Inspiratiegids Beweegvriendelijke werklandschappen

Werklocaties zijn plekken waar mensen een groot deel van hun leven doorbrengen, maar veilige en prettige ruimte voor fietsen en lopen is er vaak schaars. Daarom hebben Werken in Beweging, Wandelnet en Fietsersbond, de Inspiratiegids Beweegvriendelijke Werklandschappen gelanceerd. Deze inspiratiegids laat zien hoe je werklocaties kunt benaderen als volwaardige stukken stad: plekken waar gezondheid, bereikbaarheid en verblijfskwaliteit samenkomen.

De Inspiratiegids bundelt kennis, onderzoek en praktijkervaringen uit drie proeftuinen: Lage Weide (Utrecht), Ecofactorij (Apeldoorn) en Gelderse Poort (Arnhem). Centraal in de gids staan design thinking en placemaking als aanpak voor bedrijventerreinen. In plaats van vooraf vastomlijnde plannen, wordt gewerkt vanuit gebruik, experiment en leren in de praktijk. Door tijdelijk te testen; met wandelroutes, vergroening en verblijfsplekken, ontstaat inzicht in wat werkt voor verschillende gebruikers en contexten.

De Inspiratiegids is opgebouwd rond:

  • observaties en onderbouwing (gezondheid, mobiliteit, ruimtegebruik en economie);
  • lessen uit de drie proeftuinen;
  • praktische handvatten voor vervolg en opschaling.

De Inspiratiegids is bedoeld voor iedereen die werkt aan bedrijventerreinen, werklocaties, mobiliteit, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit, en laat zien hoe relatief kleine ingrepen kunnen leiden tot grote ruimtelijke en maatschappelijke winst.

Leidraad Toegankelijkheid

De CROW-publicatie ‘Leidraad Toegankelijkheid’ bevat kennis en informatie over beleid, richtlijnen en aanbevelingen voor het toegankelijk inrichten van de openbare ruimte en voor toegankelijke mobiliteit. Om dit te realiseren is een structurele verankering nodig van toegankelijkheid in alle processtappen, van beleid tot beheer.

Aanleiding voor het uitbrengen van de publicatie was de behoefte van overheden aan actualisatie van de Richtlijn Toegankelijkheid uit 2014 en uitbreiding van het aantal onderwerpen. De alsmaar voortgaande maatschappelijke ontwikkelingen in combinatie met de kennisontwikkeling binnen het vakgebied vroegen daar om.

Mensen met en zonder beperkingen moeten zich zonder belemmeringen en naar behoefte kunnen verplaatsen. Zelfredzaamheid en zelfstandige mobiliteit zijn belangrijke voorwaarden om aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. Daarvoor is nodig dat de openbare buitenruimte zoals looproutes, bushaltes, parkeerplaatsen en reis- en route-informatie op orde zijn.

Wegbeheerders vinden in de Leidraad Toegankelijkheid aanknopingspunten voor het ontwerp, de inrichting en het beheer van de buitenruimte en beleidmakers kunnen kennis opdoen over hoe je toegankelijkheid in een beleidsproces kunt vormgeven. De samenhang tussen beleid en (beleid)uitvoering is bepalend voor de mate waarin een openbaar gebied daadwerkelijk toegankelijk is.

Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten

De buurt waarin mensen wonen, werken of leven heeft invloed op hun gezondheid. Op verschillende manieren kan de omgeving een positieve invloed hebben. Zo nodigt een gezonde leefomgeving, met bijvoorbeeld een park of fietspaden, mensen uit om meer te bewegen en elkaar te ontmoeten. Ook ervaren mensen meer rust in een omgeving met bomen, planten en water. Alleen bestaan voor deze ‘zachte’ waarden nog geen duidelijke normen, terwijl vuistregels juist richting geven en het gesprek erover steviger onderbouwen. Het RIVM ontwikkelde concrete, ruimtelijke ‘vuistregels’ om bij plannen voor de leefomgeving meer rekening te kunnen houden met gezondheid. En zo de gezondheid van inwoners te verbeteren. Het RIVM deed dat met partners, zoals GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-en, gemeenten, kennisinstellingen, adviesbureaus en provincies, zodat de vuistregels goed aansluiten bij de praktijk. Met de vuistregels kunnen gemeenten en provincies het gesprek over gezondheid aangaan.

