Deze leidraad biedt een afwegingskader waarmee het voor voetgangers meest geschikte type woonstraat kan worden gekozen. Daarbij is het uitgangspunt dat de straat toegankelijk, veilig en aantrekkelijk moet zijn voor alle voetgangers en desgewenst ook voor verblijfsactiviteiten zoals spelen en ontmoeten.
Bij het ontwerp van woonstraten komt veel kijken. De verschillende functies en voorzieningen leggen een beslag op de ruimte. Naast de verkeersfuncties voor voetgangers en rijdend verkeer, hebben woonstraten deels ook een speel- en ontmoetingsfunctie en moet er vaak ruimte zijn voor overige functies. Denk daarbij aan parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen van nutsbedrijven en vuilniscontainers. Lang niet altijd is er voldoende ruimte voor al deze functies tegelijk.
Geregeld worstelen gemeenten met de vraag hoe ze het beste het voetgangersverkeer en de verblijfsfuncties een plek kunnen geven in een woonstraat. Daarbij komen diverse vragen aan de orde. Wanneer is het verantwoord om voetgangers met het rijdend verkeer te mengen? Wanneer is het veilig voor kinderen om te spelen tussen het rijdend verkeer? Wat is dan een gepaste maximumsnelheid voor het verkeer? Kan nog altijd het erfregime worden toegepast? En zijn 30 km/h-straten zonder voetpaden die niet als erf zijn ingericht wel een goede optie? Deze leidraad geeft antwoord op de vragen.
De conclusie: er is in het begin een keuze uit drie inrichtingstypes:
- Niet mengen voetgangers en rijdend verkeer, dus naast de rijbaan gelegen voetpaden die voldoende breed zijn.
- Mengen voetgangers en rijdend verkeer, dus erfregime en maximaal 15 km/h.
- Geen rijdend verkeer, dus voetpad of voetgangerszone.
Een type woonstraat zonder voetpaden en met een maximumsnelheid hoger dan 15 km/h wordt afgeraden, omdat mengen van voetgangers en rijdend verkeer vanwege de te hoge snelheid onvoldoende veilig is voor voetgangers en verblijfsactiviteiten.
Deze leidraad is opgesteld als vervolg op de CROW-publicatie Verkenning woonerven 2.0.
Uit het werkveld komt regelmatig de vraag hoe breed een voetpad moet zijn. Het lijkt een simpele vraag, maar veel gemeenten worstelen er in de praktijk mee. In de CROW-publicaties Ontwerpwijzer voetgangers, Leidraad Toegankelijkheid en in de ASVV 2021 staan hiervoor aanbevelingen, maar die volgen gemeenten niet altijd op. Deze publicatie biedt gemeenten aanbevelingen voor de benodigde voetpadruimte.
Het doel van de Leidraad breedte van voetpaden is tweeledig. Ten eerste: aanbevelingen voor de breedte van voetpaden in verschillende situaties op een rij zetten en verduidelijken. Dit helpt ontwerpers en verkeerskundigen om een onderbouwde beslissing te maken bij het bepalen van de benodigde ruimte voor voetgangers, al dan niet gebruik makend van een hulpmiddel zoals een rollator, stok, rolstoel of kinderwagen. Ten tweede: bijdragen aan de bewustwording van het belang van voldoende brede voetpaden bij het verdelen van de openbare ruimte.
De CROW-publicatie ‘Leidraad Toegankelijkheid’ bevat kennis en informatie over beleid, richtlijnen en aanbevelingen voor het toegankelijk inrichten van de openbare ruimte en voor toegankelijke mobiliteit. Om dit te realiseren is een structurele verankering nodig van toegankelijkheid in alle processtappen, van beleid tot beheer.
Aanleiding voor het uitbrengen van de publicatie was de behoefte van overheden aan actualisatie van de Richtlijn Toegankelijkheid uit 2014 en uitbreiding van het aantal onderwerpen. De alsmaar voortgaande maatschappelijke ontwikkelingen in combinatie met de kennisontwikkeling binnen het vakgebied vroegen daar om.
