Gemeente Utrecht zet in op echte voetgangersstad met Beleidsnota Voetganger

De gemeenteraad van Utrecht heeft op 26 februari de Beleidsnota Voetganger vastgesteld. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting een stad waar lopen vanzelfsprekend wordt in het dagelijks leven. De beleidsnota vertaalt bestaande ambities uit onder meer de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040 naar concrete uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee krijgt de voetganger voor het eerst een duidelijke plek in het Utrechtse beleid.

Lopen hoort bij het dagelijks leven

In het voorwoord van de beleidsnota wordt de kern van het beleid meteen duidelijk: “We zijn allemaal voetgangers. Of we nu een ommetje maken, naar school lopen of de bus halen: lopen hoort bij ons dagelijks leven.”

Toch is de stad daar nog lang niet overal goed op ingericht. Op sommige plekken stopt de stoep plotseling, zijn oversteekplaatsen onduidelijk of is de ruimte te krap voor mensen met een kinderwagen, rolstoel of rollator. Met de nieuwe beleidsnota wil de gemeente Utrecht dat veranderen. Het doel is om lopen, net als fietsen, een vanzelfsprekende manier van verplaatsen te maken. Niet alleen voor recreatie, maar juist ook voor dagelijkse routes in de stad.

Groene Ommetjes in elke wijk

Een belangrijk onderdeel van het Utrechtse beleid zijn de Groene Ommetjes. Dit zijn aantrekkelijke wandelroutes door de wijk die woningen verbinden met voorzieningen zoals scholen, winkels, parken en sportplekken.

De ambitie is dat zo’n route voor iedereen binnen circa 100 meter van de voordeur bereikbaar is. Langs deze routes is aandacht voor schaduw, groen en plekken om even te zitten. Routes verbinden parken en andere groene plekken met elkaar en nodigen uit om vaker naar buiten te gaan.

Birgit Cannegieter – Couwenberg, coördinator Voetgangersaanpak bij de gemeente Utrecht, schrijft hierover op LinkedIn: “Stap voor stap bouwen we in Utrecht aan netwerken van Groene Ommetjes in de wijken. Daarmee nodigen we iedereen uit om er (vaker) lopend op uit te gaan.”

De routes worden niet alleen door de gemeente bepaald. Inwoners worden actief betrokken bij het aanwijzen en verbeteren van de routes in hun wijk. Zij kennen hun buurt immers het beste.

Van beleid naar straatniveau

De beleidsnota gaat niet alleen over ambities, maar ook over concrete keuzes in het ontwerp van de openbare ruimte. Zo maakt deze bijvoorbeeld concreet hoeveel ruimte voetgangers nodig hebben. De gewenste minimale vrije doorloopruimte is 2,20 meter, zodat mensen elkaar comfortabel kunnen passeren en ook voldoende ruimte hebben als zij een kinderwagen, rollator of rolstoel gebruiken. Drukkere routes kunnen breder worden ingericht, passend bij het aantal voetgangers.

Ook obstakels op stoepen krijgen aandacht. Objecten zoals lantaarnpalen, terrassen of laadpalen moeten zo geplaatst worden dat er voldoende vrije doorgang blijft voor voetgangers. Daarnaast wil de gemeente barrières in de stad beter aanpakken. Wegen, water en spoorlijnen kunnen voetgangersroutes namelijk onderbreken. Door betere oversteekplaatsen, bruggen of tunnels moeten wijken beter met elkaar verbonden worden.

Een stap richting een wandelvriendelijke stad

De beleidsnota is niet het eindpunt, maar een belangrijke tussenstap. De uitgangspunten voor voetgangersruimte worden de komende jaren verder uitgewerkt in ontwerpprincipes en richtlijnen voor de openbare ruimte. Daarmee wordt lopen structureel meegenomen in nieuwe projecten, herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen.

Nieuwsgierig naar de volledige aanpak? Lees hier de volledige Beleidsnota Voetganger van de gemeente Utrecht.

Leidraad Toegankelijkheid helpt openbare ruimte op orde te krijgen

De nieuwe publicatie ‘Leidraad Toegankelijkheid’ van CROW is verschenen. Wegbeheerders vinden hierin aanknopingspunten voor het ontwerp, de inrichting en het beheer van de buitenruimte en voor het mogelijk maken van toegankelijke mobiliteit bij verschillende vervoerwijzen. Beleidmakers kunnen er kennis in opdoen over hoe je toegankelijkheid in een beleidsproces vormgeeft. Die samenhang tussen beleid en uitvoering is bepalend voor de mate waarin een openbaar gebied daadwerkelijk toegankelijk is.

Ga naar de leidraad

Voor professionals die zich bezighouden met lopen en loopbeleid bevat de leidraad belangrijke aanknopingspunten. Het document benadrukt dat de voetganger – lopend én rollend – het uitgangspunt moet zijn bij de inrichting van de openbare ruimte. Dat betekent onder meer werken met een helder voetgangersnetwerk (basis-, hoofd- en groen netwerk) en het vastleggen van minimale vrije doorloopruimtes: 2,00 meter op het basisnetwerk en 2,90 meter op het hoofdnetwerk. Ook vraagt de leidraad aandacht voor het voorkomen van (punt)vernauwingen, het organiseren van een duidelijke objectenstrook zodat de looplijn obstakelvrij blijft, en het waarborgen van logische en directe routes met zo min mogelijk omwegen.

Daarnaast staan kwaliteitseisen centraal die direct raken aan goed loopbeleid: begaanbaarheid voor mensen met en zonder hulpmiddel, begrijpelijke en consistente inrichting met gids- en geleidelijnen, voldoende ruimte om te passeren én te verblijven, en extra aandacht voor (val)veiligheid. Een aantrekkelijk en comfortabel ingerichte loopomgeving nodigt uit tot bewegen en vergroot de zelfstandige mobiliteit van inwoners.

De publicatie is een actualisatie van de Richtlijn Toegankelijkheid uit 2014 en speelt in op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en voortschrijdende vakkennis. Daarmee biedt de leidraad een actueel kader om lopen een volwaardige plek te geven in mobiliteitsbeleid en gebiedsontwikkeling.

