Toegankelijke openbare ruimte begint bij ruimte voor iedereen

Hanneke over toegankelijkheid openbare ruimte

“Van verlichting en ononderbroken zichtlijnen tot veilige en obstakelvrije routes. Ontwerpen vanuit de mens met verschillende variaties in zicht leidt tot een beter toegankelijke openbare ruimte voor iedereen.” Hanneke de Boer vertelt in dit interview waarom dit zo is. Daarbij besteedt ze volop aandacht aan de gids voor shared space die in oktober zal verschijnen.

Universal Design

De Boer werkt bij één van onze partners: Visio, een revalidatie- en expertisecentrum voor mensen met een visuele beperking. Binnen veel afdelingen ligt de focus op individuele begeleiding. “Maar mijn afdeling, Visio Zicht op Toegankelijkheid, is een vreemde eend in de bijt”, lacht de adviseur toegankelijkheid. De focus ligt op fysieke omgeving. We denken mee met organisaties, overheden en instellingen over hoe zij de fysieke omgeving toegankelijk kunnen inrichten. Zowel binnen als buiten.” Daarbij gaan zij en haar collega’s uit van het principe ‘Universal Design’: Ontwerpen vanuit de diversiteit van gebruikers, zodat een omgeving vanaf het begin voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk is.

Haar vertrekpunt is de kennis die ze zelf in huis heeft over wat mensen met een visuele beperking nodig hebben. “Toegankelijk ontwerpen gaat echter verder dan één doelgroep”, stelt ze. “Om die reden zijn onze adviezen niet alleen gericht op mensen met variaties in zicht. Logische routes, goed leesbare borden en overzichtelijke voetpaden: daarmee help je uiteindelijk véél meer mensen.”

Belang visuele toegankelijkheid

Wel benadrukt De Boer het belang van visuele toegankelijkheid. “Als je de ruimte goed inricht voor mensen die minder goed zien, doe je het voor 80% voor iedereen goed. De resterende 20% vraagt maatwerk. Daarbij kunnen belangen van mensen soms botsen.” Als voorbeeld geeft ze een voelbare trottoirrand. Voor iemand met een visuele beperking is die heel helpend om een route te volgen; voor iemand die zich voortbeweegt in een rolstoel is dat juist een obstakel. De uitdaging is dan om iets te bedenken dat voor iedereen bruikbaar is, zonder dat het de ander noemenswaardig tot last is.

Verlichting en overzicht maken verschil

Een vaak onderschat onderdeel is verlichting, geeft de adviseur aan. “Niet alleen de hoeveelheid licht telt, maar ook de verdeling ervan. Je hebt heel vaak van die witte vlekken onder een lantaarnpaal en daarna weer een donkere plek. Doordat die egaliteit zo slecht is, is het veel moeilijker om goed de straat te overzien.”  Naast verlichting zijn goed overzicht en zichtlijnen belangrijke voorwaarden. “Je kunt niet overal van tevoren zien waar iedereen vandaan komt. Overzicht is daarom belangrijk: dat je zo goed mogelijk kunt overzien wat er gebeurt.”

Shared space vraagt om voorwaarden

Ook bij shared space is toegankelijkheid een belangrijk thema. Het concept is niet per definitie ‘ontoegankelijk’, maar je moet goed kijken naar de functie van een gebied. “Het is niet de bedoeling dat je op een doorgaande weg met auto’s, fietsers en voetgangers alle verkeersstromen door elkaar laat gaan.” In haar ogen werkt een shared space vooral wanneer verblijven belangrijker is dan zo snel mogelijk van A naar B gaan.   

Vrijheid én houvast bieden

Omdat toegankelijkheid ook zo’n belangrijk thema is bij shared space werkt Visio aan een gids over toegankelijke shared space. “Als aanvulling op eerdere richtlijnen van onder andere het CROW. De nieuwe versie gaat dieper in op visuele toegankelijkheid en kijkt naar grotere gebieden, zoals stationsomgevingen.” De kern van een toegankelijke shared space vat De Boer samen in één gedachte: “Een toegankelijke shared space biedt vrijheid voor wie dat wil en houvast voor wie dat nodig heeft.”

Ontwerpen vanuit verschillende gebruikers

Tijdens het interview laat de Visio-medewerker vallen dat een deel van de oplossing ligt in het loslaten van de gemiddelde gebruiker als uitgangspunt. “Heel veel dingen zijn echt op hoogte ingesteld op de gemiddelde lange man met zijn ooghoogte op 1,60 meter. En als je daar niet aan voldoet, als je klein bent of in een rolstoel zit, dan heb je gewoon pech.”

