Van ambitie naar actie: Wandelnet vraagt om concrete ruimte voor lopen

De Ontwerp-Nota Ruimte van de Rijksoverheid toont hoe de nationale ruimtelijke keuzes en richtingen voor Nederland eruit moeten gaan zien, op de korte én lange termijn. In het Ontwerp is aandacht voor meer ruimte voor lopen en wandelen. Maar worden deze ambities en visies ook voldoende vertaald naar concrete keuzes in de praktijk?

Wandelnet analyseerde de Ontwerp-Nota Ruimte en deed voorstellen om deze aan te scherpen. De kern van hun boodschap: zonder duidelijke acties en maatregelen blijven goede intenties te vrijblijvend.

Ambities concreter uitwerken

Lopen en wandelen worden op meerdere plekken genoemd, maar vooral op het niveau van ambities. Het belang van lopen wordt erkend, maar nog te weinig vertaald naar concrete doelen, uitvoeringsmaatregelen en financiering. Wandelnet roept op om per beleidsthema vast te leggen hoe lopen en wandelen structureel worden geborgd, zodat ambities ook daadwerkelijk landen in de ruimtelijke praktijk.

Lopen breder benaderen dan mobiliteit

In de Nota Ruimte komt lopen vooral terug binnen het thema mobiliteit, terwijl het ook bijdraagt aan gezondheid, leefbaarheid, woningbouw, recreatie en sociale samenhang. Die brede waarde vraagt om een benadering vanuit meerdere beleidsthema’s. Door lopen expliciet te verbinden aan deze thema’s wordt versnippering van loopbeleid voorkomen.

Wandelinfrastructuur structureel borgen

Volgens bestaande wetgeving en aangenomen moties heeft het Rijk een systeemverantwoordelijkheid voor het behoud van landelijke wandelroutes, zoals LAW’s en Streekpaden. In de Ontwerp-Nota Ruimte komt deze verantwoordelijkheid nog onvoldoende terug. Wandelnet pleit ervoor om expliciet vast te leggen dat landelijke wandelinfrastructuur behouden en beschermd moet worden, en dat ruimtelijke ontwikkelingen deze routes niet aantasten, maar juist versterken.

Meer ruimte voor wandelen dichtbij huis

Wandelen is de populairste vorm van actieve vrijetijdsbesteding in Nederland, maar dat zie je nog te weinig terug in de ruimtelijke inrichting. Er wordt gesproken over het beter verbinden van stad en land, maar wat dat betekent voor mensen in hun dagelijkse leefomgeving blijft vaag. Wandelnet roept op om als doel te stellen dat iedere Nederlander voldoende wandelmogelijkheden heeft in de directe woonomgeving, en dit uit te werken in concrete maatregelen.

Nabijheid en bereikbaarheid leidend maken

Principes als de 15-minuten-stad en STOMP worden genoemd, maar vooral als streven. Juist deze principes zorgen in de praktijk voor wandelvriendelijke, groene en sociale leefomgevingen. Wandelnet pleit ervoor om nabijheid en bereikbaarheid als concreet doel te formuleren en bij ruimtelijke inrichting structureel vanuit deze principes te redeneren.

Lopen, OV en gezondheid beter verbinden

Ongeveer 80 procent van de verplaatsingen tot 500 meter is te voet. Toch zijn looproutes naar haltes en stations niet altijd veilig of comfortabel. Wandelnet vraagt om lopen expliciet te zien als onderdeel van het OV-systeem. Ook de gezondheidswinst van lopen verdient meer aandacht, bijvoorbeeld door te sturen op 7.000 tot 10.000 stappen per dag als ruimtelijke ambitie.

Samenwerken aan uitvoering

Tot slot benadrukt Wandelnet het belang van samenwerking. Door maatschappelijke organisaties met praktijkkennis actief te betrekken bij de uitwerking van de Nota Ruimte, blijven plannen uitvoerbaar en effectief. Dat is essentieel om lopen een vanzelfsprekend onderdeel te maken van een wandelvriendelijke leefomgeving, in lijn met het Nationaal Masterplan Lopen.

Bron: Wandelnet: Wandelnet roept op tot concrete acties en maatregelen in de Nota Ruimte

Wandelaars met een beperking ervaren belemmeringen in de openbare ruimte

wandelaars met een beperking ervaren veel hindernissen - man in rolstoel die aankomt bij een trap.

