‘De meeste kracht zit toch in de regio’: Waarom wandelplatforms juist nú opkomen

Kees Terwisscha van Scheltinga en Tjisse Brookman komen elkaar al meer dan dertig jaar tegen in de wereld van de voetganger. Kees sinds 4,5 jaar als belangenbehartiger voor de ANWB in de drie noordelijke provincies, Tjisse onder meer vanuit het domein natuur en gezondheid, Wandelnet en Gezond Natuur Wandelen. En minstens zo belangrijk: ze zijn allebei fervent wandelaars. “We laten het niet alleen bij woorden”, lacht Terwisscha van Scheltinga. In dit interview praten ze ons bij over de regionale wandelplatforms in Friesland, Drenthe en Groningen.

Drie provincies, drie verschillende fases

Op verschillende manieren wordt er in Noord-Nederland samengewerkt rondom wandelen; provincie Drenthe loopt daarin voorop. Daar bestaat het regionale wandelplatform al jaren en inmiddels werken ze er aan een tweede vierjarenplan. Provincie, gemeenten, recreatieschap Drenthe, Marketing Drenthe, Wandelnet, ANWB en andere belangenorganisaties zitten er samen aan tafel.

Terwisscha van Scheltinga: “Hun focus ligt op: recreatief wandelen. Friesland daarentegen koos begin dit jaar (2026) voor een bredere opzet. Een opzet waarin ook utilitair lopen, mobiliteit, zorg, natuur en leefbaarheid nadrukkelijk een plaats vinden.” Tenslotte de derde noordelijke provincie: Groningen had een ware primeur. Ze lanceerden in 2025 als eerste provincie van Nederland een provinciale loopagenda! Bovendien is er een actief routebureau en denken ze na over een breder provinciaal overleg.  

Waarom Friesland een wandelplatform wilde

Friesland trad op 21 januari 2026 in de voetsporen van Drenthe en lanceerde haar regionale wandelplatform. Waar kwam dat initiatief vandaan? Aan wandelinitiatieven, streekpaden, marketingpartijen en een actief recreatieschap (De Marrekrite) ontbrak het namelijk niet. “Maar politiek stond en staat lopen nog niet zo hoog op de agenda”, aldus Terwisscha van Scheltinga. Hij verduidelijkt: “Er is nog veel afstemming nodig, onderling en met de provinciale overheden en Wetterskip Fryslân.” Om die reden kregen partijen uit verschillende hoeken een uitnodiging op de deurmat voor de lancering van Wandelplatform Fryslân. “Partijen uit de recreatie, mobiliteit, economie, sport, natuur, zorg en overheid.” “Want lopen raakt aan veel meer dan alleen vrije tijd”, vult Brookman aan.

Sectoren moeten elkaar leren vinden

Dat brede karakter is voor Brookman een belangrijk onderdeel van het platform. “Het doel is ook om vanuit de verschillende organisaties en sectoren beter met elkaar in verbinding te komen.” Want recreatie, leefbaarheid, gezondheid, natuur, mobiliteit en infrastructuur hebben veel raakvlakken, terwijl organisaties lang niet altijd weten waar de ander mee bezig is. “Onbekend maakt onbemind”, zegt hij. Wie elkaar kent, zoekt sneller contact, leert van eerdere projecten, werkt graag integraal aan ruimtelijke vraagstukken en kan voorkomen dat ieder vanuit zijn eigen beleidsterrein ongeveer hetzelfde wiel opnieuw uitvindt. Samen kun je vaak meer bereiken en elkaar ook versterken.

De kracht van samenbundelen

“Het regionale platform is geen nieuwe stichting met een directie of eigen medewerkers” leggen beide heren uit. Volgens hen moet de kracht juist bij bestaande organisaties blijven. Wel werken ze samen aan een actieplan; hiervoor komen betrokken partijen in het najaar bij elkaar om prioriteiten te stellen. Welke loop-onderwerpen moeten eerst? En: wie kan een actie uitvoeren? Hoe betrek je overheden, natuurorganisaties en zorgpartijen? En misschien wel heel concreet: welke wethouder wil ambassadeur worden? Terwisscha van Scheltinga: “We willen toe naar een wat actievere agenda. Een agenda met concrete actiepunten.”