Vaak is dit ook een blinde vlek: je weet hoe iets is als je het zelf ervaart. Om die reden werken ze bij Visio met de zogenoemde gouden driehoek: opdrachtgever, ervaringsdeskundige en inhoudsdeskundige. “Je kunt niet zonder elkaar. De ervaringsdeskundige geeft aan: dit heb ik nodig. De inhoudsdeskundige maakt de vertaling naar het ontwerp.”

De volgende stap naar toegankelijkheid

Steeds meer organisaties en gemeenten zien het belang van toegankelijkheid, zo ziet de De Boer. De uitdaging zit volgens haar vooral in de praktische uitvoering. “Het besef komt wel steeds meer: we moeten er wat mee. Maar nu is de vraag: hoe moeten we dat dan gaan doen?”

Voor Ruimte voor Lopen is dat precies de beweging die nodig is: lopen als vanzelfsprekende vorm van mobiliteit, waarbij iedereen mee kan doen. Een wandelvriendelijke omgeving ontstaat niet alleen door ruimte te maken voor voetgangers, maar door die ruimte zo te ontwerpen dat mensen met verschillende mogelijkheden zich veilig en zelfstandig kunnen bewegen.

Van wandelhater tot pleitbezorger voor toegankelijke voetgangersnetwerken.

Dennis van Sluijs

“Mijn ouders namen me als kind mee op wandelvakantie en dat vond ik altijd verschrikkelijk. Hoeveel ik wel niet heb geklaagd over hoelang we nog moesten lopen!” Je kunt het je haast niet voorstellen, maar voetgangersexpert Dennis van Sluijs had er in zijn vroege jaren niets mee.

Wandelen of lopen, het liet hem koud. Totdat hij als twintiger Ruimtelijke Ontwikkeling ging studeren aan Windesheim en zijn oog liet vallen op de specialisatie Mobiliteit. “Hoewel die studie helemaal niet zoveel sprak over de voetganger”, haalt Van Sluijs terug. “Dat kwam pas op mijn vizier tijdens mijn stage. Ik deed onderzoek naar de looproute van een parkeerlocatie naar het centrumgebied van de stad.”

Via via kwam de student in contact met Martine de Vaan, grondlegger van de weeting. Aanvankelijk voor een interview, maar dat groeide uit tot meer. “Bij haar en gemeente Amersfoort ben ik gaan afstuderen. Onderwerp van mijn afstudeerstage? De taxonomie van stedelijke loop- en wandelroutes. “Eigenlijk is de interesse voor de voetganger dus toevallig gegroeid.”

Vaste wandelroutine in de ochtend

Ook in persoonlijke sfeer heeft lopen een plaats verworven in zijn leven. Van Sluijs: “Ik loop iedere ochtend voordat ik naar mijn werk ga. Een halfuurtje met de hond. Dat geeft me een stukje rust en ontspanning. Als ik dat niet doe, ga ik echt anders de dag in. Dat heb ik ook met de lunchwandeling tijdens mijn werk: laat ik die achterwege, dan word ik het werken ergens halverwege de middag zat.” De eerste ochtendwandeling voor zijn werk, maakte hij tijdens corona. “De Ommetjes-app was nét uit. De app waarmee je voor iedere gezette stap punten krijgt en een wandeling voor 7 uur ’s ochtends leverde helemaal veel bonspunten op. Sindsdien ben ik dat blijven doen.”

Belang goede wandelroutes zelf ervaren

Al snel in zijn carrière maakte Van Sluijs de stap van ‘de voetganger’ in het algemeen naar toegankelijke voetgangersnetwerken. We vragen hem wanneer bij hem het besef kwam dat dit zo’n belangrijk punt is. “Dat was toen ik net 4 maanden werkte. Ik kreeg een blindedarmontsteking, moest daarvoor onder het mes en zat twee dagen in een rolstoel. Een relatief korte tijd, maar lang genoeg om me te verbazen over letterlijk ieder klein randje, ieder ribbeltje. Iedere oneffenheid tussen stoeptegels voelde ik als pijn in mijn hele lijf. Op dat moment dacht ik echt: ‘jeetje, je zou dit maar ieder moment ervaren.”

Deze persoonlijke ervaring benadrukte voor Van Sluijs de urgentie om verder te gaan op dit onderwerp. “Mensen onderschatten vaak de toegankelijkheid. Voor het gros van de mensen is het ook zo normaal dat ze het niet eens doorhebben. Zij realiseren zich niet dat ze mensen soms volledig uitsluiten. Bijvoorbeeld door ‘eventjes’ de auto op de stoep te parkeren, waardoor er voor iemand in een rolstoel als het ware een gesloten slagboom op de stoep staat. Die persoon kan niet even van de rand van de stoep afstappen en op de rijbaan verder gaan.”

