van meer licht. De weg moet gelijkmatig verlicht blijven, terwijl de attentiewaarde rond de oversteek hoger wordt.

Licht vanuit de goede richting

Een interessant detail uit het artikel is de richting waarin de voetganger wordt verlicht. Wanneer licht alleen recht van boven komt, kan een automobilist vooral een silhouet zien.

Bij de oplossing in Oss wordt de voetganger daarom vanuit het perspectief van naderende automobilisten uitgelicht. De combinatie van verlichting van de voetganger, attentieverlichting en dynamische activering moet ervoor zorgen dat automobilisten eerder zien dat iemand wil oversteken.

Belangrijk onderdeel van een looproute

Voor Ruimte voor Lopen is het voorbeeld uit het artikel van Mobiliteit.nl interessant omdat het laat zien dat een wandelvriendelijke route uit veel verschillende onderdelen bestaat. Niet alleen de breedte van een trottoir of de ligging van een route telt. Ook de plekken waar voetgangers ander verkeer kruisen, moeten duidelijk en goed zichtbaar zijn.

Lees het artikel van Mobiliteit.nl

Mobiliteit.nl sprak met de gemeente Oss over de aanleiding, de technische werking en de toepassing van de dynamische verlichting. Lees het volledige artikel: Verhoog de attentiewaarde bij oversteken met dynamische verlichting.

Arie Keppler Prijs 2026 laat zien wat ruimte voor lopen oplevert

Ruimte voor lopen bij De Laat - Arie Kepler Prijs 2026

Inspirerende projecten uit Noord-Holland

Hoe kan een goed ontworpen straat uitnodigen om vaker te lopen, elkaar te ontmoeten en langer te verblijven? Tussen de inzendingen voor de Arie Keppler Prijs 2026 staan verschillende projecten die daar concrete antwoorden op geven. De tweejaarlijkse prijs van MOOI Noord-Holland zet projecten en initiatieven in de schijnwerpers die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Uit 104 inzendingen heeft de vakjury twaalf projecten genomineerd. Voor de publieksprijs kan tot en met 16 augustus 2026 op alle 104 inzendingen worden gestemd.

Kwaliteit als maatschappelijke noodzaak

De prijs is vernoemd naar ingenieur en volkshuisvester Arie Keppler, die leefde van 1876 tot 1937. Als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst in Amsterdam zette hij zich in voor goede, gezonde en betaalbare woningen. Voor Keppler was kwaliteit in de gebouwde omgeving geen luxe, maar een maatschappelijke noodzaak. Zorgvuldige architectuur en stedenbouw konden volgens hem bijdragen aan welzijn en sociale samenhang. Die gedachte is nog steeds actueel. Een goede leefomgeving gaat niet alleen over gebouwen, maar juist ook over de ruimte ertussen: straten, pleinen en routes waar mensen zich veilig en prettig te voet kunnen verplaatsen.

De Laat geeft voetgangers ruimte

Een van de twaalf genomineerde projecten is de transformatie van winkelstraat De Laat in Alkmaar. Bureau B+B stedenbouw en landschapsarchitectuur ontwierp de vernieuwde straat in opdracht van gemeente Alkmaar en ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk. Het project beslaat ongeveer 5.000 vierkante meter en werd uitgevoerd in twee fasen, in 2022 en 2026.

Voor de herinrichting bestond De Laat grotendeels uit verharding. De straat had te maken met hittestress, wateroverlast, leegstand en een openbare ruimte die weinig uitnodigde tot lopen of verblijven. In het nieuwe ontwerp zijn de verkeersstromen anders georganiseerd, waardoor volgens de projectbeschrijving “voetgangers nu maximaal de ruimte” krijgen. Midden door de straat loopt een herkenbare loopstrook. Royale plantvakken zorgen voor groen en schaduw, bergen regenwater en worden afgewisseld met terrassen.

Meer walkability door integraal ontwerpen

De Laat laat zien dat een wandelvriendelijke straat niet ontstaat door alleen een paar extra bomen of bankjes toe te voegen. Eerst moet naar het grotere mobiliteits- en verblijfssysteem worden gekeken. Welke ruimte is nodig om comfortabel te lopen? Waar kunnen mensen rusten? Hoe voorkom je hittestress en wateroverlast? En hoe sluit de straat aan op andere belangrijke bestemmingen in de binnenstad?

