Wat kan Nederland van Hamburg leren als het gaat om ruimte voor lopen?

Hoe maak je van een autogerichte stad een plek waar voetgangers centraal staan? En hoe zorg je ervoor dat lopen vanaf het begin wordt meegenomen bij de inrichting van nieuwe wijken? Om inspiratie op te doen, reisde een delegatie van de City Deal en het Platform Ruimte voor Lopen eind oktober drie dagen naar Hamburg. Tijdens de studiereis wisselden de deelnemers kennis en ervaringen uit met Duitse collega’s en ontdekten ze hoe Hamburg werkt aan een aantrekkelijke, toegankelijke en voetgangersvriendelijke openbare ruimte.

De reis leverde waardevolle inzichten en concrete ideeën op voor het Nederlandse loopbeleid. Vier voorbeelden sprongen eruit.

Van ruimte voor auto’s naar ruimte voor mensen

Net als Rotterdam werd Hamburg na de Tweede Wereldoorlog grotendeels ingericht als autovriendelijke stad. Brede wegen en infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer bepaalden lange tijd het straatbeeld.

Inmiddels kiest Hamburg steeds vaker voor een andere inrichting. Op verschillende plekken in de binnenstad maakt de auto plaats voor voetgangers. Hierdoor ontstaat niet alleen meer ruimte om te lopen, maar ook om elkaar te ontmoeten, te ontspannen en te spelen.

Deze ontwikkeling laat zien dat straten meer kunnen zijn dan routes om je van A naar B te verplaatsen. Ze kunnen ook plekken worden waar mensen graag verblijven. Een belangrijke les voor Nederlandse steden die werken aan een leefbare en aantrekkelijke openbare ruimte.

HafenCity: lopen als uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling

Een van de indrukwekkendste voorbeelden tijdens de studiereis was HafenCity. Dit voormalige havengebied is de afgelopen jaren ontwikkeld tot een stadswijk waar wonen, werken, voorzieningen en openbare ruimte samenkomen.

Bijzonder aan HafenCity is de manier waarop looproutes zijn opgenomen in het ontwerp van de wijk. Een groot deel van deze routes ligt gescheiden van autowegen. Voetgangers kunnen zich daardoor via aantrekkelijke routes langs het water, door parken en andere openbare ruimtes verplaatsen, zonder steeds in aanraking te komen met gemotoriseerd verkeer.

Ook is er veel aandacht voor verbindingen met het openbaar vervoer en voor klimaatbestendige inrichting.

HafenCity laat zien wat er mogelijk is als lopen niet pas achteraf aandacht krijgt, maar vanaf het begin een belangrijk onderdeel vormt van de gebiedsontwikkeling.

Toegankelijkheid begint bij het ontwerp

Een openbare ruimte is pas echt voetgangersvriendelijk als iedereen er gebruik van kan maken. Tijdens een bezoek aan het Kompetenzzentrum für ein barrierefreies Hamburg werd duidelijk hoe belangrijk het is om toegankelijkheid vanaf de eerste ontwerpfase mee te nemen.

Het kenniscentrum liet verschillende oplossingen zien die de openbare ruimte toegankelijker maken voor mensen met een beperking. Denk aan veilige en overzichtelijke oversteekplaatsen voor mensen met een visuele of lichamelijke beperking, toegankelijke stations en zitplekken waar ook rolstoelgebruikers gemakkelijk kunnen aanschuiven.

De belangrijkste les: toegankelijkheid moet geen aanpassing achteraf zijn, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerp. Dat vraagt om samenwerking tussen ontwerpers, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen.

Walk & Ride: betere looproutes van en naar stations

Vrijwel iedere reis met het openbaar vervoer begint of eindigt met een stukje lopen. Toch gaat bij investeringen in de reis van deur tot deur vaak meer aandacht uit naar fietsvoorzieningen dan naar de kwaliteit van looproutes.

Hamburg laat met het programma Walk & Ride zien hoe dat anders kan. Binnen dit programma wordt onderzocht hoe de routes van en naar stations aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker kunnen worden gemaakt.

Door looproutes in kaart te brengen en barrières te onderzoeken, wordt duidelijk waar verbeteringen nodig zijn. Denk aan onveilige oversteekplaatsen, ontbrekende verbindingen of obstakels die het lopen minder aantrekkelijk maken.

Deze aanpak biedt ook kansen voor Nederland. Tijdens de studiereis ontstonden al eerste ideeën om de methode hier te testen en te onderzoeken hoe deze kan bijdragen aan betere loopverbindingen rondom stations.

Wat nemen we mee naar Nederland?

De studiereis naar Hamburg maakte duidelijk dat goed loopbeleid verder gaat dan het aanleggen van brede trottoirs. Het vraagt om een integrale aanpak, waarbij lopen een volwaardige plek krijgt binnen mobiliteit, ruimtelijke ordening, gebiedsontwikkeling en toegankelijkheid.

De voorbeelden uit Hamburg laten zien hoe verschillende keuzes elkaar kunnen versterken. Door autoverkeer minder dominant te maken, ontstaat ruimte voor ontmoeting en verblijf. Door looproutes vanaf het begin mee te ontwerpen, worden wijken aantrekkelijker en beter verbonden. En door toegankelijkheid als uitgangspunt te nemen, wordt de openbare ruimte bruikbaar voor meer mensen.

Voor de City Deal en het Platform Ruimte voor Lopen biedt de studiereis volop inspiratie om deze inzichten te vertalen naar de Nederlandse praktijk. De eerste ideeën voor verdere samenwerking en het testen van nieuwe aanpakken zijn inmiddels ontstaan.

De belangrijkste conclusie? Een stad die ruimte maakt voor lopen, maakt ruimte voor mensen.

Wat kunnen we leren van vrouwvriendelijke publieke ruimte?

