In deze masterscriptie is gekeken naar het effect van nabijheid van voorzieningen op de mate van welzijn. Er werd een kwantitatieve analyse uitgevoerd op drie casestudies, die overeenkomen met drie Europese steden die vaak worden beschouwd als prototypes van een 15-minuten stad: Parijs, Barcelona en Milaan.
Vanwege beperkingen tijdens het verzamelen van de gegevens konden alleen conclusies uit de casestudy in Parijs worden gegeneraliseerd. Uit die analyse konden enkele conclusies worden getrokken. Nabijheid bleek een direct licht effect te hebben op subjectief welzijn door toegankelijkheid, maar ook een indirect effect door lokale sociale banden. Een op nabijheid gerichte ontwikkeling kan de kansen voor stadsbewoners vergroten door het lokale potentieel in buurten te ontwikkelen, maar moet tegelijkertijd buurten met elkaar verbinden in een polycentrisch systeem, zodat ze geen doodlopende wegen worden en de effecten van nabijheid op subjectief welzijn belemmeren.
Dit onderzoek gaat over de effectiviteit van verschillende kenmerken van Superblocks, een concept uit de ruimtelijke planning, op de vervoerswijzekeuze. Als casestudy is Barcelona gebruikt en als methode is gekozen voor een enquête onder bewoners van de superblokken vanwege het grote bereik en de generaliseerbaarheid. Interessante bevindingen waren dat lopen populair is en dat het voor vergelijkbare afstanden wordt gebruikt als waarvoor de fiets gebruikt wordt.
In dit onderzoek is gekeken naar hoe de verschillende fysieke kenmerken van de omgeving de verschillen in aantrekkelijkheid om te gaan lopen verklaren. De analyse heeft laten zien dat de nabijheid van water en groene zones een onderscheidbaar effect hadden op de aantrekkelijkheid voor voetgangers van loop infrastructuur. De analyse laat zien dat de dichtheid van groene gebieden en de nabijheid van waterlopen een significant positief effect lijken te hebben op de ervaren beloopbaarheid door voetgangers, terwijl de nabijheid van verkeersinfrastructuur die niet voor voetgangers is, zoals uitvalswegen en openbaar vervoer, significant negatief van invloed blijken te zijn.
In dit onderzoek is gekeken welke gedragsinterventie buurtbewoners stimuleert om vaker en een langere afstand te lopen in Overschie, een wijk in Rotterdam. De interventies zijn getest tijdens een veldexperiment. Uitgezocht is welke interventies bewoners stimuleren om een langere route te lopen, die dezelfde bestemming heeft als de kortere route. Op basis van interviews is geprobeerd te achterhalen welke interventie het populairst is. Er is geen statistisch en economisch significant bewijs gevonden voor de gedragsinterventies. De bevindingen wijzen er echter wel op dat we ons meer moeten richten op het faciliteren van loopgedrag, in plaats van op het motiveren van loopgedrag.
Een afstudeerproject over de hoeveelheid ruimte die voetgangers nodig hebben om comfortabel te kunnen lopen. Het onderzoek mondt uit in een aantal conclusies en aanbevelingen.
In dit afstudeeronderzoek is middels literatuuronderzoek, interviews met tien experts, negen casestudies en observaties antwoord gegeven op de vraag: Hoe kunnen de kansen voor duurzame mobiliteit in bestaande wijken in middelgrote plaatsen in beeld gebracht worden vanuit het STOMP-principe en welke maatregelen kunnen in deze wijken bijdragen aan een optimale STOMP-toepassing?
Dit onderzoek heeft gekeken naar de relatie van loopvriendelijkheid op verschillende kenmerken van wijken. De kenmerken zij verdeeld in drie hoofdklassen; de waarde van huizen, het voorkomen van faillissementen en de hoeveelheid criminaliteit. Het onderzoek bevat een data analyse van 170 wijken. Het onderzoek laat zien dat criminaliteit, faillissementen en de waarde van huizen alle drie verband hebben met de loopvriendelijkheid. De eerste twee zijn lager naar mate de wijk hoger scoort op loopvriendelijkheid en de laatste laat zien dat de waarde van huizen gemiddeld hoger is in wijken waar de loopvriendelijkheid hoog is. Aan de hand van de bevindingen wordt dan ook aangeraden om meer focus te leggen op de loopvriendelijkheid en duurzaamheid van wijken.
Een onderzoek over de relatie tussen lopen en creativiteit. Hierbij worden de mensen getest op creativiteit terwijl ze ofwel zitten ofwel lopen. De mate van creativiteit is getest aan de hand van creativiteitstesten uit andere onderzoeken. Het onderzoek concludeert dat lopen de creativiteit bevordert, waarbij de grootste winst te halen is bij buiten lopen.
Dit onderzoek kijkt naar de effecten van lopen op leren en geheugen. Dit is gedaan door middel van een experiment waarbij een deel van de deelnemers een wandeling van 15 minuten deden. Het onderzoek concludeert voorzichtig, gezien de lage significantie, dat het leren positief beïnvloed wordt door het lopen.
Een uitleg van een onderzoek van Decisio naar de financiële voordelen van werknemers die lopen naar het werk vanuit het perspectief van de werkgever. Het onderzoek heeft een cijfermatige onderbouwing van de voordelen van lopende werknemers uitgewerkt en komt tot de conclusie dat werkgevers en werknemers baat hebben bij het lopen naar werk.
In dit onderzoek wordt een meta analyse gedaan naar de relatie van lange afstandswandelingen en mentale gezondheid. In deze studies kwam naar voren dat deze wandelingen veelal positieve effecten hebben op de mentale gesteldheid, met een nadruk op emotionele problemen en in mindere mate pop welzijn. Tevens wordt het aangeraden dit te combineren als manier om persoonlijke emotionele problemen meer dan dat het voor plezier alleen is.
Het onderzoek Are Long-Distance Walks Therapeutic? is gepubliceerd in de International Journal of Environmental Research and Public Health en is ook gratis te vinden op ResearchGate.
CROW heeft een rapport uitgebracht over de effecten van investeren in lopen. De literatuurverkenning is uitgevoerd door economisch onderzoeksbureau Decisio en Molster Stedenbouw. De belangrijkste conclusie is dat over vrijwel alle baten voldoende kennis beschikbaar is om te kunnen stellen dat investeren in lopen loont. Meer lopen kan een waarde hebben voor individuen, bedrijven, een overheid of de maatschappij als geheel. Investeringen in voetgangersvoorzieningen hebben per saldo een positieve kosten-baten verhouding, oplopend tot een ratio van 37,6. Dit is aanzienlijk hoger dan bij andere modaliteiten. Wat ook opvalt is dat de baten zeer divers zijn en kunnen bijdragen aan het bereiken van doelen in meerdere beleidsvelden.