Webinars Leidraad toegankelijkheid
Het CROW organiseert vier webinars over de Leidraad Toegankelijkheid. Het eerste webinar op 17 maart geeft een algemene inleiding op de Leidraad met daar in ook aandacht voor wat verschillende doelgroepen nodig hebben. Op 8 oktober staat er een webinar gepland speciaal over fietsers en voetgangers.

GOW30: fijn voor de voetganger

Wie het online gesprek over mobiliteit de afgelopen tijd volgde, viel één ding op: GOW30 staat overal op de agenda. Gebiedsontsluitingswegen die worden ingericht voor maximaal 30 km per uur maken de openbare ruimte veiliger, waardoor lopen aantrekkelijker wordt.

Raakt ambities NML

We noemen GOW30 weliswaar niet expliciet in het Nationaal Masterplan Lopen, maar het raakt wel degelijk aan de ambities ervan. Lagere snelheden zorgen voor veiliger verkeerssituaties, doordat er minder snelheidsverschil is tussen de verschillende verkeersdeelnemers, auto’s eerder kunnen afremmen en voetgangers meer tijd hebben om over te steken. Dit zijn een aantal voorwaarden om fijn te lopen.

Onderzoek SWOV benadrukt belang van goede inrichting GOW30

De SWOV voert op dit moment een grootschalig onderzoek uit naar GOW30. De eerste fase van dit onderzoeksproject is net achter de rug en nu al kan ze concluderen dat er sprake is van een succes! Dat succes zit ‘m niet zozeer in het plaatsen van een 30 km-verkeersbord, maar in het ontwerp van de openbare ruimte die leidt tot een lagere snelheid.

SWOV: “Inrichtingskenmerken kunnen niet alleen bijdragen aan de herkenbaarheid van een type weg, maar hebben ook een directe invloed op het (snelheids)gedrag van weggebruikers. Zo hebben elementenverharding en de afwezigheid van as- en kantmarkering allebei een positief effect op zowel de herkenbaarheid als de geloofwaardigheid van een 30km/uur-limiet en daarmee het snelheidsgedrag. “

Kortom, alleen als de weg zo is vormgegeven dat 30 kilometer per uur logisch aanvoelt, verandert ook het gedrag van weggebruikers.

Van maatregel naar stedelijke keuze

Er is sprake van een spanning tussen beleid en praktijk, zo verwoordt Didier van Citters het treffend in zijn LinkedIn-bericht over Amsterdam. “Het verkeersbord veranderen is makkelijk, een stad opnieuw vormgeven niet.” Amsterdam verlaagde de snelheid op vrijwel alle gebiedsontsluitingswegen, maar staat nu voor de vraag hoe ze per straat een goede balans kan vinden tussen doorstroming, veiligheid en leefbaarheid.

Het ‘afwegingskader 30 km/h’ van onze partner CROW biedt handvatten om op een gestructureerde manier afwegingen te maken tussen verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Door expliciet te maken welke functies een weg vervult en welke ontwerpkeuzes daarbij passen, helpt het afwegingskader bij het bepalen of een GOW30 het beste past in een specifieke context.

Hulpmiddelen om afwegingen zichtbaar te maken

Van Citters en zijn studiegenoten onderzochten hoe overheden besluitvorming rond GOW30 kunnen verbeteren. In het kader van hun onderzoek ontwikkelden zij een digitale tool die ontwerpkeuzes inzichtelijk maakt en zo helpt bij beslissingen nemen. AI-gegenereerde straatbeelden maken zichtbaar wat verschillende scenario’s betekenen.

Haarlem kiest bewust en gefaseerd

Andere gemeenten maken ook steeds concretere keuzes. Haarlem kondigde aan stappen te zetten richting GOW30 op specifieke wegen. Niet overal tegelijk, maar op plekken waar functie en omgeving daarom vragen. Mobiliteit.nl beschrijft dat de Noord-Hollandse gemeente inzet op samenhang en zorgvuldige fasering, zodat snelheid en inrichting elkaar versterken.

De keuze tussen GOW30 en GOW50

De afweging tussen GOW30 en GOW50 speelt in veel gemeenten. Adviesbureau Exante beschrijft dat deze keuze niet zwart-wit is, maar afhankelijk van intensiteit, functie en context. Juist die nuance is belangrijk. Een geloofwaardige GOW30 vraagt om duidelijke keuzes, ook als dat betekent dat sommige wegen geen 30 kilometer per uur worden, omdat doorstroming bijvoorbeeld de hoogste prioriteit heeft.

Leren van de praktijk in Enschede

Ingenieursbureau StadLandWater liet GOW30 ervaren. Tijdens een klantendag in Enschede bezochten ze het project aan de Geessinkweg. In hun terugblik schrijven zij dat een effectieve GOW30 staat of valt met een geloofwaardig wegbeeld. Precies de puzzel die veel gemeenten nu hebben te leggen.

Wat GOW30 concreet betekent voor lopen

Voor voetgangers zijn de effecten van GOW30 zeer concreet. Bij 30 km per uur is de remweg overduidelijk korter, wat vooral bij oversteken verschil maakt. De kans op ernstig letsel bij ongevallen neemt sterk af. Daarnaast leidt de herinrichting vaak tot overzichtelijkere kruispunten, minder brede rijbanen en kortere oversteekafstanden. Door de lagere snelheid van 30 km per uur kunnen zebrapaden veiliger worden toegepast. Alles bij elkaar verbetert GOW30 de oversteekbaarheid voor voetgangers en krijgt de voetganger een veel veiliger en fijner gevoel.

Gemeente Deventer maakt verkeerslichten nóg slimmer met nieuwe software

Auto’s en voetgangers die tegelijkertijd aankomen bij een kruispunt. Volgens het STOMP-principe zouden voetgangers op zo’n moment voorrang moeten krijgen, maar dat is in de praktijk lang niet altijd het geval. De gemeente Deventer zet hier grote stappen in. Zo verving Deventer vanaf 2017 alle verkeerslichten door intelligente verkeersregelinstallaties en ondertekende onlangs ook een overeenkomst voor software die de verkeerslichten in de stad nóg slimmer maakt.