Hoe veilig en prettig voelt een openbare ruimte als je er loopt? Die vraag staat centraal in de Toolbox Vrouwvriendelijke Publieke Ruimte van Witteveen+Bos. De toolbox bevat tientallen ontwerpprincipes voor een openbare ruimte die veiliger, inclusiever en toegankelijker is.

Hoewel de toolbox expliciet kijkt vanuit het perspectief van vrouwen, zijn veel van de inzichten breder toepasbaar. Ook ouderen, kinderen, gezinnen en andere gebruikers kunnen profiteren van een openbare ruimte die overzichtelijk, toegankelijk en sociaal veilig is.

Sociale veiligheid begint bij de inrichting

Voor voetgangers speelt sociale veiligheid een belangrijke rol. Goede verlichting, duidelijke zichtlijnen en overzichtelijke routes kunnen eraan bijdragen dat mensen zich prettiger voelen wanneer ze lopen.

Ook het voorkomen van geïsoleerde plekken is belangrijk. Een route kan technisch gezien goed beloopbaar zijn, maar toch onaantrekkelijk voelen als er weinig zicht is op de omgeving of als een plek verlaten en onoverzichtelijk is.

Dat maakt sociale veiligheid een belangrijk onderdeel van een goede loopomgeving.

Niet iedere voetganger heeft dezelfde behoeften

De toolbox benadrukt ook dat verschillende gebruikersgroepen verschillende behoeften hebben. Dat sluit aan bij een bredere opgave binnen voetgangersbeleid: de voetganger bestaat niet.

Een kind gebruikt de openbare ruimte anders dan een oudere. Iemand met een beperking kan weer andere eisen stellen aan een route of verblijfplek. Inclusief ontwerpen betekent daarom dat niet alleen wordt gekeken naar de gemiddelde gebruiker, maar naar de diversiteit van mensen die van de openbare ruimte gebruikmaken.

Meer dan alleen verplaatsen

Een aantrekkelijke loopomgeving gaat niet alleen over van A naar B komen. De openbare ruimte is ook een plek om te ontmoeten, spelen, wachten en verblijven.

Juist die combinatie is belangrijk. Een straat of plein waar mensen zich prettig voelen, kan uitnodigen om vaker te lopen en langer buiten te blijven. Daarmee raakt de kwaliteit van de openbare ruimte niet alleen aan mobiliteit, maar ook aan leefbaarheid en gezondheid.

Praktische handvatten voor professionals

De kracht van de toolbox is dat deze niet alleen uitgangspunten beschrijft, maar ook concrete ontwerpprincipes biedt. Daarmee kan de publicatie interessant zijn voor gemeenten, ontwerpers, beleidsmakers en andere professionals die werken aan de openbare ruimte.

De vraag die daarbij centraal kan staan is: hoe ontwerpen we een omgeving waarin mensen niet alleen kúnnen lopen, maar zich ook veilig, welkom en prettig voelen?

Bekijk de Toolbox Vrouwvriendelijke Publieke Ruimte van Witteveen+Bos:
https://issuu.com/witteveenbos/docs/witteveen_bos_toolbox_volledige_versie_vrouwvriend

Acht misvattingen die ruimte voor lopen in de weg kunnen zitten

De voetganger staat in steeds meer mobiliteitsvisies bovenaan. Toch betekent dat niet automatisch dat lopen ook in de praktijk de ruimte en prioriteit krijgt die daarbij passen. In de paper ‘Van STOMP naar Stappen’ zetten Lieke Hüsslage en Jos Hengeveld van Haskoning acht veelvoorkomende misvattingen over voetgangersbeleid op een rij.

Van ambitie naar praktijk

Het STOMP-principe heeft lopen een prominentere plek gegeven in het mobiliteitsbeleid. Stappen staat voorop, gevolgd door trappen, openbaar vervoer, Mobility as a Service en de privéauto. Maar een hoge plek in een beleidsvisie is nog geen garantie dat de voetganger ook bij concrete projecten, investeringen en de inrichting van de openbare ruimte als eerste wordt meegenomen.

Dat is één van de punten die in de paper centraal staan: hoe zorg je ervoor dat ambities voor lopen niet alleen op papier bestaan, maar ook zichtbaar worden in de uitvoering?

Lopen is meer dan van A naar B

Een andere misvatting is dat lopen vooral een manier is om jezelf te verplaatsen. De betekenis van lopen is breder. Een goede loopomgeving heeft niet alleen te maken met bereikbaarheid, maar ook met hoe mensen de openbare ruimte kunnen gebruiken en beleven.

Daarom vraagt goed voetgangersbeleid om meer dan losse stoepen of oversteekplaatsen. Het gaat om een samenhangend en functioneel netwerk van routes en plekken. De paper gaat onder meer in op hoe zo’n voetgangersnetwerk kan worden opgebouwd en hoe lopen structureel kan worden meegenomen in beleid en uitvoering.

Dé voetganger bestaat niet

Ook belangrijk: spreken over ‘de voetganger’ kan de indruk wekken dat het om één groep met dezelfde behoeften gaat. In werkelijkheid is de groep zeer divers.

Een kind dat zelfstandig naar school loopt, iemand die gebruikmaakt van een rollator of rolstoel en een oudere die onderweg regelmatig wil kunnen rusten, gebruiken dezelfde openbare ruimte op verschillende manieren. Eén voetgangersnetwerk moet voor al deze mensen kunnen werken.

Juist daarom verdienen toegankelijkheid, veiligheid en verschillende behoeften vanaf het begin een plek in beleid en ontwerp. Zoals Hüsslage bij de publicatie van de paper benadrukt: achter de term voetganger gaat een grote diversiteit aan gebruikers en behoeften schuil.

Benut ook bestaande projecten

Meer ruimte voor lopen hoeft bovendien niet altijd te beginnen met een apart voetgangersproject. Ook onderhoud, herinrichting en andere investeringen in de openbare ruimte bieden kansen om looproutes te verbeteren en knelpunten weg te nemen.

