Arie Keppler Prijs 2026 laat zien wat ruimte voor lopen oplevert

Ruimte voor lopen bij De Laat - Arie Kepler Prijs 2026

Inspirerende projecten uit Noord-Holland

Hoe kan een goed ontworpen straat uitnodigen om vaker te lopen, elkaar te ontmoeten en langer te verblijven? Tussen de inzendingen voor de Arie Keppler Prijs 2026 staan verschillende projecten die daar concrete antwoorden op geven. De tweejaarlijkse prijs van MOOI Noord-Holland zet projecten en initiatieven in de schijnwerpers die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Uit 104 inzendingen heeft de vakjury twaalf projecten genomineerd. Voor de publieksprijs kan tot en met 16 augustus 2026 op alle 104 inzendingen worden gestemd.

Kwaliteit als maatschappelijke noodzaak

De prijs is vernoemd naar ingenieur en volkshuisvester Arie Keppler, die leefde van 1876 tot 1937. Als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst in Amsterdam zette hij zich in voor goede, gezonde en betaalbare woningen. Voor Keppler was kwaliteit in de gebouwde omgeving geen luxe, maar een maatschappelijke noodzaak. Zorgvuldige architectuur en stedenbouw konden volgens hem bijdragen aan welzijn en sociale samenhang. Die gedachte is nog steeds actueel. Een goede leefomgeving gaat niet alleen over gebouwen, maar juist ook over de ruimte ertussen: straten, pleinen en routes waar mensen zich veilig en prettig te voet kunnen verplaatsen.

De Laat geeft voetgangers ruimte

Een van de twaalf genomineerde projecten is de transformatie van winkelstraat De Laat in Alkmaar. Bureau B+B stedenbouw en landschapsarchitectuur ontwierp de vernieuwde straat in opdracht van gemeente Alkmaar en ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk. Het project beslaat ongeveer 5.000 vierkante meter en werd uitgevoerd in twee fasen, in 2022 en 2026.

Voor de herinrichting bestond De Laat grotendeels uit verharding. De straat had te maken met hittestress, wateroverlast, leegstand en een openbare ruimte die weinig uitnodigde tot lopen of verblijven. In het nieuwe ontwerp zijn de verkeersstromen anders georganiseerd, waardoor volgens de projectbeschrijving “voetgangers nu maximaal de ruimte” krijgen. Midden door de straat loopt een herkenbare loopstrook. Royale plantvakken zorgen voor groen en schaduw, bergen regenwater en worden afgewisseld met terrassen.

Meer walkability door integraal ontwerpen

De Laat laat zien dat een wandelvriendelijke straat niet ontstaat door alleen een paar extra bomen of bankjes toe te voegen. Eerst moet naar het grotere mobiliteits- en verblijfssysteem worden gekeken. Welke ruimte is nodig om comfortabel te lopen? Waar kunnen mensen rusten? Hoe voorkom je hittestress en wateroverlast? En hoe sluit de straat aan op andere belangrijke bestemmingen in de binnenstad?

Juist de combinatie van actieve mobiliteit, klimaatadaptatie, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit versterkt de walkability van een gebied. Een aantrekkelijke looproute ondersteunt bovendien het principe van de 15-minuten-stad: dagelijkse voorzieningen moeten veilig, comfortabel en prettig te voet bereikbaar zijn. Dat is niet alleen goed voor de bereikbaarheid, maar ook voor gezondheid, ontmoeting en de lokale economie.

Stemmen op ruimte voor kwaliteit

De Arie Keppler Prijs maakt zichtbaar hoeveel verschillende ontwerpkeuzes kunnen bijdragen aan een betere leefomgeving. De 104 inzendingen bieden daarmee ook inspiratie voor gemeenten, ontwerpers, bewoners en ondernemers die meer Ruimte voor Lopen willen creëren. Stemmen op de Arie Keppler Publieksprijs kan tot en met 16 augustus. De winnaars worden op 18 september 2026 bekendgemaakt tijdens het Festival voor Omgevingskwaliteit.

Projecten als De Laat sluiten goed aan bij het Nationaal Masterplan Lopen. Daarin staat de ambitie centraal om lopen een volwaardige en vanzelfsprekende positie te geven binnen mobiliteit en gebiedsontwikkeling. De inzendingen voor de Arie Keppler Prijs laten zien hoe die ambitie in de praktijk vorm kan krijgen: door de voetganger vanaf het begin mee te nemen in het ontwerp van straten, centra en andere openbare ruimtes.

Bekijk de inzendingen en stem.

