Gemeente Utrecht zet in op echte voetgangersstad met Beleidsnota Voetganger

De gemeenteraad van Utrecht heeft op 26 februari de Beleidsnota Voetganger vastgesteld. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting een stad waar lopen vanzelfsprekend wordt in het dagelijks leven. De beleidsnota vertaalt bestaande ambities uit onder meer de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040 naar concrete uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee krijgt de voetganger voor het eerst een duidelijke plek in het Utrechtse beleid.

Lopen hoort bij het dagelijks leven

In het voorwoord van de beleidsnota wordt de kern van het beleid meteen duidelijk: “We zijn allemaal voetgangers. Of we nu een ommetje maken, naar school lopen of de bus halen: lopen hoort bij ons dagelijks leven.”

Toch is de stad daar nog lang niet overal goed op ingericht. Op sommige plekken stopt de stoep plotseling, zijn oversteekplaatsen onduidelijk of is de ruimte te krap voor mensen met een kinderwagen, rolstoel of rollator. Met de nieuwe beleidsnota wil de gemeente Utrecht dat veranderen. Het doel is om lopen, net als fietsen, een vanzelfsprekende manier van verplaatsen te maken. Niet alleen voor recreatie, maar juist ook voor dagelijkse routes in de stad.

Groene Ommetjes in elke wijk

Een belangrijk onderdeel van het Utrechtse beleid zijn de Groene Ommetjes. Dit zijn aantrekkelijke wandelroutes door de wijk die woningen verbinden met voorzieningen zoals scholen, winkels, parken en sportplekken.

De ambitie is dat zo’n route voor iedereen binnen circa 100 meter van de voordeur bereikbaar is. Langs deze routes is aandacht voor schaduw, groen en plekken om even te zitten. Routes verbinden parken en andere groene plekken met elkaar en nodigen uit om vaker naar buiten te gaan.

Birgit Cannegieter – Couwenberg, coördinator Voetgangersaanpak bij de gemeente Utrecht, schrijft hierover op LinkedIn: “Stap voor stap bouwen we in Utrecht aan netwerken van Groene Ommetjes in de wijken. Daarmee nodigen we iedereen uit om er (vaker) lopend op uit te gaan.”

De routes worden niet alleen door de gemeente bepaald. Inwoners worden actief betrokken bij het aanwijzen en verbeteren van de routes in hun wijk. Zij kennen hun buurt immers het beste.

Van beleid naar straatniveau

De beleidsnota gaat niet alleen over ambities, maar ook over concrete keuzes in het ontwerp van de openbare ruimte. Zo maakt deze bijvoorbeeld concreet hoeveel ruimte voetgangers nodig hebben. De gewenste minimale vrije doorloopruimte is 2,20 meter, zodat mensen elkaar comfortabel kunnen passeren en ook voldoende ruimte hebben als zij een kinderwagen, rollator of rolstoel gebruiken. Drukkere routes kunnen breder worden ingericht, passend bij het aantal voetgangers.

Ook obstakels op stoepen krijgen aandacht. Objecten zoals lantaarnpalen, terrassen of laadpalen moeten zo geplaatst worden dat er voldoende vrije doorgang blijft voor voetgangers. Daarnaast wil de gemeente barrières in de stad beter aanpakken. Wegen, water en spoorlijnen kunnen voetgangersroutes namelijk onderbreken. Door betere oversteekplaatsen, bruggen of tunnels moeten wijken beter met elkaar verbonden worden.

Een stap richting een wandelvriendelijke stad

De beleidsnota is niet het eindpunt, maar een belangrijke tussenstap. De uitgangspunten voor voetgangersruimte worden de komende jaren verder uitgewerkt in ontwerpprincipes en richtlijnen voor de openbare ruimte. Daarmee wordt lopen structureel meegenomen in nieuwe projecten, herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen.

Nieuwsgierig naar de volledige aanpak? Lees hier de volledige Beleidsnota Voetganger van de gemeente Utrecht.

Horen, zien en gewoon doen!

Hij staart me aan bovenop de piano als ik aan het pianospelen ben, ik ruik ‘m ook. En toch kan ik er af blijven, de chocoladeletter P in een mooi doosje. Geen gewone P maar een braille-P.  Een rechthoekige plak met een paar bolletjes erop in een bepaald patroon. Heb het op moeten zoeken in het braillealfabet welke letter het is. Op de verpakking de sticker ‘Inclusie-award 25’.

Begin december kreeg ik een telefoontje of ik die week op kantoor was want organisatie Visio wilde mij deze letter overhandigen als blijk van waardering voor hoe ik me inzet voor een toegankelijke openbare ruimte en mobiliteit. Bijvoorbeeld door ons digitale kennisnetwerk www.kennisnetwerktoegankelijkheid.nl met alle activiteiten daar omheen en deze maand komt de nieuwe CROW-leidraad toegankelijkheid uit.

Het voelde behoorlijk ongemakkelijk. Want het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat  iedereen mee kan doen in deze maatschappij en dat we daar allemaal aan bij willen dragen?