Juist de combinatie van actieve mobiliteit, klimaatadaptatie, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit versterkt de walkability van een gebied. Een aantrekkelijke looproute ondersteunt bovendien het principe van de 15-minuten-stad: dagelijkse voorzieningen moeten veilig, comfortabel en prettig te voet bereikbaar zijn. Dat is niet alleen goed voor de bereikbaarheid, maar ook voor gezondheid, ontmoeting en de lokale economie.

Stemmen op ruimte voor kwaliteit

De Arie Keppler Prijs maakt zichtbaar hoeveel verschillende ontwerpkeuzes kunnen bijdragen aan een betere leefomgeving. De 104 inzendingen bieden daarmee ook inspiratie voor gemeenten, ontwerpers, bewoners en ondernemers die meer Ruimte voor Lopen willen creëren. Stemmen op de Arie Keppler Publieksprijs kan tot en met 16 augustus. De winnaars worden op 18 september 2026 bekendgemaakt tijdens het Festival voor Omgevingskwaliteit.

Projecten als De Laat sluiten goed aan bij het Nationaal Masterplan Lopen. Daarin staat de ambitie centraal om lopen een volwaardige en vanzelfsprekende positie te geven binnen mobiliteit en gebiedsontwikkeling. De inzendingen voor de Arie Keppler Prijs laten zien hoe die ambitie in de praktijk vorm kan krijgen: door de voetganger vanaf het begin mee te nemen in het ontwerp van straten, centra en andere openbare ruimtes.

Bekijk de inzendingen en stem.

Pieterpad toegankelijker met rolstoelvriendelijke route van ruim 500 kilometer

Wie denkt aan het Pieterpad, denkt aan een lange wandeltocht van Groningen naar Limburg. Voor veel mensen met een lichamelijke beperking was dat avontuur tot nu toe buiten bereik. Sinds 28 mei is daar verandering in gekomen. Het bekendste langeafstandswandelpad van Nederland heeft nu een officiële rolstoelvriendelijke variant van ruim 500 kilometer. Daarmee ontstaat een nieuwe mogelijkheid om de Nederlandse natuur van Pieterburen tot Sint-Pietersberg te beleven.

Avontuur in de natuur voor meer mensen

Voor veel wandelaars is een bospad vanzelfsprekend. Voor veel rolstoelgebruikers eindigt een route vaak zodra het asfalt ophoudt. De nieuwe Pieterpad Rolstoelroute wil juist dat verschil verkleinen.

De route is ontwikkeld voor mensen die gebruikmaken van all-terrain hulpmiddelen, zoals offroad rolstoelen, scootmobielen, rollators en kinderwagens. Dankzij brede profielbanden en elektrische ondersteuning worden ook onverharde paden toegankelijker.

Een groot deel van de 1,4 miljoen Nederlanders met een lichamelijke beperking krijgt hiermee toegang tot natuurgebieden die voorheen moeilijk bereikbaar waren. Niet alleen verharde paden, maar ook bosgebieden, heidevelden en heuvelachtig terrein maken onderdeel uit van de rolstoelvriendelijke route.

Twee jaar ontwikkelen, verkennen en aanpassen

De afgelopen twee jaar werkte stichting Moving Beyond Limits samen met verkenners uit de doelgroep en Stichting Pieterpad aan de ontwikkeling van de route.

Daarbij werd niet alleen gekeken naar de kwaliteit van de paden. Ook praktische zaken kregen aandacht, zoals toegankelijke toiletten, accommodaties, bereikbaarheid en informatievoorziening. Daarnaast werkten organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en verschillende Nationale Parken mee aan het wegnemen van obstakels op de route.

Van het oorspronkelijke Pieterpad kon uiteindelijk 84 procent behouden blijven. Voor plekken waar blijvende belemmeringen aanwezig zijn, zoals trappen, steile hellingen of uitgesleten paden, zijn alternatieve trajecten ontwikkeld. In totaal gaat het om 82 kilometer aan omleidingen.

