Singer-songwriter Tim Knol: “Ik kan me geen leven zonder wandelen meer voorstellen!”

Wandelen veranderde het leven van singer-songwriter Tim Knol. Hij viel dertig kilo af, ging gezonder leven en merkte dat hij zich ook mentaal beter voelde. In de podcast Gezond Ouder Worden vertelt hij hoe een eenvoudig ommetje uitgroeide tot een onmisbaar onderdeel van zijn dagelijks leven.

Van ongezond leven naar dagelijkse wandelingen

Als singer-songwriter leefde Tim lange tijd niet bepaald gezond. Hij had overgewicht, dronk te veel en sliep te weinig. Toen zijn vingers gevoelloos werden en hij de snaren van zijn gitaar niet meer goed kon voelen, stapte hij naar de huisarts.

De boodschap van de huisarts was duidelijk: als Tim gezond ouder wilde worden, moest hij zijn leefstijl veranderen. De sportschool trok hem niet, maar wandelen wilde hij wel proberen.

“Ik had eerst het idee dat wandelen niet leuk was. Ik ben ommetjes gaan maken en heb het rustig opgebouwd. Langzaam begon ik wandelen echt leuk te vinden.”

Inmiddels is wandelen niet meer uit zijn leven weg te denken.

“Nu zijn we zes jaar verder en kan ik me geen leven zonder wandelen meer voorstellen.”

Wandelen geeft rust en structuur

Wandelen helpt Tim niet alleen om lichamelijk gezond te blijven. Het geeft hem ook rust in zijn hoofd.

“Ik ben van nature best druk. Door alleen te wandelen, kan ik veel dingen op een rijtje zetten. Soms heb ik in het dagelijks leven helemaal geen overzicht, maar tijdens het wandelen krijg ik meer structuur.”

Dat wandelen goed kan zijn voor je stemming, wordt in de podcast uitgelegd door bewegingswetenschapper Marieke van Heuvelen. Tijdens het wandelen daalt het stressniveau en komen er stoffen vrij die een positieve invloed kunnen hebben op je stemming. Ook kan wandelen afleiding bieden van dagelijkse zorgen en een voldaan gevoel geven.

Nieuwe ideeën tijdens het wandelen

De wandelingen hebben ook invloed op Tims werk als muzikant. Vooral wanneer hij alleen wandelt, ontstaan er nieuwe ideeën.

“Wandelen is heel goed voor mijn muziek. Ik krijg er meer inspiratie door, maar daarvoor moet ik wel alleen wandelen.”

Tijdens zijn wandelingen is Tim minder met zijn telefoon bezig en besteedt hij meer aandacht aan zijn omgeving. Toch pakt hij zijn telefoon er af en toe even bij om een ingeving vast te leggen.

“Het notitieblok op mijn telefoon staat helemaal vol met nieuwe ideetjes. Af en toe noteer ik iets, maar dat is het dan ook.”

Goed voor lichaam én brein

Wandelen heeft volgens Van Heuvelen verschillende voordelen voor de gezondheid. Het kan onder andere bijdragen aan een lagere bloeddruk, een gezond cholesterolgehalte, gewichtsbeheersing en een stabielere bloedsuikerspiegel. Daarmee wordt ook het risico op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes en bepaalde vormen van kanker kleiner.

Daarnaast gebeurt er tijdens het wandelen van alles in je brein. Op korte termijn verbetert de doorbloeding en wordt het netwerk in je hersenen actiever. Wanneer je regelmatig blijft wandelen, kan dit ook op langere termijn positieve gevolgen hebben voor onder andere je geheugen, creativiteit en stemming.

Volgens de beweegrichtlijn is het advies om iedere week minimaal 150 minuten matig intensief te bewegen. Daarvoor hoef je niet meteen iedere dag 10.000 stappen te zetten. Wie weinig beweegt en begint met ongeveer 6.000 stappen, kan daar al gezondheidsvoordeel van hebben. Voor veel ouderen kan 7.000 tot 8.000 stappen per dag een passend doel zijn.

Wat begon met een paar korte ommetjes, groeide voor Tim uit tot een nieuwe manier van leven. Wandelen helpt hem om gezond te blijven, zijn hoofd leeg te maken en ruimte te vinden voor nieuwe muziek. Inmiddels is het een vast onderdeel van zijn dagelijks leven geworden en kan hij zich een leven zonder wandelen niet meer voorstellen.

Luister hier de hele podcast met hosts Larissa van der Wal en Margriet Bos: https://open.spotify.com/episode/2Qj59fCkvZpsSyGN4yaMn5?

Ook Amersfoort wil meer ruimte voor lopen op de Stadsring

Steeds meer steden kijken opnieuw naar de ruimte rond hun binnenstad. Verkeersringen die lange tijd vooral waren ingericht voor auto’s, krijgen geleidelijk een andere functie. Er komt meer ruimte voor groen, wandelen, fietsen en verblijf. Na onder meer Tilburg, Groningen, Eindhoven, Amsterdam en Utrecht klinkt nu ook in Amersfoort de roep om de Stadsring anders in te richten.

Burgerinitiatief Van Ring naar Park wil de Amersfoortse Stadsring stap voor stap veranderen in een groenblauw stadspark. De stichting zet zich hier sinds 2020 voor in en vraagt de gemeente met een petitie om samen met inwoners aan de plannen te werken.

Van verkeersroute naar groene verbinding
De Stadsring vormt volgens de initiatiefnemers nu nog een scheiding tussen de historische binnenstad en de omliggende gebieden. Door de route te vergroenen, kan deze juist een verbindende plek worden.

In de plannen is ruimte voor bomen, water, voetgangers, fietsers en ontmoeting. Auto’s hoeven niet helemaal van de Stadsring te verdwijnen. Het doorgaande verkeer zou wel vaker gebruik moeten maken van andere routes, terwijl bestemmingen in de binnenstad bereikbaar blijven.