De paper laat zien hoe lopen kan worden meegenomen in bestaande projecten en investeringen. Daarmee wordt aandacht voor de voetganger niet iets dat er achteraf nog bij moet, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het proces.

Structurele aandacht voor lopen

Een goede ambitie is dus pas het begin. Om lopen echt een volwaardige plek te geven, is structurele aandacht nodig: in beleid, ontwerp en uitvoering, maar ook in monitoring. Alleen dan wordt zichtbaar of de doelen voor lopen daadwerkelijk worden bereikt en waar verbetering nodig blijft.

De acht misvattingen uit ‘Van STOMP naar Stappen’ helpen om kritisch te kijken naar vanzelfsprekendheden rond voetgangersbeleid. Want ruimte voor lopen op papier betekent nog niet automatisch ruimte voor lopen buiten.

Meer weten? Lees de paper ‘Van STOMP naar Stappen’ van Lieke Hüsslage en Jos Hengeveld van Haskoning en ontdek de acht misvattingen en bijbehorende praktische handvatten.

Download de paper.


Rotterdam loopt voorop!

Rotterdam is de eerste stad van Nederland met het internationale Global Active City-label. Een mooie erkenning voor de jarenlange inzet om sporten, bewegen en een gezonde leefstijl voor iedereen mogelijk te maken.

Dat Rotterdam hierin vooroploopt, zien we ook op het gebied van lopen.

Met Rotterdam Loopt zet de gemeente de voetganger nadrukkelijk op de kaart. Lopen staat hoog in het mobiliteitsbeleid en krijgt steeds meer ruimte in de inrichting van straten, pleinen en gebieden. Daarbij kijkt de gemeente niet alleen naar mobiliteit, maar ook naar gezondheid, toegankelijkheid, verblijfskwaliteit en ontmoeting.

Die ambitie wordt ook heel concreet. Zo ontwikkelde Rotterdam een Ontwerpwijzer voor de voetganger en een Loopmonitor waarmee beter inzicht ontstaat in waar en hoe mensen lopen. En op plekken als het Hofplein is de verandering inmiddels zichtbaar: minder ruimte voor doorgaand autoverkeer en juist meer ruimte voor lopen, groen en verblijf.

Het Global Active City-label onderstreept daarmee een bredere ontwikkeling: een actieve stad ontstaat niet alleen door mensen aan te moedigen om te bewegen, maar ook door de omgeving zo in te richten dat bewegen vanzelfsprekender, aantrekkelijker en toegankelijker wordt.

Mooi om te zien dat lopen daar in Rotterdam een duidelijke plek in krijgt.

Lees meer over het Global Active City-label: https://www.rotterdam.nl/rotterdam-active-city

Van ambitie tot ommetje: dit was het Nationaal Voetgangerscongres 2026

Nationaal Voetgangerscongres 2026

We waren erbij, van a tot z. Vandaag, donderdag 1 oktober, stond Kazerne Eindhoven volledig in het teken van de voetganger. Tijdens het Nationaal Voetgangerscongres 2026 kwamen professionals uit het hele land samen rond het thema ‘Vanuit de voetganger’. Met 29 presentaties, workshops en walkshops was er de hele dag ruimte voor kennis, praktijkvoorbeelden en vooral veel gesprekken over één vraag: hoe zorgen we ervoor dat lopen een vanzelfsprekend onderdeel is in de inrichting en ontwikkeling van onze steden en dorpen?

Eindhoven groeit, dus de ruimte moet anders anders worden ingericht

Dagvoorzitter Jacqueline Kerkhof opende de dag samen met Robert Strijk, wethouder mobiliteit van gaststad Eindhoven. Zijn boodschap was duidelijk: de stad groeit en dat vraagt om andere keuzes in de openbare ruimte. “De ambities van Eindhoven zijn groot. Als we iedereen laten reizen zoals we nu doen, wordt het niet leuk. Bij gebiedsontwikkeling moet de voetganger volop ruimte krijgen.” Een uitspraak die precies raakt aan de opgave waar veel gemeenten voor staan: groei mogelijk maken én zorgen dat buurten prettig, veilig en toegankelijk blijven voor mensen die lopen. Ook Eindhoven kiest er in zijn mobiliteitsbeleid nadrukkelijk voor om lopen aantrekkelijker en vanzelfsprekender te maken.

Van beleid naar praktijk

Daarna waaierden de deelnemers uit over het programma. De thema’s liepen uiteen van data, verkeersveiligheid en toegankelijkheid tot ontwerp en gedrag. Juist die breedte maakt het congres interessant: goed loopbeleid ontstaat niet op één afdeling en ook niet met één maatregel. Het vraagt om samenwerking tussen mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling, gezondheid, ontwerp en beheer. Ook vanuit Ruimte voor Lopen waren onder meer Martine de Vaan en Filip van As aanwezig, net als Karen van der Spek, programmaleider van de City Deal Ruimte voor Lopen. Op het informatieplein was er onder andere een informatiestand van ons te vinden.

Hoe ver is loopbeleid bij gemeenten?

In de laatste plenaire sessie stond het loopbeleid van gemeenten centraal. Martine de Vaan ging over dit thema in gesprek met Birgit Cannegieter van gemeente Utrecht, Stijn Altena van gemeente Nijmegen en stedenbouwkundige Annemieke Molster. Dat gesprek paste mooi bij een ontwikkeling die we al langer zien: lopen krijgt steeds vaker een eigen plek in gemeentelijk beleid. De volgende uitdaging is om ambities te vertalen naar keuzes in projecten, budgetten, ontwerpprincipes en de dagelijkse praktijk. Utrecht werkt bijvoorbeeld met een eigen Voetgangersaanpak om in de hele stad de kwaliteit van de ruimte voor voetgangers te verbeteren.