Wandelen begint bij de voordeur

Wandelen begint bij de voordeur. In aflevering 6 van Groen Groeit Mee | De Podcast gaat Harry Boeschoten in gesprek met Ankie van Dijk, directeur van Wandelnet.

Ommetje

‘Even een ommetje lopen’ klinkt vanzelfsprekend, maar is dat lang niet altijd. In de podcastaflevering van Groen Groeit Mee gaat Harry Boeschoten in gesprek met Ankie van Dijk, directeur van Wandelnet, over wandelen, groen en de inrichting van onze leefomgeving. Voor het gesprek koos Ankie een plek aan de noordrand van Amersfoort: Land in Zicht. Die locatie staat voor haar symbool voor wat zij ‘verhokking’ noemt: de scherpe scheiding tussen wonen, recreëren en buiten zijn. “Een wijk, daar woon je. Hier ben je buiten en recreëer je”, vat ze samen. “Mijn droom is dat dit soort plekken meer verweven zijn met onze woongebieden.”

Voordeur

Volgens Ankie begint een gezonde leefomgeving bij nabijheid. Speelplekken, sportvoorzieningen, groen en recreatie zouden niet pas na een rit met fiets, bus of auto bereikbaar moeten zijn, maar logisch onderdeel moeten zijn van het dagelijks leven. Of, zoals zij het zegt: “Nu ligt veel van wat we belangrijk vinden nog te ver weg.” Juist daar raakt de podcast aan thema’s als walkability, actieve mobiliteit en de 15-minuten-stad. Een wandelvriendelijke wijk begint niet bij een recreatiegebied verderop, maar bij de voordeur. Kun je veilig oversteken? Is er groen in de buurt? Nodigt de route uit om te lopen? En sluit de straat aan op een groter wandelnetwerk?

Wandelnetwerk

In het gesprek komt ook het idee van een ‘recht op een ommetje’ voorbij. Volgens Ankie zit de kern niet per se in een formeel recht, maar in de vraag of we onze leefomgeving durven inrichten vanuit de lopende mens. “Er is een verschil tussen het auto- en wandelnetwerk: waar iedere woning vanzelfsprekend is aangesloten op het autonetwerk, geldt dat veel minder voor het wandelnetwerk. Daar is een inhaalslag te maken.” Wandelnet kijkt daarbij naar verschillende schaalniveaus: stoepniveau, straatniveau, wijkniveau en lange lijnen. Precies op die overgangen wordt zichtbaar of lopen echt vanzelfsprekend is, of dat routes onderweg vastlopen op barrières, ontbrekende doorsteken of onaantrekkelijke verbindingen.

Verbindingen

Een belangrijk cijfer uit het gesprek: volgens onderzoek van Wandelnet kan er in Nederland ongeveer 15.000 kilometer aan wandelpaden worden toegevoegd. Vooral aan de randen van woonwijken en in het buitengebied ontbreken nog veel wandelverbindingen. Dat gaat niet altijd om grote nieuwe infrastructuur. Vaak zit de winst juist in kleine schakels die bestaande looproutes met elkaar verbinden. “Soms gaat het om niet meer dan vijftig meter, maar zo’n doorsteek kan bepalen of een gebied voor wandelaars wel of niet bereikbaar wordt.” Volgens Ankie helpt een fijnmaziger wandelnetwerk ook om de druk op populaire natuurgebieden beter te spreiden. “Als het aanbod aan wandelpaden fijnmaziger en op meer plekken is, zal de druk op natuurgebieden ook vanzelf afnemen.”

Masterplan

De aflevering van Groen Groeit Mee laat goed zien waarom wandelen meer is dan recreatie. Het raakt aan gezondheid, bereikbaarheid, natuurbeleving, sociale ontmoeting en de kwaliteit van de openbare ruimte. Wandelnet zoekt daarom nadrukkelijk de samenwerking met andere organisaties, onder andere via NLBuiten. “Het vraagstuk van die fysieke infrastructuur voor wandelaars is vaak groter dan het wandelen of deze sector alleen”, zegt Ankie. Voor Ruimte voor Lopen is dat een herkenbare beweging. Ook in het Nationaal Masterplan Lopen staat centraal dat lopen een volwaardige en vanzelfsprekende plek verdient in mobiliteitsbeleid, ruimtelijke ontwikkeling en ontwerp. Niet als extraatje achteraf, maar als vertrekpunt voor een gezonde, toegankelijke en wandelvriendelijke leefomgeving.

Beluister de podcastaflevering van Groen Groeit Mee met Ankie van Dijk via Spotify, Apple Podcasts of YouTube.