Mensen met en zonder beperkingen moeten zich zonder belemmeringen en naar behoefte kunnen verplaatsen. Zelfredzaamheid en zelfstandige mobiliteit zijn belangrijke voorwaarden om aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Daarvoor is nodig dat de openbare buitenruimte zoals looproutes, bushaltes, parkeerplaatsen en reis- en route-informatie op orde zijn.
Wegbeheerders vinden in de Leidraad Toegankelijkheid aanknopingspunten voor het ontwerp, de inrichting en het beheer van de buitenruimte en beleidmakers kunnen kennis opdoen over hoe je toegankelijkheid in een beleidsproces kunt vormgeven. De samenhang tussen beleid en (beleid)uitvoering is bepalend voor de mate waarin een openbaar gebied daadwerkelijk toegankelijk is.
In samenwerking met Kennis Over Zien en Ieder(in) heeft CROW een publicatie uitgebracht over het toepassen van laadkabels en laadpalen voor elektrische auto’s en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en toegankelijkheid van het trottoir. Naast een analyse van de huidige situatie bevat de publicatie aanbevelingen voor gemeenten om knelpunten te voorkomen.
De ambities van Nederland op het gebied van laadinfrastructuur, om het wagenpark zo snel mogelijk te elektrificeren, zijn hoog. Dit brengt echter uitdagingen met zich mee in de openbare ruimte. Zowel bij CROW, Ieder(in) als de partners van Kennis Over Zien komen klachten binnen over ontoegankelijke trottoirs door over de stoep gelegde private laadkabels of op het trottoir geplaatste openbare laadpalen.
Literatuurstudie en enquêtes
Die klachten riepen vragen op als: hoe groot zijn de problemen, wat zijn de oorzaken en welke mogelijkheden zijn er om die problemen te voorkomen? In de publicatie doen de drie organisaties verslag van de analyse van de huidige situatie op basis van een literatuurstudie en enquêtes onder mensen met beperkingen en onder gemeenten. De resultaten zijn vervolgens besproken met gemeentelijke experts en vertegenwoordigers van de laadsector.
Onafhankelijke toetsing
De publicatie doet aanbevelingen aan gemeenten voor het toepassen van private laadkabels en het op de juiste manier plaatsen van laadpalen op of naast het trottoir. Een vervolgstap is de aanbeveling om alle middelen die laadkabels afdekken, wegstoppen of ophangen door een onafhankelijke instantie te laten toetsen op toegankelijkheid en veiligheid voor voetgangers. Daarvoor moeten eerst eisen worden vastgesteld. Vervolgens zou een onafhankelijke instantie die hulpmiddelen kunnen toetsen.
Wat betreft laadpalen adviseren de opstellers om met de ontwerpers van laadpalen te komen tot een aantal universele ontwerpprincipes die zo min mogelijk hinderlijk zijn voor voetgangers en de paal zo optimaal mogelijk bedienbaar maken.
Dit rapport is uitgevoerd door een zestal studenten van de Saxion Hogeschool Deventer voor het Rijksvastgoedbedrijf en heeft als doel om haar meer inzicht te geven over de toegankelijkheid en kwaliteit van looproutes van en naar Rijksvastgoedgebouwen. Er is gekozen om in vier steden (Amersfoort, Zwolle, Apeldoorn en Arnhem) onderzoek te doen naar de toegankelijkheid tussen het openbaar vervoer en de gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf. Hierbij zijn de routes vanaf het station of vanaf het busstation belopen en beoordeeld op toegankelijkheid en kwaliteit. Van al deze routes is een fotorapportage gemaakt die zijn verwerkt in het rapport. Om de routes te kunnen beoordelen zijn door middel van deskresearch randvoorwaarden opgesteld. Daarnaast is gekeken naar de overgang van openbaar naar privéterrein, omdat dit een belangrijk aspect bleek te zijn als het gaat om de toegankelijk van de gebouwen. Voor enkele routes zijn verbeter voorstellen gemaakt, deze voorstellen zijn gemaakt om een beeld te geven van hoe het anders zou kunnen.