De vuistregels zijn meetbaar en gemaakt op basis van wetenschappelijk kennis. Vuistregels zijn niet verplicht, maar geven een onderbouwd kader om keuzes af te wegen en het belang ervan te laten zien.

Een voorbeeld is om minimaal 25 procent van de openbare ruimte in een buurt in te richten voor bewegen: voor lopen, fietsen, spelen en sporten. Of ervoor te zorgen dat elke woning uitkijkt op groen. Dat kunnen 3 bomen zijn, maar ook een tuin of groene gevel (uit de zogeheten 3-30-300-regel). Een ander voorbeeld is stoepen breder te maken zodat mensen een praatje kunnen maken zonder anderen te hinderen.

Het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), gemeenten, GGD-en provincies hebben om de vuistregels gevraagd omdat ze meer aandacht willen voor gezondheid bij ruimtelijke plannen. Dit zijn de eerste vuistregels. De wens is deze uit te breiden naar andere onderwerpen.

STOMP in de praktijk – Stappenplan voor de inrichting van wegen

Samen met deskundigen uit de praktijk heeft CROW een stappenplan ontwikkeld voor de inrichting van wegen, gebaseerd op het STOMP-principe. Dat principe stelt de duurzame mobiliteitsvormen voorop: eerst Stappen, dan Trappen, vervolgens Openbaar vervoer, MaaS en tot slot de Privéauto. Deze methode helpt om actieve verkeersdeelnemers centraal te stellen en daarmee een leefomgeving te creëren die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en verblijven.

De STOMP-visie vraagt om een concreet handelingsperspectief: hoe kom je tot een loop- en fietsvriendelijkere inrichting van straten en gebieden met goede ov-ontsluiting? Hoe krijgt de menselijke maat een vanzelfsprekende plek in het ontwerpproces? En hoe kunnen gemeenten binnen beperkte ruimte toch werken aan toekomstbestendige, gezonde en uitnodigende buurten?

De publicatie ‘STOMP in de praktijk’ ondersteunt ontwerpers, beleidsmakers en projectteams bij het maken van onderbouwde keuzes in vaak schaarse openbare ruimte. De publicatie laat zien hoe STOMP verschilt van de traditionele aanpak, welke afwegingen nodig zijn en welke inrichtingsprincipes richting geven aan duurzame gebiedsontwikkeling.

Het stappenplan geeft een uitwerking van mogelijke inrichtingsprincipes. Daarbij ligt de focus op wegvakken binnen de bebouwde kom, omdat de grote complexe inrichtingsvraagstukken zich vooral daar voordoen. Voor wegvakken is gekozen omdat die de grootste impact hebben op de ruimte. Kruispunten blijven buiten beschouwing.

In de praktijk spelen bij de inrichting van de openbare ruimte vele belangen en ruimteclaims een rol. Denk bijvoorbeeld aan verblijfsfuncties (spelen, ontmoeten), klimaatbestendigheid (groen, waterberging) of terrassen. Om de discussie goed te voeren is het van belang om vanuit elke discipline (dus ook de verkeerskundige) een wensbeeld te hebben met inzicht in de mogelijke speelruimte. Het stappenplan geeft het verkeerskundige inzicht en houdt waar nodig rekening met andere functies in de openbare ruimte.

Webinar Voetgangersnetwerken

Benieuwd naar hoe jouw gemeente ook een voetgangersnetwerk kan ontwikkelen. Tijdens dit webinar delen we de belangrijkste theorieën én concrete praktijkvoorbeelden.

Met bijdragen van:

  • Dennis van Sluijs – Arcadis
  • Martine de Vaan – coördinator Nationaal Masterplan Lopen
  • Annemieke Molster – gemeente Arnhem
  • Emma Habers, Gemeente Zwolle

Leidraad effectmeting loopmaatregelen

Deze leidraad bevat een set hulpmiddelen voor het uitvoeren van effectmetingen bij maatregelen om lopen te stimuleren of de openbare ruimte loopvriendelijker in te richten.

De leidraad is enerzijds ontwikkeld om het gemakkelijker te maken effectmetingen te doen bij maatregelen die worden genomen om lopen te stimuleren of de openbare ruimte loopvriendelijker in te richten. Anderzijds dient de leidraad om de effectmeting te standaardiseren, zodat maatregelen die op verschillende locaties worden uitgevoerd met elkaar vergeleken kunnen worden.