Wandelen in de openbare ruimte gaat voor mensen met een beperking nog niet zonder problemen. Zij komen nog verschillende obstakels tegen. Gemeenten worstelen met de opgave om de openbare ruimte toegankelijker te maken. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder mensen met een beperking en gemeenteambtenaren.

Wandelaars met een beperking beoordelen de toegankelijkheid van de openbare ruimte gemiddeld met een score van 3,1 (op schaal van 1 tot 5). Onder wandelen valt in dit onderzoek ook bijvoorbeeld rijden met een rolstoel.

Zelfstandig wandelen is belangrijk, maar niet altijd mogelijk

De meeste wandelaars vinden het belangrijk om zelfstandig te kunnen wandelen. Maar dit lukt hen niet altijd, ook niet met hulpmiddelen. Dit heeft onder andere te maken met belemmeringen in de openbare ruimte.

Geblokkeerde stoepen en te weinig voorzieningen

De grootste obstakels voor wandelaars met een beperking zijn:

  • verkeerd geparkeerde voertuigen;
  • horecaterrassen;
  • smalle of slechte stoepen;
  • te weinig bankjes en toegankelijke toiletten langs wandelroutes.

Concreet beleid is nodig, maar samenwerking ontbreekt vaak nog

48% van de gemeenten heeft concrete beleidsdoelen over de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Gemeenten nemen maatregelen zoals zorgen voor obstakelvrije routes, bankjes en toegankelijke sportplekken. De gemeente toegankelijk maken voor mensen met een beperking vraagt actie vanuit het sociaal én het ruimtelijk domein. Die samenwerking ontbreekt vaak nog.

Onderzoek onder wandelaars met een beperking en ambtenaren

Voor dit onderzoek hebben 51 wandelaars met een beperking een vragenlijst ingevuld. Zeven van hen namen ook deel aan een focusgroep. Daarnaast vulden 125 ambtenaren van gemeenten een andere vragenlijst in. Ambtenaren van vijf gemeenten namen ook deel aan een focusgroep.

Lees het rapport ‘Onbeperkt wandelen’.
Neem voor vragen over dit onderzoek contact op met Mulier Instituut via: r.rauws@mulierinstituut.nl.

Magazine LOPEN is weer uit!

De nieuwste editie van het magazine LOPEN is weer uit. Tijdens het Nationale Voetgangerscongres in Amersfoort reikte Martine de Vaan (Ruimte voor Lopen) de nieuwste exemplaren uit aan burgemeester Floor Vermeulen (Wageningen), gedeputeerde André van Schie (provincie Utrecht), wethouder Cilia Daemen (Wageningen) en wethouder Tyas Bijlholt (Amersfoort).

Deze editie staat weer boordevol praktijkervaringen en handreikingen om lopen voor iedereen vanzelfsprekend te maken. Het magazine kun je online lezen. Liever een gedrukt exemplaar? Mail dan naar info@ruimtevoorlopen.nl

In dit nummer lees je onder andere:

  • Hoe lopen in Amersfoort een centrale plek in het mobiliteitsbeleid krijgt, wat goed is voor gezondheid, leefbaarheid én bereikbaarheid.
  • De inzet van de provincie Utrecht en andere betrokken partijen om meer groen te combineren met woningbouw via het Pact Groen Groeit Mee.
  • Een terugblik op een jaar Nationaal Masterplan Lopen, dat symbolisch werd gelanceerd met het uitrollen van een rode loper.
  • De stand van zaken rondom voetgangersnetwerken: steeds meer gemeenten werken actief aan veilige en aantrekkelijke netwerken, elk met hun eigen aanpak.

Nieuw Omgevingsprogramma Mobiliteit betekent meer ruimte voor lopen in Amersfoort

Verbetering van loopinfrastructuur en de invoering van betaald parkeren, zo wilt de Raad zorgen voor meer ruimte voor lopen in Amersfoort. Wethouder Tyas Bijholt (D66) legt op de site van Nationaal Voetgangerscongres Nederland uit dat de voetganger één van de speerpunten is in het Omgevingsprogramma Mobiliteit dat dit voorjaar is aangenomen.