Een groene Stadsring kan ervoor zorgen dat het gebied prettiger wordt om te lopen en te verblijven. Tegelijkertijd kan meer groen bijdragen aan verkoeling, opvang van regenwater, schonere lucht en meer biodiversiteit.

Andere steden zetten al stappen
Amersfoort is niet de enige stad die anders naar haar stadsring kijkt. In verschillende Nederlandse steden zijn plannen in ontwikkeling of worden wegen rond de binnenstad al opnieuw ingericht.

In Tilburg verandert de Cityring in een Parkring. De maximumsnelheid wordt er verlaagd en doorgaand autoverkeer wordt vaker naar de buitenste ringwegen geleid. Daardoor ontstaat langs de binnenstad meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen.

Groningen onderzoekt hoe de Diepenring kan veranderen van een verkeersroute in een plek waar mensen ook graag verblijven. Daarbij wordt gekeken naar minder verkeer en parkeerplaatsen en meer ruimte voor groen.

Amsterdam richt de Binnenring opnieuw in met meer ruimte voor fietsers en het openbaar vervoer. Op verschillende delen is de auto te gast. Utrecht ging nog een stap verder door de Catharijnesingel opnieuw open te graven. Waar jarenlang een weg lag, is nu weer water met wandelroutes en groen te vinden.

Ook Eindhoven werkt aan schonere mobiliteit en aantrekkelijkere openbare ruimte rond de Ring en in het centrum. Daar moet op termijn minder ruimte zijn voor vervuilend autoverkeer en meer voor lopen, fietsen en groen.

Amersfoort experimenteerde al met meer ruimte voor lopen
Hoe de Amersfoortse Stadsring er zonder doorgaand autoverkeer uit kan zien, werd in 2022 tijdelijk zichtbaar. Tijdens het evenement PITSTOP was een deel van de route een weekend afgesloten voor auto’s. Wandelen, fietsen, sport, buurtactiviteiten en deelvervoer kregen er tijdelijk meer ruimte.

Meer informatie vind je hier: https://stadszaken.nl/artikel/9375/ook-in-amersfoort-klinkt-de-roep-om-een-groene-stadsring

Slimme verlichting maakt voetgangers beter zichtbaar

Dynamische verlichting kan ervoor zorgen dat automobilisten een voetgangersoversteek op het juiste moment beter opmerken.
Mobiliteit.nl beschrijft hoe de gemeente Oss deze verlichting inzet en waarom de richting van het licht daarbij belangrijk is.
We vatten de belangrijkste inzichten uit het artikel samen.

Kinderen vragen aandacht voor oversteken

De aanleiding voor de dynamische verlichting kwam vanuit het jeugdcollege van gemeente Oss. Kinderen die met de gemeente meedenken, vroegen aandacht voor de veiligheid bij voetgangersoversteken.

In het artikel van Mobiliteit.nl vertelt Martijn Duijts, vakbeheerder openbare verlichting bij de Brabantse gemeente, hoe de gemeente vervolgens op zoek ging naar een passende oplossing. Daarbij was het belangrijk dat de oversteek opvalt wanneer dat nodig is. Verlichting die voortdurend opvallend aanwezig is, kan volgens hem na verloop van tijd juist minder aandacht trekken.

Verlichting reageert op voetgangers

De gemeente koos voor dynamische verlichting van Traffic-Care. De verlichting reageert wanneer een voetganger de oversteek nadert. Hierdoor onderscheidt de oversteek zich op dat moment van de rest van de omgeving.

Zoals Mobiliteit.nl uitlegt, gaat het daarbij niet simpelweg om het toevoegen van meer licht. De weg moet gelijkmatig verlicht blijven, terwijl de attentiewaarde rond de oversteek hoger wordt.

Licht vanuit de goede richting

Een interessant detail uit het artikel is de richting waarin de voetganger wordt verlicht. Wanneer licht alleen recht van boven komt, kan een automobilist vooral een silhouet zien.

Bij de oplossing in Oss wordt de voetganger daarom vanuit het perspectief van naderende automobilisten uitgelicht. De combinatie van verlichting van de voetganger, attentieverlichting en dynamische activering moet ervoor zorgen dat automobilisten eerder zien dat iemand wil oversteken.

Belangrijk onderdeel van een looproute

Voor Ruimte voor Lopen is het voorbeeld uit het artikel van Mobiliteit.nl interessant omdat het laat zien dat een wandelvriendelijke route uit veel verschillende onderdelen bestaat. Niet alleen de breedte van een trottoir of de ligging van een route telt. Ook de plekken waar voetgangers ander verkeer kruisen, moeten duidelijk en goed zichtbaar zijn.

Lees het artikel van Mobiliteit.nl

Mobiliteit.nl sprak met de gemeente Oss over de aanleiding, de technische werking en de toepassing van de dynamische verlichting. Lees het volledige artikel: Verhoog de attentiewaarde bij oversteken met dynamische verlichting.

Arie Keppler Prijs 2026 laat zien wat ruimte voor lopen oplevert

Ruimte voor lopen bij De Laat - Arie Kepler Prijs 2026

Inspirerende projecten uit Noord-Holland

Hoe kan een goed ontworpen straat uitnodigen om vaker te lopen, elkaar te ontmoeten en langer te verblijven? Tussen de inzendingen voor de Arie Keppler Prijs 2026 staan verschillende projecten die daar concrete antwoorden op geven. De tweejaarlijkse prijs van MOOI Noord-Holland zet projecten en initiatieven in de schijnwerpers die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Uit 104 inzendingen heeft de vakjury twaalf projecten genomineerd. Voor de publieksprijs kan tot en met 16 augustus 2026 op alle 104 inzendingen worden gestemd.