Hierdoor kunnen op termijn meer algemeen geldende conclusies worden getrokken over de effectiviteit van bepaalde typen maatregelen. De leidraad bestaat uit een drietal deelproducten, die je in één zipmap kunt downloaden:

  1. Een handleiding: hierin lees je hoe je een effectmeting kunt doen en hoe je de andere twee documenten hierbij kunt gebruiken (pdf).
  2. Een invuldocument: met werkbladen waarop je gegevens kunt invullen over de maatregel en de effecten van die maatregel (Excel).
  3. Een standaard enquête: een uitgebreide vragenlijst die je kunt gebruiken om passanten, bewoners en ondernemers te bevragen over hun ervaringen met een maatregel. Hierin staan ook enkele vragen die je kunt beantwoorden door zelf te observeren (Word).

OPROEP

Ben je aan de slag geweest met een een effectmeting? Deel dan de resultaten met CROW. Hoe meer mensen de standaard effectmeting gebruiken, hoe meer inzichten dit kan opleveren.

Het is de bedoeling alle effectmetingen op een centrale plek te verzamelen. Op die manier leidt het gebruik van de leidraad tot een overzicht van inspirerende Nederlandse voorbeelden, waarbij per casus de effecten helder zijn. Op termijn ontstaat, door de resultaten te bundelen, inzicht in de (grootte van) effecten van verschillende typen maatregelen en wordt het mogelijk deze gegevens te gebruiken bij kosten-batenanalyses. Je kunt de resultaten delen met Emile Oostenbrink, graag onder vermelding van ‘Effectmeting Loopmaatregelen’.

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

In samenwerking met Kennis Over Zien en Ieder(in) heeft CROW een publicatie uitgebracht over het toepassen van laadkabels en laadpalen voor elektrische auto’s en de gevolgen daarvan voor de veiligheid en toegankelijkheid van het trottoir. Naast een analyse van de huidige situatie bevat de publicatie aanbevelingen voor gemeenten om knelpunten te voorkomen.

De ambities van Nederland op het gebied van laadinfrastructuur, om het wagenpark zo snel mogelijk te elektrificeren, zijn hoog. Dit brengt echter uitdagingen met zich mee in de openbare ruimte. Zowel bij CROW, Ieder(in) als de partners van Kennis Over Zien komen klachten binnen over ontoeganke­lijke trottoirs door over de stoep gelegde private laadkabels of op het trottoir geplaatste openbare laadpalen.

Literatuurstudie en enquêtes

Die klachten riepen vragen op als: hoe groot zijn de problemen, wat zijn de oorzaken en welke mogelijkheden zijn er om die problemen te voorkomen? In de publicatie doen de drie organisaties verslag van de analyse van de huidige situatie op basis van een literatuurstudie en enquêtes onder mensen met beperkingen en onder gemeenten. De resultaten zijn vervolgens besproken met gemeentelijke experts en vertegenwoordigers van de laadsector.

Onafhankelijke toetsing

De publicatie doet aanbevelingen aan gemeenten voor het toepassen van private laadkabels en het op de juiste manier plaatsen van laadpalen op of naast het trottoir. Een vervolgstap is de aanbeveling om alle middelen die laadkabels afdekken, wegstoppen of ophangen door een onafhankelijke instantie te laten toetsen op toegankelijkheid en veiligheid voor voetgangers. Daarvoor moeten eerst eisen worden vastgesteld. Vervolgens zou een onafhankelijke instantie die hulpmiddelen kunnen toetsen.

Wat betreft laadpalen adviseren de opstellers om met de ontwerpers van laadpalen te komen tot een aantal universele ontwerpprincipes die zo min mogelijk hinderlijk zijn voor voetgangers en de paal zo optimaal mogelijk bedienbaar maken.