Maar ik dacht tegelijkertijd.. ik zou wel willen dat dat zo was, maar daar zijn we nog niet. Ik wil een paar uitspraken noemen die dat illustreren, die ik nog wel eens hoor in het mobiliteitsveld en waar ik me nog wel eens over kan opwinden:

Een uitspraak die ik, niet vaak gelukkig, maar wel af en toe hoor is: ‘ach.. voor die paar mensen… moeten we daar zoveel voor overhoop halen?’

Die ‘paar mensen’  tellen op landelijk niveau tot minimaal twee miljoen individuen. Denk bijvoorbeeld aan de meer dan 200.000 mensen die slechtziend zijn, naast de 76.000 blinden waar we vaak het eerst aan denken. Bijna 500.000 mensen hebben een ernstige motorische beperking, en dan reken ik nog een aantal groepen niet mee zoals mensen die een tijdelijke beperking hebben, de meer dan een miljoen ouderen met een verhoogd valrisico en mensen met een cognitieve of mentale beperking zoals dementie of laaggeletterdheid.

‘Het is zo duur om toegankelijkheid mee te nemen..’ ja inderdaad als je er achteraf achter komt dat je alsnog een toegankelijke ingang moet maken bij je gebouw. Of als je vergeet goede afritjes te maken, of ze verkeerd positioneert en je iets moet met de klacht die vervolgens komt.

‘Er is toch geen vraag…’ nee als je ervoor zorgt dat mensen niet mee kunnen doen, zullen ze ook niet in de gelegenheid zijn een vraag te stellen.

Ik realiseer me hoe vrij ik ben om de trein te pakken die ik wil. Vaak hoor je  ‘Er is tegenwoordig toch NS-reisassistentie?’ Zeker is dat een vooruitgang, maar je bent nog steeds afhankelijk van de mens die er staat en het geeft nog steeds kans op fouten.

Weet je wat, we organiseren een ervaringsparcours! Dat wordt ook nog wel eens gezegd. Dan willen mensen het goed doen maar als je dat doet zonder ervaringsdeskundigen krijg je een verkeerde boodschap. Deze mensen kunnen aangeven wat zij al aan ervaring en trucjes hebben aangeleerd. Anders, laat onderzoek zien, verlaat je het parcours met het beeld dat je toch wel heel zielig bent als je in een rolstoel zit of blind bent. En daar zit niemand op te wachten.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Je zou er bijna moedeloos van worden.. bijna.. Eigenlijk gun ik iedereen een collega met een toegankelijkheidsvraag om ons allemaal scherp te houden. Want het is gewoon lastig om als je zelf geen beperking hebt je echt goed te verplaatsen in hoe zaken op straat overkomen. Gelukkig haken gemeenten ook steeds meer ervaringsdeskundigen en ook inhoudsdeskundigen aan in hun werkprocessen.

Mijn droom is dat de  betrokkenheid bij een toegankelijke samenleving, waar iedereen in kan meedoen, niet alleen komt van mensen die daar zelf ervaring mee hebben of het zien in hun omgeving, maar dat die gevoeligheid in al onze hoofden zit en dat toegankelijkheid de standaard is! Het is in ieder geval al heel goed dat wij als samenwerkingsverband Ruimte voor Lopen met meer dan 80 partners hierachter staan. Denk je eens in, wat er zou veranderen als wij dit allemaal omzetten in actie.

Ik ga niet wachten tot dat moment om toe te geven aan mijn chocoladeverslaving, de letter kijkt me bemoedigend aan, het is inmiddels al 2026 dus open die verpakking!

Column

Deze column werd op 12 februari 2026 uitgesproken door Wilma Slinger tijdens de vierde bijeenkomst van het Nationaal Masterplan Lopen in Utrecht. Wilma werkt als kenniswerker bij het Kennisplatform CROW.

Vier 10 jaar Wandel Tijdens Je Werkdag met grootste werkwandeling ooit op 2 april

Donderdag 2 april 2026 is het zover: de 10e editie van Wandel Tijdens Je Werkdag. En dat wordt gevierd met de grootste werkwandeling ooit. Om 10.00 uur organiseert Wandelnet een gezamenlijke wandeling door heel Nederland. Je kunt meedoen vanaf je kantoor, thuiswerkplek of coworking locatie.

10 jaar Wandel Tijdens Je Werkdag

Wandelnet nodigt iedereen uit om dit 10-jarig jubileum samen te vieren. Op 2 april om 10.00 uur stappen we tegelijkertijd naar buiten.

Nodig een collega uit voor een werkwandeling, wandel tijdens een belafspraak of neem je team mee voor een koffie to go. Zo geef je samen invulling aan deze feestelijke editie.

Wandel mee en deel je ervaring

Door mee te wandelen maak je deel uit van de grootste werkwandeling ooit. Wandelnet roept deelnemers op om hun ervaring te delen via social media.