Kwaliteit als maatschappelijke noodzaak

De prijs is vernoemd naar ingenieur en volkshuisvester Arie Keppler, die leefde van 1876 tot 1937. Als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst in Amsterdam zette hij zich in voor goede, gezonde en betaalbare woningen. Voor Keppler was kwaliteit in de gebouwde omgeving geen luxe, maar een maatschappelijke noodzaak. Zorgvuldige architectuur en stedenbouw konden volgens hem bijdragen aan welzijn en sociale samenhang. Die gedachte is nog steeds actueel. Een goede leefomgeving gaat niet alleen over gebouwen, maar juist ook over de ruimte ertussen: straten, pleinen en routes waar mensen zich veilig en prettig te voet kunnen verplaatsen.

De Laat geeft voetgangers ruimte

Een van de twaalf genomineerde projecten is de transformatie van winkelstraat De Laat in Alkmaar. Bureau B+B stedenbouw en landschapsarchitectuur ontwierp de vernieuwde straat in opdracht van gemeente Alkmaar en ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk. Het project beslaat ongeveer 5.000 vierkante meter en werd uitgevoerd in twee fasen, in 2022 en 2026.

Voor de herinrichting bestond De Laat grotendeels uit verharding. De straat had te maken met hittestress, wateroverlast, leegstand en een openbare ruimte die weinig uitnodigde tot lopen of verblijven. In het nieuwe ontwerp zijn de verkeersstromen anders georganiseerd, waardoor volgens de projectbeschrijving “voetgangers nu maximaal de ruimte” krijgen. Midden door de straat loopt een herkenbare loopstrook. Royale plantvakken zorgen voor groen en schaduw, bergen regenwater en worden afgewisseld met terrassen.

Meer walkability door integraal ontwerpen

De Laat laat zien dat een wandelvriendelijke straat niet ontstaat door alleen een paar extra bomen of bankjes toe te voegen. Eerst moet naar het grotere mobiliteits- en verblijfssysteem worden gekeken. Welke ruimte is nodig om comfortabel te lopen? Waar kunnen mensen rusten? Hoe voorkom je hittestress en wateroverlast? En hoe sluit de straat aan op andere belangrijke bestemmingen in de binnenstad?

Juist de combinatie van actieve mobiliteit, klimaatadaptatie, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit versterkt de walkability van een gebied. Een aantrekkelijke looproute ondersteunt bovendien het principe van de 15-minuten-stad: dagelijkse voorzieningen moeten veilig, comfortabel en prettig te voet bereikbaar zijn. Dat is niet alleen goed voor de bereikbaarheid, maar ook voor gezondheid, ontmoeting en de lokale economie.

Stemmen op ruimte voor kwaliteit

De Arie Keppler Prijs maakt zichtbaar hoeveel verschillende ontwerpkeuzes kunnen bijdragen aan een betere leefomgeving. De 104 inzendingen bieden daarmee ook inspiratie voor gemeenten, ontwerpers, bewoners en ondernemers die meer Ruimte voor Lopen willen creëren. Stemmen op de Arie Keppler Publieksprijs kan tot en met 16 augustus. De winnaars worden op 18 september 2026 bekendgemaakt tijdens het Festival voor Omgevingskwaliteit.

Projecten als De Laat sluiten goed aan bij het Nationaal Masterplan Lopen. Daarin staat de ambitie centraal om lopen een volwaardige en vanzelfsprekende positie te geven binnen mobiliteit en gebiedsontwikkeling. De inzendingen voor de Arie Keppler Prijs laten zien hoe die ambitie in de praktijk vorm kan krijgen: door de voetganger vanaf het begin mee te nemen in het ontwerp van straten, centra en andere openbare ruimtes.

Bekijk de inzendingen en stem.

Pius Park laat zien hoe lopen gebiedsontwikkeling kan verbinden

Pius Park in Panningen biedt een groene omgeving om te wonen, bewegen, leren en leven. Vrij of georganiseerd. Wat in maart 2017 begon met meer samenwerking tussen sportverenigingen, is uitgegroeid tot een unieke samenwerking in het hele gebied Panningen-Zuid.

Het resultaat is een groen en centraal gelegen beleef- en ontmoetingspark waar iedereen welkom is. Pius Park verbindt sport, onderwijs, zorg, wonen en ontmoeting met elkaar en vervult daarmee een belangrijke rol in de leefbaarheid en een gezonde levensstijl in Peel en Maas. Duurzaamheid loopt als een groene draad door het geheel.

Lopen als drager van gebiedsontwikkeling

Wat gebeurt er als lopen niet wordt gezien als bijzaak, maar als drager van gebiedsontwikkeling? In Pius Park krijgt lopen een duidelijke verbindende rol. De paden vormen de ruggengraat van het gebied en brengen onderwijs, sport, zorg, wonen en ontmoeting met elkaar in verbinding.

Daarmee gaat lopen verder dan verplaatsing van A naar B. Het draagt bij aan de manier waarop mensen het gebied beleven, gebruiken en elkaar ontmoeten. Een pad is dan niet alleen een route, maar ook een middel om gezondheid, ontmoeting en sociale verbinding vanzelfsprekender onderdeel te maken van het dagelijks leven.

Voetgangers en fietsers centraal

In de ontwikkeling van Pius Park is bewust gekozen voor een groene, toegankelijke en veilige omgeving waarin voetgangers en fietsers centraal staan. Waar de auto eerder een prominente plek innam, ontstaat nu een gebied waar bewegen, verblijven en ontmoeten meer ruimte krijgen.

De organisch aangelegde paden verbinden de verschillende functies in het gebied en sluiten aan op de omliggende wijk. Zo wordt bewegen een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven: voor scholieren, sporters, ouderen, bewoners van zorginstellingen, gezinnen en andere bezoekers.

Een park dat uitnodigt tot bewegen

Lopen draagt rechtstreeks bij aan de ambities van Pius Park op het gebied van gezondheid, ontmoeting en sociale verbinding. Het is de meest laagdrempelige vorm van bewegen en toegankelijk voor vrijwel iedereen.