80% van de mensen staat niet stil bij het voetpad

In het vervolg van ons gesprek geeft Van Sluijs de schatting dat 80% van alle Nederlanders niet eens beseft dat er zoveel voetpaden zijn. Zeker in de meeste woonstraten. “Ze beseffen ook niet dat ze hun fiets op het voetpad zetten. Of dat de kliko éénmaal in de week midden op het trottoir staat. Dat maakt het werken aan goede voetgangersnetwerken voor mij nog belangrijker. Het zou toch mooi zijn als iedereen zich bewust wordt van het gebruik van het voetpad.”

“Dat meer mensen gaan lopen zonder het door te hebben”

Dat is zijn ambitieuze wens voor de toekomst: dat mensen naar de supermarkt lopen omdat de omgeving daartoe uitnodigt. Niet omdat ze extra stappen willen zetten, maar omdat het fijn lopen is. “Dat brengt met zich mee dat de leefomgeving daarop aangepast moet worden. 20 minuten lopen tussen gevels, terwijl je fietsen en kliko’s moet ontwijken, dat is gewoon niet zo prettig. Waarom zou je dan tussen de dag door een rondje maken te voet?”

Nieuwe gastdocenten melden zich

Er hebben zich weer nieuwe gastdocenten gemeld die bereid zijn hun kennis over lopen en voetgangers over te dragen aan studenten. Het gaat om Maureen Walen van Visio Zicht op Toegankelijkheid en kennisplatform Kennis Over Zien, Patty Muller van de Voetgangersvereniging Nederland en Marijn Veraart van CROW.

Ze zijn toegevoegd aan de lijst van gastdocenten die de werkgroep Lopen in het hoger onderwijs vorig jaar ter beschikking heeft gesteld. Ben je docent aan een universiteit of hogeschool en wil je je studenten graag meer kennis bijbrengen over het belang van lopen, hoe je lopen kunt stimuleren of hoe je de openbare ruimte loopvriendelijk en toegankelijk kunt inrichten? Vraag dan een gastdocent!

De volledige lijst met gastdocenten kun je vinden op deze pagina.

Expertise toegankelijkheid
Maureen Walen is een nieuwe gastdocent met als expertise toegankelijkheid. Ze werkt bij expertisecentrum Visio Zicht op Toegankelijkheid en kennisplatform Kennis over Zien en wil zich graag inzetten om haar kennis aan de man te brengen bij studenten.

‘Hoe mooi is het om studenten in het hoger onderwijs mee te nemen in een wereld waar ontwerpen en inrichten niet alleen functioneel is, maar ook inclusief, empathisch en voor iedereen toegankelijk. Het draait om meer dan buitenruimte, gebouwen en beleid – het gaat om mensen, om écht kijken en luisteren. Visio Zicht op Toegankelijkheid kijkt ernaar uit om samen met studenten te verkennen hoe je ruimte maakt, letterlijk en figuurlijk, voor iedereen. Want universeel ontwerpen is geen extraatje — het is de basis van een samenleving waar niemand buiten de lijnen hoeft te vallen.’

Maureen en haar collega’s hebben al ervaring met het geven van zogenaamde Kennis en Bewustwordingssessies aan gemeenten en andere instanties. Dit gebeurt meestal in samenwerking met lokale ervaringsdeskundigen die de situatie in de gemeente goed kennen. Hierbij ontdekken ze regelmatig dat het geen onwil is, maar dat deelnemers vaak  niet realiseren wat toegankelijkheid inhoudt.  Bewustwording is de basis om te komen tot  dialoog en begrip. Daarvoor is een eerste sessie genaamd ‘Introductie Toegankelijkheid’ er. Maar er zijn nog andere type sessies die Maureen in haar repertoire heeft! Neem gerust contact met Maureen op voor vragen of als je meer wilt weten over toegankelijkheid van de openbare ruimte.

(On)toegankelijkheid van voetpaden onder de loep

(On)toegankelijkheid van voetpaden

“Elke voetganger verdient veiligheid en comfort”, schreef communicatie-expert Caroline Tilleman onlangs op LinkedIn. Waarna ze verschillende aspecten aan voetgangerspaden noemt die niet prettig zijn voor mensen met een handicap. Een goed moment om eens stil te staan bij de (on)toegankelijkheid van voetpaden en bij hoe wij werken aan meer toegankelijkheid en inclusie.