Slimmer schakelen met actuele data

Deventer kiest voor Flowtack, software van ingenieursbureau Haskoning. Deze software analyseert verkeersstromen continu en stemt verkeerslichten op ieder moment op elkaar af. Verkeerslichten wisselen onderling informatie uit en reageren daardoor beter op wat er in de stad gebeurt. Dat biedt ruimte om niet alleen verkeer te regelen, maar ook bewuste keuzes te maken voor voetgangers en fietsers.

“De inzet van Flowtack betekent dat we de verkeerslichten nog beter kunnen afstemmen op de actuele verkeerssituatie. Dat zorgt ervoor dat mensen op veel plekken minder lang hoeven te wachten, en door een betere doorstroming van het autoverkeer vermindert het ook de CO2-uitstoot. Bovendien kunnen we met dit systeem keuzes maken die aansluiten op het STOMP-principe, waarbij lopen, fietsen en OV vaker voorop staan.”
– Marcel Elferink, wethouder Mobiliteit

Van losse kruispunten naar een netwerk

Deventer was in 2017 de eerste gemeente in Nederland die volledig overstapte op intelligente verkeersregelinstallaties. Daarmee werd het mogelijk om verkeerslichten flexibeler aan te sturen. Met Flowtack volgt nu een volgende stap: verkeerslichten functioneren niet langer als losse installaties, maar als één samenhangend netwerk.

Dat netwerk maakt het mogelijk om per route andere prioriteiten te stellen. Op drukke doorgaande wegen, zoals het Hanzetracé en de N348, blijft een goede doorstroming van het autoverkeer belangrijk. Op andere plekken kan juist bewust gekozen worden om voetgangers en fietsers eerder groen te geven, zeker wanneer zij tegelijk met auto’s bij een kruispunt aankomen.

STOMP zichtbaar op straat

Het STOMP-principe vormt de leidraad onder deze keuzes: eerst ruimte voor stappen en trappen, daarna openbaar vervoer en deelmobiliteit, en pas als laatste de privéauto. Door verkeerslichten slimmer aan te sturen, wordt dit principe zichtbaar in het dagelijks verkeer. Niet als vast schema, maar als afweging die per locatie en moment kan verschillen.

Veiligheid en hulpdiensten

Het systeem houdt rekening met veiligheid en doorstroming. Minder stilstaand verkeer betekent minder uitstoot en overzichtelijkere kruispunten. Daarnaast kan Flowtack voorrang geven aan ambulance, politie en brandweer, en aan openbaar vervoer. Een bus heeft minder groentijd nodig dan meerdere auto’s, terwijl er vaak veel meer mensen in vervoerd worden.

Samenwerken en blijven bijstellen

De gemeente Deventer en Haskoning sloten een overeenkomst voor een periode van 7 jaar. In die tijd blijft de leverancier actief meedenken over hoe verkeerslichten kunnen blijven aansluiten bij veranderingen in de stad en bij beleidskeuzes. De software wordt de komende tijd verder ingericht en waar nodig aangepast op basis van ervaringen in de praktijk.

Vergelijkbaar voorbeeld uit Arnhem

De aanpak in Deventer staat niet op zichzelf. Eerder liet Ruimte voor Lopen zien hoe bij Presikhaaf in Arnhem intelligente verkeerslichten zijn ingezet om lopen prioriteit te geven. In dat interview vertelde Heidi Kempers, adviseur verkeersmanagement bij Haskoning, dat slimme techniek pas echt effect heeft wanneer vooraf duidelijke keuzes worden gemaakt over wie voorrang krijgt.

Interview: “We werken aan meer aandacht voor lopen in opleidingen met onze gastdocenten”

Al jaren werkt ze als senior projectleider aan een inclusieve openbare ruimte en binnen het Nationaal Masterplan Lopen nam ze een belangrijk actiepunt op zich: lopen beter verankeren in het hoger onderwijs. Wilma Slinger (CROW): “Deels vanuit mijn persoonlijke affiniteit. Ik heb altijd een sterke binding gehad met educatie. Zo heb ik me jarenlang beziggehouden met het kwalitatief toetsen van producten voor verkeerseducatie. Kennis delen zit gewoon in mijn systeem.”

20 gastdocenten

Na een drukke werkweek vertelt ze ons tijdens een gemoedelijk interview over hoe ze zich met anderen inspant om het gastdocentennetwerk te versterken, waarom het curriculum beïnvloeden zo’n taaie opgave bleek en waar volgens haar kansen liggen om lopen breder op kaart te zetten bij opleidingen. Ze vertelt dat er ruim 20 gastdocenten zijn die vanuit hun expertise lessen verzorgen bij diverse opleidingen.

“Dat is heel breed. Iedere docent heeft natuurlijk een eigen expertise. Van beleid en gebiedsontwikkeling tot data, veiligheid, stimuleren van lopen en toegankelijkheid. En ook andere specialismen, zoals groen, voetgangersnetwerken en infrastructurele thema’s, krijgen een plek. Zo kunnen opleidingen kiezen tussen generieke of juist heel specifieke invalshoeken.”

Uitdaging: ervoor zorgen dat opleidingen de gastdocenten beter vinden

Aanbod is er dus voldoende, maar bij de vraagkant is er nog werk aan winkel. “We willen natuurlijk dat opleidingen onze gastdocenten goed gebruiken”, lacht Slinger. “En ik hoor van bepaalde docenten dat ze wél regelmatig een gastles verzorgen, maar uitbreiding is zeker gewenst. Dus één van onze taken is om ingangen bij opleidingen te zoeken: een complexere opdracht dan verwacht. Toch is het doel helder: in februari ligt er een basislijst, waarna we opleidingen actief kunnen benaderen.”

Het liefste ziet ze dat er uiteindelijk een jaarlijks terugkerend schema ontstaat voor gastlessen. “Een patroon zou enorm helpen, want dan groeit het uiteindelijk uit tot een vast onderdeel. En weten we zeker dat ‘lopen’ geborgd is.” De projectleider legt uit dat bij verkeerskundige opleidingen de ingang vaak al goed is. Maar ze wil de horizon verbreden. “Door lopen als thema breder te trekken en ook te kijken naar domeinen als gezondheid, groen, milieu en sport & bewegen.”