Tag @Wandelnet en gebruik #wandeltijdensjewerkdag om te laten zien hoe makkelijk en leuk wandelen tijdens je werkdag is.

Meld je aan

Wil je meedoen aan de grootste werkwandeling ooit? Meld je dan hier aan voor Wandel Tijdens Je Werkdag 2026.

Wie zich aanmeldt, maakt kans op prijzen voor zichzelf of de organisatie. Daarnaast ontvang je een online of fysiek actiepakket om je te helpen bij de organisatie van jouw werkwandeling.

Gemeente Deventer maakt verkeerslichten nóg slimmer met nieuwe software

Auto’s en voetgangers die tegelijkertijd aankomen bij een kruispunt. Volgens het STOMP-principe zouden voetgangers op zo’n moment voorrang moeten krijgen, maar dat is in de praktijk lang niet altijd het geval. De gemeente Deventer zet hier grote stappen in. Zo verving Deventer vanaf 2017 alle verkeerslichten door intelligente verkeersregelinstallaties en ondertekende onlangs ook een overeenkomst voor software die de verkeerslichten in de stad nóg slimmer maakt.

Slimmer schakelen met actuele data

Deventer kiest voor Flowtack, software van ingenieursbureau Haskoning. Deze software analyseert verkeersstromen continu en stemt verkeerslichten op ieder moment op elkaar af. Verkeerslichten wisselen onderling informatie uit en reageren daardoor beter op wat er in de stad gebeurt. Dat biedt ruimte om niet alleen verkeer te regelen, maar ook bewuste keuzes te maken voor voetgangers en fietsers.

“De inzet van Flowtack betekent dat we de verkeerslichten nog beter kunnen afstemmen op de actuele verkeerssituatie. Dat zorgt ervoor dat mensen op veel plekken minder lang hoeven te wachten, en door een betere doorstroming van het autoverkeer vermindert het ook de CO2-uitstoot. Bovendien kunnen we met dit systeem keuzes maken die aansluiten op het STOMP-principe, waarbij lopen, fietsen en OV vaker voorop staan.”
– Marcel Elferink, wethouder Mobiliteit

Van losse kruispunten naar een netwerk

Deventer was in 2017 de eerste gemeente in Nederland die volledig overstapte op intelligente verkeersregelinstallaties. Daarmee werd het mogelijk om verkeerslichten flexibeler aan te sturen. Met Flowtack volgt nu een volgende stap: verkeerslichten functioneren niet langer als losse installaties, maar als één samenhangend netwerk.

Dat netwerk maakt het mogelijk om per route andere prioriteiten te stellen. Op drukke doorgaande wegen, zoals het Hanzetracé en de N348, blijft een goede doorstroming van het autoverkeer belangrijk. Op andere plekken kan juist bewust gekozen worden om voetgangers en fietsers eerder groen te geven, zeker wanneer zij tegelijk met auto’s bij een kruispunt aankomen.

STOMP zichtbaar op straat

Het STOMP-principe vormt de leidraad onder deze keuzes: eerst ruimte voor stappen en trappen, daarna openbaar vervoer en deelmobiliteit, en pas als laatste de privéauto. Door verkeerslichten slimmer aan te sturen, wordt dit principe zichtbaar in het dagelijks verkeer. Niet als vast schema, maar als afweging die per locatie en moment kan verschillen.

Veiligheid en hulpdiensten

Het systeem houdt rekening met veiligheid en doorstroming. Minder stilstaand verkeer betekent minder uitstoot en overzichtelijkere kruispunten. Daarnaast kan Flowtack voorrang geven aan ambulance, politie en brandweer, en aan openbaar vervoer. Een bus heeft minder groentijd nodig dan meerdere auto’s, terwijl er vaak veel meer mensen in vervoerd worden.

Samenwerken en blijven bijstellen

De gemeente Deventer en Haskoning sloten een overeenkomst voor een periode van 7 jaar. In die tijd blijft de leverancier actief meedenken over hoe verkeerslichten kunnen blijven aansluiten bij veranderingen in de stad en bij beleidskeuzes. De software wordt de komende tijd verder ingericht en waar nodig aangepast op basis van ervaringen in de praktijk.

Vergelijkbaar voorbeeld uit Arnhem

De aanpak in Deventer staat niet op zichzelf. Eerder liet Ruimte voor Lopen zien hoe bij Presikhaaf in Arnhem intelligente verkeerslichten zijn ingezet om lopen prioriteit te geven. In dat interview vertelde Heidi Kempers, adviseur verkeersmanagement bij Haskoning, dat slimme techniek pas echt effect heeft wanneer vooraf duidelijke keuzes worden gemaakt over wie voorrang krijgt.

Pilot voor een voetgangersvriendelijk Wyck

Sinds begin januari loopt in Wyck, in de gemeente Maastricht, een pilot die de wijk merkbaar verandert. Minder auto’s op specifieke momenten, meer ruimte en aandacht voor voetgangers. Het doel is helder: Wyck aangenamer en verkeersveiliger maken voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Niet door grote verbouwingen, maar door tijdelijke regels die de dagelijkse praktijk testen. Wat gebeurt er als je voetgangers letterlijk meer ruimte geeft in een druk stedelijk gebied?

