In stationsgebied Eindhoven krijgt de voetganger eindelijk ruim baan. De komende jaren ondergaat dit gebied een enorme metamorfose: van een druk knooppunt naar een levendige stadswijk. Dat gebeurt onder de vlag van KnoopXL, een gebiedsontwikkeling die in totaal zo’n twintig jaar gaat duren.
Een van de eerste zichtbare stappen? De Stationsallee aan de zuidkant van het station. Daar komt een volledig nieuwe stadsentree, die de gemeente Eindhoven omschrijft als een plek “die uitnodigt tot wandelen, fietsen en ontmoeten”
“Minder plek voor de auto, meer ruimte voor voetgangers”
De plannen liegen er niet om. De verkeersruimte wordt heringericht: autoverkeer verdwijnt grotendeels, terwijl voetgangers en fietsers alle ruimte krijgen. De gemeente schrijft: “We maken het gebied levendig met winkels, horeca en stadswoningen. De verkeersruimte richten we opnieuw in: minder plek voor de auto en juist meer ruimte voor voetgangers, fietsers en verblijf.” De nieuwe Stationsallee wordt een echte leefstraat: een straat waar lopen vanzelfsprekend wordt. Geen racebaan voor bussen en taxi’s meer, maar een prettige entree waar je als voetganger welkom bent.
Een stadswijk die uitnodigt tot lopen
KnoopXL is veel meer dan een upgrade van het stationsgebied. Het is een integrale visie op de stad van de toekomst. In het gebied komen er straks 15.000 nieuwe woningen, 1 miljoen m² aan ontwikkelruimte en naar verwachting 7.500 banen bij. En dat alles op loopafstand van het station. De gemeente werkt aan aantrekkelijke looproutes tussen centrum, Strijp-S, de TU/e-campus en omliggende buurten. Dat maakt de Brainport-stad stap voor stap een voorbeeld van de wandelvriendelijke stad: een stad waar alles wat je nodig hebt, te voet bereikbaar is.
Meer dan mobiliteit
KnoopXL kiest voor kwaliteit van verblijven in plaats van snelheid van verplaatsen. Wandelruimte is daarin geen extraatje, maar de basis. Met brede stoepen, meer groen, uitnodigende pleinen en aantrekkelijke ‘plinten’. Door winkels, horeca en cultuur wordt de stad weer een plek om te zijn; niet alleen om doorheen te haasten.
Eindhoven laat zien hoe het kan
De keuzes die Eindhoven nu maakt, laten zien wat er mogelijk is als je lopen écht serieus neemt. Geen beleidsnota die in de la verdwijnt, maar een zichtbaar plan met impact op straat. KnoopXL maakt ruimte voor lopen concreet – letterlijk en figuurlijk. Wil jij als gemeente ook stappen zetten? Bekijk dan het Nationaal Masterplan Lopen en ontdek hoe je jouw stad wandelvriendelijker maakt. Want wie ruimte maakt voor de voetganger, bouwt aan een gezonde, bereikbare en leefbare toekomst.
“Het idee van onze Loopagenda is ontstaan toen bewoners ons vroegen: kunnen jullie als provincie iets met lopen doen?” zegt Laura Hagedoorn, verkeerskundige en beleidsmedewerker bij provincie Groningen. “We willen Groningen op de kaart zetten als wandelprovincie. En dat begint bij luisteren naar wat inwoners zelf belangrijk vinden.”
Lopen als serieuze pijler in mobiliteitsbeleid
Een jaar geleden stelde provincie Groningen de Loopagenda vast. Die kwam niet uit de lucht vallen: de agenda is onderdeel van het programma Mobiliteit en sluit aan op zowel het Strategisch Programma Verkeersveiligheid als op het bredere beleid rond Brede Welvaart. “Fiets en voetganger staan bij ons samen op één.” De Loopagenda bevat meerdere doelen: van meer veiligheid tot gezondheidsbevordering. En van infrastructuur tot bewustwording.
Geen verstedelijking, wél beweging
Groningen is een grotendeels landelijke provincie, met veel buitengebied. En dat merk je in het beleid. “De ruimte is hier minder schaars, maar er lopen ook minder mensen. Je kunt een perfecte infrastructuur maken, maar dan moeten mensen er wel gebruik van maken.” Die observatie leidde tot een stimuleringsprogramma gericht op doelgroepen die niet vanzelfsprekend wandelen: oudere mensen (65+’ers), jongeren, mensen met een zittend beroep, personen met een visuele beperking én toeristen uit eigen provincie.
Snelle Stappen: kleine ingrepen, grote winst
Een concreet voorbeeld waarop de noordelijke provincie lopen wil stimuleren, is de subsidieregeling Snelle Stappen. Daarin ondersteunt de provincie gemeenten en andere organisaties die terreinen beheren met kleine subsidies voor zichtbare verbeteringen. “We hebben € 240.000,- gereserveerd tot 2027. Daarmee kunnen gemeenten voetgangersoversteekplaatsen aanleggen, stoepen verbeteren of extra verlichting plaatsen voor extra sociale veiligheid.” Kleine maatregelen met grote impact op lokaal niveau. “Het gaat niet om grote bedragen, maar om grote impact op lokale schaal.”