Hoewel het park nog in ontwikkeling is, is nu al zichtbaar dat mensen zich wandelend door het gebied bewegen. Daardoor ontstaan spontane ontmoetingen en wordt Pius Park meer dan een verzameling voorzieningen. Het wordt een plek waar mensen elkaar kunnen tegenkomen, samen kunnen optrekken en zich thuis kunnen voelen.

Verbinding tussen generaties en organisaties

In de plannen rondom Pius Park wordt ook gekeken naar de maatschappelijke betekenis van lopen. Een wandeling kan letterlijk de verbinding vormen tussen generaties, bijvoorbeeld wanneer leerlingen samen optrekken met ouderen. Ook bezoekers van verschillende organisaties, verenigingen en voorzieningen kunnen elkaar onderweg ontmoeten.

Daarmee is lopen geen doel op zichzelf, maar een belangrijk middel om de maatschappelijke ambities van Pius Park zichtbaar en beleefbaar te maken. Het verbindt een school met een sportvereniging, zorg met de buurt en mensen die elkaar anders misschien niet vanzelf tegenkomen.

Meer wandelinitiatieven in Peel en Maas

Ook op andere plekken in de gemeente Peel en Maas zijn initiatieven die bijdragen aan een actievere leefstijl. Een voorbeeld daarvan is het Wandelbenkske in Panningen. Dit wandelinitiatief brengt buurtbewoners letterlijk in beweging en stimuleert ontmoeting in de eigen omgeving.

Daarnaast is er aandacht voor het Ommetje: een wandeling van ongeveer één kilometer die iedere dinsdag start bij het gemeenschapshuis. In het vernieuwde park wordt bekeken of dit Ommetje ook een plek kan krijgen binnen Pius Park.

Nieuwe betekenis voor paden

Bijzonder aan deze omgeving is niet alleen de fysieke inrichting, maar ook de ontwikkeling van nieuwe programmering. De komende periode wordt gekeken naar de mogelijkheden van Active Paths van Thrive Point. In dit model krijgen paden een bredere betekenis dan alleen lopen.

Paden kunnen dan ook bijdragen aan ontmoeting, activering, gezondheid en maatschappelijke verbinding. Daarmee sluit het goed aan bij de ambitie van Pius Park: een leefomgeving waarin wonen, bewegen, leren en leven samenkomen.

Meer informatie: www.piuspark.nl

Wandelen begint bij de voordeur

Wandelen begint bij de voordeur. In aflevering 6 van Groen Groeit Mee | De Podcast gaat Harry Boeschoten in gesprek met Ankie van Dijk, directeur van Wandelnet.

Ommetje

‘Even een ommetje lopen’ klinkt vanzelfsprekend, maar is dat lang niet altijd. In de podcastaflevering van Groen Groeit Mee gaat Harry Boeschoten in gesprek met Ankie van Dijk, directeur van Wandelnet, over wandelen, groen en de inrichting van onze leefomgeving. Voor het gesprek koos Ankie een plek aan de noordrand van Amersfoort: Land in Zicht. Die locatie staat voor haar symbool voor wat zij ‘verhokking’ noemt: de scherpe scheiding tussen wonen, recreëren en buiten zijn. “Een wijk, daar woon je. Hier ben je buiten en recreëer je”, vat ze samen. “Mijn droom is dat dit soort plekken meer verweven zijn met onze woongebieden.”

Voordeur

Volgens Ankie begint een gezonde leefomgeving bij nabijheid. Speelplekken, sportvoorzieningen, groen en recreatie zouden niet pas na een rit met fiets, bus of auto bereikbaar moeten zijn, maar logisch onderdeel moeten zijn van het dagelijks leven. Of, zoals zij het zegt: “Nu ligt veel van wat we belangrijk vinden nog te ver weg.” Juist daar raakt de podcast aan thema’s als walkability, actieve mobiliteit en de 15-minuten-stad. Een wandelvriendelijke wijk begint niet bij een recreatiegebied verderop, maar bij de voordeur. Kun je veilig oversteken? Is er groen in de buurt? Nodigt de route uit om te lopen? En sluit de straat aan op een groter wandelnetwerk?

Wandelnetwerk

In het gesprek komt ook het idee van een ‘recht op een ommetje’ voorbij. Volgens Ankie zit de kern niet per se in een formeel recht, maar in de vraag of we onze leefomgeving durven inrichten vanuit de lopende mens. “Er is een verschil tussen het auto- en wandelnetwerk: waar iedere woning vanzelfsprekend is aangesloten op het autonetwerk, geldt dat veel minder voor het wandelnetwerk. Daar is een inhaalslag te maken.” Wandelnet kijkt daarbij naar verschillende schaalniveaus: stoepniveau, straatniveau, wijkniveau en lange lijnen. Precies op die overgangen wordt zichtbaar of lopen echt vanzelfsprekend is, of dat routes onderweg vastlopen op barrières, ontbrekende doorsteken of onaantrekkelijke verbindingen.

Verbindingen

Een belangrijk cijfer uit het gesprek: volgens onderzoek van Wandelnet kan er in Nederland ongeveer 15.000 kilometer aan wandelpaden worden toegevoegd. Vooral aan de randen van woonwijken en in het buitengebied ontbreken nog veel wandelverbindingen. Dat gaat niet altijd om grote nieuwe infrastructuur. Vaak zit de winst juist in kleine schakels die bestaande looproutes met elkaar verbinden. “Soms gaat het om niet meer dan vijftig meter, maar zo’n doorsteek kan bepalen of een gebied voor wandelaars wel of niet bereikbaar wordt.” Volgens Ankie helpt een fijnmaziger wandelnetwerk ook om de druk op populaire natuurgebieden beter te spreiden. “Als het aanbod aan wandelpaden fijnmaziger en op meer plekken is, zal de druk op natuurgebieden ook vanzelf afnemen.”