De pilot Autoluw Wyck loopt 1 jaar. In die periode kijkt de gemeente of de nieuwe inrichting en regels bijdragen aan een voetgangersvriendelijker Wyck. Werkt het niet, dan wordt bijgestuurd. Werkt het wel, dan ligt voortzetting voor de hand.

Wat er concreet verandert

De kern van de pilot zit in de Wycker Brugstraat, een belangrijke straat tussen de Sint Servaasbrug en de Lage Barakken. Op vaste tijden is deze straat afgesloten voor auto’s en motoren. Dat geldt van maandag tot en met vrijdag van 18.00 uur tot 07.00 uur en van zaterdag 18.00 uur tot maandag 07.00 uur. Zondag is de straat dus de hele dag afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Voor voetgangers betekent dit rust en overzicht. Minder rijdende en parkerende voertuigen zorgen voor meer ruimte om te lopen, over te steken en elkaar te ontmoeten. Fietsers en kleine voertuigen zonder kentekenplicht mogen de straat blijven gebruiken, en hulpdiensten houden altijd toegang.

Veilig oversteken als sleutel voor lopen

Een belangrijk aandachtspunt in de pilot zijn de kruisingen met de Rechtstraat, Wycker Grachtstraat en Lage Barakken. Juist hier steken veel mensen te voet over. Auto’s mogen deze kruisingen blijven gebruiken en daarom is extra aandacht voor veiligheid noodzakelijk.

Tijdens de pilot worden in deze zijstraten nieuwe oversteekplaatsen aangelegd. Dat klinkt eenvoudig, maar het effect is groot. Duidelijke, veilige oversteekplekken nodigen uit om te lopen en zorgen dat routes logisch blijven. Zo wordt Wyck stap voor stap voetgangersvriendelijker, zonder de wijk af te sluiten, en blijven dagelijkse looproutes logisch en veilig.

Laden en lossen anders georganiseerd

Naast rijden en parkeren verandert ook het laden en lossen in Wyck. Voor vrachtwagens boven 3.500 kilogram gelden vaste tijden in de ochtend. Buiten die tijden wordt gebruikgemaakt van een logistieke plek op het Hoogbrugplein, vanwaar goederen met onder andere rolcontainers verder de wijk in kunnen worden gebracht.

Voor bestelbusjes en kleinere voertuigen gelden vergelijkbare tijdvensters, met uitwijkmogelijkheden naar laad- en losplekken in zijstraten. Dit vermindert de drukte op momenten dat veel mensen te voet onderweg zijn. Voor voetgangers betekent dit minder conflicten met bevoorradend verkeer en een prettiger straatbeeld.

Meten is weten: data als basis

De pilot wordt zorgvuldig gevolgd met verkeerstellingen. Het bedrijf GRENSPAAL12 heeft de afgelopen twee jaar verkeerstellingen uitgevoerd naar de bewegingen van gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers. Ook tijdens de pilot zullen zij deze telling 2 keer uitvoeren.

GRENSPAAL12:
“Met objectieve data dragen we bij aan een zorgvuldige evaluatie van deze pilot. We kijken uit naar de volgende meetmomenten en zijn benieuwd naar de resultaten!”

Deze data zorgen ervoor dat het gesprek over ruimte voor lopen feitelijk kan worden gevoerd en keuzes beter kunnen worden onderbouwd.

Samen werken aan ruimte voor lopen

De pilot is samen met bewoners, ondernemers en organisaties ontwikkeld. Via werkgroepen, vragenlijsten en bijeenkomsten is kennis uit de wijk benut. Ook nu de pilot loopt, blijft de gemeente in gesprek om waar nodig bij te sturen.

Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte

Smalle stoepen, onderbroken routes en voorzieningen die verder weg liggen dan prettig is. Lopen lijkt vanzelfsprekend, maar in de inrichting van de openbare buitenruimte is dat lang niet altijd het geval. Precies daarom is de nieuwe visie van het RIVM zo relevant. In Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten laat het RIVM zien hoe lopen expliciet kan worden meegenomen in ruimtelijke keuzes, met concrete, meetbare vuistregels.

Lopen vraagt om ruimte

Bewegen is alleen mogelijk als er daadwerkelijk ruimte voor is. Dat is één van de kernpunten van de RIVM-visie. Het RIVM stelt dat minimaal 25 procent van de openbare ruimte in een buurt primair ingericht zou moeten zijn voor bewegen. Daaronder vallen expliciet lopen, fietsen, spelen en sporten.

Dat is geen vrijblijvende ambitie. Uit analyses blijkt dat in de huidige situatie gemiddeld slechts 11 procent van de ruimte is gereserveerd voor lopen en fietsen. De vuistregels geven gemeenten daarmee een concreet richtpunt om het aandeel beweegvriendelijke ruimte structureel te vergroten.