De stad zet in op een forse koerswijziging ten opzichte van de afgelopen 20 jaar. Ze regelt mobiliteit voortaan alleen nog maar volgens het STOMP-principe. Bijholt legt uit dat in het Omgevingsprogramma Mobiliteit “wordt ingezet op het stimuleren van actieve mobiliteit. Voor het eerst hebben we beleid voor lopen gemaakt.”

Stappen waarmee ze meer ruimte voor lopen in Amersfoort creëren

Hoe gaan ze die ruimte voor lopen in Amersfoort concreet creëren? Daarvoor heeft de gemeente verschillende maatregelen op stapel liggen:

  • Investeren in looproutes: Amersfoort investeert in toegankelijke en veilige looproutes om noodzakelijke, recreatieve én sportieve verplaatsingen te stimuleren
  • Invoering van betaald parkeren: Vanaf 1 oktober 2026 voert ze in fasen betaald parkeren en vergunning-parkeren in voor grote delen van de stad, waaronder de nieuwe wijk De Hoef. Dit moet autogebruik ontmoedigen en ruimte vrijmaken voor de mens te voet.
  • Voorzieningen dichtbij huis: De gemeente streeft ernaar dat belangrijke voorzieningen binnen 10 minuten lopen of 2 kilometer fietsen bereikbaar zijn. Dit moet ervoor zorgen dat inwoners minder snel de auto pakken voor korte ritjes.
  • Groen binnen loopafstand Iedere inwoner moet kunnen genieten van groen dichtbij huis en stadsgroen binnen 10 minuten lopen. Dat staat garant voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor voetgangers.

Ruimtemaker Nijmegen verandert parkeerplaats in plek om te lopen en ontmoeten

ruimtemaker Nijmegen - lege parkeerplaats

Van blik naar buurt

Parkeerplaatsen waren jarenlang een vast onderdeel van stedelijk ontwerp. Hoe meer auto’s er konden staan, hoe beter, zo leek de gedachte. Maar die tijd verandert. Steeds vaker klinkt de vraag: moeten we de auto nog wel zo’n prominente plek geven in de stad? En wat gebeurt er als we parkeerplekken juist inzetten voor meer leefbaarheid en ontmoeting? Het project ruimtemaker Nijmegen geeft daarop een concreet antwoord.

Straat op maat: de ruimtemaker Nijmegen

In Nijmegen startte de gemeente het project Straat op Maat. Tien woonstraten kregen de kans om parkeerplaatsen tijdelijk een andere invulling te geven. Daarvoor zijn houten modules ontwikkeld, de zogenoemde ruimtemakers. Deze flexibel inzetbare objecten kunnen dienen als fietsenstalling, zitplek of ontmoetingsruimte. Een origineel ontwerp.

“Met verschillende initiatieven werkt de gemeente samen met bewoners aan het vergroten van de leefbaarheid in Nijmeegse straten. De ruimtemakers zijn een proef om te onderzoeken hoe openbare ruimte flexibel en op maat voor de buurt kan worden ingezet,” aldus de gemeente Nijmegen. De term ruimtemaker Nijmegen is daarmee uitgegroeid tot symbool voor een nieuwe manier van omgaan met schaarse stedelijke ruimte.

Samen verantwoordelijkheid nemen

Een ruimtemaker in Nijmegen komt er niet zomaar. Wie er eentje aanvraagt, moet zelf het gesprek aangaan met de buren en samen afspraken maken over onderhoud. Daarmee wordt de parkeerplek niet alleen fysiek veranderd, maar ook sociaal versterkt. Op 11 juni zijn de eerste ruimtemakers geplaatst. Sindsdien wordt er volop geëxperimenteerd: in sommige straten staan extra fietsenstallingen, in andere juist bankjes waar buren elkaar ontmoeten. Ingrepen die mensen aanzetten tot meer wandelen.

Een beweging die breder trekt

De ruimtemaker Nijmegen is niet uniek: Rotterdam experimenteerde eerder met soortgelijke oplossingen. Ook andere steden tonen interesse. Zo heeft Ede inmiddels een ruimtemaker aangeschaft, mede dankzij de betrokkenheid van ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet, die er zelf woont.