Kansen benutten

Waar kansen ontstaan, haakt Slinger aan. Zo heeft ze laatst iemand uit de groensector gesproken die toegang heeft tot groene opleidingen. “Daar vliegen we het anders aan: we zorgen eerst voor een artikel in Vakblad Groen, zodat we daaraan kunnen refereren en een breed publiek kennis maakt met het thema. Daarna gaan we kijken welke mogelijkheden er hier zijn voor gastlessen.” Het is een aanpak die veel tijd en geduld vraagt: je netwerk uitbreiden, de juiste ingang vinden en dan mensen ervan overtuigen dat gastlessen over lopen en de voetganger waarde toevoegen.

Databank met lesmateriaal

Naast het beter voor het voetlicht brengen van de gastdocenten werkt Slinger samen met Ineke Spapé aan een toegankelijk en professioneel overzicht van lesmateriaal. “Spapé is een databank aan het opzetten. Met presentaties, publicaties en werkvormen die gastdocenten kunnen gebruiken. Die worden allemaal gelabeld, zodat een docent meteen voorbeelden ziet. Stel: iemand wil een les van een uur verzorgen over voetgangersdata. Dan kan diegene binnen een paar klikken suggesties krijgen voor zijn of haar presentatie.”

Vooraankondiging video gastdocenten

Tot slot sprak ze vorig jaar bijna alle gastdocenten om te horen wat zij nodig hebben. Daaruit kwam een opvallende wens: zichtbaarheid. “Ze zeiden: het zou leuk zijn als er een video komt waarin we vertellen wat we doen.” Zes docenten werkten mee… en in maart gaat de video in première.

Pilot voor een voetgangersvriendelijk Wyck

Sinds begin januari loopt in Wyck, in de gemeente Maastricht, een pilot die de wijk merkbaar verandert. Minder auto’s op specifieke momenten, meer ruimte en aandacht voor voetgangers. Het doel is helder: Wyck aangenamer en verkeersveiliger maken voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Niet door grote verbouwingen, maar door tijdelijke regels die de dagelijkse praktijk testen. Wat gebeurt er als je voetgangers letterlijk meer ruimte geeft in een druk stedelijk gebied?

De pilot Autoluw Wyck loopt 1 jaar. In die periode kijkt de gemeente of de nieuwe inrichting en regels bijdragen aan een voetgangersvriendelijker Wyck. Werkt het niet, dan wordt bijgestuurd. Werkt het wel, dan ligt voortzetting voor de hand.

Wat er concreet verandert

De kern van de pilot zit in de Wycker Brugstraat, een belangrijke straat tussen de Sint Servaasbrug en de Lage Barakken. Op vaste tijden is deze straat afgesloten voor auto’s en motoren. Dat geldt van maandag tot en met vrijdag van 18.00 uur tot 07.00 uur en van zaterdag 18.00 uur tot maandag 07.00 uur. Zondag is de straat dus de hele dag afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

Voor voetgangers betekent dit rust en overzicht. Minder rijdende en parkerende voertuigen zorgen voor meer ruimte om te lopen, over te steken en elkaar te ontmoeten. Fietsers en kleine voertuigen zonder kentekenplicht mogen de straat blijven gebruiken, en hulpdiensten houden altijd toegang.

Veilig oversteken als sleutel voor lopen

Een belangrijk aandachtspunt in de pilot zijn de kruisingen met de Rechtstraat, Wycker Grachtstraat en Lage Barakken. Juist hier steken veel mensen te voet over. Auto’s mogen deze kruisingen blijven gebruiken en daarom is extra aandacht voor veiligheid noodzakelijk.

Tijdens de pilot worden in deze zijstraten nieuwe oversteekplaatsen aangelegd. Dat klinkt eenvoudig, maar het effect is groot. Duidelijke, veilige oversteekplekken nodigen uit om te lopen en zorgen dat routes logisch blijven. Zo wordt Wyck stap voor stap voetgangersvriendelijker, zonder de wijk af te sluiten, en blijven dagelijkse looproutes logisch en veilig.

Laden en lossen anders georganiseerd

Naast rijden en parkeren verandert ook het laden en lossen in Wyck. Voor vrachtwagens boven 3.500 kilogram gelden vaste tijden in de ochtend. Buiten die tijden wordt gebruikgemaakt van een logistieke plek op het Hoogbrugplein, vanwaar goederen met onder andere rolcontainers verder de wijk in kunnen worden gebracht.

Voor bestelbusjes en kleinere voertuigen gelden vergelijkbare tijdvensters, met uitwijkmogelijkheden naar laad- en losplekken in zijstraten. Dit vermindert de drukte op momenten dat veel mensen te voet onderweg zijn. Voor voetgangers betekent dit minder conflicten met bevoorradend verkeer en een prettiger straatbeeld.

Meten is weten: data als basis

De pilot wordt zorgvuldig gevolgd met verkeerstellingen. Het bedrijf GRENSPAAL12 heeft de afgelopen twee jaar verkeerstellingen uitgevoerd naar de bewegingen van gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers. Ook tijdens de pilot zullen zij deze telling 2 keer uitvoeren.

GRENSPAAL12:
“Met objectieve data dragen we bij aan een zorgvuldige evaluatie van deze pilot. We kijken uit naar de volgende meetmomenten en zijn benieuwd naar de resultaten!”

Deze data zorgen ervoor dat het gesprek over ruimte voor lopen feitelijk kan worden gevoerd en keuzes beter kunnen worden onderbouwd.

Samen werken aan ruimte voor lopen

De pilot is samen met bewoners, ondernemers en organisaties ontwikkeld. Via werkgroepen, vragenlijsten en bijeenkomsten is kennis uit de wijk benut. Ook nu de pilot loopt, blijft de gemeente in gesprek om waar nodig bij te sturen.

Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte

Smalle stoepen, onderbroken routes en voorzieningen die verder weg liggen dan prettig is. Lopen lijkt vanzelfsprekend, maar in de inrichting van de openbare buitenruimte is dat lang niet altijd het geval. Precies daarom is de nieuwe visie van het RIVM zo relevant. In Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten laat het RIVM zien hoe lopen expliciet kan worden meegenomen in ruimtelijke keuzes, met concrete, meetbare vuistregels.

Lopen vraagt om ruimte

Bewegen is alleen mogelijk als er daadwerkelijk ruimte voor is. Dat is één van de kernpunten van de RIVM-visie. Het RIVM stelt dat minimaal 25 procent van de openbare ruimte in een buurt primair ingericht zou moeten zijn voor bewegen. Daaronder vallen expliciet lopen, fietsen, spelen en sporten.

Dat is geen vrijblijvende ambitie. Uit analyses blijkt dat in de huidige situatie gemiddeld slechts 11 procent van de ruimte is gereserveerd voor lopen en fietsen. De vuistregels geven gemeenten daarmee een concreet richtpunt om het aandeel beweegvriendelijke ruimte structureel te vergroten.

Cas van Hardeveld (Wandelnet) vat het scherp samen: “In het kader van lopen en wandelen een zeer belangrijk rapport, juist een loopvriendelijke inrichting past als vanzelf in deze kaders.” 

Voorzieningen op loopafstand

Naast ruimte gaat het om nabijheid. De visie werkt met duidelijke afstanden die aansluiten bij het dagelijks leven. Zo stelt het RIVM dat ieder huis binnen 800 meter loopafstand toegang zou moeten hebben tot basisvoorzieningen zoals een supermarkt, basisschool, huisartsenpraktijk en een OV-halte.

Voor beweeg- en sportvoorzieningen gelden kortere afstanden. Kinderen tot en met 12 jaar zouden binnen 200 meter een speelplek moeten hebben, terwijl voor jongeren en volwassenen een beweeg- of sportplek binnen 400 meter wenselijk is. Dit soort afstanden maakt lopen niet alleen mogelijk, maar ook logisch en aantrekkelijk.

Groen als onderdeel van looproutes

Groen speelt een belangrijke rol in de RIVM-visie, ook in relatie tot lopen. Een groenvoorziening binnen 300 meter loop- of fietsafstand van huis betekent dat de meeste mensen binnen 5 minuten een groene plek kunnen bereiken. Idealiter gebeurt dat via een aangename route, met schaduw en beschutting.

Het RIVM verwijst hierbij naar bestaande vuistregels, zoals de 3-30-300 regel*, en onderbouwt deze gezondheidskundig. Groen langs looproutes draagt bij aan verkoeling, stressreductie en nodigt uit om vaker en langer te lopen.

* De 3-3-300 regel houdt in: Zicht op 3 bomen, op buurtniveau is 30% schaduw, op 300 meter lopen is een groengebied van 0,5-1 ha.

Ontmoeten begint op de stoep

Lopen is meer dan verplaatsen. Tijdens het lopen ontstaan ontmoetingen, vaak spontaan en ongedwongen. De RIVM-visie benadrukt daarom het belang van bredere stoepen, comfortabele zitplekken en herkenbare oriëntatiepunten. Stoepen die breed genoeg zijn om even te blijven staan, maken een praatje mogelijk zonder dat anderen worden gehinderd.

De openbare ruimte fungeert op deze manier als decor voor het dagelijks leven, waarin lopen, ontmoeten en verblijven samenkomen.

Van visie naar praktijk

De kracht van deze RIVM-visie zit in de combinatie van wetenschap en toepasbaarheid. De vuistregels zijn niet verplicht, maar geven gemeenten en provincies een stevig, onderbouwd kader om gezondheid volwaardig mee te nemen in ruimtelijke plannen.

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten, RIVM-rapport 2025-0155.

Meer ruimte voor lopen bij herinrichting kruispunt in Maartensdijk

Wie te voet het kruispunt Dorpsweg-Nachtegaallaan in Maartensdijk oversteekt, ervaart al jaren onduidelijkheid en onveiligheid. Volgens voetgangers is het lastig te zien waar je veilig kunt oversteken. Ook ontbreken voetpaden langs grote delen van de Dorpsweg en rijdt het verkeer er relatief hard. Het gevolg is een onaantrekkelijke en onveilige route voor voetgangers, met name voor kinderen en ouderen.

Ondanks een eerdere aanpassing van het kruispunt in 2014 is er onvoldoende veranderd. Daarom komt de gemeente De Bilt, na een uitgebreide kruispuntstudie, met een nieuwe aanpak.

Verkeersveiligheid voorop volgens de Mobiliteitsvisie 2035

De herinrichting van het kruispunt past binnen de Mobiliteitsvisie 2035 van de gemeente De Bilt. In deze visie staat verkeersveiligheid voorop, met de ambitie van nul verkeersslachtoffers. Onveilige oversteekplaatsen en kruispunten zijn daarbij een expliciete opgave.

De gemeente werkt in deze mobiliteitsvisie vanuit het STOMP-principe: eerst Stappen, dan Trappen, daarna Openbaar vervoer, vervolgens Mobiliteit als service en tot slot de Privéauto. Dat betekent dat de inrichting van straten en kruispunten in de eerste plaats logisch en veilig moet zijn voor voetgangers. In Maartensdijk geldt bovendien dat alle wegen binnen de bebouwde kom zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. De Dorpsweg hoort daarmee een verblijfsgebied te zijn, waar langzaam verkeer zich veilig kan bewegen.

Knelpunten op en rond de Dorpsweg

Uit onderzoek komen meerdere knelpunten naar voren. De inrichting van de Dorpsweg biedt onvoldoende ruimte en duidelijkheid voor voetgangers, onder meer door het ontbreken van veilige oversteekplaatsen. Hierdoor blijft de verblijfskwaliteit van de weg achter. Ook sluit de huidige kruispuntinrichting niet aan op het STOMP-principe. Autoverkeer krijgt relatief veel ruimte, terwijl voetgangers geen duidelijke prioriteit hebben.