Loopfeiten 2024

De afstand die Nederlanders lopend afleggen is tussen 2019 en 2023 gestegen met 33%. Zij zijn vaker te voet onderweg en leggen daarbij een langere afstand af. Dit komt onder meer door de populariteit van ommetjes en wandelingen die sinds de COVID-pandemie sterk is toegenomen. Gemiddeld liepen Nederlanders in 2023 1,1 km per persoon per dag. Hiervoor waren zij dagelijks ongeveer 17 minuten onderweg, zo blijkt uit de brochure ‘Loopfeiten 2024’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Walking facts 2024

The distance walked by Dutch people increased by 33% between 2019 and 2023. They are travelling on foot more often, covering a longer distance. This is partly due to the popularity of strolls (journeys where the place of arrival is the same as the place of departure), which have increased significantly since the COVID pandemic. On average, Dutch people walked 1.1 km per person per day in 2023. For this, they spent about 17 minutes daily, according to the brochure ‘Walking facts 2024’ by the Netherlands Institute for Transport Policy Analysis (KiM).

Factsheet Voetgangers en verkeersveiligheid

Lopen is een relatief veilige vervoerwijze. Tegelijkertijd zijn voetgangers kwetsbare verkeersdeelnemers. Welke risico’s lopen voetgangers en hoe kun je die risico’s verminderen? In de factsheet ‘Voetgangers en verkeersveiligheid’ gaat het Kennisnetwerk SPV (Strategisch Plan Verkeersveiligheid) hier nader op in.

Overheden staan voor de taak om de belangrijkste verkeersveiligheidsrisico’s voor voetgangers te verminderen. Dit komt voort uit de landelijke, regionale en lokale risicogestuurde aanpak van verkeersveiligheid: een proactieve aanpak om ongevallen te voorkomen door de belangrijkste risico’s in het verkeerssysteem aan te pakken.
 
De factsheet ‘Voetgangers en verkeersveiligheid’ geeft aan op welke risico-indicatoren voor verkeersveiligheidsbeleid gemeenten invloed kunnen uitoefenen. Dat zijn vooral de risico-indicatoren Veilige infrastructuur en Veilige snelheid. Daarnaast kunnen gemeenten een rol vervullen met betrekking tot Veilige verkeersdeelnemers.

Veilige inrichting

Verder zijn gemeenten verantwoordelijk voor de veilige inrichting van de openbare ruimte. Het is hun taak om de infrastructuur zo te ontwerpen, uit te voeren en in stand te houden dat voetgangers niet geconfronteerd worden met te hoge snelheden, voldoende ruimte hebben, geen obstakels tegenkomen en niet vallen over oneffenheden. Uitgangspunt bij de inrichting van de openbare ruimte is het design for all-principe: het moet intrinsiek veilig zijn voor álle voetgangers, dus ook voor de ruim 2 miljoen mensen met fysieke of mentale beperkingen.

Routesegmenten

Vanuit het perspectief van de voetganger bestaat de infrastructuur uit drie verschillende ‘routesegmenten’: trottoirs en voetpaden, oversteek­punten en gebieden waar voetgangers zich mengen met rijdend verkeer, zoals erven. De drie typen kennen elk hun eigen veiligheidsrisico’s. Lees in de factsheet welke maatregelen kunnen bijdragen om de risico’s voor voetgangers zo klein mogelijk te maken.

STADSLAB STUDENTENROUTE

Een wandelroute in Deventer die veel door studenten wordt gebruikt is saai en onaantrekkelijk en niet representatief voor de stad Deventer. De gemeente was begonnen met de sloop van een aantal vervallen gebouwen om plaats te maken voor nieuwe moderne appartementencomplexen. Dit was een ideaal moment om ook de studentenroute achter deze nieuwe gebouwen aan te pakken en nieuw leven in te blazen. Deze rapportage doet verslag van een analyse van de omgeving en van het maken van een ontwerp voor de nieuwe situatie.

Towards a Weeting World

Walking meetings hebben de potentie om bij te dragen aan een breed scala aan maatschappelijke doelen. Deze thesis behandelt op welke wijze samenwerking aan interventies leidt tot verspreiding van walking meetings. Verspreiding is onderscheiden op drie niveaus: adoptie van het idee, meedoen op uitnodiging, en het zelf initiëren van een walking meeting. De interventies zijn onderzocht met een standaard indeling, waaronder kennis, aanpassing van de omgeving, of het inzetten van een rolmodel. Met behulp van het collaborative innovation raamwerk is de samenwerking geanalyseerd aan de hand van drie aspecten: de betrokken actoren – zoals werkgever of sociaal ondernemer, de assets zoals kennis of creatief vermogen, en de activiteiten in de samenwerking, zoals gezamenlijke probleemanalyse, het bedenken van nieuwe ideeën of het doen van experimenten.

>