Als voorbeeld noemen we een gemeente die de overgangen tussen stoep en straat verbetert. “Zo’n kleine ingreep kan voor veel mensen het verschil maken tussen wel of niet gaan lopen,” legt Laura uit. “Het is een mooi voorbeeld van een kleine ingreep die de toegankelijkheid verbetert.”
Samenwerken met gemeenten
De provincie is niet de enige speler. “Wij beheren weinig voetpaden zelf. Dus we zijn afhankelijk van gemeenten.” Daarom investeert Groningen niet alleen in subsidies, maar ook in kennisdeling. Er komen sessies met gemeenten en er wordt gewerkt aan een Groningse handreiking, gebaseerd op de CROW-richtlijnen. “We willen dat die toepasbaar is op het buitengebied, zodat gemeenten echt geholpen zijn. En we willen fungeren als kennisexpert. Als vraagbaak voor al hun vragen over voetgangersbeleid. Wij gaan vaak over de grote lijnen, gemeenten over details: over specifieke wandelroutes of plekken waar de voetgangersvriendelijkheid beter kan.”
Bewoners als aanjagers
Wat ons opvalt tijdens het interview: het loopbeleid ontstond niet achter een bureau, maar uit signalen van inwoners. “Om invulling te geven aan het programma mobiliteit vroegen we tijdens corona aan inwoners wat zij belangrijk vinden in mobiliteit. Veel mensen noemden wandelen als prettige manier van verplaatsen, maar zagen weinig mogelijkheden. Terwijl bewoners misschien wel willen lopen als ze de kans krijgen. Nu wordt er te vaak gedacht: ‘ze nemen wel de auto’.”
Wat begon als drie zinnen over lopen in het programma voor Mobiliteit, groeide uit tot een volwaardige agenda. “Het kwam echt door de bewoners dat het is gebeurd. Door het te agenderen.”
Laura Hagedoorn
Van netwerk naar masterplan
De komende jaren ligt de focus op analyse. “We onderzoeken het loopnetwerk in vier kernen: Bedum, Ter Apel, Hoogezand en Scheemda. Daarmee bouwen we aan een netwerk dat recht doet aan de praktijk.” De analyse moet ook input opleveren voor een breder masterplan loop-infra. Die wil de provincie de komende drie jaar gaan schrijven. “Daarmee willen we straks aantonen dat er extra budget nodig is voor loopinfrastructuur. Zoals eerder is gebeurd met de fiets.” Die aanpak werkt niet alleen voor Groningen, maar is ook inspiratie voor andere provincies die hun loopbeleid willen versterken.
Van zittende werknemer tot wandelende werknemer
Lopen gaat niet alleen over infrastructuur, maar ook over gezondheid. Om die reden zijn de chronische zitters één van de target van het stimuleringsplan van de provincie. “We willen ook mensen met een zittend beroep stimuleren om te wandelen. Bijvoorbeeld in industriegebieden aantrekkelijkere wandelroutes aanleggen voor tijdens de pauze.” Het gaat dus om meer dan vrijetijdswandelen: ook de werkdag zelf wordt onder de loep genomen. “Wandel tijdens je werkdag is iets waar we in de toekomst veel meer op willen inzetten.”
Advies aan andere provincies
Wat kunnen andere provincies leren van het loopbeleid dat provincie Groningen heeft? “Ga in gesprek met je gemeenten en hun inwoners. Vraag wat zij nodig hebben en kijk hoe je kunt ondersteunen. Wij hebben tien gemeenten, dat maakt afstemmen iets makkelijker dan in provincies met tientallen gemeenten. Maar overal geldt: je kunt alleen samen stappen zetten.”
“Een product dat helpt”: het provinciaal overleg
Een actiepunt van het Nationaal Masterplan Lopen was om een provinciaal overleg op te richten. Laura: “Al vrij snel na het uitkomen van het masterplan zag die het levenslicht. Samen met Maaike Hattink van provincie Overijssel trek ik dat overleg. Al bij de eerste overleggen merkten we: er is behoefte aan een gezamenlijke aanpak. Anderen vroegen meteen: hoe hebben jullie dat gedaan, het creëren van loopbeleid?” Om die reden werken we aan een product. Een handreiking: hoe organiseer je goed voetgangersbeleid op provinciaal niveau?” Groningen, Overijssel en andere provincies delen daarin hun ervaringen.
Wil jij als provincie ook werk maken van wandelen? Sluit je aan bij het provinciaal overleg.
In Amersfoort is het Soesterkwartier opgenomen in het allereerste wandelpad van De Groene Draad: het Vlinderpad. Deze landelijke route van Wandelnet en het Collectief Natuurinclusief verbindt plekken waar bewoners, boeren en natuur samen werken aan een groene toekomst. En het Soesterkwartier? Dat is een schoolvoorbeeld van zo’n plek.