Daarnaast speelt de dorpsidentiteit van Maartensdijk een rol. De Dorpsweg is de centrale as van het dorp. De inrichting zou moeten bijdragen aan rust, overzicht en ruimte voor ontmoeting, met aandacht voor groen en een herkenbaar dorps karakter.

Drie oplossingsrichtingen onderzocht

In 2025 zijn drie mogelijke oplossingsrichtingen onderzocht. Tijdens een informatiebijeenkomst en een aparte schouw met de School met de Bijbel dachten bewoners, belanghebbenden en kinderen mee. Alle varianten zijn beoordeeld op verkeersveiligheid, duidelijkheid en inpasbaarheid binnen de bestaande ruimte.

De zogenoemde traditionele inrichting kreeg op de informatieavond veruit de meeste steun. Van de 38 aanwezigen spraken 26 hun voorkeur uit voor deze variant. Bij de oplossingsrichting ‘natuurlijk sturen’ bestond begrip voor de uitgangspunten, maar leefden ook zorgen over de herkenbaarheid en voorspelbaarheid van de inrichting. De oplossingsrichting ‘shared space’ werd door bewoners overwegend als onduidelijk en risicovol beoordeeld.

De traditionele inrichting als voorkeursrichting

De gekozen voorkeursrichting zorgt voor een compact en verhoogd kruispunt dat snelheid remt. Voor voetgangers ontstaan korte en overzichtelijke oversteekroutes, waarbij de Dorpsweg en de Nachtegaallaan zonder hoogteverschillen kunnen worden overgestoken.

Fietsers en gemotoriseerd verkeer maken gebruik van hetzelfde kruisingsvlak. Dat benadrukt gelijkwaardigheid tussen weggebruikers en verhoogt de attentiewaarde. Door het gebruik van elementenverharding valt het kruispunt duidelijk op in het straatbeeld en wordt de verblijfskwaliteit versterkt.

Deze inrichting sluit aan bij de uitgangspunten van de Mobiliteitsvisie 2035 en het STOMP-principe. Tegelijkertijd past de traditionele inrichting bij het dorpse en landschappelijke karakter van Maartensdijk. Het ontwerp is uitvoerbaar binnen de bestaande ruimte en vormt een logische eerste stap richting een toekomstige herinrichting van de hele Dorpsweg als volwaardige 30 km/uur-zone.

In 2026 werkt de gemeente De Bilt het ontwerp voor het kruispunt verder uit. De uitvoering wordt verwacht eind 2026 of in de loop van 2027.

Dit project laat zien waar het Nationaal Masterplan Lopen voor staat. Door lopen als uitgangspunt te nemen, ontstaat een openbare ruimte die overzichtelijk, veilig en uitnodigend is. Precies de beweging die nodig is om dorpen en steden wandelvriendelijker te maken, stap voor stap.

Kleine obstakels, grote impact: vijf tips voor toegankelijke stoepen

Voor veel mensen is lopen op de stoep een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijkse routine. Even naar de winkel, een ommetje door de buurt of op weg naar werk. Maar voor rolstoelgebruikers en mensen met een visuele beperking is dat lang niet altijd vanzelfsprekend. Losliggende tegels, verkeerd geparkeerde fietsen of overhangend groen maken lopen of rollen soms onnodig lastig.

Rolstoelgebruiker Lieke Wernsen en Bianca van Raaij, die een blindegeleidestok gebruikt, ervaren dit dagelijks. Zij zijn beiden lid van het Zelfregiecentrum Nijmegen en weten uit eigen ervaring hoe kleine obstakels grote gevolgen kunnen hebben voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hun boodschap is helder: een wandelvriendelijke omgeving begint vaak bij bewust gedrag van ons allemaal.

Zet je fiets op een daarvoor bestemde plek

Een fiets die snel op de stoep wordt neergekwakt. Het lijkt onschuldig; toch kan dit voor iemand met een beperking betekenen dat die er niet meer langs kan. Dat de doorgang volledig wordt geblokkeerd. Het zijn allemaal onnodige obstakels: fietsen die schuin staan, omgevallen zijn of buiten de rekken zijn geplaatst. Als mensen hun fiets altijd in een fietsenrek of op de aangewezen plek zetten, blijft de stoep toegankelijk voor iedereen. Dit zijn kleine keuzes die direct bijdragen aan de beloopbaarheid en betere toegankelijkheid van de buurt.

Houd containers uit de loopruimte

Containers horen bij het straatbeeld, zeker op ophaaldagen. Dat ze tijdelijk op de stoep staan is logisch, maar de manier waarop maakt een groot verschil. Een container die de volledige stoep verspert, dwingt mensen soms de rijbaan op met alle gevolgen van dien. Het advies van de twee is daarom om containers niet te vroeg buiten te zetten, ze zo snel mogelijk weer binnen te halen en zo te plaatsen dat er voldoende loopruimte overblijft. Zo blijft de stoep bruikbaar iedereen, ook voor mensen met een rollator, rolstoel, blindegeleidestok of kinderwagen.

Groen, bladeren en losliggende tegels

Daarnaast benoemt het artikel nog een aantal obstakels. Bijvoorbeeld overhangende takken en struiken. Zij vormen een reëel probleem, vooral voor mensen die een blindegeleidestok gebruiken. Die stok detecteert obstakels op de grond, maar niet wat op hoofdhoogte hangt. Weggeveegde bladeren of sneeuw werpen nieuwe barrières op als ze richting hellinkjes of oversteekplaatsen worden geschoven. En natuurlijk zijn gaten en losliggende tegels een risico, vooral voor mensen die slecht ter been zijn. Het gevaar op struikelen ligt op de loer. Belangrijk is daarom dat inwoners zulke problemen snel melden, want dit kan en hoef je niet zelf op te lossen.

Wernsen zegt: "Op het moment dat er meldingen binnenkomen bij de gemeente, kan er actie worden ondernomen. Als we allemaal een steentje bijdragen, dan komen we ergens.”