Cas van Hardeveld (Wandelnet) vat het scherp samen: “In het kader van lopen en wandelen een zeer belangrijk rapport, juist een loopvriendelijke inrichting past als vanzelf in deze kaders.” 

Voorzieningen op loopafstand

Naast ruimte gaat het om nabijheid. De visie werkt met duidelijke afstanden die aansluiten bij het dagelijks leven. Zo stelt het RIVM dat ieder huis binnen 800 meter loopafstand toegang zou moeten hebben tot basisvoorzieningen zoals een supermarkt, basisschool, huisartsenpraktijk en een OV-halte.

Voor beweeg- en sportvoorzieningen gelden kortere afstanden. Kinderen tot en met 12 jaar zouden binnen 200 meter een speelplek moeten hebben, terwijl voor jongeren en volwassenen een beweeg- of sportplek binnen 400 meter wenselijk is. Dit soort afstanden maakt lopen niet alleen mogelijk, maar ook logisch en aantrekkelijk.

Groen als onderdeel van looproutes

Groen speelt een belangrijke rol in de RIVM-visie, ook in relatie tot lopen. Een groenvoorziening binnen 300 meter loop- of fietsafstand van huis betekent dat de meeste mensen binnen 5 minuten een groene plek kunnen bereiken. Idealiter gebeurt dat via een aangename route, met schaduw en beschutting.

Het RIVM verwijst hierbij naar bestaande vuistregels, zoals de 3-30-300 regel*, en onderbouwt deze gezondheidskundig. Groen langs looproutes draagt bij aan verkoeling, stressreductie en nodigt uit om vaker en langer te lopen.

* De 3-3-300 regel houdt in: Zicht op 3 bomen, op buurtniveau is 30% schaduw, op 300 meter lopen is een groengebied van 0,5-1 ha.

Ontmoeten begint op de stoep

Lopen is meer dan verplaatsen. Tijdens het lopen ontstaan ontmoetingen, vaak spontaan en ongedwongen. De RIVM-visie benadrukt daarom het belang van bredere stoepen, comfortabele zitplekken en herkenbare oriëntatiepunten. Stoepen die breed genoeg zijn om even te blijven staan, maken een praatje mogelijk zonder dat anderen worden gehinderd.

De openbare ruimte fungeert op deze manier als decor voor het dagelijks leven, waarin lopen, ontmoeten en verblijven samenkomen.

Van visie naar praktijk

De kracht van deze RIVM-visie zit in de combinatie van wetenschap en toepasbaarheid. De vuistregels zijn niet verplicht, maar geven gemeenten en provincies een stevig, onderbouwd kader om gezondheid volwaardig mee te nemen in ruimtelijke plannen.

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten, RIVM-rapport 2025-0155.

Kleine obstakels, grote impact: vijf tips voor toegankelijke stoepen

Voor veel mensen is lopen op de stoep een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijkse routine. Even naar de winkel, een ommetje door de buurt of op weg naar werk. Maar voor rolstoelgebruikers en mensen met een visuele beperking is dat lang niet altijd vanzelfsprekend. Losliggende tegels, verkeerd geparkeerde fietsen of overhangend groen maken lopen of rollen soms onnodig lastig.

Rolstoelgebruiker Lieke Wernsen en Bianca van Raaij, die een blindegeleidestok gebruikt, ervaren dit dagelijks. Zij zijn beiden lid van het Zelfregiecentrum Nijmegen en weten uit eigen ervaring hoe kleine obstakels grote gevolgen kunnen hebben voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hun boodschap is helder: een wandelvriendelijke omgeving begint vaak bij bewust gedrag van ons allemaal.

Zet je fiets op een daarvoor bestemde plek

Een fiets die snel op de stoep wordt neergekwakt. Het lijkt onschuldig; toch kan dit voor iemand met een beperking betekenen dat die er niet meer langs kan. Dat de doorgang volledig wordt geblokkeerd. Het zijn allemaal onnodige obstakels: fietsen die schuin staan, omgevallen zijn of buiten de rekken zijn geplaatst. Als mensen hun fiets altijd in een fietsenrek of op de aangewezen plek zetten, blijft de stoep toegankelijk voor iedereen. Dit zijn kleine keuzes die direct bijdragen aan de beloopbaarheid en betere toegankelijkheid van de buurt.

Houd containers uit de loopruimte

Containers horen bij het straatbeeld, zeker op ophaaldagen. Dat ze tijdelijk op de stoep staan is logisch, maar de manier waarop maakt een groot verschil. Een container die de volledige stoep verspert, dwingt mensen soms de rijbaan op met alle gevolgen van dien. Het advies van de twee is daarom om containers niet te vroeg buiten te zetten, ze zo snel mogelijk weer binnen te halen en zo te plaatsen dat er voldoende loopruimte overblijft. Zo blijft de stoep bruikbaar iedereen, ook voor mensen met een rollator, rolstoel, blindegeleidestok of kinderwagen.