In dit rapport wordt een stappenplan beschreven waarmee vooraf bepaald kan worden waar de belangrijkste looproutes liggen. Op deze routes moet vervolgens ruimte gereserveerd worden voor de voetgangers op het trottoir. Op deze manier wordt voorkomen dat voetgangers het ondergeschoven kindje worden bij het verdelen van ruimte in de stad. Bij de maatvoering van trottoirs wordt rekening gehouden met de verschillende dimensies. Zo wordt een vrije doorloopruimte bepaald, naast een ruimte voor obstakels en een frontale zone. Aangegeven wordt welke maatvoering gewenst is bij het basisnet en het hoofdnet voor voetgangers. Deze afmetingen zijn gebaseerd op bestaande maatvoeringen uit diverse steden wereldwijd. De vrije doorloopruimte is per definitie vrij van obstakels en zorgt voor een stroomfunctie op trottoirs. Een aparte ruimte voor obstakels wordt gebruikt voor straatmeubilair en groen om de looproute aantrekkelijker te maken. Obstakels zoals geparkeerde fietsen worden toegestaan zolang de vrije doorloopruimte gewaarborgd blijft.
Het doel van dit onderzoek was om te achterhalen hoeveel ruimte voetgangers nodig hebben en het creëren van een hulpmiddel waarmee ontwerpers gevoel kunnen ontwikkelen, voor voetgangersaantallen en de breedtes van voetpaden en per locatie kunnen bepalen hoe breed het voetpad moet worden. Een van de resultaten is dat de ruimtevraag van de voetganger kan worden beantwoord aan de hand van de hoeveelheid comfort oftewel bewegingsruimte die de voetganger heeft. De verschillende comfortniveaus worden uitgedrukt in Levels of Service (LoS). Uit interviews is onder andere naar voren gekomen dat ontwerpers geen gevoel hebben voor aantallen voetgangers en dat zij behoefte hebben aan hulpmiddelen bij het planvormingsproces. Om dit gevoel en deze kennis te bewerkstelligen is een referentiekader ontworpen waarin zowel de LoS als het aantal voetgangers en de breedte van het voetpad worden gecombineerd om inzicht te geven in de manier waarop deze aspecten zich tot elkaar verhouden. De hoeveelheid ruimte die de voetganger nodig heeft hangt af van de drukte op de desbetreffende locatie en het type plek. Het is aan de ontwerper/besluitvormer om te bepalen welk comfort de voetganger op de desbetreffende locatie gegund is.
Deze masterscriptie betreft een onderzoek naar de inclusieve mobiliteit in voetgangersgebieden: beschrijven en evalueren van inclusieve voetgangersgebieden in Oslo, Noorwegen en Nijmegen, Nederland. Dit onderzoek geeft meer inzicht in de definitie van inclusieve voetgangersgebieden en factoren die de mate van inclusiviteit beïnvloeden. Om dit te onderzoeken werden vragen met betrekking tot inclusiviteit; “van wat”, “voor wie”, “door wie” en “hoeveel” bestudeerd. Het onderzoek is gericht op een beter begrip van de definitie en beoordeling van inclusieve voetgangersgebieden.
Deze Masterscriptie handelt over de relatie tussen stedelijke vernieuwingsprojecten en de leefbaarheid voor ouderen in openbare parken in Seoul. De bevindingen zijn dat de ouderen onvoldoende worden meegenomen in ruimtelijke planningsopgaven van stadsvernieuwing. Tevens wordt het belang van de openbare parken aangetoond voor de gezondheid en sociale contacten.
Dit document betreft een nationaal plan om Schotland meer aan het lopen te krijgen. Dit actieplan geeft per beleidsterrein waarom en hoe lopen gestimuleerd moet worden.
Een actieplan om lopen te bevorderen in de Australische deelstaat Zuid Australië. Dit plan beschrijft het waarom, het hoe en het meten van het effect van de voorgestelde maatregelen.
Dit document beschrijft de visie op het gebied van lopen in de deelstaat Queensland in Australië. Als basis stond er onderzoek naar wat bewoners willen op het gebied van lopen.