De Groene Draad verbindt natuur en buurt
De Groene Draad is een nieuwe beweging die wandelroutes verbindt aan plekken waar mens en natuur samenwerken. Geen route langs alleen maar mooie bomen, maar langs bijenlinten, voedselbossen, wijkinitiatieven en landschappen in transitie. Het zijn routes vol verhalen over samenwerking, veerkracht en vergroening. Wandelen wordt zo ook: ontdekken wat werkt.
Het Vlinderpad is de eerste route
Op 18 juni werd de eerste Groene Draad-route gelanceerd: het Vlinderpad. De wandeling van 13 kilometer loopt van Amersfoort naar Achterveld, of andersom natuurlijk. Je volgt de wit-rode markering of downloadt de GPX. Onderweg wandel je door beekdalen, stadsranden, bloemrijke graslanden en plekken waar bewoners samen hun buurt vergroenden. Langs de route zie je dat natuur niet alleen iets is om naar te kijken, maar om samen mee te werken. Libellen zoemen boven poelen, vlinders landen op gele lathyrus en bewoners zetten nieuwe planten in de grond. Waar vlinders zijn, is de natuur in balans – dat is het uitgangspunt. En juist die balans staat centraal in deze route.
Soesterkwartier: de wijk die zelf vergroende
Loop station Amersfoort Centraal aan de noordkant uit en je staat er al: het Soesterkwartier. Hier pakten bewoners in 2007 zelf de schop op. Geen groot plan, maar kleine stappen. Wat ooit een stenige middenberm was, werd Het Groene Spoor: een lint van bloemen en bomen, onderhouden door bewoners. Het begon met een idee en groeide uit tot voorbeeld voor heel Nederland.
Schep, gieter en koffie
Elke maand steken bewoners van het Soesterkwartier samen de handen uit de mouwen. Met schep, gieter en koffie onderhouden ze hun eigen stukje stadsnatuur. Niet vanuit een projectplan, maar vanuit betrokkenheid. De aanplant is niet alleen mooi, maar ook ecologisch sterk: met soorten die bijen, vlinders en vogels aantrekken. Zo ontstaat een buurt die leeft én laat leven. In 2021 kreeg Het Groene Spoor een officiële erkenning: het werd zusterpark van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Inmiddels zijn er vier zusterparken in Amersfoort. Ze laten zien dat natuur niet ophoudt bij de stadsgrens, maar doorloopt tot aan de stoep. En dat burgerinitiatief net zo belangrijk is als beleidsvisie.
Je loopt de wijk zó in
Vanaf het Piet Mondriaanplein wandel je zo het Soesterkwartier in. De bloemen, geveltuinen en bomen langs de Piet Mondriaanlaan vallen meteen op. Dit is niet alleen een mooie plek, maar ook een startpunt van een verhaal. Je voelt direct: hier gebeurt iets. Dit is een wijk die niet afwachtte, maar zelf begon. Het Vlinderpad voert je langs groene ankerpunten in de regio, zoals Elisabeth Groen, natuurgebied De Schammer, de Barneveldse Beek en de Heerlijkheid Stoutenburg. Elk met hun eigen identiteit, allemaal verbonden door de gedachte dat natuur ruimte moet krijgen. Niet alleen voor biodiversiteit, maar ook voor ontmoeting, rust en verwondering.
Wandelen met een missie
De Groene Draad maakt wandelen betekenisvol. Je loopt niet zomaar van A naar B, maar door buurten die bloeien, langs boeren die vergroenen, en langs natuurgebieden die samenwerken met de stad. Het Vlinderpad is meer dan een route: het is een uitnodiging. Om stil te staan bij hoe we leven, bouwen en bewegen. En om zelf mee te doen.
Meer weten of zelf lopen?
De route is gemarkeerd met wit-rode strepen en ook als GPX beschikbaar. Bekijk het Vlinderpad.
De Stadhouderskade in Amsterdam heeft een flinke metamorfose ondergaan. Waar ooit auto’s domineerden, ligt nu een groene wandelboulevard waar voetgangers écht de ruimte krijgen.
Groene wandelroute langs de Singelgracht
Wie aan een wandelboulevard denkt, ziet al snel een zonnige boulevard aan zee voor zich. Maar sinds kort heeft ook Amsterdam er een: tussen de Weteringlaan en de Museumbrug ligt nu de compleet vernieuwde wandelboulevard aan de Stadhouderskade. Hier hoor je vogelgeluiden, ruik je het groen en wandel je ontspannen langs het water. Na een grondige herinrichting is de wandelboulevard helemaal af.
Ruimte voor lopen in het Jaar van de Voetganger
De herinrichting is een voorbeeldproject binnen het Jaar van de Voetganger in onze hoofdstad. De nieuwe inrichting maakt lopen niet alleen prettiger, maar ook veiliger. Er is ruimte om te flaneren, elkaar te ontmoeten en te genieten van de omgeving. Dat past bij de ambitie van de gemeente om lopen een volwaardige plek te geven in de stad. De Stadhouderskade is onderdeel van de S100 Centrumring. Deze grens van de oude stad deed ooit al dienst als wandel- en flaneerplek. In de vorige eeuw veranderde dit groene gebied in een ventweg met parkeerplaatsen, maar de oude functie is nu terug van weggeweest. Met een brede wandelstrook, sfeervolle verlichting en zitplekken is de flaneerruimte hersteld.