Internationaal zien we vergelijkbare initiatieven. In Texas werd een complete parkeerplaats tijdelijk omgevormd tot park en ontmoetingsplek. Dat onderstreept dat de behoefte aan wandelvriendelijke en leefbare straten wereldwijd groeit.

Van parkeren naar leefbaarheid

De discussie over parkeerplaatsen gaat al lang niet meer alleen over mobiliteit. Het gaat over leefbaarheid, gezondheid en sociale cohesie. De ruimtemaker Nijmegen laat zien dat een enkele parkeerplek kan uitgroeien tot een waardevolle ontmoetingsplek. Daarmee draagt het bij aan een wandelvriendelijke stad: een stad waarin bewoners lopend toegang hebben tot alles wat ze dagelijks nodig hebben.

Minder blik op straat betekent meer ruimte om te lopen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Zo wordt de stad aantrekkelijker, gezonder en veiliger.


Bronnen

Den Haag zet stap voor stap in op meer ruimte voor de voetganger

Anne Kok - gemeente Den Haag meer ruimte voor de voetganger

Bij onze partner Den Haag groeit het besef dat lopen een volwaardige plek verdient in de stad. Adviseur mobiliteit en stadsinnovator Anne Kok vertelt hoe de gemeente van nul loopbeleid naar een stevige basis is gegaan, en welke kansen er nu liggen om dat verder uit te bouwen.

Van strategie naar actie

Dat iedere vierkante meter openbare ruimte fel bestreden is, weet Anne Kok als geen ander. “Ons uitgangspunt is STOMP: eerst de voetganger, dan de fiets, ov, mobiliteitshulpmiddelen en als laatste de auto. Maar daarmee zijn we er nog niet,” zegt ze. “Er zijn veel meer dingen die een plek willen, zoals deelmobiliteit, groen en ov.”

Sinds 2022, toen de Strategie Mobiliteitstransitie werd vastgesteld, zit Den Haag volgens Anne “met de goede kaarten aan tafel”. Voor het eerst is STOMP officieel het vertrekpunt voor al het Haagse mobiliteitsbeleid. “Het is een belangrijk document. Het vormt het vertrekpunt voor het uitwerken van beleid voor lopen.”

Van nul naar een loopnota

Tot die tijd was er helemaal geen beleid voor lopen. “Voor deelmobiliteit, ov en fiets hadden we beleid op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Voor lopen stond er alleen iets in het Handboek Openbare Ruimte: stoepen van 1,80 meter breed en in drukke gebieden 2,40 meter. Deze twee maten doen niet zoveel recht aan de verscheidenheid aan ruimtes waar gelopen wordt.” Om dat gat te vullen, begon Anne eind 2023 aan een plan van aanpak en een loopnota. “Het was niet mijn enige project, maar het moest er komen. Inmiddels ligt er een nota op hoofdlijnen. Geen uitgebreide versie, maar wel een stevige basis voor het verankeren van lopen bij planvorming.”

Meer plek voor lopen in projecten

De loopnota vraagt expliciet aandacht voor ruimte voor lopen en bevat een uitvoeringsagenda. “Die agenda geeft mij handvatten om verder te werken,” zegt Anne. De bedoeling is dat lopen een grotere plek krijgt in projecten, vooral bij herinrichtingen. “In de hoop dat er straks ook programmageld aan mag hangen. Nu hoop je dat lopenthema’s meeliften in verkeersprogramma’s. Gelukkig zie je dat het steeds vaker in de uitgangspunten wordt meegenomen. Bij projecten en ingenieursbureaus begint het te landen dat er ruimte moet zijn voor voetgangers.”

Haagse normen en voetgangersgebieden

De huidige normen voldoen maar beperkt. “Daarom willen we de set normen gaan uitbreiden en daarmee Haagse normen ontwikkelen. Tot die tijd verwijzen we naar die CROW-normen. In de uitvoeringsagenda staat dat we die Haagse normen willen vaststellen op wijk- en buurtniveau. Daarbij kun je ook verschillen maken per type gebied, zoals winkelstraten of woonwijken. Dat proces hoop ik binnenkort te starten.”  Verder wil de gemeente onderzoeken waar voetgangersgebieden kunnen worden uitgebreid en komt er een plan van aanpak voor voetgangerspaden.