Bewust gedrag als basis voor loopvriendelijke straten

“Als we ons allemaal bewust zijn van dingen in de omgeving, dan wordt deze voor iedereen prettiger en toegankelijker”, zegt Van Raaij. Die bewustwording is een onmisbare schakel in het creëren van wandelvriendelijke buurten. Tegelijk laat dit verhaal zien dat individuele acties hand in hand moeten gaan met structureel loopbeleid.

Bron: De Gelderlander: Geef slechtzienden en rolstoelers ruim baan. Met deze vijf tips maak je voor hen het verschil.

Gespot op Mobiliteit.nl: STOMP als kans voor de schil rond binnensteden

STOMP is meer dan een volgorde. In de schil rond binnensteden kan het principe richting geven aan keuzes voor lopen. Voor verblijven en voor bereikbaarheid. Zo lezen we in het interview ‘STOMP als kans voor de schil rond binnensteden’ op Mobiliteit.nl, waarin experts van Keypoint, Accent adviseurs en Goudappel hun visie delen.

STOMP als ordenend principe

In het interview op Mobiliteit.nl wordt STOMP gepositioneerd als een manier om mobiliteit te ordenen vanuit de mens. De volgorde Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als service en Privéauto helpt om bewuster na te denken over welke vormen van mobiliteit prioriteit krijgen in verschillende gebieden.

Patrick Duwel (Keypoint) benadrukt in het interview dat binnensteden altijd onderdeel zijn van een bredere regio. Hij zegt: “Een binnenstad staat niet op zichzelf en is een herkomst of bestemming in een bredere regio. Vooral als een stad in een meer landelijke regio ligt, heeft die stad een sterke regionale functie. De principes vanuit STOMP kunnen onzes inziens goed worden toegepast, maar primair gaat het daarbij om de keten van de reiziger in te richten.”

De schil rond binnensteden als kansgebied

Volgens Jos Wijnen en Stijn Engels van Accent adviseurs gaat de aandacht in beleid vaak uit naar binnensteden of juist naar regionale verbindingen. De schil rond binnensteden blijft daarbij regelmatig onderbelicht, terwijl juist daar veel dagelijkse verplaatsingen plaatsvinden.

In het interview stellen zij: “Het STOMP-principe is een herkenbaar principe om actieve vormen van mobiliteit hoger te prioriteren bij de inrichting van de openbare ruimte. STOMP geeft een begrijpelijk kader voor ‘buitenstaanders’ voor de gewenste mobiliteitstransitie.” Daarmee maken zij duidelijk dat STOMP helpt om lopen en andere actieve vormen structureel mee te nemen in beleid en ontwerp.

Lopen als startpunt voor inrichting

Bas Alferink (Goudappel) benadrukt in het interview dat STOMP helpt om keuzes te maken in de openbare ruimte waarbij de mens centraal staat. Hij zegt: “Het STOMP-principe plaatst de mens centraal bij de inrichting van de openbare ruimte. Het biedt een ordeningskader waarbij duurzame en ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit – zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer – voorrang krijgen boven minder duurzame zoals de auto.” Die benadering zorgt ervoor dat looproutes logischer worden en dat de kwaliteit van verblijven toeneemt.

Deze manier van denken sluit aan bij bredere ontwikkelingen zoals de 15-minuten-stad, waarin dagelijkse voorzieningen bereikbaar zijn te voet en lopen een vanzelfsprekend onderdeel is van actieve mobiliteit.

Relevantie voor Ruimte voor Lopen

Het interview op Mobiliteit.nl laat zien hoe STOMP kan bijdragen aan een wandelvriendelijke stad, juist buiten het historische centrum. Door lopen centraal te stellen in de schil rond binnensteden ontstaat een betere verbinding tussen wijken en centrum en wordt actieve mobiliteit aantrekkelijker voor een brede groep mensen. Deze inzichten sluiten aan bij de ambitie van Ruimte voor Lopen om van lopen een volwaardige vorm van mobiliteit te maken en structureel mee te nemen in beleid en ontwerp.

Wil je de volledige context, voorbeelden en nuancering lezen? Lees het hele interview: STOMP als kans voor de schil rond binnensteden – Mobiliteit

Rob Methorst over lopen nu en in de toekomst

Rob Methorst

“Met de oprichting van het platform Ruimte voor Lopen is de basis gelegd”, zegt Rob Methorst. “Maar het besef dat de voetganger een onmisbare schakel is in mobiliteit en leefbaarheid moet nog dieper doordringen. We zijn er niet door erover te praten, maar door het structureel en oprecht mee te nemen in beleid.” Met die woorden legt hij de basis voor het tweede deel van een tweeluik.

Utilitair lopen

Methorst ziet het belang van lopen niet alleen in de recreatie, maar vooral in de functionaliteit. “Er zijn veel mensen die niet ‘voor de lol’ lopen, maar om ergens te komen: naar het openbaar vervoer, naar de winkel, naar de dokter.” Voor hen is lopen een noodzakelijke manier van verplaatsen. Dit grotere doel, de ‘breedte’ van de voetganger, lopen en verblijven in de openbare ruimte, moeten beleidsmakers in zijn ogen ook erkennen. In de jaren die volgden na de oprichting van het platform Ruimte voor Lopen in 2017, volgden jaren waarin voetgangersbeleid niet alleen als een kwestie van infrastructuur werd gezien, maar als een onlosmakelijk onderdeel van stadsplanning. “Lopen is een voorwaarde om de stad leefbaar te maken voor iedereen, ongeacht leeftijd of  beperking.”

MENSenSTRAAT en Wandelnet: de opgaven voor de toekomst

Afgelopen maanden is de organisatie MENSenSTRAAT, waarvan Methorst de secretaris is, opgegaan in Wandelnet. Juist om krachten te bundelen voor de voetgangersbelangen. “We merkten dat de leden van MENSenSTRAAT ouder werden, en er was het gevaar dat kennis en focus verloren gingen. We kunnen het ons niet veroorloven om het momentum te verliezen”, kijkt Methorst terug. “Daarom besloten we te kijken naar hoe we de expertise konden behouden.” Deze zoektocht leidde dus tot de integratie van MENSenSTRAAT binnen Wandelnet. Een overgang die strategisch belangrijk was: “We wilden ervoor zorgen dat voetgangersbelangen niet in de vergetelheid zouden raken.”