Meer groen, minder steen
Op de Stadhouderskade is 1400 m2 steen vervangen door halfverharding zoals grind. Daarnaast is 980 m2 nieuw groen toegevoegd: van de 29 verschillende plantensoorten zijn er 23 biologisch gekweekt. Denk aan vleesbes voor vogels, stinkende lis met felgekleurde bessen en lage bloeiende bodembedekkers. Deze beplanting maakt de boulevard aantrekkelijk voor mens en dier.
Samen met bewoners en The Green Mile
De wandelboulevard is ontworpen met inbreng van bewoners. In 2022 konden zij reageren op het voorlopig ontwerp, en die input heeft geleid tot aanpassingen. Op 6 juni 2023 is het definitieve ontwerp vastgesteld. Ook stichting The Green Mile was nauw betrokken bij de herinrichting. Zo is de boulevard echt samen met de stad tot stand gekomen
Nieuw uitgekomen: de leidraad effectmeting loopmaatregelen. Deze praktische handleiding van CROW helpt beleidsmakers, ontwerpers en onderzoekers om het effect van voetgangersmaatregelen goed en gestructureerd in beeld te brengen. In dit artikel lees je wat de precies inhoudt, hoe je ermee werkt en waarom dit een belangrijke stap is richting een wandelvriendelijke leefomgeving.
Waarom de leidraad effectmeting loopmaatregelen onmisbaar is
De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in het verbeteren van looproutes. Maar het meten van het effect bleef vaak achter. De leidraad effectmeting loopmaatregelen maakt daar nu korte metten mee. Door effectmetingen te standaardiseren, worden lokale inzichten vergelijkbaar – en leren we steeds beter wat écht werkt.
Eén leidraad, drie onderdelen
De leidraad effectmeting loopmaatregelen bestaat uit drie onderdelen:
Een handleiding met alle stappen voor een goede effectmeting.
Een Excelbestand waarin je effecten en kenmerken kunt registreren.
Een Worddocument met een vragenlijst voor passanten, bewoners en ondernemers. Samen vormen ze een compleet pakket voor iedereen die het effect van loopbeleid wil aantonen.
Altijd meten in zes stappen
De handleiding werkt met zes vaste stappen: van het definiëren van je maatregel tot het analyseren van de resultaten. Dit maakt het makkelijker om projecten met elkaar te vergelijken. En nog belangrijker: het helpt om met data te laten zien wat het effect is van goed loopbeleid. De meeste aandacht in de leidraad gaat uit naar fysieke maatregelen zoals de aanleg van nieuwe routes of het verbeteren van de begaanbaarheid. Via een zevenpuntsschaal kun je onder andere directheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van een route beoordelen – een mooie brug naar de ontwerpprincipes van de 15-minuten-stad.
Gedragsmaatregelen krijgen ook aandacht
In de leidraad effectmeting loopmaatregelen is er ook ruimte voor gedragsmaatregelen. Denk aan campagnes om lopend naar school te gaan, of het opzetten van wandelgroepen. Voor dit type maatregelen krijg je geen standaardvragenlijst, maar wel slimme tips voor wat en hoe je moet meten. Goede effectmeting begint met een nulmeting. De leidraad adviseert om die bij voorkeur in hetzelfde seizoen uit te voeren als de nameting. Zo voorkom je verstorende seizoenseffecten. De leidraad effectmeting loopmaatregelen raadt ook aan om een benchmark-locatie op te nemen: een plek waar geen maatregel is genomen, zodat je objectiever kunt vergelijken.
Praktisch en realistisch
De kracht van de leidraad zit in de praktische aanpak. De focus ligt op gedragsverandering en ruimtelijke beleving; niet op lange termijngezondheidseffecten. Daarmee blijft de effectmeting behapbaar én gericht op wat je lokaal echt kunt beïnvloeden: gaan mensen meer lopen? De leidraad is gratis beschikbaar via CROW. Je vindt de handleiding, het Excelbestand en de vragenlijst via de site van CROW.
Waarom dit perfect past bij het Nationaal Masterplan Lopen
Effectmeting is geen doel op zich, maar een middel om beleid beter te maken. Het Nationaal Masterplan Lopen wil lopen positioneren als volwaardige vorm van mobiliteit. De leidraad effectmeting loopmaatregelen levert de inzichten die daarvoor nodig zijn. Want pas als je weet wat werkt, kun je gericht investeren in meer loopvriendelijke steden.
Arnhem introduceert een innovatieve weetingroutekaart die werkoverleggen in beweging brengt. Deze kaart is ontwikkeld in samenwerking met Werken in Beweging, gemeente Arnhem en diverse organisaties. En maakt wandelend vergaderen eenvoudig en toegankelijk. De boodschap is helder: je hoeft het niet voor te bereiden: gewoon gaan.