Het resultaat is volgens de initiatiefnemers de langste rolstoelvriendelijke wandelroute van Europa. De route wordt een vast onderdeel van het officiële Pieterpad en bestaat uit 26 etappes die zijn ingedeeld op moeilijkheidsgraad, vergelijkbaar met het kleurensysteem van skipistes.

Inclusieve natuur vraagt blijvende aandacht

De opening van de route laat zien hoeveel verschil gerichte aanpassingen kunnen maken voor de toegankelijkheid van wandelroutes. Tegelijkertijd onderstrepen de initiatiefnemers dat er nog veel werk te doen is.

“Natuur is van iedereen, maar niet altijd voor iedereen”, zegt initiatiefnemer David Opdam van Moving Beyond Limits. De stichting wil de komende jaren verder werken aan toegankelijk wandelen en avontuurlijke recreatie in Nederlandse natuurgebieden.

Ook voor Stichting Pieterpad betekent de nieuwe route een belangrijke stap. Directeur Maarten Goorhuis zegt daarover: “Tot voor kort had ik gezegd dat het onmogelijk is om het Pieterpad in een rolstoel af te leggen. Het is fantastisch dat het avontuur van een lange afstandswandeltocht door Nederland nu ook voor deze doelgroep binnen bereik komt.”

Bron: Stichting Pieterpad

Van ambitie naar uitvoering: Arnhem werkt aan een echte loopstad

Hoe maak je van lopen een vanzelfsprekend onderdeel van stedelijk beleid? Arnhem geeft daar een concreet antwoord op met het nieuwe loopbeleid én een uitvoeringsagenda met 22 maatregelen, planning en budget. Daarmee kiest de stad nadrukkelijk voor een aanpak waarin lopen niet losstaat van andere opgaven, maar juist verbonden wordt aan gezondheid, openbare ruimte, bereikbaarheid en leefbaarheid.

Van mobiliteitsplan naar loopbeleid

De basis voor het Arnhemse loopbeleid werd gelegd in het Duurzaam Mobiliteitsplan. Daarna volgde een uitgebreid traject waarin verschillende beleidsvelden, organisaties en belangengroepen werden betrokken.

Annemieke Molster, bestuursadviseur mobiliteit bij de gemeente Arnhem, dacht na over wat de gemeente kan doen om van Arnhem een echte loopstad te maken: “1000 ideeën borrelen op, maar wat is het hardste nodig? Wat is de samenhang tussen alle maatregelen? Hoe wordt het een sterk verhaal dat doelen van allerlei verschillende beleidsvelden samenbrengt en tegelijk verankerd is in het vorig jaar vastgestelde Duurzaam Mobiliteitsplan?”

Juist die zoektocht naar samenhang maakt de Arnhemse aanpak interessant. Het loopbeleid raakt namelijk aan veel meer dan alleen mobiliteit. In het document worden ook gezondheid, klimaat, sociale cohesie, recreatie en toegankelijkheid expliciet genoemd. Die brede aanpak zie je ook terug in de partijen die betrokken waren bij de totstandkoming. Van Wandelnet tot het Arnhems Platform voor Chronisch zieken en Gehandicapten, van ondernemersorganisaties tot het sportbedrijf.

Een loopvriendelijke stad vraagt om detailniveau

Sterk aan het Arnhemse beleid is dat het niet blijft hangen in algemene ambities. Het document benoemt heel concreet waar voetgangers in de stad tegenaan lopen. Zo wordt beschreven dat grote wegen barrières vormen tussen buurten, dat goede oversteekplaatsen ontbreken en dat voetpaden regelmatig te smal zijn of worden geblokkeerd door obstakels. Ook sociale veiligheid wordt expliciet genoemd als reden waarom mensen soms liever niet lopen.

Een veelzeggende quote van een voetganger op het fietspad van station Arnhem Zuid richting werkgebied Gelderse Poort luidt: “Dan moet je eerst naar beneden en dan weer naar boven en dan een drukke weg oversteken en dan denk je: laat maar.” Juist dat soort dagelijkse ervaringen maken duidelijk waarom goed loopbeleid belangrijk is. Een wandelvriendelijke stad ontstaat niet vanzelf. Het zit vaak in relatief kleine ontwerpkeuzes die bepalen of lopen prettig, logisch en veilig voelt.