Groen, bladeren en losliggende tegels

Daarnaast benoemt het artikel nog een aantal obstakels. Bijvoorbeeld overhangende takken en struiken. Zij vormen een reëel probleem, vooral voor mensen die een blindegeleidestok gebruiken. Die stok detecteert obstakels op de grond, maar niet wat op hoofdhoogte hangt. Weggeveegde bladeren of sneeuw werpen nieuwe barrières op als ze richting hellinkjes of oversteekplaatsen worden geschoven. En natuurlijk zijn gaten en losliggende tegels een risico, vooral voor mensen die slecht ter been zijn. Het gevaar op struikelen ligt op de loer. Belangrijk is daarom dat inwoners zulke problemen snel melden, want dit kan en hoef je niet zelf op te lossen.

Wernsen zegt: "Op het moment dat er meldingen binnenkomen bij de gemeente, kan er actie worden ondernomen. Als we allemaal een steentje bijdragen, dan komen we ergens.”

Bewust gedrag als basis voor loopvriendelijke straten

“Als we ons allemaal bewust zijn van dingen in de omgeving, dan wordt deze voor iedereen prettiger en toegankelijker”, zegt Van Raaij. Die bewustwording is een onmisbare schakel in het creëren van wandelvriendelijke buurten. Tegelijk laat dit verhaal zien dat individuele acties hand in hand moeten gaan met structureel loopbeleid.

Bron: De Gelderlander: Geef slechtzienden en rolstoelers ruim baan. Met deze vijf tips maak je voor hen het verschil.

Loopminutenkaarten helpen steeds meer steden om lopen beter te begrijpen

loopminutenkaart

Stadszaken: steeds meer gemeenten ontdekken dat een loopminutenkaart (walking time kaart) verrassend veel inzicht geeft. Het maakt in één oogopslag duidelijk hoe lang je erover doet om te voet bij dagelijkse voorzieningen te komen. Daarmee is ‘beloopbaar’ niet langer subjectief, maar een feit dat je daadwerkelijker meet.

Voor planners, ontwerpers en bestuurders is dat waardevol. Het maakt duidelijk waar een route prettig loopt en waar juist niet. En het helpt om keuzes te maken voor een uitnodigende stad die toegankelijker is voor iedereen. Wat de opmars van deze kaarten laat zien? Dat steeds meer Nederlandse gemeenten bewust werken aan een omgeving waar lopen kán.

Wat laat een loopminutenkaart precies zien?

Een loopminutenkaart is het best te vergelijken met bijvoorbeeld een metro-kaart: het laat zien hoeveel minuten het lopen is van de ene plek naar de andere. Het gaat dan om de supermarkt, het treinstation, het park en andere plekken waar veel mensen vaak komen. Zo zien beleidsmakers direct waar routes goed doorlopen en waar lopen nog extra aandacht vraagt.

Simpel, maar perfect

Dat klinkt simpel, maar het is precies de informatie die in veel gemeenten ontbrak. De meeste kaarten van de openbare ruimte laten vooral verkeer en wegen zien. Loopminutenkaarten gaan over voetgangers. Hierdoor verandert het gesprek bij de overheid: een route is soms in een beleidsplan – op papier – kort, maar kan in de praktijk onlogisch voelen. Een loopminuutkaart maakt dat gelijk duidelijk.

Wat steden ermee kunnen

Verschillende gemeenten zetten de kaarten inmiddels in. Bij herinrichtingen helpen ze bijvoorbeeld om aan ondernemers en bewoners uit te leggen dat voorzieningen nog steeds goed bereikbaar zijn voor wie loopt. Andere steden koppelen ze aan nieuwe wandelroutes die mensen stimuleren om vaker te voet op pad te gaan. Ook rond stations en overstappunten zijn de kaarten handig. Reizigers zien sneller dat lopen naar een bestemming soms net zo snel is als een andere manier van verplaatsen. Dat maakt kiezen makkelijker.

De kracht van de kaart zit vooral in de gesprekken die erdoor op gang komen. Van ontbrekende voetpaden tot lastige oversteken en een straat waar auto’s doorheen razen: een loopminuutkaart maakt verbeterpunten concreet. Ook helpen deze kaarten om prioriteiten te bepalen.

Van inzicht naar actie

Een loopminutenkaart is pas echt waardevol wanneer je hem gebruikt in de praktijk. Veel gemeenten gaan daarom samen met bewoners op pad. Zij lopen de routes na en kijken of de kaart klopt met de beleving op straat. Voelt een route veilig? Is er genoeg ruimte? Is de weg duidelijk?

Zo groeit de kaart uit tot een hulpmiddel om de stad toegankelijker te maken voor iedereen die te voet gaat. Het past goed bij de ambitie van het Nationaal Masterplan Lopen, dat benadrukt hoe belangrijk het is om lopen te ondersteunen met concrete data, levende voorbeelden en echte ervaringen van bewoners.