Zes routes voor elke gelegenheid
De weetingroutekaart biedt zes zorgvuldig uitgestippelde wandelingen vanuit de binnenstad, elk met een eigen karakter en tijdsduur. Het Rondje Binnenstad (41 min) voert je langs culturele iconen zoals Musis Sacrum en de majestueuze Eusebiuskerk, perfect voor gesprekken die wat meer diepgang vragen. Het kortere Monumentaal Rondje (24 min) is ideaal voor een efficiënt overleg tussen afspraken door, terwijl je historische gemeentelijke panden passeert die Arnhems rijke verleden weerspiegelen.
Voor wie inspiratie zoekt in het groen, biedt de Boulevardswijkwandeling (33 min) een verfrissende route door lommerrijke lanen en rustgevende plantsoenen. De langste route, de Nederrijnroute (56 min), is geschikt voor strategische gesprekken of brainstormsessies met adembenemende uitzichten over het water en de uiterwaarden. Daarnaast zijn er twee verkorte routes ontwikkeld, speciaal voor korte telefoongesprekken of een snelle pauze tussendoor.
Alle routes starten centraal in de binnenstad, waardoor ze gemakkelijk te vinden zijn voor bezoekers en lokale werknemers. De routes zijn bewust zo ontworpen dat ze zonder voorbereiding te volgen zijn, zowel op papier als digitaal via RouteYou. Zonder app of inloggegevens. Deze laagdrempeligheid maakt spontane weetings mogelijk. Óók voor wie nog nooit eerder wandelend heeft vergaderd.
De kracht van weetings
Een weeting (walking meeting) combineert overleg met beweging. Onderzoek bevestigt dat wandelende gesprekken leiden tot opener communicatie, meer creativiteit en hogere productiviteit. Het verlaagt stress, verbetert concentratie en stimuleert nieuwe ideeën. Deelnemers merken op: “Zonder scherm ertussen zie je elkaar écht en wordt het gesprek natuurlijker.”
Focus op gedragsverandering
Het Arnhemse initiatief gaat verder dan incidenteel buiten vergaderen. Het doel is een cultuurverandering waarbij je het gevoel krijgt iets te missen als je binnen blijft. De laagdrempelige opzet zonder ingewikkelde regels sluit perfect aan bij het Nationaal Masterplan Lopen, dat benadrukt dat zowel fysieke ruimte als gedragsverandering nodig zijn om lopen vanzelfsprekend te maken.
Onderdeel van een bredere beweging
Arnhem staat niet alleen. Gemeenten als Den Haag, Utrecht en Amersfoort omarmen het concept ook. De kaart wordt actief verspreid via lokale overheden en organisaties als de GGD, Brandweer en Rijkswaterstaat. Op bedrijventerreinen zoals Kantorenpark Gelderse Poort en Lage Weide worden ‘Wandel tijdens je Werk’-weken en wekelijkse walkshops georganiseerd om het concept te verankeren in de werkdag.
Aan de slag met de weetingroutekaart
Werk je in Arnhem? Download de kaart en ervaar zelf wat je mist door binnen te blijven. Werk je elders? Gebruik de aanpak van Arhem als “template”:
Monitor de positieve effecten op welzijn en productiviteit
De Arnhemse weetingroutekaart past in de visie van een walkability-cultuur en de wandelvriendelijke stad. Door wandelen te integreren in dagelijkse werkroutines, laat Arnhem zien hoe stedelijke planning, beleid en praktijk samenkomen. Het resultaat: meer ruimte voor lopen, zowel op de kaart als in je agenda.
Vanaf april 2025 is de provincie Groningen een subsidieprogramma gestart waarmee gemeenten tot € 20.000 per gemeente kunnen aanvragen voor kleine, snel uitvoerbare maatregelen die voetgangersvriendelijkheid stimuleren. Deze regeling, onderdeel van de Loopagenda 2024–2027 ‘Samen stappen zetten’, biedt ruimte voor eenvoudige verbeteringen: bijvoorbeeld een nieuw voetpad in plaats van een olifantenpaadje, een veilige oversteek of het toegankelijk maken van trottoirs.
Laura Hagedoorn, beleidsmedewerker Provincie Groningen, legt uit: “Gemeenten zeiden vaak: weinig tijd, weinig geld. €20.000 is geen mega-investering, maar het geeft wel dat duwtje in de rug”. Met deze impuls hoopt de provincie vliegende starts mogelijk te maken voor voetgangersverbeteringen, ook buiten de stad.
Een breed scala aan initiatieven
De regeling ondersteunt een breed scala aan initiatieven: van het inkorten van looproutes, verbeteren van verbindingen met OV, tot het verwijderen van obstakels waar ouderen of mensen met mobiliteitsbeperkingen hinder van ondervinden. Daarbij is er ook aandacht voor recreatieve routes en kwetsbaarere groepen: boerenlandpaden, dorpsommetjes en veilige oversteekplaatsen horen binnen die scope.
De subsidie is bedoeld voor gemeenten én terreineigenaren zoals waterschappen en/of Staatsbosbeheer. En er is extra ondersteuning: eind juni wordt een ontwerpcursus georganiseerd voor ambtenaren, waarin ze leren hoe ze loopbeleid praktisch en haalbaar vormgeven.