22 maatregelen met planning en budget

Om van visie naar uitvoering te komen, bevat de uitvoeringsagenda 22 acties, uitgewerkt langs 3 paden:

  • Pad 1: loopvriendelijke inrichting van de stad;
  • Pad 2: stimuleren van een loopcultuur;
  • Pad 3: lopende organisatie.

Sommige maatregelen bouwen voort op bestaand mobiliteitsbeleid, andere komen juist voort uit sport, recreatie of aangenomen moties.

Opvallend is hoeveel aandacht Arnhem besteedt aan kennisontwikkeling en monitoring. Arnhem wil onder meer voetgangers tellen op hoofdlooproutes, recreatieve wandelstromen monitoren en beter inzicht krijgen in valongevallen. Daarnaast werkt de gemeente aan een Arnhemse Ontwerpwijzer Beweegvriendelijke Openbare Ruimte. Die moet ontwerpers helpen om lopen en verblijf een logischere plek te geven in zowel bestaande wijken als nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Arnhem laat zien hoe integraal loopbeleid eruitziet

Het Arnhemse loopbeleid sluit nadrukkelijk aan op landelijke ontwikkelingen zoals het Nationaal Masterplan Lopen en de City Deal Ruimte voor Lopen. De gemeente noemt lopen daarin niet alleen een vorm van mobiliteit, maar ook een manier om de stad gezonder, inclusiever en prettiger te maken.

Het volledige loopbeleid van Arnhem is hier te lezen.

‘Ik loop, dus ik ben’ – Erwin A. Kamp biedt essay aan aan Gedeputeerde Provincie Utrecht

Erwin A Kamp biedt essay 'Ik loop, dus ik ben' aan aan Gedeputeerde Mobiliteit van Provincie Utrecht

Drie weken geleden was het Wandel Tijdens Je Werkdag. Rondom die bijzondere dag zagen we veel even bijzondere (en mooie!) initiatieven. Eén daarvan kwam van bestuurder, toezichthouder en adviseur publieke sector Erwin A Kamp. Op de dag ervoor bood hij zijn persoonlijke essay aan bij de Gedeputeerde Mobiliteit (André van Schie) van provincie Utrecht.

In ‘Ik loop, dus ik ben’ legt hij uit waarom lopen en wandelen een volwaardige plek verdienen in het provinciaal mobiliteitsbeleid. “Wandelen is niet alleen gezond en duurzaam, maar draagt ook bij aan ontmoeting, reflectie en de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom goed stil te staan bij de kracht van iets ogenschijnlijk eenvoudigs: de stap vooruit.”

Pleidooi voor voetgangers

In het voorwoord schrijft hij dat het essay een pleidooi is. Een pleidooi om wandelen en lopen niet langer te zien als restcategorie van mobiliteit, “maar als een uitnodiging om wandelen en lopen opnieuw te zien als een menselijke maat voor hoe wij ons tot elkaar, tot het landschap en tot de toekomst verhouden.” Daarbij stipt hij aan dat hij uit eigen ervaring weet dat lopen niet altijd vanzelfsprekend is. Voor hem wel, maar voor zijn moeder met MS niet. “Op haar vijftigste kon ze geen stap meer zetten.”

“Wie uitsluitend versnelling organiseert, organiseert ook afstand.”

Als we verder lezen, zien we de krachtige uitspraak van Kamp dat de manier waarop wij ons verplaatsen iets zegt over wat en wie wij belangrijk vinden. “Mobiliteit is dus nooit neutraal. De manier waarop wij ons verplaatsen, drukt waarden uit. Wanneer alles is ingericht op snelheid, raakt wat langzaam is, uit beeld. De wandelaar past slecht in spreadsheets en modellen. Te traag om efficiënt te lijken, te gewoon om urgent te zijn. En toch is juist die traagheid betekenisvol.”