Mensgericht mobiliteitsbeleid: op weg naar een leefbare omgeving

mensgericht mobiliteitsbeleid

Een goed mobiliteitsbeleid begint bij de mens en zijn gedrag. Door te begrijpen wat mensen nodig hebben en daarop in te spelen, kunnen we het reisgedrag positief beïnvloeden. Ideeën zoals de 15-minutenstad en het model “durven, kunnen, willen” helpen hierbij. Deze concepten zorgen voor een betere balans tussen auto’s en andere vervoersmiddelen, en maken steden leefbaarder.

De 15-minutenstad: alles dichtbij

In een 15-minutenstad zijn alle belangrijke voorzieningen binnen 15 minuten te bereiken, bij voorkeur te voet of met de fiets. Denk aan scholen, winkels en parken. Door een centraal punt in de wijk in te richten als “kloppend hart”, ontstaat een plek voor ontmoeting en sociale interactie. Dit vermindert autoverkeer en maakt de buurt fijner om in te wonen.

Durven, kunnen, willen

Het model “durven, kunnen, willen” laat zien hoe emoties ons reisgedrag bepalen. Mensen moeten zich veilig voelen (durven), makkelijk kunnen reizen (kunnen) en een prettige ervaring hebben (willen). Voorbeelden zijn veilige fietspaden, duidelijke bewegwijzering en aantrekkelijke looproutes. Dit motiveert mensen om vaker te lopen, fietsen of het openbaar vervoer te nemen.

De invloed van ruimtelijke inrichting

Hoe we de openbare ruimte inrichten, bepaalt hoe mensen zich verplaatsen. Autogerichte wijken maken lopen en fietsen minder aantrekkelijk. Maar een herinrichting die voetgangers en fietsers voorrang geeft, stimuleert duurzamere keuzes. Zo worden steden leefbaarder en groener.

Door mobiliteitsbeleid en stadsplanning te baseren op de wensen en behoeften van mensen, creëren we een omgeving waar iedereen zich prettig voelt. Een toekomst waarin lopen en fietsen vanzelfsprekend zijn, begint bij een mensgerichte aanpak.

Benieuwd naar meer informatie over beide concepten? Lees dan verder op Goudappel.nl.

Ringgleis Braunschweig: van treinspoor naar fiets- en wandelpad

Ringgleis

Het Ringgleis-project in Braunschweig, Duitsland, is een inspirerend voorbeeld van hoe steden kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de 15-minuten stad. Binnen dit project is een voormalig treinspoor omgevormd tot een fiets- en wandelpad. Een cruciaal element voor het verbeteren van de stedelijke toegankelijkheid én leefbaarheid.

Groen wandelpad dwars door de stad

Ooit was het Ringgleis een drukbezocht spoorwegnetwerk dat industriële gebieden van Braunschweig met elkaar verbond. Toen die industriële activiteit verminderde, verloor het spoor zijn oorspronkelijke functie. Toch bleef de optie voor een nieuwe bestemming altijd bestaan. In plaats van het spoor te laten verloederen, besloot de overheid om het te veranderen in een fietsvriendelijk, groen wandelpad dat de hele stad doorkruist.

Een stap dichter bij 15-minuten stad

Dit project brengt de 15-minuten stad een reuzenstap dichterbij. Het creëert een netwerk van paden dat de verschillende wijken met elkaar verbindt. Hierdoor kunnen inwoners zich snel, veilig en milieuvriendelijk door de stad verplaatsen. Bijzonder aan Ringgleis is dat het een nieuw leven inblaast in wat anders een vergeten stukje infrastructuur zou zijn geweest. Geweldig hoe het hergebruik van de stedelijke ruimte zorgt voor een praktische route om je te verplaatsen én een fijne plek voor recreatie en ontmoeting.

Boost voor de gezondheid

Daarbij komt dat het Ringgleis-project gigantische positieve effecten op de gezondheid van inwoners heeft. Het biedt een autovrije ruimte voor wandelen, fietsen en andere actieve vormen van beweging. Dit draagt bij aan een veel gezondere levensstijl. Bovendien verbetert het welzijn van de mensen door de vergroening.

Niet altijd nieuwe infrastructuur nodig

De transformatie van het Ringgleis toont aan dat stedelijke ontwikkeling niet altijd betekent dat er nieuwe infrastructuur moet worden aangelegd. Soms ligt de oplossing voor een duurzamere, toegankelijkere stad in het hergebruiken van wat al aanwezig is. Dit project is een geweldig voorbeeld voor andere steden die streven naar een toekomst waarin duurzaamheid, toegankelijkheid en kwaliteit van leven voorop staan.

Laat je inspireren door dit buitenlandse voorbeeld. Lees GO Zomertour #3: RINGGLEIS Braunschweig.

>