Masterplan

De aflevering van Groen Groeit Mee laat goed zien waarom wandelen meer is dan recreatie. Het raakt aan gezondheid, bereikbaarheid, natuurbeleving, sociale ontmoeting en de kwaliteit van de openbare ruimte. Wandelnet zoekt daarom nadrukkelijk de samenwerking met andere organisaties, onder andere via NLBuiten. “Het vraagstuk van die fysieke infrastructuur voor wandelaars is vaak groter dan het wandelen of deze sector alleen”, zegt Ankie. Voor Ruimte voor Lopen is dat een herkenbare beweging. Ook in het Nationaal Masterplan Lopen staat centraal dat lopen een volwaardige en vanzelfsprekende plek verdient in mobiliteitsbeleid, ruimtelijke ontwikkeling en ontwerp. Niet als extraatje achteraf, maar als vertrekpunt voor een gezonde, toegankelijke en wandelvriendelijke leefomgeving.

Beluister de podcastaflevering van Groen Groeit Mee met Ankie van Dijk via Spotify, Apple Podcasts of YouTube.

Terugblik op de vijfde NML – werkbijeenkomst

De vijfde werkbijeenkomst van het Nationaal Masterplan Lopen stond in het teken van experimenteren. De partners van de City Deal Ruimte voor Lopen gingen op 11 juni met de deelnemers op deze zonnige dag aan de slag met inspirerende praktijkexperimenten en workshops rondom lopen, actieve mobiliteit en een gezonde openbare ruimte.  

Tijdens de verschillende deelsessies werden volop ervaringen gedeeld en nieuwe ideeën ontwikkeld. Zo presenteerde SmartwayZ.NL een nieuw beoordelingsinstrument voor looproutes naar het openbaar vervoer. Dit instrument, dat momenteel wordt ontwikkeld in samenwerking met de gemeente Tilburg en Breda University of Applied Sciences (BUas), beoordeelt looproutes niet alleen op afstand en reistijd, maar ook op aspecten als verkeersveiligheid, comfort, toegankelijkheid, bewegwijzering en de kwaliteit van de openbare ruimte. De ambitie is om de methode straks ook breder toepasbaar te maken in andere gemeenten.

Ook werd enthousiast meegedacht over de inspiratiegids die de Beweegalliantie opstelt met het oog op de provinciale statenverkiezingen van maart 2027. Deelnemers leverden waardevolle input op zowel de inhoud als de vorm. Daarbij was er brede overeenstemming dat provincies een belangrijke rol spelen in het stimuleren van bewegen in het algemeen en lopen in het bijzonder.

Denkend al een kind
Bas Warmerdam inspireerde de deelnemers met de resultaten van een onderzoek in opdracht van de City Deal onder 150 basisschoolleerlingen naar hoe kinderen vaker lopend naar school kunnen gaan. Hij daagde de deelnemers uit om weer even te denken als een kind en zo snel te komen tot creatieve oplossingen voor kleine ergernissen.

Tijdens de sessie Herinrichten op wijk- en straatniveau werden deelnemers meegenomen in de resultaten van een praktijkexperiment in Maastricht. Daar verkenden ontwerpers samen met 70-plussers en jongeren de stad. Vervolgens ervaarden zij, met behulp van onder andere een sterke bril, een rollator en een rolstoel, hoe de openbare ruimte wordt beleefd door verschillende doelgroepen. De sessie liet zien hoe ontwerpen vanuit het perspectief van gebruikers waardevolle inzichten oplevert voor een toegankelijkere en inclusievere leefomgeving. Om deze werkwijze verder te toetsen, zoekt de City Deal nog een gemeente met een interessant buitenruimteproject. Heb je interesse om mee te doen? Stuur dan een e-mail naar citydeal@ruimtevoorlopen. 

Stadszaken: maak de voetganger vertrekpunt van de buitenruimte

Wilma Slinger

In het artikel ‘Maak voetganger vertrekpunt van inrichting buitenruimte’ laat Stadszaken Wilma Slinger van CROW en Harry Boeschoten, voormalig programmadirecteur Groene Metropool bij Staatsbosbeheer, aan het woord. Hun boodschap is helder: begin niet bij de stenen, de rijbaan of de parkeeropgave, maar bij de mens die door de straat loopt. Of juist even blijft staan.

Wilma Slinger kennen we als boegbeeld en trekker van ‘lopen in het onderwijs’. Zij merkt in het artikel heel slim op: “Eigenlijk is de voetganger de enige die verblijft in de openbare ruimte.” Daarmee verschuift de vraag. Niet: past de voetganger er nog bij? Maar: hoe voelt deze plek als je er loopt, wacht, kijkt, oversteekt of iemand tegenkomt?

Groen hoort bij de route

Die manier van kijken maakt lopen direct groter dan mobiliteit alleen. Een goede looproute is niet alleen logisch en veilig, maar ook prettig. Denk aan bomen die verkoeling geven, bankjes op de juiste plek, duidelijke oversteekpunten en routes waar ook kinderen, ouderen en mensen met een hulpmiddel zich goed kunnen bewegen. In Stadszaken benadrukken Slinger en Boeschoten dat groen daarbij geen decoratie achteraf is. Het bepaalt mede of mensen een route kiezen, of ze zich prettig voelen en of een straat meer wordt dan een doorgang. Dat raakt precies aan wandelvriendelijkheid: de optelsom van bereikbaarheid, comfort, veiligheid en verblijfskwaliteit.

Lopen als basis

Boeschoten noemt lopen in het artikel een onderlegger van ruimtelijke ontwikkeling, basisvoorzieningen die vanaf het allereerste begin moeten meetellen. “Als je een wandelnetwerk niet beschouwt als een onderlegger van je ruimtelijke ontwikkeling, dan komt het niet goed”, zegt hij. Dat is een mooie uitspraak, omdat die concreet maakt waar het vaak misgaat. Daarbij vergelijkt hij lopen met andere infrastructuur. Woningen worden vanzelfsprekend aangesloten op riolering, elektriciteit en wegen. Een aansluiting op een logisch wandelnetwerk ontbreekt volgens hem nog te vaak.