Hij noemt als voorbeeld zijn eigen provincie: provincie Utrecht. In 2023 ging ze in haar mobiliteitsbeleid uit van ov, auto en fiets. “In het coalitieakkoord voor de periode 2023 – 2027 hebben we daar een belangrijke vierde categorie aan toegevoegd: wandelen en lopen. Letterlijk hebben we opgeschreven: ‘Naast het openbaar vervoer, de fiets en de auto krijgt in het nieuwe mobiliteitsbeleid ook wandelen een plek. Later is daar bij de aanname van een motie aan toegevoegd dat we willen dat wandelen en lopen een gelijkwaardige plek krijgt naast de overige drie vormen van mobiliteit. We moeten de wandelaar dus niet vergeten als een volwaardige vorm van mobiliteit. Maar misschien is het nog belangrijker dat we ons afvragen waarom dat zo vaak gebeurt.

Benieuwd naar alle bespiegelingen? Lees het hele essay ‘Ik leef, dus ik ben’!

Hoe verschillende opvattingen van ruimte onze steden vormgeven

Wie naar een stad kijkt, ziet straten, stoepen en gebouwen. Maar volgens filosoof Dirk-Jan Laan is dat nog geen ruimte. Ruimte ontstaat pas wanneer mensen zich bewegen. Dat inzicht zet aan tot anders kijken naar hoe we onze steden inrichten.

Drie opvattingen van ruimte

Laan beschrijft drie opvattingen van ruimte die impliciet aanwezig zijn in de inrichting van onze openbare ruimte. De absolute ruimte is de meest technische: een wereld van vierkante meters, afstanden en efficiëntie. De relatieve ruimte kijkt naar verschillen tussen gebruikers. Zo ziet de stad er voor een automobilist anders uit dan voor een fietser of voetganger. De relationele ruimte ontstaat pas wanneer mensen zich bewegen en handelen in de tijd.

“Het gaat niet zozeer om welke opvatting ‘waar’ is. Het is waardevol om de keuzes die gemaakt worden te onderkennen en te bevragen wat daarmee verloren gaat en gewonnen wordt,” aldus Laan. Deze opvattingen bestaan vaak naast elkaar, zonder expliciet benoemd te worden. Juist daardoor blijven ontwerpkeuzes vaak impliciet.

De stad bestaat pas als we bewegen

“Pas in een proces, waarbij de dimensie van tijd wordt toegevoegd, ontstaat ruimte.” Laan maakt dit concreet met een alledaags voorbeeld: iemand die zijn huis verlaat, naar de supermarkt loopt en onderweg een omweg maakt langs een park. Die wandeling is niet alleen een verplaatsing, maar vormt de ruimte zelf. Zonder beweging blijft de straat een verzameling objecten. Met beweging ontstaat een route, een ervaring en een plek.

Relationele ruimte laat zien dat ruimte niet vastligt, maar steeds opnieuw ontstaat in gebruik. Daardoor is die ruimte lastig te vangen in ontwerp. Want elke wandeling is anders. De route die de één kiest, is niet dezelfde als die van een ander, zelfs als ze op dezelfde plek beginnen.

Volgens Laan vraagt dat om een andere manier van inrichten. Niet alles vastleggen, maar ruimte laten voor wat er kan ontstaan. Het plein is daar een goed voorbeeld van: een open plek zonder vaste route, waar mensen zelf bepalen hoe ze bewegen en verblijven.

Ook het woonerf laat zien hoe dat in de praktijk werkt. Daar delen verschillende gebruikers dezelfde ruimte en ontstaat het gebruik in het moment. Tegelijkertijd heeft dat ook een keerzijde. Minder regels en structuur zorgen voor meer vrijheid, maar maken beweging ook minder voorspelbaar en vaak trager.

Eén straat, meerdere werkelijkheden

In de praktijk wordt ruimte vaak ingericht vanuit verschillende gebruikers. “Voor een voetganger zijn borden, bankjes en beplanting van grote waarde.” Dat perspectief verschilt sterk van dat van een automobilist, die vooral gebaat is bij overzicht en snelheid. Laan laat zien dat deze relatieve opvatting van ruimte de basis vormt van veel straten in Nederland. De ruimte wordt ingericht op basis van wie er gebruik van maakt.

Tegelijkertijd stelt hij de vraag waarom juist deze indeling zo vanzelfsprekend is. Waarom kijken we vooral naar vervoersmiddelen? En wat gebeurt er als je andere perspectieven centraal stelt?