Groningen zet wandelprovincie op de kaart
Met het miljoenenbudget voor veilige voetgangersinfrastructuur komt Groningen voorop: het is namelijk de eerste provincie in Nederland met een specifiek beleid voor lopen. De provincie investeert maar liefst €1 miljoen voor de uitvoering van de Loopagenda, gericht op tastbare verbeteringen buiten en verankering van lopen in al het beleid. Gedeputeerde Mobiliteit Johan Hamster benadrukt: “Lopen is de meest gezonde, duurzame, goedkope en toegankelijke vorm van verplaatsen. Daarom zetten we daar nu nadrukkelijk op in”
Samenwerking als sleutel
Groningen pakt dit niet alleen op. Provinciale afstemming met gemeenten, Wandelnetwerk, Routebureau Groningen en terreinbeheerders is essentieel voor samenhang. De provincie werkt zelfs aan een “menukaart” met opties en voorbeelden, om ook andere provincies te ondersteunen bij het opzetten van eigen loopbeleid. Onderdeel hiervan is Actiepunt 5 uit het Nationaal Masterplan Lopen: een provinciaal overleg Lopen, waarin landen kennis delen, doelen afstemmen en gezamenlijke acties initiëren.
Wat betekent dit voor jou?
Voor gemeenten, provincies of terreinbeheerders is dit dé kans om loopbeleid concreet te maken:
Breng tekortkomingen in kaart – zoals ontbrekende voetpaden of gevaarlijke oversteken.
Dien een projectindiening in vóór april 2027, met maximaal €20.000.
Doe mee aan de ontwerpcursus en pas kennis toe.
Toon effect – verbeterde veiligheid, bereikbaarheid, gezondheid of leefkwaliteit in bewonersbeleving.
Zelfs kleine ingrepen zoals een vlondertje bij een slootstrook of begaanbare wegobstakels maken het verschil.
Samen bouwen aan voetgangersvriendelijkheid
De subsidieregeling Snelle Stappen laat zien hoe provinciaal landelijk beleid en lokale praktijk samenkomen. De focus op lopers – voetgangers die nóg gezonder, duurzamer én mobieler worden – sluit rechtstreeks aan op de ambitie van het Nationaal Masterplan Lopen: loopvriendelijke omgevingen, van stad tot dorp. Groningen loopt voorop door financiën, kennis en initiatief te bundelen. Daarmee zet de provincie een belangrijk precedent: loopbeleid is niet alleen stadszaak, maar provinciale en zelfs landelijke verantwoordelijkheid.
Wist je dat je al wandelend een beter idee krijgt? En dat vergaderen in de buitenlucht leidt tot meer energie en betere gesprekken? Op donderdag 12 juni 2025 is het weer zover: de zevende editie van Outdoor Office Day. Hét moment om werk, natuur en welzijn te combineren. Of je nu een kantoorbaan hebt of thuiswerkt: iedereen kan meedoen.
Wat is Outdoor Office Day?
Outdoor Office Day is een jaarlijkse, internationale uitnodiging om je werk (deels) naar buiten te verplaatsen. Het is ontstaan vanuit het idee dat we te veel stilzitten en te weinig gebruikmaken van de natuurlijke ruimte om ons heen. Zeker in de stad. En dat terwijl de voordelen van buiten werken eindeloos zijn: frisse lucht, beweging, zonlicht, creativiteit én ontmoeting.
Volgens de organisatoren is deze dag een manier om ‘gezond werken in de stad’ te vieren. En dat kunnen wij alleen maar onderschrijven.
Hoe doe je mee?
Simpel. Je kiest een buitenplek, een activiteit en je doet het gewoon. Neem je laptop mee naar een parkbankje, voer een telefoongesprek terwijl je een rondje loopt, of spreek met een collega af voor een ‘weeting’ (een wandelvergadering). Inspiratie nodig? We zetten wat ideeën op een rij.
Tips voor kantoorwerkers
Ontdek de groenste route naar je werkplek.
Organiseer een buitenlunch of koffiemoment.
Vergader wandelend of spreek buiten af met een nieuwe collega.
Onderzoek welke stukjes ‘urban nature’ jouw buurt rijk is.
Zet een tafel en stoelen buiten, en noem het je ‘outdoor office’.
Gebruik een parkeerplek als kantoortuin voor een dag.
Tips voor thuiswerkers
Zet een stoel en tafel buiten en werk daar een paar uurtjes.
Bel staand en wandelend in de tuin of op het balkon.
Maak na een intensieve klus een korte wandeling van 10 minuten.
Zoek een ‘wifi natuur spot’ in de buurt—en installeer je eigen ‘nature desk’.
Wandel tijdens je lunchpauze en ontdek een nieuwe route.
Deel je buitenwerkplek
Maak een foto van jouw favoriete outdoor office en deel ’m op social media met de hashtag #OutdoorOfficeDay. Zo inspireer je anderen om van buiten werken het nieuwe normaal te maken.
Waarom dit past bij Ruimte voor Lopen
Outdoor Office Day raakt precies aan de thema’s van het Nationaal Masterplan Lopen. Het stimuleert een actieve werkdag, draagt bij aan een leefbare en wandelvriendelijke omgeving én brengt stedelijke natuur dichterbij de dagelijkse routine. Meer bewegen tijdens de werkdag zorgt voor gezondere mensen, minder druk op mobiliteit en meer verbondenheid met de buurt.