Boerenlandpaden laten zien wat samenwerking oplevert

Zo’n concreet resultaat is er eigenlijk al. Jarenlang pleitten verschillende partijen voor een nieuwe boerenlandpadenregeling in Friesland. “We hebben ingesproken, stukken geschreven in kranten en tijdens de verkiezingen gemeentelijk en provinciaal weer een pleidooi gehouden.” Inmiddels heeft het provinciebestuur voor de komende vijf jaar €1,5 miljoen euro uitgetrokken om boerenlandpaden nieuw leven in te blazen. Dat is juist in een landelijke provincie als Friesland relevant, legt Terwisscha van Scheltinga uit. Door ruilverkaveling, woningbouw, industrie en infrastructuur zijn veel oude voetpaden, schoolpaden, kerkenpaden en jaagpaden verdwenen. Nieuwe verbindingen kunnen zowel dorpsommetjes als langere routes versterken. “Dat stond ook op ons wensenlijstje. Dus wat dat betreft kunnen we al een vinkje zetten.”

Lopen hoort aan het begin van een plan

Voor beiden zit de winst niet alleen in recreatieve routes. Ook bij nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, nieuwe infrastructuur, waterberging en de herinrichting van binnensteden moet lopen veel eerder aan tafel komen. “Niet op het eind van de rit: oh ja, dat hebben we ook nog”, vindt Terwisscha van Scheltinga. “Want dan komt lopen er altijd bekaaid vanaf.” Brookman vult aan dat aan de voorkant goede loopinfrastructuur vaak relatief betaalbaar is, terwijl herstel achteraf vele malen duurder is. Bovendien gaat het niet alleen om het pad zelf. Bereikbaarheid, groen, rustplekken, een toilet of onderweg ergens koffie kunnen drinken bepalen net zo goed of mensen daadwerkelijk gaan lopen.

Een ommetje binnen handbereik

Hun ideaalbeeld voor over een paar jaar klinkt verrassend eenvoudig: iedereen moet dicht bij huis een aantrekkelijk en toegankelijk ommetje kunnen maken. Brookman heeft daar zelfs een aanvulling op de bekende 3-30-300-regel voor. “Die zou je misschien met 3000 moeten aanvullen.” Oftewel: zorg bij de inrichting van een wijk voor een wandelronde van ongeveer drie kilometer. “Als je zo heel veel rondjes van 3 kilometer creëert en die zet je allemaal aan elkaar, dan heb je een gigantisch wandelnetwerk.” Zo ontstaat een wandelvriendelijke omgeving niet alleen voor bewoners die gewoon dagelijks even naar buiten willen, maar ook voor bezoekers.

Wandelen doet ook sociaal wonderen

Brookman ziet bij Gezond Natuur Wandelen hoe groot de sociale waarde kan zijn. Op ongeveer 125 locaties in Nederland wandelen mensen wekelijks samen, praten onderweg en drinken daarna koffie. “Je ziet echt dat er contacten en initiatieven ontstaan uit die wandelingen.” Mensen komen voor beweging, maar soms ook omdat ze contact zoeken, iemand zijn verloren of even uit hun hoofd willen. Ook vergroot het de betrokkenheid bij de eigen omgeving. Vrijwilligers spelen daarin een grote rol. Zij zijn bovendien “de voelsprieten in de maatschappij”: ze zien waar wandelaars tegenaan lopen en welke behoefte er lokaal bestaat.

De regio geeft het masterplan handen en voeten

Daarmee komt het gesprek vanzelf uit bij het Nationaal Masterplan Lopen. Terwisscha van Scheltinga is er uitgesproken blij mee. “Het is eigenlijk gek dat in de hele mobiliteitsketen lopen altijd een beetje onderaan bungelt.” Volgens hem moet lopen dezelfde serieuze aandacht krijgen als andere vervoersmodaliteiten: auto, fiets, openbaar vervoer en deelmobiliteit.

Maar een landelijk masterplan alleen is niet genoeg. “De meeste uitvoering, macht en kracht zit ‘m toch in de regio.” Juist daar worden woonwijken ingericht, subsidies verdeeld, omgevingsvisies opgesteld en wandelverbindingen gerealiseerd. De noordelijke wandelplatforms laten daarmee heel concreet zien hoe de ambities uit het Nationaal Masterplan Lopen kunnen landen: niet als bijzin in beleid, maar als vast onderdeel van een wandelvriendelijke en gezonde leefomgeving.