Wat er gebeurt als efficiëntie leidend is

De absolute opvatting van ruimte maakt zichtbaar wat er gebeurt als efficiëntie centraal staat. De snelweg is daarvan het meest duidelijke voorbeeld. “Op de snelweg bestaat alleen de weg vooruit; de enige ruimte die bestaat is de afstand tot je bestemming die steeds kleiner wordt.” In zo’n omgeving draait alles om doorstroming en snelheid. Andere kwaliteiten, zoals verblijf of beleving, spelen nauwelijks een rol.

Dat laat zien dat elke opvatting van ruimte iets oplevert, maar ook iets uitsluit.

Anders kijken naar lopen

De analyse van Laan maakt zichtbaar dat ruimte het resultaat is van keuzes. Welke opvatting leidend is, bepaalt hoe onze straten en pleinen functioneren. Voor wie werkt aan een wandelvriendelijke leefomgeving is dat een relevante vraag. Want als lopen serieus wordt genomen, verschuift ook het perspectief van waaruit ruimte wordt ontworpen.

Dit artikel is gebaseerd op een analyse van filosoof Dirk-Jan Laan op Gebiedsontwikkeling.nu.

Arnhem kiest voor lopen: Van veilige schoolzones tot weetings in het park

Arnhem maakt serieus werk van lopen. Met het loopbeleid ‘Arnhem Loopstad’ zet de gemeente in op veilige routes, gezondere inwoners en een stad waar lopen steeds aantrekkelijker wordt.

Lopen als vanzelfsprekende keuze

Lopen is misschien wel de meest onderschatte vorm van mobiliteit. In Arnhem kijken ze daar anders naar. Daar wordt het niet alleen gezien als een manier om van A naar B te komen, maar ook als sleutel tot een gezondere en aantrekkelijkere stad.

Wethouder duurzame mobiliteit Nermina Kundić verwoordt het helder: “We zien graag dat meer inwoners korte afstanden lopend afleggen.” Die ambitie is concreet uitgewerkt in het Duurzaam Mobiliteitsplan. Daarmee krijgt lopen een structurele plek in beleid én in de praktijk.

Veilige routes als basis

Een wandelvriendelijke stad begint bij veilige en prettige routes. Zeker op plekken waar veel mensen samenkomen, zoals winkelgebieden en ov-knooppunten. “Mensen willen korte, veilige routes van en naar bushaltes en treinstations. Zijn die er niet, dan kiezen ze minder snel voor bus of trein”, legt Kundić uit. Daarmee benadrukt ze hoe sterk lopen verbonden is met het openbaar vervoer.

De gemeente investeert daarom in hoofdlooproutes: belangrijke verbindingen rond voorzieningen en drukke plekken. Ook komen er extra oversteekplaatsen en worden wachttijden bij verkeerslichten verkort. Het zijn relatief kleine ingrepen, maar ze maken een groot verschil in hoe mensen de stad ervaren.

Gezondheid als drijvende kracht

De focus op lopen hangt ook samen met gezondheid. Nederlanders zitten veel, soms tot wel 9 uur per dag. Meer lopen betekent simpelweg meer bewegen en dat heeft direct effect op hoe fit mensen zich voelen.

Daarom richt het beleid zich niet alleen op de inrichting van de openbare ruimte, maar ook op gedrag. Denk aan het stimuleren van lopen tijdens werk of in de vrije tijd, bijvoorbeeld door vaker korte afstanden te lopen.

Van schoolroutes tot weetings

Wat opvalt in Arnhem is de brede aanpak. Het beleid bevat meer dan 20 maatregelen die samen zorgen voor verandering in het dagelijks leven. Zo werken scholen samen met de gemeente aan een veilige schoolzone bij elke school. Hiermee wordt lopen bij kinderen gestimuleerd. Want “Als je dit als kind leert, neem je het mee voor de rest van je leven”, legt Kundić uit.

Ook werkgevers worden betrokken. Lunchwandelingen helpen om lange zitdagen te doorbreken. En een sprekend voorbeeld is de ‘weeting’: de meeting tijdens een wandeling. “Al wandelend ben je vaak creatiever, scherper en productiever,” zegt Kundić.