In herontwikkelingsgebieden als Binckhorst, het Central Innovation District en Zuidwest is lopen al stevig verankerd. “Daar kun je vanaf de basis ruimte maken voor lopen, juist doordat een heel gebied op de schop gaat. Dat scheelt enorm.”

De bestaande stad en lastige keuzes

Toch speelt het meeste werk zich af in de bestaande stad. “Daar moet je roeien met de riemen die je hebt. Soms wordt een straat aangepakt omdat het riool vervangen moet worden, soms vanwege verkeersveiligheid. Wil je daar meer ruimte voor de voetganger, dan kan dat soms ten koste gaan van autoparkeerplaatsen. Dat is het heetste hangijzer.”

Tot voor kort werd er standaard veel ruimte voor de auto gereserveerd en kon de voetganger het doen met krappe restruimte. Maar die tijd is volgens Anne voorbij. “We zitten in een overgangsfase. Willen we meer woningen bouwen en meer mensen kunnen vervoeren, dan hebben we extra ruimte nodig voor fietsen en lopen, en minder voor de auto. Maar dat is een flinke omslag in een stad waar veel mensen gewend zijn alles met de auto te doen. 50% van de autoritten in de stad is korter dan 5 kilometer.”

Wandelboulevard Stadhouderskade: een flaneerplek terug van weggeweest

wandelboulevard Stadhouderskade, mensen die in het gebied verblijven.

De Stadhouderskade in Amsterdam heeft een flinke metamorfose ondergaan. Waar ooit auto’s domineerden, ligt nu een groene wandelboulevard waar voetgangers écht de ruimte krijgen.

Groene wandelroute langs de Singelgracht

Wie aan een wandelboulevard denkt, ziet al snel een zonnige boulevard aan zee voor zich. Maar sinds kort heeft ook Amsterdam er een: tussen de Weteringlaan en de Museumbrug ligt nu de compleet vernieuwde wandelboulevard aan de Stadhouderskade. Hier hoor je vogelgeluiden, ruik je het groen en wandel je ontspannen langs het water. Na een grondige herinrichting is de wandelboulevard helemaal af.

Ruimte voor lopen in het Jaar van de Voetganger

De herinrichting is een voorbeeldproject binnen het Jaar van de Voetganger in onze hoofdstad. De nieuwe inrichting maakt lopen niet alleen prettiger, maar ook veiliger. Er is ruimte om te flaneren, elkaar te ontmoeten en te genieten van de omgeving. Dat past bij de ambitie van de gemeente om lopen een volwaardige plek te geven in de stad. De Stadhouderskade is onderdeel van de S100 Centrumring. Deze grens van de oude stad deed ooit al dienst als wandel- en flaneerplek. In de vorige eeuw veranderde dit groene gebied in een ventweg met parkeerplaatsen, maar de oude functie is nu terug van weggeweest. Met een brede wandelstrook, sfeervolle verlichting en zitplekken is de flaneerruimte hersteld.

Meer groen, minder steen

Op de Stadhouderskade is 1400 m2 steen vervangen door halfverharding zoals grind. Daarnaast is 980 m2 nieuw groen toegevoegd: van de 29 verschillende plantensoorten zijn er 23 biologisch gekweekt. Denk aan vleesbes voor vogels, stinkende lis met felgekleurde bessen en lage bloeiende bodembedekkers. Deze beplanting maakt de boulevard aantrekkelijk voor mens en dier.

Samen met bewoners en The Green Mile

De wandelboulevard is ontworpen met inbreng van bewoners. In 2022 konden zij reageren op het voorlopig ontwerp, en die input heeft geleid tot aanpassingen. Op 6 juni 2023 is het definitieve ontwerp vastgesteld. Ook stichting The Green Mile was nauw betrokken bij de herinrichting. Zo is de boulevard echt samen met de stad tot stand gekomen

Zo meet je effect: dit staat er in de leidraad effectmeting loopmaatregelen

leidraad effectmeting loopmaatregelen - lopende mensen

Nieuw uitgekomen: de leidraad effectmeting loopmaatregelen. Deze praktische handleiding van CROW helpt beleidsmakers, ontwerpers en onderzoekers om het effect van voetgangersmaatregelen goed en gestructureerd in beeld te brengen. In dit artikel lees je wat de precies inhoudt, hoe je ermee werkt en waarom dit een belangrijke stap is richting een wandelvriendelijke leefomgeving.