Lees het volledige artikel via: Maak voetganger vertrekpunt van inrichting buitenruimte. Dit artikel van Stadszaken laat mooi zien waarom het nodig is dat lopen vanzelfsprekend meeweegt in beleid, ontwerp, kennis en uitvoering. Een wandelvriendelijke omgeving ontstaat niet vanzelf; die begint met professionals die leren kijken op ooghoogte.

Pieterpad toegankelijker met rolstoelvriendelijke route van ruim 500 kilometer

Wie denkt aan het Pieterpad, denkt aan een lange wandeltocht van Groningen naar Limburg. Voor veel mensen met een lichamelijke beperking was dat avontuur tot nu toe buiten bereik. Sinds 28 mei is daar verandering in gekomen. Het bekendste langeafstandswandelpad van Nederland heeft nu een officiële rolstoelvriendelijke variant van ruim 500 kilometer. Daarmee ontstaat een nieuwe mogelijkheid om de Nederlandse natuur van Pieterburen tot Sint-Pietersberg te beleven.

Avontuur in de natuur voor meer mensen

Voor veel wandelaars is een bospad vanzelfsprekend. Voor veel rolstoelgebruikers eindigt een route vaak zodra het asfalt ophoudt. De nieuwe Pieterpad Rolstoelroute wil juist dat verschil verkleinen.

De route is ontwikkeld voor mensen die gebruikmaken van all-terrain hulpmiddelen, zoals offroad rolstoelen, scootmobielen, rollators en kinderwagens. Dankzij brede profielbanden en elektrische ondersteuning worden ook onverharde paden toegankelijker.

Een groot deel van de 1,4 miljoen Nederlanders met een lichamelijke beperking krijgt hiermee toegang tot natuurgebieden die voorheen moeilijk bereikbaar waren. Niet alleen verharde paden, maar ook bosgebieden, heidevelden en heuvelachtig terrein maken onderdeel uit van de rolstoelvriendelijke route.

Twee jaar ontwikkelen, verkennen en aanpassen

De afgelopen twee jaar werkte stichting Moving Beyond Limits samen met verkenners uit de doelgroep en Stichting Pieterpad aan de ontwikkeling van de route.

Daarbij werd niet alleen gekeken naar de kwaliteit van de paden. Ook praktische zaken kregen aandacht, zoals toegankelijke toiletten, accommodaties, bereikbaarheid en informatievoorziening. Daarnaast werkten organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en verschillende Nationale Parken mee aan het wegnemen van obstakels op de route.

Van het oorspronkelijke Pieterpad kon uiteindelijk 84 procent behouden blijven. Voor plekken waar blijvende belemmeringen aanwezig zijn, zoals trappen, steile hellingen of uitgesleten paden, zijn alternatieve trajecten ontwikkeld. In totaal gaat het om 82 kilometer aan omleidingen.

Het resultaat is volgens de initiatiefnemers de langste rolstoelvriendelijke wandelroute van Europa. De route wordt een vast onderdeel van het officiële Pieterpad en bestaat uit 26 etappes die zijn ingedeeld op moeilijkheidsgraad, vergelijkbaar met het kleurensysteem van skipistes.

Inclusieve natuur vraagt blijvende aandacht

De opening van de route laat zien hoeveel verschil gerichte aanpassingen kunnen maken voor de toegankelijkheid van wandelroutes. Tegelijkertijd onderstrepen de initiatiefnemers dat er nog veel werk te doen is.

“Natuur is van iedereen, maar niet altijd voor iedereen”, zegt initiatiefnemer David Opdam van Moving Beyond Limits. De stichting wil de komende jaren verder werken aan toegankelijk wandelen en avontuurlijke recreatie in Nederlandse natuurgebieden.

Ook voor Stichting Pieterpad betekent de nieuwe route een belangrijke stap. Directeur Maarten Goorhuis zegt daarover: “Tot voor kort had ik gezegd dat het onmogelijk is om het Pieterpad in een rolstoel af te leggen. Het is fantastisch dat het avontuur van een lange afstandswandeltocht door Nederland nu ook voor deze doelgroep binnen bereik komt.”

Bron: Stichting Pieterpad

“De domeinen gezondheid en de fysieke kant vinden elkaar steeds beter”

Sophie Rijsman en Peternel Mereboer

GGD Gelderland-Midden is de eerste GGD die zich bij onze partners voegde. Waarom? “We vinden al een tijd dat we meer moeten samenwerken. Sinds de komst van de Omgevingswet gebeurt dat ook eindelijk geleidelijk meer. Peternel Mereboer en Sophie Rijsman vertellen in dit interview over hun redenen om zich aan te sluiten bij het Nationaal Masterplan Lopen.

Vanuit hun werk zien beiden dagelijks hoeveel impact de fysieke leefomgeving heeft op gezondheid. Tegelijkertijd merken ze dat gezondheid, ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit binnen veel gemeenten nog eilandjes zijn die mijlenver van elkaar liggen. Binnen Ruimte voor Lopen hopen ze die eilandjes te verbinden. “Juist die verbinding hebben we hard nodig om lopen vanzelfsprekender te maken.”

Gezondheid schuift steeds vaker aan bij ruimtelijke plannen

Mereboer en Rijsman werken beiden als adviseur gezonde leefomgeving; samen adviseren ze 15 gemeenten in hun regio. Over thema’s als beweegvriendelijke leefomgeving, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit, groen en sociale cohesie. Daarbij kijken ze nadrukkelijk naar de relatie tussen ruimtelijke keuzes en gezondheidseffecten op de lange termijn. “We werken allebei op het thema gezonde leefomgeving,” legt Rijsman uit. “Hoe kan de leefomgeving de gezondheid van inwoners beschermen énuitnodigen tot gezond gedrag?”