Caroline: “handicapvriendelijkheid is een verbetering voor iedereen.” Om dat punt te bereiken, is volgens haar echter een heel andere manier van denken nodig. Zo geeft ze aan dat er veel urban planners geen rekening houden met bepaalde punten, waar mensen zonder handicap geen handicap mee hebben. Denk dan aan:

  • Gras, grasdallen en andere vergroening;
  • sommige mensen kunnen geen enkele trap lopen, zelfs geen één trede of een drempel of de rand van het voetpad;
  • sommige mensen kunnen maar 100 meter aan één stuk wandelen voordat ze moeten rusten.
  • het is moeilijk om te slalommen, zeker als je niet 100% goed te been bent. “We vragen deze inspanning niet van automobilisten en fietsers, waarom dan wel van voetgangers…”

Samenwerking met expert-partners

Zeer belangrijke punten, waarvoor wij steeds meer oog beginnen te krijgen. We willen namelijk garanderen dat de belangen van iedereen worden meegenomen bij het creëren van meer ruimte voor lopen. Om die reden werken we veel samen met expert-partners. Namens de Vrije Universiteit Amsterdam neemt er bijvoorbeeld een man met een visuele beperking deel aan het platform. Hij kan goed uit eerste hand vertellen wat er nodig is om een omgeving fijn te maken voor iemand die minder goed ziet. Daarnaast is onze contactpersoon bij gemeente Zwolle expert op het gebied van toegankelijkheid van de openbare ruimte. 

(On)toegankelijkheid in Nationaal Masterplan Lopen

Ook het Nationaal Masterplan Lopen benadrukt het belang van inclusie en toegankelijkheid voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. Het document bevat specifieke passages die hierop ingaan. Hieronder vindt u enkele relevante citaten met de bijbehorende paginanummers:

  • Inclusieve openbare ruimte: “De term ‘inclusieve openbare ruimte’ betekent dat de behoeften van iedereen zijn meegenomen in het ontwerp van de buitenruimte. Of je nu jong of oud bent, cisgender man of transgender vrouw, of je nu een beperking of een hogere leeftijd hebt.”
  • Toegankelijkheid voor mensen met een beperking: “Een goed ingerichte openbare ruimte is toegankelijk voor elke gebruiker zodat die zich zelfstandig kan voortbewegen zonder hulp van derden.”
  • Betrekken van belanghebbenden bij het ontwerp: “Om de ruimte écht volledig inclusief te maken voor iedereen, dient die: toegankelijk te zijn voor alle inwoners; veilig aan te voelen voor iedereen; stimulerend te zijn; en belanghebbenden (bijvoorbeeld mensen met een beperking) te betrekken bij het ontwerp ervan.”
  • Inclusief ontwerp en toegankelijkheid: “Mensen hebben geen beperking, maar het is de omgeving die je beperkt maakt.”
  • Toegankelijkheid van looproutes:“Er is gekozen om in vier steden (Amersfoort, Zwolle, Apeldoorn en Arnhem) onderzoek te doen naar de toegankelijkheid tussen het openbaar vervoer en de gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf.”
  • Autonomie en vrijheid: “Voor jongeren of mensen met een beperking ontstaat meer vrijheid als ze naar een bestemming kunnen lopen en niet afhankelijk zijn van anderen.”

Deze passages illustreren het streven naar een inclusieve en toegankelijke openbare ruimte, waarin rekening wordt gehouden met de diverse behoeften van alle burgers, inclusief mensen met een beperking.

Handboek ‘toegankelijkheid’ gebruikt bij visie Harderwijk toegankelijk voor iedereen

Harderwijk toegankelijk maakt gebruikt van Handboek Goudappel

Adviesbureau Goudappel maakte het handboek Toegankelijkheid Openbare Ruimte met de meest gestelde vragen en antwoorden over toegankelijkheid. Hoe pak je toegankelijkheid aan? Welke afwegingen maak je? De beleidsvisie ‘Harderwijk toegankelijk voor iedereen’ maakte handig gebruik van die inzichten. In een interview op Goudappel vertellen experts Dennis van Sluijs en Marco Aarsen erover.

“Het is belangrijk de ‘waarom’-boodschap centraal te stellen”, zegt Marco al snel. Waarom willen we toegankelijk zijn? “Het gaat om mensen. Door de openbare ruimte vanuit deze beleving te benaderen, begrijp je waarom bepaalde zaken wenselijk zijn of juist niet.” “Een inclusieve openbare ruimte is zo ingericht dat iedereen van dezelfde voorzieningen en mogelijkheden gebruik kan maken en niemand wordt buitengesloten. Zo wordt de openbare ruimte van ons allemaal”, voegt Dennis toe.

Brede doelgroepenbenadering

De twee experts kiezen daarbij voor een brede doelgroepenbenadering. “Bij toegankelijkheid denken we al snel aan mensen met een beperking. Maar ook andere doelgroepen hebben extra aandacht nodig wat betreft toegankelijkheid van de openbare ruimte, zoals senioren of mensen met een kinderwagen of rollator.” Harderwijk streeft daarom naar toegankelijkheid en zelfstandige mobiliteit voor:

  • Iedereen met een fysiek hulpmiddel;
  • Iedereen met een zintuigelijke of lichamelijke beperking;
  • Iedereen met een verstandelijke beperking;
  • Kinderen;
  • Oudere mensen.

Lees meer in ‘Openbare ruimte van en voor iedereen.’

>