Met de nieuwe Mobiliteitsvisie 2040 kiest de Brabantse gemeente overduidelijk voor een bereikbare, veilige en leefbare stad. Dat begint bij meer ruimte voor langzaam verkeer. En dus: meer ruimte om te lopen.
Wethouder Robin Heij zegt daarover: “Actieve mobiliteit staat voorop, maar we blijven inzetten op veilige en toegankelijke mobiliteit voor iedereen. Daarbij betrekken we inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden actief. Samen bouwen we een kwaliteitssprong voor onze stad en dorpen waar het prettig wonen, werken en verblijven is.” En dat doet de gemeente stap voor stap: een mooie knipoog naar het thema dat steeds vaker doorklinkt in mobiliteitsbeleid: actieve mobiliteit.
Wandelen krijgt een gezicht
Wat deze visie zo interessant maakt? Het noemt expliciet de voetganger. In de plannen is volop aandacht voor bredere stoepen, veilige oversteekplaatsen, logische looproutes én een autoluwe binnenstad. Roosendaal wil dat het vanzelfsprekend wordt om te voet door de stad te gaan. Niet alleen in het centrum, maar ook van woonwijk naar winkel, van station naar school. Hier staat de mens centraal – letterlijk.
Voorbeeld voor andere steden
De plannen blijven niet steken in ambities. De gemeente gaat de voetganger een vaste plek geven in uitvoeringsagenda’s. Daarmee laat Roosendaal zien hoe je loopvriendelijkheid écht meeneemt in ruimtelijke keuzes. Een aanpak die wij precies voor ogen hebben met het Nationaal Masterplan Lopen. Dat pleit voor lopen als volwaardige vorm van mobiliteit en stadsontwikkeling. Roosendaal laat zien dat het kan. En dat het werkt.
Mobiliteitsagenda op komst
De komende periode werkt de gemeente de visie uit in een Mobiliteitsagenda. Hierin komt een concreet overzicht van projecten voor alle vormen van vervoer. Van voetgangers en fietsers tot openbaar vervoer, auto’s, vrachtverkeer, deelmobiliteit en landbouwverkeer. Nog dit kwartaal neemt het College van Burgemeester en Wethouders een besluit over deze agenda.
Steeds meer steden kiezen voor autoluw beleid. Niet omdat de auto slecht is – integendeel, het is een efficiënt vervoermiddel voor lange afstanden – maar omdat de auto in de stad simpelweg te veel ruimte inneemt. Ruimte die we ook kunnen inzetten voor wandelen, ontmoeten en spelen. Zoals Annemiek Wiggers en Gido van Os van RUIMTEVOLK het treffend zeggen: “De auto is de minst efficiënte manier van stedelijk ruimtegebruik die we kennen.” Dat raakt direct aan de missie van Ruimte voor Lopen: steden zo inrichten dat lopen vanzelfsprekend én aantrekkelijk is.
Vier lessen uit Europa
Wetenschappers Sean van der Lee en Wijnand Veeneman onderzochten het beleid in Barcelona, Bremen, Kopenhagen en Milaan en distilleerden daaruit vier lessen. De eerste?
1. Wees continu op zoek naar nieuwe maatregelen
Denk aan deelauto’s (zoals in Bremen) of herinrichting van straten (zoals in Milaan). Daarbij is het cruciaal om van andere steden te leren. Want wat werkt in Kopenhagen, kan misschien ook in Groningen.
2. Betrek bewoners én wetgevers
De tweede les: let op de lokale context. Een maatregel die op papier slim lijkt, kan in de praktijk stranden op wetgeving of weerstand. In Milaan mochten fietspaden bijvoorbeeld niet tijdelijk worden ingericht – tot een wetswijziging tijdens corona dit mogelijk maakte. In Barcelona werden bewoners actief betrokken bij het ontwerp van de beroemde Superblocks. Zo creëer je draagvlak en voorkom je verkeersarmoede.
3. Grijp het juiste moment
De derde les is misschien wel de belangrijkste: grijp je kans zodra die zich voordoet. Vaak openen zogeheten ‘kansenvensters’ zich onverwacht, bijvoorbeeld door maatschappelijke onrust of zelfs tijdens een pandemie. Dan moeten beleidsmakers snel kunnen schakelen. Voor ingrijpende plannen is timing cruciaal.
4. Test en leer
Tot slot: probeer maatregelen eerst uit, vóór je ze definitief invoert. Zo ontdek je wat werkt, en wat bijsturing nodig heeft. Dat geeft vertrouwen, ook bij bewoners. Voor Ruimte voor Lopen betekent dit: blijf experimenteren met tijdelijke wandelzones, woonerven of autoluwe straten.
Meer ruimte om te lopen
Waarom dit alles relevant is? Omdat autoluwe steden automatisch wandelvriendelijker worden. Minder auto’s betekent meer ruimte, meer veiligheid en meer rust voor voetgangers. En dat is precies waar het Nationaal Masterplan Lopen om draait: lopen als volwaardige vorm van mobiliteit. Meer weten? Bekijk de uitgangspunten in het Nationaal Masterplan Lopen.