Een ommetje maakt meer dan een route

De slotwoorden waren aan schrijver en filosoof Pieter Hoexum, auteur van Kleine filosofie van het ommetje. Na een dag vol beleid, ontwerp en uitvoering bracht hij het onderwerp terug naar iets heel alledaags: gewoon een rondje door je eigen buurt. “Wie een ommetje maakt, ontplooit zichzelf als mens. En jouw aanwezigheid en voortbeweging door de buurt maakt het openbare leven waardevol.” Een mooie afsluiting, omdat het laat zien waar al dat loopbeleid uiteindelijk om draait: mensen die zich lopend door hun omgeving kunnen bewegen, er anderen ontmoeten en de buurt daadwerkelijk beleven.

Pieter Hoexum

Succes!

Voor ons was het Nationaal Voetgangerscongres 2026 zonder meer een succes. Veel onderwerpen die in Eindhoven langskwamen, sluiten rechtstreeks aan op het Nationaal Masterplan Lopen. Daarin werken partners aan 30 concrete acties, onder meer rondom loopbeleid, voetgangersvriendelijke gebiedsontwikkeling, kennis en data en een openbare ruimte die uitnodigt om te lopen. Het congres liet opnieuw zien hoeveel kennis en energie er al is. Nu is het zaak die kennis te blijven delen en vooral toe te passen. Zo maken we samen steeds meer Ruimte voor Lopen.

Een aantal berichten die we online zagen verschijnen:

Flaneren in Maastricht: van Groene Loper tot Maasoevers

Maastricht is een fantastische stad om in te lopen. Met de Maas die dwars door de stad stroomt, de historische binnenstad, de Groene Loper en de verbinding met het prachtige omliggende Zuid-Limburgse landschap. Maar ruimte voor lopen ontstaat niet vanzelf. De gemeente Maastricht zet hier stevig op in.

Tijdens een werkbezoek op 3 september liet Maastricht de partners van de City Deal Ruimte voor Lopen zien hoe de stad werkt aan meer ruimte voor lopen en fietsen. Beleidsadviseur Openbare ruimte Viviane de Groot en haar collega’s namen hen mee in de kansen én uitdagingen die daarbij komen kijken. Want ook complexe opgaven, zoals hoogwaterbescherming en scheepvaart, bieden mogelijkheden om lopen in de stad verder te verbeteren.

“Op het middenpad kun je flaneren en rustig van de omgeving genieten, maar door de toename van elektrische fietsen zijn de snelheidsverschillen tussen fietsers en voetgangers groter geworden. Wandelaars voelen zich hierdoor soms onveilig tussen snelle fietsers, terwijl fietsers zich op de rijbaan niet altijd veilig voelen tussen het autoverkeer.”

Flaneren kun je leren
Dat was voor de gemeente aanleiding om in 2021 te besluiten tot een aantal optimalisaties van de Groene Loper. “Er zijn verschillende fysieke maatregelen genomen: de maximumsnelheid is verlaagd van 50 naar 30 km/uur, oversteekplaatsen zijn verbeterd en op een aantal locaties worden fietsers naar de rijbaan geleid. Maar we hebben ook stevig ingezet op communicatie en gedragsverandering.”

De stad doopte het middenpad vorig jaar om tot Flaneerpad en introduceerde de Flaneer-etiquette ‘samen stapvoets – strolling together’. Fenna: “Op het Flaneerpad wordt iedereen uitgenodigd om stapvoets en vooral relaxt te genieten van de omgeving. Dit kan zowel te voet als op de fiets. Heb je meer haast? Dan fiets je over de rijweg.”

Een jaar na de introductie onderzocht de gemeente wat de maatregelen hebben opgeleverd. De gemiddelde snelheid van het autoverkeer op de Groene Loper blijkt gedaald, mede dankzij de fysieke aanpassingen. Ook maken meer voetgangers gebruik van het middenpad en zijn de flaneerregels inmiddels breed bekend. “Flaneerfietse’ is zelf gekozen tot Mestreechs woord van het jaar.”

Toch zijn er nog verbeterpunten. “Veel fietsers kiezen nog steeds voor het middenpad, vooral omdat ze zich op de rijbaan niet veilig voelen, en het is gewoon heel fijn fietsen op het middenpad,” vertelt Fenna. Daarom is op verzoek van de gemeenteraad in een pilot een volgende stap gezet. “Door de rijbaan in te richten als fietsstraat, waar de auto te gast is, willen we fietsers een veiliger gevoel geven en hen stimuleren de rijbaan te gebruiken.” 

Maastricht en het Zuidelijk Maasdal
Matthijs Willemsen (project Zuidelijk Maasdal) en Ferry Wahls (gemeente Maastricht) namen de City Deal partners mee in het project Zuidelijk Maasdal. Hierin werken zes overheden samen aan een toekomstbestendige inrichting van het gebied. “De Maas en het Zuidelijk Maasdal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De rivier en de oevers zijn belangrijk voor werkgelegenheid, ontspanning en wonen,” vertelt Matthijs.  “Tegelijkertijd zorgt klimaatverandering voor extremer weer en een grotere kans op overstromingen. Om de waterveiligheid te vergroten en de scheepvaart de ruimte te geven, zijn aanpassingen nodig. Die kunnen tegelijk kansen bieden voor natuur en recreatie.”

Matthijs: “Een belangrijke vraag in deze planvormingsfase is hoe we de verschillende opgaven kunnen benutten om ook de stad aantrekkelijker en leefbaarder te maken. Ook voor lopen liggen er nog volop kansen. Vooral aan de oevers van de Maas liggen er kansen voor wonen, recreatie en verblijf.”  