Waarom de leidraad effectmeting loopmaatregelen onmisbaar is

De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd in het verbeteren van looproutes. Maar het meten van het effect bleef vaak achter. De leidraad effectmeting loopmaatregelen maakt daar nu korte metten mee. Door effectmetingen te standaardiseren, worden lokale inzichten vergelijkbaar – en leren we steeds beter wat écht werkt.

Eén leidraad, drie onderdelen

De leidraad effectmeting loopmaatregelen bestaat uit drie onderdelen:

  1. Een handleiding met alle stappen voor een goede effectmeting.
  2. Een Excelbestand waarin je effecten en kenmerken kunt registreren.
  3. Een Worddocument met een vragenlijst voor passanten, bewoners en ondernemers.
    Samen vormen ze een compleet pakket voor iedereen die het effect van loopbeleid wil aantonen.

Altijd meten in zes stappen

De handleiding werkt met zes vaste stappen: van het definiëren van je maatregel tot het analyseren van de resultaten. Dit maakt het makkelijker om projecten met elkaar te vergelijken. En nog belangrijker: het helpt om met data te laten zien wat het effect is van goed loopbeleid. De meeste aandacht in de leidraad gaat uit naar fysieke maatregelen zoals de aanleg van nieuwe routes of het verbeteren van de begaanbaarheid. Via een zevenpuntsschaal kun je onder andere directheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van een route beoordelen – een mooie brug naar de ontwerpprincipes van de 15-minuten-stad.

Gedragsmaatregelen krijgen ook aandacht

In de leidraad effectmeting loopmaatregelen is er ook ruimte voor gedragsmaatregelen. Denk aan campagnes om lopend naar school te gaan, of het opzetten van wandelgroepen. Voor dit type maatregelen krijg je geen standaardvragenlijst, maar wel slimme tips voor wat en hoe je moet meten. Goede effectmeting begint met een nulmeting. De leidraad adviseert om die bij voorkeur in hetzelfde seizoen uit te voeren als de nameting. Zo voorkom je verstorende seizoenseffecten. De leidraad effectmeting loopmaatregelen raadt ook aan om een benchmark-locatie op te nemen: een plek waar geen maatregel is genomen, zodat je objectiever kunt vergelijken.

Praktisch en realistisch

De kracht van de leidraad zit in de praktische aanpak. De focus ligt op gedragsverandering en ruimtelijke beleving; niet op lange termijngezondheidseffecten. Daarmee blijft de effectmeting behapbaar én gericht op wat je lokaal echt kunt beïnvloeden: gaan mensen meer lopen? De leidraad is gratis beschikbaar via CROW. Je vindt de handleiding, het Excelbestand en de vragenlijst via de site van CROW.

Inspiratiebundel ‘Lopen in steden en dorpen’ gepubliceerd

Inspiratiebundel lopen in steden en dorpen

Hoe richt je een straat, wijk of stad zo in dat mensen er vanzelf gaan lopen? Deze inspiratiebundel ‘Lopen in steden en dorpen’ laat zien hoe het kan. Met 31 voorbeelden uit Nederland en Vlaanderen krijg je een inkijkje in concrete projecten, slimme keuzes en meetbare resultaten.

Waarom deze bundel juist nu onmisbaar is

De druk op onze steden en dorpen groeit. Meer mensen, meer woningen, meer mobiliteit. Tegelijk zoeken we naar oplossingen voor gezondheidsproblemen, klimaatverandering en sociale ongelijkheid. En dán komt lopen in beeld. Lopen is immers de meest duurzame vorm van mobiliteit: gezond, goedkoop en voor bijna iedereen bereikbaar. Maar steden en dorpen (her)inrichten met de voetganger als uitgangspunt is nog geen vanzelfsprekendheid. Daarom lanceert Wandelnet de inspiratiebundel Lopen in steden en dorpen, met maar liefst 31 voorbeelden uit Nederland en Vlaanderen.