Onze hoofdstad maakt op een goede manier ruimte voor lopen. 9 april lanceerde ze een nieuwe campagne: één jaar lang richten beleidsmakers de pijlen op voetgangers. Op hun veiligheid en comfort. Hierdoor hoopt ze een stad te creëren waarin iedereen zich veilig en welkom voelt. En waar lopen voor iedereen plezierig en toegankelijk is.
Scala aan innovatieve maatregelen
Van bredere stoepen tot verbeterde oversteekplaatsen met duidelijke signalen. En tot het aanleggen van meer groene ruimtes waar bezoekers kunnen lopen, ontspannen en genieten van de omgeving. Aan alle facetten wordt gedacht tijdens dit jaar voor de voetganger. Wethouder Melanie van der Horst (Verkeer en Openbare Ruimte): “Met het Jaar van de Voetganger wil ik zorgen dat hier blijvend aandacht voor is in de stad.”
Activiteiten rondom Jaar van de Voetganger
Het Jaar van de Voetganger werd afgetrapt samen met de Voetgangersbeweging Nederland en de Kinderraad. Laatstgenoemde is op 9 april gestart met een serie bijeenkomsten waarin ze nadenken over oplossingen om de stad voetgangersvriendelijker te maken. Daar rolt uiteindelijk een advies uit dat ze 26 juni presenteren aan de Gemeenteraad. “Ook komt er aandacht voor mooie stadswandelingen en gaan we met acties het wandelen in het zonnetje zetten”, vertelt de gemeente op haar site.
Samen naar een betere toekomst
Prachtig hoe Amsterdam samen met inwoners werkt aan een stad waar voetgangers centraal staan en waar iedereen zich veilig en comfortabel kan bewegen. Een plek waar ieder geniet van de unieke sfeer die onze hoofdstad te bieden heeft.
Benieuwd naar wat ze willen gaan tijdens het Jaar van de Voetganger? Ontdek het nu. Lees:Aandacht voor voetgangers
In het Gelderse dorp Steenderen is iets moois aan het ontstaan. Het oude dorpsplein, waar vroeger vooral auto’s stonden, verandert in een gezellige ontmoetingsplek voor mensen. Adviesbureau Goudappel heeft dit project ontworpen en deelt haar ervaringen. Dit voorbeeld laat prachtig zien hoe je meer ruimte maakt voor wandelaars in dorps- en stadscentra.
Een nieuw hart voor het dorp
Het dorpsplein in Steenderen krijgt een complete make-over. Goudappel heeft samen met de gemeente een plan gemaakt dat echt verschil maakt. Ze hebben slim nagedacht over waar auto’s moeten rijden en parkeren. Hierdoor komt er veel meer ruimte vrij voor een plein waar mensen kunnen samenkomen, rondlopen en genieten.
Veel dorpen en steden in Nederland hebben hetzelfde probleem: te veel ruimte voor auto’s en te weinig voor mensen. In Steenderen laten ze zien dat het anders kan. Het dorp blijft goed bereikbaar, de winkels kunnen gewoon worden bevoorraad, maar er ontstaat ook een fijne plek voor bewoners en bezoekers.
Inwoners Steenderen denken mee
Een bijzonder sterk punt van dit project is dat de inwoners en winkeliers vanaf het begin hebben meegedacht. Ze weten precies wat hun dorp nodig heeft. Door goed naar hen te luisteren, heeft Goudappel een ontwerp gemaakt dat echt past bij het dorp.
“We hebben de kennis en ideeën van de inwoners serieus genomen,” vertelt Goudappel in haar artikel. “Daardoor wordt het plein niet alleen mooi en praktisch, maar voelt het ook echt als een plek van en voor de mensen uit Steenderen.”
Waarom dit belangrijk is voor wandelaars
De verandering in Steenderen past perfect bij wat we tegenwoordig belangrijk vinden: meer bewegen, elkaar ontmoeten en zorgen voor een gezonde leefomgeving. Een plein waar wandelaars voorrang krijgen heeft veel voordelen:
Mensen kunnen elkaar makkelijker ontmoeten
Bezoekers blijven langer in het dorp
Winkels en horeca krijgen meer klanten
Er is ruimte voor markten en evenementen
Het dorp wordt gezonder en prettiger om te wonen
Van droom naar werkelijkheid
Het verhaal van Steenderen laat zien dat grote veranderingen mogelijk zijn als iedereen samenwerkt. De gemeente durfde te kiezen voor kwaliteit en de inwoners dachten actief mee over de toekomst van hun dorpsplein.
Andere gemeenten kunnen veel leren van dit voorbeeld. Het gaat er niet alleen om hoe je straten en pleinen anders inricht. Het gaat ook om een nieuwe manier van denken: minder focus op auto’s en meer op mensen die lopen, zitten en elkaar ontmoeten.
Lees meer over de aanpak van Goudappel. Ontdek hoe een goed ontwerp rekening houdt met alle gebruikers, maar vooral een fijne plek maakt voor mensen.