Ferry gaat daar dieper op in. “Maastricht is een stad van bruggen, niet van oevers,” stelt hij. De Sint Servaasbrug, de oudste nog bestaande brug van Nederland, is daar een kenmerkend voorbeeld van. Maar nu de oevers worden aangepast om de Maas meer ruimte te geven, ziet de stad ook kansen om opnieuw naar de relatie met de rivier te kijken. “Hoe maken we van de oevers plekken waar je graag wilt zijn? Waar je prettig kunt lopen en waar ruimte is voor ontmoeting?”

Ode aan Maastricht
Precies met die vragen richt Ferry zich tot de aanwezige City Deal-partners. Tijd om naar buiten te gaan, langs de Maas te lopen en de kennis en ervaring van de City Deal te benutten. Welke ideeën kunnen helpen om ook de oevers van de Maas in de toekomst plekken te maken waar je kunt flaneren, ontmoeten en genieten? Net als op de Groene Loper. Want flaneren hoort bij Maastricht, vertelt Ferry. En dat is niet nieuw. Benny Neyman zong het al in zijn Ode aan Maastricht:

Kom met me mee en flaneer,
Proef die bourgondische sfeer.

Breng beleid tot leven: Amsterdam laat mensen er doorheen lopen

In het kader van het Jaar van de Voetganger is voor de gemeente Amsterdam een themawandeling over wandelbeleid ontwikkeld: een routekaart die deelnemers langs plekken in de stad leidt waar beleidsthema’s rond wandelen letterlijk zichtbaar worden op straat.

Wie de themawandeling loopt, hoort via audiofragmenten verschillende projectleiders vertellen over uiteenlopende thema’s waar de gemeente Amsterdam aan werkt. Denk bijvoorbeeld aan spelen veiligheid, gezondheid, klimaat, groen en ontmoeten.

Deze kaart – ontwikkeld door Femke Hulshof – is een mooi voorbeeld van hoe je beleid tot leven kunt brengen — of overdragen — door er letterlijk doorheen te lopen. Dat werkt op twee niveaus tegelijk. Inhoudelijk gaat het om wandelbeleid, maar ook de vorm zelf draagt bij aan de boodschap: terwijl je wandelend informatie krijgt, zie je de toepassing van dat beleid direct om je heen op straat. Beleid wordt zo geen abstracte tekst, maar een tastbare ervaring op ooghoogte.

Wat deze aanpak bovendien interessant maakt, is hoe breed inzetbaar de vorm is. Een themawandeling is volledig op maat te maken en daardoor geschikt voor uiteenlopende onderwerpen. Denk aan onboarding, waarbij nieuwe medewerkers al wandelend kennismaken met een organisatie of gebied, of gebiedsontwikkeling, waarbij bewoners en stakeholders letterlijk worden meegenomen door de plannen. Eigenlijk leent elk thema dat je zowel wilt overbrengen als concreet wilt maken in de fysieke omgeving zich voor deze werkvorm.

Voor beleidsmakers die met wandelen te maken hebben, biedt dit een aansprekend format om over na te denken: je eigen thema als wandelroute, waarbij deelnemers er letterlijk doorheen lopen — en het daardoor veel beter beklijft dan via een presentatie of document.

Bekijk de wandelkaart van Amsterdam.

Nationaal Voetgangerscongres 2026: leer denken vanuit de voetganger

Op donderdag 1 oktober 2026 staat Eindhoven in het teken van lopen. Tijdens het Nationaal Voetgangerscongres 2026 komen professionals uit het hele land samen om kennis te delen, nieuwe inzichten op te doen en te werken aan een leefomgeving waarin de voetganger meer ruimte krijgt.

Het congres vindt plaats in Kazerne Eindhoven en heeft dit jaar als thema ‘Vanuit de voetganger’. Bezoekers kunnen kiezen uit maar liefst 29 presentaties, workshops en walkshops over actuele vraagstukken rond lopen en de openbare ruimte.

Platform Ruimte voor Lopen is een partner van het Nationaal Voetgangerscongres 2026.

Vanuit de voetganger

De ruimte in onze steden en dorpen staat steeds meer onder druk. Juist lopen, de meest vanzelfsprekende vorm van verplaatsen, heeft daardoor niet altijd de plek gekregen die het verdient.

Daar wil het Nationaal Voetgangerscongres verandering in brengen. Dit jaar staat daarom het denken en handelen vanuit de voetganger centraal. Hoe verdelen we de schaarse ruimte op een manier die werkt voor iedereen? Hoe zorgen we ervoor dat lopen vanzelfsprekend wordt meegenomen in beleid, ontwerp en besluitvorming? En hoe maken we lopen aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker voor iedereen?

Daarbij gaat het niet alleen om de inrichting van straten en pleinen. Ook bij bestuurders, beleidsmakers, ontwerpers, bedrijven en inwoners moet lopen nadrukkelijker op de agenda komen.

Eindhoven als gastheer

De gemeente Eindhoven is dit jaar gastheer van het congres. Als snelgroeiende stad staat Eindhoven zelf voor de opgave om voldoende ruimte te maken voor iedereen die zich te voet verplaatst of daarbij een hulpmiddel gebruikt.

Van dagelijkse routes naar werk en school tot aantrekkelijke plekken om elkaar te ontmoeten: lopen vormt volgens de gemeente een belangrijke basis voor een gezonde, inclusieve en duurzame stad. Eindhoven investeert daarom onder meer in een aantrekkelijke openbare ruimte, veilige infrastructuur en oplossingen waarbij de voetganger centraal staat.

Tijdens het congres is de stad niet alleen gastheer, maar vormt Eindhoven ook zelf het decor voor verschillende praktijkgerichte sessies.

Recordaantal inzendingen voor het programma

De belangstelling voor het Nationaal Voetgangerscongres is groot. Voor de editie van 2026 werd een recordaantal sessies ingediend. Na beoordeling door de jury is een programma samengesteld met 29 sessies, waaronder presentaties, workshops en walkshops.

