Hoe sociaal veilig voelt een straat eigenlijk als je er alleen loopt, bij dag of nacht? En op welke manier maak je dit zichtbaar met data? In Deventer werken Boudewijn Naaijkens, Aron Vossebeld en Evander van Wolfswinkel aan LOOP. Een digital ‘twin’ waarin allerlei voetgangersdata samenkomen. In dit interview vertellen ze over hun unieke sociale-veiligheidsscore en hoe ze bijdragen aan de shift naar meer Ruimte voor Lopen.
Sociale veiligheid als ontbrekende schakel
Veel gemeenten werken tegenwoordig aan een logisch voetgangersnetwerk, weten goed waar voetpaden liggen, hoe breed ze mogen zijn en waar oversteekplaatsen ontbreken. Maar hoe veilig een route vóelt voor voetgangers? “Dat is een hot topic, binnen mobiliteitsbeleid en maatschappij-breed”, geven Naaijkens, Vossebeld en Van Wolfswinkel eensgezind aan. “Toch zijn er amper modellen die daar iets mee doen.” Volgens Vossebeld van één van onze partners, Goudappel, is dat dan ook hun unique selling point.
“Wij keken naar welke beslisinformatie ontbreekt bij het opstellen van voetgangersbeleid” vult Naaijkens aan. “Al snel kwamen we toen uit bij sociale veiligheid.” Vanuit het samenwerkingsverband De Kien ontwikkelden ze hun digital twin, waarin ze bestaande voetgangersdata samenbrengen. In Deventer zag de tool het levenslicht, maar inmiddels is het voor iedere gemeente inzetbaar.
Sociale veiligheidsscore
Op basis van de data ontwikkelen ze daarnaast een volledig nieuwe sociale-veiligheidsscore voor heel Deventer. En dat gaat verrassend ver, vertellen de drie vol enthousiasme. “De tool berekent zowel een dag- als nachtscore.” En gemeente Deventer is heel enthousiast hierover. “Zo passen we de scores uit LOOP al samen met de gemeente toe bij het opstellen van maatregelen voor het verbeteren van haar voetgangersnetwerk.”
Hoe is die sociale-veiligheidsscore opgebouwd?
Deze score is opgebouwd uit elf verschillende parameters. De één voor de hand liggend, de ander verrassender. Van straatverlichting, drukte en verkeerssnelheid tot open zicht. Van Wolfswinkel: “Hoeveel van de omgeving kun je op een bepaald punt zien? Hoe hoog zijn de bosjes? Kan iemand zich daarachter verstoppen of heb je juist lage begroeiing waardoor je overzicht houdt?” Bovendien speelt sociale controle een belangrijke rol. Mensen voelen zich veiliger als er anderen in de buurt zijn, daarom gebruikt LOOP informatie over de loopstromen, verkeersintensiteit en openingstijden van voorzieningen. Allemaal indicatoren die helpen een inschatting te maken van hoeveel ‘ogen op straat’ er aanwezig zijn.
“Als ergens veel mensen lopen, voelt een plek vaak veiliger,” beaamt Vossebeld. “Maar ook langzaam-rijdend verkeer helpt mee. Bij dertig kilometer per uur heb je nog sociaal zicht op het voetpad. Bij 80 kilometer per uur verdwijnt dat volledig.”
Juist die combinatie van databronnen maakt LOOP bijzonder. Open data worden verrijkt met gemeentelijke datasets, modellen van Goudappel en aanvullende analyses die de makers zelf ontwikkelen. “We halen niet alleen data van internet,” zegt Naaijkens. “We verrijken die data ook. Bijvoorbeeld door te berekenen hoeveel open zicht er in een straat is.”
Boudewijn Naaijkens
Niet bepalen, maar inzicht geven
Toch willen de makers van het model nadrukkelijk voorkomen dat gemeenten het model als absolute waarheid gaan zien. “Wij gaan nooit zeggen: deze straat ís onveilig,” zegt Van Wolfswinkel van Saxion. “Sociale veiligheid blijft voor een deel een gevoel.” Dat maakt het onderwerp volgens hem juist ingewikkeld én interessant. LOOP pretendeert niet emoties te vangen in één cijfer, maar helpt gemeenten om patronen zichtbaar te maken en betere gesprekken te voeren over ontwerpkeuzes. “Het doel is inzicht creëren,” zegt Van Wolfswinkel. “Waarom scoort een route minder goed? Komt dat door gebrek aan verlichting? Te weinig sociale controle? Slecht zicht door te hoge beplanting? Dan heb je als overheid een idee van welke ingrepen er in de openbare ruimte nodig zijn.”
Realistisch beeld van sociale onveiligheid op straat
Om te toetsen of hun model realistisch is, legden de makers hun kaart naast meldingen van Pointer over plekken waar vrouwen zich onveilig voelen. De overlap bleek opvallend groot. “Toen zagen we wel dat we goed in de richting zitten,” zegt Van Wolfswinkel. “Dat gaf ons vertrouwen in het toepassen van de score.”
“Niet elke straat hoeft perfect te zijn”
Misschien wel de meest verrassende uitspraak komt van Naaijkens. “Je kunt niet de hele stad sociaal veilig maken. Dat klinkt misschien gek, maar niet alle straten hoeven dezelfde hoge score te krijgen. De focus ligt op het hoofdnetwerk voor voetgangers, de belangrijkste looproutes binnen de stad Deventer.” Vossebeld vult aan: “Over deze routes lopen de meeste mensen en op deze routes kan je hogere eisen stellen. Wat betreft toegankelijkheid, comfort én sociale veiligheid.”
Van kaart naar ontwerptool
Voorlopig werkt LOOP vooral als analysetool die ingezet kan worden voor elke gemeente, maar de ambities gaan verder. “We noemen het nu nog een digital shadow,” zegt Van Wolfswinkel. “Je digitaliseert de werkelijkheid zodat je inzichten kunt ophalen.” Maar uiteindelijk willen de makers verder. “We willen straks bijvoorbeeld wegen en groen kunnen toevoegen of weghalen en direct zien wat dat doet met de sociale-veiligheidsscore,” zegt hij. “Dan ga je echt richting een digital twin.” Dat opent een hele nieuwe wereld van mogelijkheden voor beleidsmakers: dan hoeven ze niet achteraf te constateren dat een route onprettig voelt. Ze kunnen vooraf simuleren welke ontwerpkeuzes het beste bijdragen aan een loopvriendelijke omgeving.
De voetganger eindelijk zichtbaar maken
Volgens de drie ontwikkelaars laat LOOP vooral zien hoe snel het denken over lopen verandert. Waar verkeersmodellen jarenlang vooral om auto’s draaiden, ontstaat nu steeds meer aandacht voor de voetganger. “Voor auto’s bestaan enorme hoeveelheden data en modellen,” geeft Vossebeld aan. “Voor voetgangers is dat veel beperkter.” LOOP probeert dat gat kleiner te maken. En juist dat sluit naadloos aan op het Nationaal Masterplan Lopen. Want een wandelvriendelijke stad draait niet alleen om stoepbreedtes of oversteekplaatsen, maar ook om de vraag: voel je je hier prettig genoeg om te lopen?