“Mijn ouders namen me als kind mee op wandelvakantie en dat vond ik altijd verschrikkelijk. Hoeveel ik wel niet heb geklaagd over hoelang we nog moesten lopen!” Je kunt het je haast niet voorstellen, maar voetgangersexpert Dennis van Sluijs had er in zijn vroege jaren niets mee.
Wandelen of lopen, het liet hem koud. Totdat hij als twintiger Ruimtelijke Ontwikkeling ging studeren aan Windesheim en zijn oog liet vallen op de specialisatie Mobiliteit. “Hoewel die studie helemaal niet zoveel sprak over de voetganger”, haalt Van Sluijs terug. “Dat kwam pas op mijn vizier tijdens mijn stage. Ik deed onderzoek naar de looproute van een parkeerlocatie naar het centrumgebied van de stad.”
Via via kwam de student in contact met Martine de Vaan, grondlegger van de weeting. Aanvankelijk voor een interview, maar dat groeide uit tot meer. “Bij haar en gemeente Amersfoort ben ik gaan afstuderen. Onderwerp van mijn afstudeerstage? De taxonomie van stedelijke loop- en wandelroutes. “Eigenlijk is de interesse voor de voetganger dus toevallig gegroeid.”
Vaste wandelroutine in de ochtend
Ook in persoonlijke sfeer heeft lopen een plaats verworven in zijn leven. Van Sluijs: “Ik loop iedere ochtend voordat ik naar mijn werk ga. Een halfuurtje met de hond. Dat geeft me een stukje rust en ontspanning. Als ik dat niet doe, ga ik echt anders de dag in. Dat heb ik ook met de lunchwandeling tijdens mijn werk: laat ik die achterwege, dan word ik het werken ergens halverwege de middag zat.” De eerste ochtendwandeling voor zijn werk, maakte hij tijdens corona. “De Ommetjes-app was nét uit. De app waarmee je voor iedere gezette stap punten krijgt en een wandeling voor 7 uur ’s ochtends leverde helemaal veel bonspunten op. Sindsdien ben ik dat blijven doen.”
Belang goede wandelroutes zelf ervaren
Als snel in zijn carrière maakte Van Sluijs de stap van ‘de voetganger’ in het algemeen naar toegankelijke voetgangersnetwerken. We vragen hem wanneer bij hem het besef kwam dat dit zo’n belangrijk punt is. “Dat was toen ik net 4 maanden werkte. Ik kreeg een blindedarmontsteking, moest daarvoor onder het mes en zat twee dagen in een rolstoel. Een relatief korte tijd, maar lang genoeg om me te verbazen over letterlijk ieder klein randje, ieder ribbeltje. Iedere oneffenheid tussen stoeptegels voelde ik als pijn in mijn hele lijf. Op dat moment dacht ik echt: ‘jeetje, je zou dit maar ieder moment ervaren.”
Deze persoonlijke ervaring benadrukte voor Van Sluijs de urgentie om verder te gaan op dit onderwerp. “Mensen onderschatten vaak de toegankelijkheid. Voor het gros van de mensen is het ook zo normaal dat ze het niet eens doorhebben. Zij realiseren zich niet dat ze mensen soms volledig uitsluiten. Bijvoorbeeld door ‘eventjes’ de auto op de stoep te parkeren, waardoor er voor iemand in een rolstoel als het ware een gesloten slagboom op de stoep staat. Die persoon kan niet even van de rand van de stoep afstappen en op de rijbaan verder gaan.”
80% van de mensen staat niet stil bij het voetpad
In het vervolg van ons gesprek geeft Van Sluijs de schatting dat 80% van alle Nederlanders niet eens beseft dat er zoveel voetpaden zijn. Zeker in de meeste woonstraten. “Ze beseffen ook niet dat ze hun fiets op het voetpad zetten. Of dat de kliko éénmaal in de week midden op het trottoir staat. Dat maakt het werken aan goede voetgangersnetwerken voor mij nog belangrijker. Het zou toch mooi zijn als iedereen zich bewust wordt van het gebruik van het voetpad.”
“Dat meer mensen gaan lopen zonder het door te hebben”
Dat is zijn ambitieuze wens voor de toekomst: dat mensen naar de supermarkt lopen omdat de omgeving daartoe uitnodigt. Niet omdat ze extra stappen willen zetten, maar omdat het fijn lopen is. “Dat brengt met zich mee dat de leefomgeving daarop aangepast moet worden. 20 minuten lopen tussen gevels, terwijl je fietsen en kliko’s moet ontwijken, dat is gewoon niet zo prettig. Waarom zou je dan tussen de dag door een rondje maken te voet?