De onderwerpen lopen sterk uiteen. Van data en gezondheidszorg tot mobiliteitsbeleid, inrichting van de openbare ruimte en verkeersveiligheid. Volgens de jury laat het programma zien dat het thema voetganger niet vanuit één afzonderlijk domein wordt benaderd, maar aansluit bij actuele vragen uit de praktijk.

Van fietsbeleid tot een walkshop door Eindhoven

Het programma is nadrukkelijk praktisch van aard. Zo gaan Wilma Slinger van CROW en Jan van Doggenaar van de Voetgangersvereniging tijdens een workshop in op voetgangersvriendelijk fietsbeleid. Centraal staat de vraag hoe fietsers en voetgangers allebei veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte.

Wie liever naar buiten gaat, kan deelnemen aan een walkshop door Eindhoven. Erik van Hal, tot en met 2025 verkeersplanoloog bij de gemeente Eindhoven, laat zien hoe het centrum van de stad is veranderd in een openbare ruimte met meer groen, meer ruimte voor voetgangers en minder auto.

Praktische kennis voor de dagelijkse praktijk

Ook andere actuele onderwerpen komen uitgebreid aan bod. Zo zijn er sessies over de gevolgen van verkeerscirculatieplannen voor voetgangers, het in kaart brengen van voetgangersstromen en de transformatie van een 80-kilometerweg naar een aantrekkelijke verbinding voor mensen die lopen.

Daarnaast komen onderwerpen als valpreventie in de openbare ruimte, veilig oversteken en het ontwerpen van aantrekkelijke looproutes aan bod.

Daarmee biedt het congres kennis die deelnemers direct kunnen toepassen in hun eigen gemeente, organisatie of project.

Samen meer ruimte maken voor lopen

Het Nationaal Voetgangerscongres brengt professionals uit verschillende vakgebieden bij elkaar die werken aan dezelfde opgave: een omgeving creëren waarin lopen vanzelfsprekender, aantrekkelijker en veiliger wordt.

Door kennis en praktijkervaring te delen en steeds opnieuw vanuit de voetganger naar de openbare ruimte te kijken, kan lopen een stevigere plek krijgen in beleid én op straat.

Praktische informatie

Datum: donderdag 1 oktober 2026
Locatie: Kazerne, Paradijslaan 8, Eindhoven
Thema: Vanuit de voetganger
Programma: 29 presentaties, workshops en walkshops

👉 Bekijk het volledige programma en lees alles over het Nationaal Voetgangerscongres 2026: https://www.nationaalvoetgangerscongres.nl/

Nieuwe regeling geeft Friese boerenland- en kerkenpaden weer toekomst

Goed nieuws voor wandelaars in Fryslân: de provincie stelt ruim € 1,5 miljoen beschikbaar voor een nieuwe boerenland- en kerkenpadenregeling. Daarmee komt er weer perspectief voor historische wandelroutes die de afgelopen jaren zijn verdwenen, afgesloten of in verval zijn geraakt. Recreatieschap Marrekrite gaat de regeling verder uitwerken.

Meer ruimte om te lopen door het Friese landschap

Boerenland- en kerkenpaden bieden wandelaars de mogelijkheid om plekken te bereiken die via gewone wegen vaak niet toegankelijk zijn. Ze lopen bijvoorbeeld over boerenland en verbinden dorpen, kerken en het omliggende landschap met elkaar.

Juist deze paden maken het mogelijk om Fryslân op een andere manier te voet te beleven. Ze vergroten het netwerk van aantrekkelijke wandelroutes en dragen bij aan meer mogelijkheden om dichtbij huis te wandelen.

Een eerdere inventarisatie liet zien dat er in Fryslân potentieel tot ongeveer 240 kilometer aan boerenland- en kerkenpaden beschikbaar kan zijn. Een deel daarvan is in de loop van de tijd afgesloten of in verval geraakt.

Van provinciale motie naar nieuwe regeling

De ChristenUnie Fryslân zette de boerenland- en kerkenpaden in november 2025 opnieuw op de provinciale agenda. De partij vroeg de provincie om samen met gemeenten, boeren en Recreatieschap Marrekrite te werken aan een structurele regeling voor herstel, beheer en vergoeding.

Daarbij werd niet alleen gewezen op de cultuurhistorische waarde van de paden, maar ook op het belang voor recreatie, gezondheid en leefbaarheid. Meer aantrekkelijke wandelroutes nodigen mensen uit om te lopen en maken het makkelijker om het landschap en de omgeving te voet te ontdekken.

Provinciale Staten heeft inmiddels besloten voor de komende vijf jaar € 1.537.500 beschikbaar te stellen voor een nieuwe regeling.

Marrekrite werkt regeling verder uit

Nu de financiering beschikbaar is, kan de regeling verder worden vormgegeven. Recreatieschap Marrekrite neemt hierin het voortouw en stelt een kwartiermaker aan. Die gaat de komende maanden aan de slag met onder meer de juridische en organisatorische aspecten.

Als alles volgens planning verloopt, kunnen in 2027 nieuwe contracten met boeren worden afgesloten. Een belangrijk uitgangspunt is dat nieuwe boerenland- en kerkenpaden worden geïnitieerd vanuit lokale gemeenschappen en wandelorganisaties. Zo kunnen routes ontstaan die aansluiten bij lokale wensen en bestaande wandelnetwerken.

Wandelen combineren met natuur en landschap

De afgelopen periode is ook onderzocht of boerenlandpaden kunnen worden gekoppeld aan bestaande regelingen binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Nu er provinciale basisfinanciering is, wordt verder gekeken of aan de wandelpaden bijvoorbeeld landschapselementen of andere ecosysteemdiensten kunnen worden toegevoegd. Daarmee kan een boerenlandpad niet alleen bijdragen aan meer ruimte om te lopen, maar ook aan de kwaliteit van natuur en landschap.