Dat raakt aan het domein ruimtelijke ontwikkeling. “Daarom schuiven we als GGD vaak aan bij gesprekken over gebiedsontwikkeling en omgevingsvisie”, legt Mereboer gevat uit. “We zitten dan écht aan tafel met de partijen die over deze thema’s beslissen. Bij nieuwbouwplannen van gemeenten en het maken van Omgevingsvisies denken wij mee. Daarbij nemen we ook gezondheidsbevorderende aspecten mee. Bijvoorbeeld de hoeveelheid ruimte voor bewegen, lopen en ontmoeten.”

Invloed Omgevingswet

Voorheen had gezondheid een minder grote rol bij zulke plannen. De Omgevingswet bracht daar verandering in. “De gemeente moet bij nieuwbouwplannen het belang van gezondheid meewegen. Het onafhankelijk advies van de GGD helpt bij deze afweging.” Rijsman vult aan: “Door deze wet is gezondheid een steeds nadrukkelijker – en vanzelfsprekender – onderdeel van ruimtelijke keuzes. Het gaat niet alleen om het aantal woningen dat je bouwt, maar vooral om hoe mensen zich straks door hun wijk bewegen. Een winkel, huisarts of school op loopafstand maakt een wereld van verschil.”

Ruimte voor Lopen brengt nieuwe werelden bij elkaar

Volgens Rijsman en Mereboer bevestigt het Nationaal Masterplan wat zij zien: lopen is allang niet meer een onderwerp van alleen verkeer of mobiliteit. Wij zien juist hoe verschillende domeinen steeds meer naar elkaar toegroeien binnen dit onderwerp. “Wel is het zo dat veel andere partners uit de ruimtelijke sector komen”, merkt Rijsman op. “Voor ons is dat juist een heel ander perspectief. “ Mereboer bevestigt dat: “De samenwerking tussen gezondheid en de fysieke kant is in veel gemeenten nog niet ergens belegd.”

Een andere kijk voor Ruimte voor Lopen

Aan de andere kant brengt het gezondheidsperspectief ook een andere blik mee voor Ruimte voor Lopen. Door vooral te kijken naar wat lopen oplevert voor de gezondheid. En dat gaat volgens Rijsman verder dan alleen de beweging op zich. “Minder autogebruik betekent niet alleen minder drukte op de weg, maar ook schonere lucht en minder geluidoverlast. Luchtverontreiniging is nu één van de grootste risico’s voor onze gezondheid. Dus elke keer dat iemand de auto laat staan en kiest voor lopen, draag je direct bij aan een gezondere leefomgeving.”

Raakvlak met mentale gezondheid en sociale cohesie

Daarnaast raakt lopen ook de thema’s mentale gezondheid en sociale cohesie. Rijsman noemt het belang van autonomie en ontmoeting in de wijk. “Dat je niet afhankelijk bent van een bus die één keer per uur gaat. Als je meer autonomie hebt in waar je gaat en staat, heeft dat positieve invloed op je mentale gezondheid.” Ook kleine ontmoetingen in de openbare ruimte maken volgens haar verschil. “Als je kan creëren dat mensen elkaar in de wijk tegenkomen, ook al is het een paar minuten een praatje, kan dat al veel impact hebben. Bij lopen gebeurt dat sneller, omdat je vertraagt.”

De fysieke leefomgeving bepaalt mede hoe gezond mensen leven

De beide adviseurs zien interessante ontwikkelingen in hoe de maatschappij als geheel kijkt naar gezondheid. Vroeger lag de nadruk in hun ogen te veel op individueel gedrag: genoeg bewegen was je eigen verantwoordelijkheid. Tegenwoordig groeit het besef dat de overheid daarin een faciliterende rol heeft. “De inrichting van de leefomgeving is belangrijk voor je gezondheid”, klinkt het unaniem.  Zorg ervoor dat de volgende zaken kloppen in jouw gemeente:

  • De openbare ruimte moet uitnodigen tot bewegen;
  • Voorzieningen en activiteiten moeten op loopafstand zijn;
  • En er moet beleid komen waarin lopen en andere vormen van actieve mobiliteit een structurele plek heeft.

Dat die shift er is en nog meer moet doorkomen, zien ze ook terug in de cijfers. “In onze regio haalt maar 50% van de mensen de beweegnorm”, vertelt Rijsman. “Dan kun je niet meer volhouden dat mensen het met individueel gedrag moeten oplossen. Dat zij zelf verantwoordelijk zijn om meer te lopen.”

Samen werken aan een loopvriendelijke leefomgeving

Voor Rijsman en Mereboer laat het Nationaal Masterplan Lopen zien dat steeds meer domeinen elkaar beginnen te vinden rond hetzelfde doel: een leefomgeving waarin lopen vanzelfsprekender wordt.  En precies daarin zit volgens hen de kracht van Ruimte voor Lopen en het Nationaal Masterplan Lopen: verschillende werelden samenbrengen om Nederland stap voor stap wandelvriendelijker, gezonder en socialer te maken.

Van ambitie naar uitvoering: Arnhem werkt aan een echte loopstad

Hoe maak je van lopen een vanzelfsprekend onderdeel van stedelijk beleid? Arnhem geeft daar een concreet antwoord op met het nieuwe loopbeleid én een uitvoeringsagenda met 22 maatregelen, planning en budget. Daarmee kiest de stad nadrukkelijk voor een aanpak waarin lopen niet losstaat van andere opgaven, maar juist verbonden wordt aan gezondheid, openbare ruimte, bereikbaarheid en leefbaarheid.

Van mobiliteitsplan naar loopbeleid

De basis voor het Arnhemse loopbeleid werd gelegd in het Duurzaam Mobiliteitsplan. Daarna volgde een uitgebreid traject waarin verschillende beleidsvelden, organisaties en belangengroepen werden betrokken.

Annemieke Molster, bestuursadviseur mobiliteit bij de gemeente Arnhem, dacht na over wat de gemeente kan doen om van Arnhem een echte loopstad te maken: “1000 ideeën borrelen op, maar wat is het hardste nodig? Wat is de samenhang tussen alle maatregelen? Hoe wordt het een sterk verhaal dat doelen van allerlei verschillende beleidsvelden samenbrengt en tegelijk verankerd is in het vorig jaar vastgestelde Duurzaam Mobiliteitsplan?”