Meer lezen?

Stadszaken schreef een uitgebreid artikel over de ontwikkeling van loopminutenkaarten en de steden die ermee werken. Lees verder via: Meer steden hebben ‘loopminutenkaarten’, wat heb je eraan?

Inspirerend: ‘Sportief ontwerp openbare ruimte alleen is geen garantie voor beweging’

Beweegruimte Noud van Herpen / Nout van Herpen. Foto: Sportkracht12

“Dit gaat niet alleen over stoeptegels of toestellen.” Zo klinkt door in het verhaal van Noud van Herpen, programmamanager bij Sportservice Noord-Brabant. Volgens hem draait het bij het zoeken en vinden van voldoende beweegruimte in Nederland om veel meer dan de fysieke inrichting.

“Je redt het niet met alleen hardware, de fysieke inrichting van de openbare ruimte”, zegt hij bij Stadszaken.  In zijn ogen moet je beweging organiseren. “Dat begint bij het combineren van functies. Een bankje is niet alleen om te zitten, maar kan ook onderdeel zijn van een beweegroute.”

Model van de Beweegvriendelijke Omgeving (BVO)

Om beter grip te krijgen op al die schakels die een omgeving beweegvriendelijk maken, ontwikkelde onze partner het Kenniscentrum Sport & Bewegen het model van de Beweegvriendelijke Omgeving (BVO). Een mooi model dat bestaat uit 3 elementen:

  1. Hardware: sportaccommodaties, speelplekken, wandelroutes, paden en recreatiegebieden.
  2. Software: activiteiten, begeleiding, communicatie en interventies die op de plekken plaatsvinden.
  3. Orgware: alles rondom beleid, beheer, samenwerking en eigenaarschap.

In het ideale geval zijn deze drie in evenwicht. Volgens Van Herpen geldt: “Hoe minder goed de fysieke ruimte is ingericht op bewegen, hoe harder je moet leunen op de software en orgware.” Het theoretische BVO-model krijgt handen en voeten in uiteenlopende praktijksituaties.

Kans: beweging als vanzelfsprekend thema bij ontwerpers.

Een mooie stap in de goede richting is BVO, toch merkt Van Herpen dat beweging nog geen vanzelfsprekend thema is bij ontwerpers. “Ze zijn vaak heel goed in groen, maar geven zelf aan dat ze weinig weten van bewegen. Dat neem ik ze niet kwalijk, maar daar ligt wel een kans.”

Relevantie voor Ruimte voor Lopen

Het artikel ‘Sportief ontwerp openbare ruimte alleen is geen garantie voor beweging’ is direct relevant voor Ruimte voor Lopen. Zo dragen wij ook uit dat lopen meer is dan stoeptegels en paden: het gaat om een integrale benadering. Het genoemde BVO-model kunnen we gebruiken om te laten zien dat lopen altijd een combinatie van factoren is. Het valt goed te koppelen aan onze eigen kennis en praktijkvoorbeelden.

Lopen preventieve gezondheidsaanpak

Tot slot roept Van Herpen op om beweegruimte te zien als investering in gezondheid en wij ondersteunen deze oproep. Het Nationaal Masterplan Lopen positioneert lopen nadrukkelijk als een preventieve gezondheidsaanpak: meer lopen maakt lichamelijk en mentaal gezonder. Het voorkomt stilzitten en kan zorgkosten verlagen. Naast gezondheid verbinden we lopen ook met duurzaamheid, mobiliteit en sociale cohesie. Ons masterplan benadrukt dat een beweegvriendelijke omgeving een investering is in een gezondere, duurzamere en leefbare toekomst.

Copyright foto: Nout van Herpen. Foto: Sportkracht12

Magazine LOPEN is weer uit!

De nieuwste editie van het magazine LOPEN is weer uit. Tijdens het Nationale Voetgangerscongres in Amersfoort reikte Martine de Vaan (Ruimte voor Lopen) de nieuwste exemplaren uit aan burgemeester Floor Vermeulen (Wageningen), gedeputeerde André van Schie (provincie Utrecht), wethouder Cilia Daemen (Wageningen) en wethouder Tyas Bijlholt (Amersfoort).

Deze editie staat weer boordevol praktijkervaringen en handreikingen om lopen voor iedereen vanzelfsprekend te maken. Het magazine kun je online lezen. Liever een gedrukt exemplaar? Mail dan naar info@ruimtevoorlopen.nl

In dit nummer lees je onder andere:

  • Hoe lopen in Amersfoort een centrale plek in het mobiliteitsbeleid krijgt, wat goed is voor gezondheid, leefbaarheid én bereikbaarheid.
  • De inzet van de provincie Utrecht en andere betrokken partijen om meer groen te combineren met woningbouw via het Pact Groen Groeit Mee.
  • Een terugblik op een jaar Nationaal Masterplan Lopen, dat symbolisch werd gelanceerd met het uitrollen van een rode loper.
  • De stand van zaken rondom voetgangersnetwerken: steeds meer gemeenten werken actief aan veilige en aantrekkelijke netwerken, elk met hun eigen aanpak.