Langjarige afspraken blijven belangrijk

Wandelplatform Fryslân is blij dat de provincie geld beschikbaar stelt voor een nieuwe regeling. Wel blijft de looptijd van vijf jaar een aandachtspunt.

Voor een duurzaam netwerk van boerenlandpaden zijn langjarige afspraken met grondeigenaren belangrijk. Boeren moeten erop kunnen vertrouwen dat afspraken over beheer, vergoedingen en aansprakelijkheid goed geregeld zijn. Tegelijk hebben wandelaars er baat bij dat routes niet na enkele jaren weer verdwijnen.

Wandelplatform Fryslân gaat daarom met de provincie in gesprek over de vraag hoe binnen de beschikbare middelen voldoende continuïteit kan worden geboden.

Met de nieuwe regeling wordt in ieder geval een belangrijke stap gezet naar meer aantrekkelijke, veilige en bijzondere mogelijkheden om te lopen door het Friese landschap.

Foto: parelprojecten.nl

Singer-songwriter Tim Knol: “Ik kan me geen leven zonder wandelen meer voorstellen!”

Wandelen veranderde het leven van singer-songwriter Tim Knol. Hij viel dertig kilo af, ging gezonder leven en merkte dat hij zich ook mentaal beter voelde. In de podcast Gezond Ouder Worden vertelt hij hoe een eenvoudig ommetje uitgroeide tot een onmisbaar onderdeel van zijn dagelijks leven.

Van ongezond leven naar dagelijkse wandelingen

Als singer-songwriter leefde Tim lange tijd niet bepaald gezond. Hij had overgewicht, dronk te veel en sliep te weinig. Toen zijn vingers gevoelloos werden en hij de snaren van zijn gitaar niet meer goed kon voelen, stapte hij naar de huisarts.

De boodschap van de huisarts was duidelijk: als Tim gezond ouder wilde worden, moest hij zijn leefstijl veranderen. De sportschool trok hem niet, maar wandelen wilde hij wel proberen.

“Ik had eerst het idee dat wandelen niet leuk was. Ik ben ommetjes gaan maken en heb het rustig opgebouwd. Langzaam begon ik wandelen echt leuk te vinden.”

Inmiddels is wandelen niet meer uit zijn leven weg te denken.

“Nu zijn we zes jaar verder en kan ik me geen leven zonder wandelen meer voorstellen.”

Wandelen geeft rust en structuur

Wandelen helpt Tim niet alleen om lichamelijk gezond te blijven. Het geeft hem ook rust in zijn hoofd.

“Ik ben van nature best druk. Door alleen te wandelen, kan ik veel dingen op een rijtje zetten. Soms heb ik in het dagelijks leven helemaal geen overzicht, maar tijdens het wandelen krijg ik meer structuur.”

Dat wandelen goed kan zijn voor je stemming, wordt in de podcast uitgelegd door bewegingswetenschapper Marieke van Heuvelen. Tijdens het wandelen daalt het stressniveau en komen er stoffen vrij die een positieve invloed kunnen hebben op je stemming. Ook kan wandelen afleiding bieden van dagelijkse zorgen en een voldaan gevoel geven.

Nieuwe ideeën tijdens het wandelen

De wandelingen hebben ook invloed op Tims werk als muzikant. Vooral wanneer hij alleen wandelt, ontstaan er nieuwe ideeën.

“Wandelen is heel goed voor mijn muziek. Ik krijg er meer inspiratie door, maar daarvoor moet ik wel alleen wandelen.”

Tijdens zijn wandelingen is Tim minder met zijn telefoon bezig en besteedt hij meer aandacht aan zijn omgeving. Toch pakt hij zijn telefoon er af en toe even bij om een ingeving vast te leggen.

“Het notitieblok op mijn telefoon staat helemaal vol met nieuwe ideetjes. Af en toe noteer ik iets, maar dat is het dan ook.”

Goed voor lichaam én brein

Wandelen heeft volgens Van Heuvelen verschillende voordelen voor de gezondheid. Het kan onder andere bijdragen aan een lagere bloeddruk, een gezond cholesterolgehalte, gewichtsbeheersing en een stabielere bloedsuikerspiegel. Daarmee wordt ook het risico op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes en bepaalde vormen van kanker kleiner.

Daarnaast gebeurt er tijdens het wandelen van alles in je brein. Op korte termijn verbetert de doorbloeding en wordt het netwerk in je hersenen actiever. Wanneer je regelmatig blijft wandelen, kan dit ook op langere termijn positieve gevolgen hebben voor onder andere je geheugen, creativiteit en stemming.

Volgens de beweegrichtlijn is het advies om iedere week minimaal 150 minuten matig intensief te bewegen. Daarvoor hoef je niet meteen iedere dag 10.000 stappen te zetten. Wie weinig beweegt en begint met ongeveer 6.000 stappen, kan daar al gezondheidsvoordeel van hebben. Voor veel ouderen kan 7.000 tot 8.000 stappen per dag een passend doel zijn.

Wat begon met een paar korte ommetjes, groeide voor Tim uit tot een nieuwe manier van leven. Wandelen helpt hem om gezond te blijven, zijn hoofd leeg te maken en ruimte te vinden voor nieuwe muziek. Inmiddels is het een vast onderdeel van zijn dagelijks leven geworden en kan hij zich een leven zonder wandelen niet meer voorstellen.

Luister hier de hele podcast met hosts Larissa van der Wal en Margriet Bos: https://open.spotify.com/episode/2Qj59fCkvZpsSyGN4yaMn5?

Ook Amersfoort wil meer ruimte voor lopen op de Stadsring

Steeds meer steden kijken opnieuw naar de ruimte rond hun binnenstad. Verkeersringen die lange tijd vooral waren ingericht voor auto’s, krijgen geleidelijk een andere functie. Er komt meer ruimte voor groen, wandelen, fietsen en verblijf. Na onder meer Tilburg, Groningen, Eindhoven, Amsterdam en Utrecht klinkt nu ook in Amersfoort de roep om de Stadsring anders in te richten.