Van visioen naar uitvoering

Het is een rijk overzicht van recent gerealiseerde projecten waarin lopen centraal staat. Van de aanleg van nieuwe routes door bouwblokken, over bruggen en door tunnels heen tot de herinrichting van allerlei typen straten: telkens gaat de voetganger er flink op vooruit.

Wat kun je als beleidsmaker met deze bundel ‘lopen in steden en dorpen’?

Zie het als een inspiratiebron en tegelijk een praktisch handvat. Elk project is helder beschreven met aandacht voor context, aanpak, geleerde lessen en meetbare resultaten. Zo kunnen beleidsmakers, ontwerpers en adviseurs makkelijker aansluiting vinden bij bewezen strategieën. De voorbeelden zijn onderverdeeld in schaalniveaus (straat, buurt, stad, regio) zodat je gericht kunt zoeken naar inspiratie die past bij jouw eigen opgave.

Auteurs met voeten in de klei

De inspiratiebundel is samengesteld door Annemieke Molster (Molster Stedenbouw) en Sandra Schuit (Bureau Zijaaanzicht), twee experts met ruime ervaring in voetgangersvriendelijke inrichting. Ze werkten eerder aan de City Deal Ruimte voor Lopen en weten precies waar de kansen en knelpunten zitten in het maken van loopbeleid. Hun selectie en duiding van de 31 projecten is zowel deskundig als enthousiasmerend.

Kennis die bijdraagt aan het Nationaal Masterplan Lopen

Lopen in steden en dorpen sluit naadloos aan op de ambities van het Nationaal Masterplan Lopen: lopen als vanzelfsprekende en volwaardige vorm van mobiliteit en stadsontwikkeling. Door concrete voorbeelden tastbaar te maken, draagt deze bundel bij aan bewustwording, inspiratie en het maatschappelijk gesprek over lopen. Precies zoals de contentstrategie van het masterplan beoogt.

Bekijk de bundel

Benieuwd hoe steden en dorpen in Nederland en Vlaanderen werk maken van lopen? Laat je inspireren door de voorbeelden die laten zien dat loopvriendelijk inrichten écht werkt.

Download de inspiratiebundel Lopen in steden en dorpen via Wandelnet.nl en breng het Nationaal Masterplan Lopen tot leven in jouw gemeente of regio.

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

In samenwerking met Kennis Over Zien en Ieder(in) heeft CROW de publicatie Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk? uitgebracht over het toepassen van laadkabels en laadpalen voor elektrische auto’s en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en toegankelijkheid van het trottoir. Naast een analyse van de huidige situatie bevat de publicatie aanbevelingen voor gemeenten om knelpunten te voorkomen.

De ambities van Nederland op het gebied van laadinfrastructuur, om het wagenpark zo snel mogelijk te elektrificeren, zijn hoog. Dit brengt echter uitdagingen met zich mee in de openbare ruimte. Zowel bij CROW, Ieder(in) als de partners van Kennis Over Zien komen klachten binnen over ontoeganke­lijke trottoirs door over de stoep gelegde private laadkabels of op het trottoir geplaatste openbare laadpalen.

Literatuurstudie en enquêtes

Die klachten riepen vragen op als: hoe groot zijn de problemen, wat zijn de oorzaken en welke mogelijkheden zijn er om die problemen te voorkomen? In de publicatie doen de drie organisaties verslag van de analyse van de huidige situatie op basis van een literatuurstudie en enquêtes onder mensen met beperkingen en onder gemeenten. De resultaten zijn vervolgens besproken met gemeentelijke experts en vertegenwoordigers van de laadsector.

Onafhankelijke toetsing

De publicatie doet aanbevelingen aan gemeenten voor het toepassen van private laadkabels en het op de juiste manier plaatsen van laadpalen op of naast het trottoir. Een vervolgstap is de aanbeveling om alle middelen die laadkabels afdekken, wegstoppen of ophangen door een onafhankelijke instantie te laten toetsen op toegankelijkheid en veiligheid voor voetgangers. Daarvoor moeten eerst eisen worden vastgesteld. Vervolgens zou een onafhankelijke instantie die hulpmiddelen kunnen toetsen.

Wat betreft laadpalen adviseren de opstellers om met de ontwerpers van laadpalen te komen tot een aantal universele ontwerpprincipes die zo min mogelijk hinderlijk zijn voor voetgangers en de paal zo optimaal mogelijk bedienbaar maken.