High-Five op school als vliegwiel: hoe een simpele beloning de school in beweging zet

High Five op school

Een klein gebaar kan een grote beweging starten. Dat is precies wat het High-Five-project in Noord-Limburg laat zien. Met een simpele high five bij een interactieve paal zetten kinderen letterlijk en figuurlijk de eerste stap naar een veiligere, gezondere en duurzamere schoolomgeving. Het project bewijst dat gedragsverandering niet altijd begint met grote plannen, maar juist met kleine, herhaalbare acties die samen een vliegwiel vormen voor verandering.

Van achterbankgeneratie naar actieve mobiliteit

De mobiliteitstransitie begint bij de voordeur. In veel wijken is de auto nog steeds het dominante vervoermiddel, ook voor korte ritten naar school. Dat leidt tot opstoppingen, gevaarlijke situaties en een gebrek aan zelfstandigheid bij kinderen. Het High-Five-project speelt hierop in door kinderen te belonen als ze lopend of fietsend naar school komen. Via interactieve palen verzamelen ze digitale munten, die ze kunnen inwisselen voor speeltijd, lokale kortingen of leuke merchandise. Zo wordt actief vervoer niet alleen logisch, maar ook leuk.

Een video over het project:

Samenwerken aan een veilige schoolomgeving

In Noord-Limburg zijn inmiddels vijf basisscholen gestart met High-Five op school, verspreid over Bergen, Gennep en Venlo. De aanpak is laagdrempelig en schaalbaar: elke school krijgt eens per drie jaar een projectjaar, zodat het effect geborgd blijft. Gemeenten en scholen werken nauw samen met het High-Five-team, dat veel praktische taken uit handen neemt. De mascotte ‘superheld Five’ zorgt voor herkenbaarheid en enthousiasme bij kinderen. Zo ontstaat een beweging waarin veiligheid, vitaliteit en duurzaamheid hand in hand gaan.

Gezondheid, veiligheid en gedrag in beweging

High-Five is meer dan een gadget. Het project stimuleert gezonde gewoontes, vermindert CO₂-uitstoot en vergroot de verkeersveiligheid rondom scholen. Kinderen die bewegen vóór school presteren beter in de klas, ontwikkelen verkeersinzicht en bouwen sociale contacten op onderweg. Na één jaar High-Five komt gemiddeld 65% meer kinderen lopend of fietsend naar school1. Gemeenten die het project herhalen, zien zelfs een blijvende stijging van 21%. Dat maakt High-Five niet alleen effectief, maar ook duurzaam.

Parijs laat zien hoe vergroening en lopen hand in hand gaan

Vergroening in Parijs

In vijftien jaar tijd is Parijs onherkenbaar veranderd. Waar ooit auto’s domineerden, groeien nu bomen, ontstaan parkstraten en krijgen iconische plekken als de Eiffeltoren en de Champs-Élysées een heel nieuw, groen karakter. De luchtvervuiling halveerde en wandelen werd een vanzelfsprekende manier om de stad te ervaren.

Groene revolutie in de stad

Uitgeverij Blauwdruk bracht een speciale editie uit van ’scape magazine: The Greening Revolution – from Paris with love. In dit 192 pagina’s tellende themanummer worden meer dan vijftig projecten belicht die samen de groene transformatie van de Franse hoofdstad laten zien. In tekst én met prachtige beelden wordt getoond hoe monumentale locaties, bijvoorbeeld de Champs-Élysées, een hele nieuwe uitstraling krijgen door meer ruimte voor de voetganger en vergroening.

Wat deze editie bijzonder maakt, is de mix van verhalen en perspectieven. Ecologen, landschapsontwerpers en andere deskundigen laten zien hoe beleid, ontwerp en uitvoering samenkomen. Ze vertellen hoe parkeerplaatsen transformeerden tot parken, hoe nieuwe stadsbossen verrijzen en hoe vervallen stadsdelen weer aantrekkelijk werden.

Relevantie voor Ruimte voor Lopen

Voor Ruimte voor Lopen is dit themanummer meer dan een verzameling mooie plaatjes. Het laat zien hoe vergroening, klimaatadaptatie en lopen elkaar versterken. Groene boulevards bieden verkoeling in warme zomers én maken het aantrekkelijker om te voet te gaan. Wandelvriendelijke herinrichting zorgt ervoor dat actieve mobiliteit vanzelfsprekend onderdeel wordt van het dagelijks leven: een integrale aanpak die volledig aansluit bij de doelen van het Nationaal Masterplan Lopen.

Inspiratie voor andere steden

Parijs bewijst dat de keuze voor groen en voetgangers in korte tijd een stad ingrijpend kan veranderen. Daarmee is het een inspirerend voorbeeld voor andere steden die werken aan leefbaarheid, klimaatbestendigheid en walkability. Het laat zien dat beleid écht het verschil kan maken.

>