Burgerinitiatief Van Ring naar Park wil de Amersfoortse Stadsring stap voor stap veranderen in een groenblauw stadspark. De stichting zet zich hier sinds 2020 voor in en vraagt de gemeente met een petitie om samen met inwoners aan de plannen te werken.

Van verkeersroute naar groene verbinding
De Stadsring vormt volgens de initiatiefnemers nu nog een scheiding tussen de historische binnenstad en de omliggende gebieden. Door de route te vergroenen, kan deze juist een verbindende plek worden.

In de plannen is ruimte voor bomen, water, voetgangers, fietsers en ontmoeting. Auto’s hoeven niet helemaal van de Stadsring te verdwijnen. Het doorgaande verkeer zou wel vaker gebruik moeten maken van andere routes, terwijl bestemmingen in de binnenstad bereikbaar blijven.

Een groene Stadsring kan ervoor zorgen dat het gebied prettiger wordt om te lopen en te verblijven. Tegelijkertijd kan meer groen bijdragen aan verkoeling, opvang van regenwater, schonere lucht en meer biodiversiteit.

Andere steden zetten al stappen
Amersfoort is niet de enige stad die anders naar haar stadsring kijkt. In verschillende Nederlandse steden zijn plannen in ontwikkeling of worden wegen rond de binnenstad al opnieuw ingericht.

In Tilburg verandert de Cityring in een Parkring. De maximumsnelheid wordt er verlaagd en doorgaand autoverkeer wordt vaker naar de buitenste ringwegen geleid. Daardoor ontstaat langs de binnenstad meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen.

Groningen onderzoekt hoe de Diepenring kan veranderen van een verkeersroute in een plek waar mensen ook graag verblijven. Daarbij wordt gekeken naar minder verkeer en parkeerplaatsen en meer ruimte voor groen.

Amsterdam richt de Binnenring opnieuw in met meer ruimte voor fietsers en het openbaar vervoer. Op verschillende delen is de auto te gast. Utrecht ging nog een stap verder door de Catharijnesingel opnieuw open te graven. Waar jarenlang een weg lag, is nu weer water met wandelroutes en groen te vinden.

Ook Eindhoven werkt aan schonere mobiliteit en aantrekkelijkere openbare ruimte rond de Ring en in het centrum. Daar moet op termijn minder ruimte zijn voor vervuilend autoverkeer en meer voor lopen, fietsen en groen.

Amersfoort experimenteerde al met meer ruimte voor lopen
Hoe de Amersfoortse Stadsring er zonder doorgaand autoverkeer uit kan zien, werd in 2022 tijdelijk zichtbaar. Tijdens het evenement PITSTOP was een deel van de route een weekend afgesloten voor auto’s. Wandelen, fietsen, sport, buurtactiviteiten en deelvervoer kregen er tijdelijk meer ruimte.

Meer informatie vind je hier: https://stadszaken.nl/artikel/9375/ook-in-amersfoort-klinkt-de-roep-om-een-groene-stadsring

Slimme verlichting maakt voetgangers beter zichtbaar

Dynamische verlichting kan ervoor zorgen dat automobilisten een voetgangersoversteek op het juiste moment beter opmerken.
Mobiliteit.nl beschrijft hoe de gemeente Oss deze verlichting inzet en waarom de richting van het licht daarbij belangrijk is.
We vatten de belangrijkste inzichten uit het artikel samen.

Kinderen vragen aandacht voor oversteken

De aanleiding voor de dynamische verlichting kwam vanuit het jeugdcollege van gemeente Oss. Kinderen die met de gemeente meedenken, vroegen aandacht voor de veiligheid bij voetgangersoversteken.

In het artikel van Mobiliteit.nl vertelt Martijn Duijts, vakbeheerder openbare verlichting bij de Brabantse gemeente, hoe de gemeente vervolgens op zoek ging naar een passende oplossing. Daarbij was het belangrijk dat de oversteek opvalt wanneer dat nodig is. Verlichting die voortdurend opvallend aanwezig is, kan volgens hem na verloop van tijd juist minder aandacht trekken.

Verlichting reageert op voetgangers

De gemeente koos voor dynamische verlichting van Traffic-Care. De verlichting reageert wanneer een voetganger de oversteek nadert. Hierdoor onderscheidt de oversteek zich op dat moment van de rest van de omgeving.

Zoals Mobiliteit.nl uitlegt, gaat het daarbij niet simpelweg om het toevoegen van meer licht. De weg moet gelijkmatig verlicht blijven, terwijl de attentiewaarde rond de oversteek hoger wordt.

Licht vanuit de goede richting

Een interessant detail uit het artikel is de richting waarin de voetganger wordt verlicht. Wanneer licht alleen recht van boven komt, kan een automobilist vooral een silhouet zien.

Bij de oplossing in Oss wordt de voetganger daarom vanuit het perspectief van naderende automobilisten uitgelicht. De combinatie van verlichting van de voetganger, attentieverlichting en dynamische activering moet ervoor zorgen dat automobilisten eerder zien dat iemand wil oversteken.

Belangrijk onderdeel van een looproute

Voor Ruimte voor Lopen is het voorbeeld uit het artikel van Mobiliteit.nl interessant omdat het laat zien dat een wandelvriendelijke route uit veel verschillende onderdelen bestaat. Niet alleen de breedte van een trottoir of de ligging van een route telt. Ook de plekken waar voetgangers ander verkeer kruisen, moeten duidelijk en goed zichtbaar zijn.

Lees het artikel van Mobiliteit.nl

Mobiliteit.nl sprak met de gemeente Oss over de aanleiding, de technische werking en de toepassing van de dynamische verlichting. Lees het volledige artikel: Verhoog de attentiewaarde bij oversteken met dynamische verlichting.

>