Download HIER de publicatie.

Jaar van de Voetganger van start in Amsterdam

Jaar van de Voetganger - mensen lopend op het Damrak.

Onze hoofdstad maakt op een goede manier ruimte voor lopen. 9 april lanceerde ze een nieuwe campagne: één jaar lang richten beleidsmakers de pijlen op voetgangers. Op hun veiligheid en comfort. Hierdoor hoopt ze een stad te creëren waarin iedereen zich veilig en welkom voelt. En waar lopen voor iedereen plezierig en toegankelijk is.

Scala aan innovatieve maatregelen

Van bredere stoepen tot verbeterde oversteekplaatsen met duidelijke signalen. En tot het aanleggen van meer groene ruimtes waar bezoekers kunnen lopen, ontspannen en genieten van de omgeving. Aan alle facetten wordt gedacht tijdens dit jaar voor de voetganger.  Wethouder Melanie van der Horst (Verkeer en Openbare Ruimte): “Met het Jaar van de Voetganger wil ik zorgen dat hier blijvend aandacht voor is in de stad.”

Activiteiten rondom Jaar van de Voetganger

Het Jaar van de Voetganger werd afgetrapt samen met de Voetgangersbeweging Nederland en de Kinderraad. Laatstgenoemde is op 9 april gestart met een serie bijeenkomsten waarin ze nadenken over oplossingen om de stad voetgangersvriendelijker te maken. Daar rolt uiteindelijk een advies uit dat ze 26 juni presenteren aan de Gemeenteraad. “Ook komt er aandacht voor mooie stadswandelingen en gaan we met acties het wandelen in het zonnetje zetten”, vertelt de gemeente op haar site.  

Samen naar een betere toekomst

Prachtig hoe Amsterdam samen met inwoners werkt aan een stad waar voetgangers centraal staan en waar iedereen zich veilig en comfortabel kan bewegen. Een plek waar ieder geniet van de unieke sfeer die onze hoofdstad te bieden heeft.

Mensgericht mobiliteitsbeleid: op weg naar een leefbare omgeving

mensgericht mobiliteitsbeleid

Een goed mobiliteitsbeleid begint bij de mens en zijn gedrag. Door te begrijpen wat mensen nodig hebben en daarop in te spelen, kunnen we het reisgedrag positief beïnvloeden. Ideeën zoals de 15-minutenstad en het model “durven, kunnen, willen” helpen hierbij. Deze concepten zorgen voor een betere balans tussen auto’s en andere vervoersmiddelen, en maken steden leefbaarder.

De 15-minutenstad: alles dichtbij

In een 15-minutenstad zijn alle belangrijke voorzieningen binnen 15 minuten te bereiken, bij voorkeur te voet of met de fiets. Denk aan scholen, winkels en parken. Door een centraal punt in de wijk in te richten als “kloppend hart”, ontstaat een plek voor ontmoeting en sociale interactie. Dit vermindert autoverkeer en maakt de buurt fijner om in te wonen.

Durven, kunnen, willen

Het model “durven, kunnen, willen” laat zien hoe emoties ons reisgedrag bepalen. Mensen moeten zich veilig voelen (durven), makkelijk kunnen reizen (kunnen) en een prettige ervaring hebben (willen). Voorbeelden zijn veilige fietspaden, duidelijke bewegwijzering en aantrekkelijke looproutes. Dit motiveert mensen om vaker te lopen, fietsen of het openbaar vervoer te nemen.

De invloed van ruimtelijke inrichting

Hoe we de openbare ruimte inrichten, bepaalt hoe mensen zich verplaatsen. Autogerichte wijken maken lopen en fietsen minder aantrekkelijk. Maar een herinrichting die voetgangers en fietsers voorrang geeft, stimuleert duurzamere keuzes. Zo worden steden leefbaarder en groener.

Door mobiliteitsbeleid en stadsplanning te baseren op de wensen en behoeften van mensen, creëren we een omgeving waar iedereen zich prettig voelt. Een toekomst waarin lopen en fietsen vanzelfsprekend zijn, begint bij een mensgerichte aanpak.

Benieuwd naar meer informatie over beide concepten? Lees dan verder op Goudappel.nl.

>