Arnhem als inspiratie voor andere steden

Arnhem laat zien hoe je lopen concreet maakt. Niet met abstracte ambities, maar met ingrepen die direct effect hebben op straatniveau én in het dagelijks leven van inwoners. Voorbeelden die andere gemeenten kunnen inspireren.

Rotterdam loopt: hoe wandelroutes de stad in beweging brengen

Op het Eendrachtsplein in Rotterdam staat een klein glazen gebouwtje met een groot verhaal: het Tramhuis. Het voormalige wachthuisje voor tramreizigers uit 1914 is nu een plek waar wandelroutes, verhalen en ontmoetingen samenkomen. Het laat zien hoe Rotterdam stap voor stap verandert in een stad waarin lopen vanzelfsprekender wordt.

Van wachtplek naar beweging

In het Tramhuis, de eerste stadswandelingenkiosk ter wereld, koop je routes, hoor je verhalen en vertrek je op pad door Rotterdam. Het is geen klassieke toeristische voorziening, maar een plek waar bewoners en bezoekers de stad opnieuw leren kennen. De nadruk ligt op beleving en verbinding. Onder de noemer Hartstochtjes worden wandelingen georganiseerd die bewoners met hun wijk en met elkaar verbinden. Daarmee wordt lopen onderdeel van het dagelijks leven.

Groene routes als ruggengraat van de stad

Rotterdam zet stevig in op groene verbindingen. De Groene Connectie is daar een krachtig voorbeeld van. Over 8 kilometer worden groene initiatieven in Delfshaven verbonden tot één netwerk van ontmoetingsplekken. Het lint slingert langs spoorlijnen, singels en havengebieden en brengt bewoners met elkaar in contact. Onderweg kom je tuinen en parken tegen waar mensen samen werken aan een groene buurt. Je kunt de hele route lopen of kiezen voor kortere ommetjes van 2 tot 3 kilometer. Zo wordt lopen vanzelfsprekend onderdeel van de leefomgeving.

Ook De Groene Overschiese laat zien hoe zulke verbindingen werken. In het gebied tussen de Schie en de Rottemeren ontstaat een netwerk van groene plekken, met wandelroutes van 2 tot 8 kilometer. Bewoners zetten zich actief in voor een groenere omgeving waar iedereen van kan genieten.

Een route vol landschap en geschiedenis

De Steilrand laat zien hoe landschap en geschiedenis samenkomen. Dit 13,5 kilometer lange gebied in het noorden van Rotterdam ontstond door turfwinning en laat nog steeds hoogteverschillen zien. Het is nu een groen gebied met bloemrijke weides, rustige oevers en leefruimte voor vogels, vleermuizen en insecten. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan meer biodiversiteit, onder andere door bloemen en kruiden in te zaaien en minder te maaien. Voor bewoners is het een plek om even uit de drukte van de stad te stappen.

Van stadsrand tot regionaal netwerk

Rotterdam kijkt verder dan de eigen grenzen. Dat zie je terug in routes zoals het Rotterdams Ommelandpad. Deze route van ongeveer 150 kilometer loopt op de grens van stad en platteland en maakt het omliggende landschap beter bereikbaar. Langs de route liggen boerderijen, natuurgebieden en cultuurhistorische plekken die uitnodigen om de omgeving opnieuw te ontdekken.

Nog groter is het Mazenpad, een route van 222 kilometer die begint en eindigt in het centrum van Rotterdam. De route laat zien hoeveel natuur en buitenruimte er te vinden is, zelfs in een dichtbebouwd gebied. Dankzij de goede bereikbaarheid kun je zelf etappes kiezen.

Beleid en initiatief komen samen

Wat Rotterdam bijzonder maakt, is de wisselwerking tussen beleid en initiatieven uit de stad. In 2020 presenteerde Gemeente Rotterdam de visie Rotterdam Loopt tijdens Walk21 Foundation. Daarmee werd lopen gepositioneerd als onderdeel van stedelijke ontwikkeling.

De voorbeelden in dit artikel laten zien wat er daarna gebeurt. Bewoners, ontwerpers en organisaties bouwen verder aan dat idee, ieder vanuit hun eigen rol. Voor gemeenten zit daar een belangrijke les: wandelvriendelijk beleid krijgt pas echt betekenis als het zichtbaar wordt in routes en plekken waar mensen gebruik van maken.

>