Het samengaan van MENSenSTRAAT en Wandelnet betekent meer dan alleen een administratieve fusie; het vertegenwoordigt een verdieping van de visie op voetgangersbeleid. “De integratie was noodzakelijk om de belangen van voetgangers een stevige plaats in het bredere mobiliteits- en leefbaarheidsbeleid te geven. Het vergrootte onze invloed en zichtbaarheid.” Zijn woorden illustreren een pragmatische aanpak: voetgangers moeten niet alleen op de agenda staan, maar ook daadwerkelijk invloed uitoefenen op de besluitvorming.

Lopen als volwaardige modaliteit in het mobiliteitsbeleid

Door het hele interview heen benadrukt Methorst één belangrijk punt: iedereen moet lopen gaan zien als volwaardige modaliteit van vervoer. Met de komst van Ruimte voor Lopen is daar in zijn woorden een stevige basis voor gelegd. Nu is het belangrijk om voetgangers in het bredere beleid te verankeren, niet alleen mobiliteitsbeleid, maar ook rondom thema’s als gezondheid, verduurzaming, klimaatdaptatie en vergroening. “Laten we niet langer doen alsof lopen een bijzaak is”, zegt hij. “Het moet echt het uitgangspunt zijn.” Zijn pleidooi aan beleidsmakers? “Omarm deze verschuiving.”

Dit kan volgens de belangenvoorvechter alleen als er aandacht is voor de fysieke omgeving, zoals brede trottoirs en veilige oversteekplaatsen. Maar ook als er voldoende kennis en regie is op het gebied van stadsplanning en voetgangersveiligheid. Methorst wijst op de enorme invloed die een weloverwogen voetgangersbeleid kan hebben op de leefbaarheid van steden en dorpen: “Meer ruimte om te lopen, betekent veelal een betere omgeving waarin mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten.”

Blik naar de toekomst

Als Methorst naar de toekomst kijkt, ziet hij vooral een Nederland waar lopen als vanzelfsprekend een plaats inneemt als waardevolle mobiliteitsmodaliteit. “Het is tijd om lopen niet alleen als functionele, maar ook als een plezierige én gezonde modaliteit te zien.” Zijn harde werk heeft bijgedragen aan de verschuiving in denken over lopen, maar de strijd voor een voetgangersvriendelijke samenleving is nog lang niet voorbij.

De stille revolutie van lopen: Rob Methorst over decennia pleiten voor voetgangersbelangen

Rob Methorst

In Nederland draait mobiliteit vaak om de auto en de fiets. Toch heeft Rob Methorst zich al tientallen jaren ingezet voor een groep die vaak over het hoofd wordt gezien: de voetganger. Altijd onderstreepte hij het belang van lopen als volwaardige vervoersmodaliteit. In dit interview vertelt hij over zijn passie, de rol van Ruimte voor Lopen en de toekomst van voetgangersbeleid.

Motivatie en passie voor lopen

Rob Methorst is al sinds de jaren ’80 actief in de strijd voor de belangen van voetgangers. “Toen ik begon, had gemotoriseerd verkeer de prioriteit”, zegt hij met enige nostalgie. “Fietsers kregen al redelijk wat aandacht, maar voetgangers waren nog nauwelijks een punt van discussie.” Vanaf 1990 werkte hij voor de Voetgangersvereniging Nederland. Dat was slechts het begin van een carrière die zijn stempel zou drukken op het beleid voor voetgangers. Voetgangers in Nederland en daarbuiten.

Methorst vond al snel dat de kennis over voetgangersbeleid niet zomaar geïmporteerd kon worden. “Als je wilt bijdragen aan de voorhoede van iets, moet je ook in die voorhoede staan”, legt hij uit. “Het is veel te specifiek om te vertrouwen op inkoop van kennis.” Toen de vereniging fuseerde met Veilig Verkeer Nederland, koos hij daarom eieren voor zijn geld en begon aan een loopbaan bij de rijksoverheid.

Rijkswaterstaat en proefschrift bij TU Delft

Bij Rijkswaterstaat werd hij onder meer aanspreekpunt bij adviesvragen over kwetsbare verkeersdeelnemers, wat zijn interesse in voetgangersveiligheid verder aanwakkerde. Een onderwerp dat in andere landen meer aandacht kreeg dan bij ons. Precies de reden waarom Methorst samenwerking en input zocht uit het buitenland. Wat begon als samenwerking groeide uit tot een Europees project waar wel 70 Europese wetenschappers aan bijdroegen, dat in 2010 werd afgesloten door een Walk21 congres in Den Haag Een grote internationale conferentie over lopen.

Uiteindelijk schreef Methorst zijn proefschrift aan de TU Delft over voetgangersbeleid. Met in 2021 de kers op de taart: de publicatie van zijn proefschrift: ‘Exploring the Pedestrians Realm, – An overview of insgights needed for developing a generative system approach to walkability’ “Het ging niet alleen om de problemen die voetgangers ondervinden, maar om het hele systeem waarin lopen zich afspeelt”, benadrukt hij.

Ruimte voor Lopen en de positionering van voetgangers in Nederland

Met de oprichting van Ruimte voor Lopen in 2017 kreeg het voetgangersdomein eindelijk een platform dat de belangen van voetgangers en andere stakeholders structureel vertegenwoordigt. Methorst ziet dit als een belangrijk keerpunt. “Tot die tijd was er geen landelijk verband waarin voetgangers überhaupt een rol hadden”, herinnert hij zich. “Er werd zelfs ontkend dat voetgangers een betekenisvolle rol speelden in het mobiliteitsbeleid.” Zijn woorden getuigen van een diepe frustratie over de lange tijd dat voetgangers geen serieuze plaats kregen in het beleidsdebat. Hij moet bijvoorbeeld denken aan Walk21 2010 “Op de website van het ministerie van Verkeer en Waterstaat was er niets over te vinden.”

Volgende week kijken we in deel 2 van het tweeluik over Rob Methorst naar het heden en de toekomst van lopen.

>