Juist die zoektocht naar samenhang maakt de Arnhemse aanpak interessant. Het loopbeleid raakt namelijk aan veel meer dan alleen mobiliteit. In het document worden ook gezondheid, klimaat, sociale cohesie, recreatie en toegankelijkheid expliciet genoemd. Die brede aanpak zie je ook terug in de partijen die betrokken waren bij de totstandkoming. Van Wandelnet tot het Arnhems Platform voor Chronisch zieken en Gehandicapten, van ondernemersorganisaties tot het sportbedrijf.

Een loopvriendelijke stad vraagt om detailniveau

Sterk aan het Arnhemse beleid is dat het niet blijft hangen in algemene ambities. Het document benoemt heel concreet waar voetgangers in de stad tegenaan lopen. Zo wordt beschreven dat grote wegen barrières vormen tussen buurten, dat goede oversteekplaatsen ontbreken en dat voetpaden regelmatig te smal zijn of worden geblokkeerd door obstakels. Ook sociale veiligheid wordt expliciet genoemd als reden waarom mensen soms liever niet lopen.

Een veelzeggende quote van een voetganger op het fietspad van station Arnhem Zuid richting werkgebied Gelderse Poort luidt: “Dan moet je eerst naar beneden en dan weer naar boven en dan een drukke weg oversteken en dan denk je: laat maar.” Juist dat soort dagelijkse ervaringen maken duidelijk waarom goed loopbeleid belangrijk is. Een wandelvriendelijke stad ontstaat niet vanzelf. Het zit vaak in relatief kleine ontwerpkeuzes die bepalen of lopen prettig, logisch en veilig voelt.

22 maatregelen met planning en budget

Om van visie naar uitvoering te komen, bevat de uitvoeringsagenda 22 acties, uitgewerkt langs 3 paden:

  • Pad 1: loopvriendelijke inrichting van de stad;
  • Pad 2: stimuleren van een loopcultuur;
  • Pad 3: lopende organisatie.

Sommige maatregelen bouwen voort op bestaand mobiliteitsbeleid, andere komen juist voort uit sport, recreatie of aangenomen moties.

Opvallend is hoeveel aandacht Arnhem besteedt aan kennisontwikkeling en monitoring. Arnhem wil onder meer voetgangers tellen op hoofdlooproutes, recreatieve wandelstromen monitoren en beter inzicht krijgen in valongevallen. Daarnaast werkt de gemeente aan een Arnhemse Ontwerpwijzer Beweegvriendelijke Openbare Ruimte. Die moet ontwerpers helpen om lopen en verblijf een logischere plek te geven in zowel bestaande wijken als nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Arnhem laat zien hoe integraal loopbeleid eruitziet

Het Arnhemse loopbeleid sluit nadrukkelijk aan op landelijke ontwikkelingen zoals het Nationaal Masterplan Lopen en de City Deal Ruimte voor Lopen. De gemeente noemt lopen daarin niet alleen een vorm van mobiliteit, maar ook een manier om de stad gezonder, inclusiever en prettiger te maken.

Het volledige loopbeleid van Arnhem is hier te lezen.

Start van het inclusiepact: samenwerken aan toegankelijke openbare ruimte

Op 20 april ging het Inclusiepact Toegankelijke Openbare Ruimte van start. Een belangrijke stap richting een openbare ruimte waarin iedereen zich vrij en veilig kan verplaatsen. Niet alleen voor mensen met een beperking, maar voor álle voetgangers.

Lopen is de basis van hoe we ons verplaatsen. Of je nu onderweg bent naar werk, school of de winkel: een veilige en toegankelijke omgeving maakt het verschil. Denk aan brede stoepen, veilige oversteekplaatsen en duidelijke routes. Dat is belangrijk voor mensen met een beperking, maar net zo goed voor kinderen, ouderen en eigenlijk voor iedereen.

Verder bouwen op wat er al is
Tien jaar na de ratificatie van het VN-verdrag Handicap is er al veel gebeurd. Gemeenten, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties zetten zich dagelijks in voor betere toegankelijkheid. Het Inclusiepact Toegankelijke Openbare Ruimte bouwt hierop voort, waarbij co-creatie, leren van elkaar en structurele verankering centraal zullen staan.

Binnen het pact werkt een gemeente samen met haar lokale ervaringsdeskundigen en met Visio Zicht op Toegankelijkheid. Die samenwerking zorgt voor waardevolle inzichten uit de praktijk. Want wie dagelijks obstakels ervaart, weet als geen ander wat beter kan. Door die kennis te combineren met beleid en ontwerp, ontstaan oplossingen die écht werken.

Brede aanpak: meer dan toegankelijkheid alleen
Wat het pact extra krachtig maakt, is de brede blik: toegankelijkheid wordt niet los gezien, maar gekoppeld aan mobiliteit, verkeersveiligheid, gezondheid en leefbaarheid. De betrokkenheid van onder meer de ministeries van VWS en BZK en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten onderstreept het brede commitment om toegankelijkheid gezamenlijk verder te versterken. Zo bouwen we samen aan een openbare ruimte waarin lopen vanzelfsprekend en aantrekkelijk is – voor jong en oud, met of zonder beperking.

Vijf gemeenten aan de slag
In deze eerste fase nodigen de initiatiefnemers vijf gemeenten uit die hun bestaande aanpak willen versterken. Met ondersteuning van Visio en ruimte voor eigen invulling werken zij aan praktische, duurzame verbeteringen. De lessen die zij opdoen, zijn straks waardevol voor andere gemeenten die ook werk willen maken van een toegankelijke en loopvriendelijke omgeving.

Meer weten of meedoen?
Meer weten over het inclusiepact of wil je als gemeente meedoen? Kijk op de website van Visio Zicht op Toegankelijkheid.

>