Deze beleidsnota van de gemeente Utrecht stelt de voetganger centraal. Bestaande ambities uit onder meer de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040 worden vertaald naar concrete uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte. Hierdoor heeft de voetganger een duidelijke plek in het Utrechtse beleid.
Toch is de stad daar nog lang niet overal goed op ingericht. Op sommige plekken stopt de stoep plotseling, zijn oversteekplaatsen onduidelijk of is de ruimte te krap voor mensen met een kinderwagen, rolstoel of rollator. Met de nieuwe beleidsnota wil de gemeente Utrecht dat veranderen. Het doel is om lopen, net als fietsen, een vanzelfsprekende manier van verplaatsen te maken. Niet alleen voor recreatie, maar juist ook voor dagelijkse routes in de stad.
Een belangrijk onderdeel van het Utrechtse beleid zijn de Groene Ommetjes. Dit zijn aantrekkelijke wandelroutes door de wijk die woningen verbinden met voorzieningen zoals scholen, winkels, parken en sportplekken.
De ambitie is dat zo’n route voor iedereen binnen circa 100 meter van de voordeur bereikbaar is. Langs deze routes is aandacht voor schaduw, groen en plekken om even te zitten. Routes verbinden parken en andere groene plekken met elkaar en nodigen uit om vaker naar buiten te gaan.
De beleidsnota gaat niet alleen over ambities, maar ook over concrete keuzes in het ontwerp van de openbare ruimte. Zo maakt deze bijvoorbeeld concreet hoeveel ruimte voetgangers nodig hebben. De gewenste minimale vrije doorloopruimte is 2,20 meter, zodat mensen elkaar comfortabel kunnen passeren en ook voldoende ruimte hebben als zij een kinderwagen, rollator of rolstoel gebruiken. Drukkere routes kunnen breder worden ingericht, passend bij het aantal voetgangers.
Ook obstakels op stoepen krijgen aandacht. Objecten zoals lantaarnpalen, terrassen of laadpalen moeten zo geplaatst worden dat er voldoende vrije doorgang blijft voor voetgangers. Daarnaast wil de gemeente barrières in de stad beter aanpakken. Wegen, water en spoorlijnen kunnen voetgangersroutes namelijk onderbreken. Door betere oversteekplaatsen, bruggen of tunnels moeten wijken beter met elkaar verbonden worden.
Hoe maak je van lopen een vanzelfsprekend onderdeel van stedelijk beleid? Arnhem geeft daar een concreet antwoord op met het nieuwe loopbeleid én een uitvoeringsagenda met 22 maatregelen, planning en budget. Daarmee kiest de stad nadrukkelijk voor een aanpak waarin lopen niet losstaat van andere opgaven, maar juist verbonden wordt aan gezondheid, openbare ruimte, bereikbaarheid en leefbaarheid.
De basis voor het Arnhemse loopbeleid werd gelegd in het Duurzaam Mobiliteitsplan. Daarna volgde een uitgebreid traject waarin verschillende beleidsvelden, organisaties en belangengroepen werden betrokken. Dit heeft geresulteerd in deze beleidsnota die de basis vormt om van Arnhem een loopstad te maken.
Om van visie naar uitvoering te komen, bevat de uitvoeringsagenda 22 acties, uitgewerkt langs 3 paden:
- Pad 1: loopvriendelijke inrichting van de stad;
- Pad 2: stimuleren van een loopcultuur;
- Pad 3: lopende organisatie.
Sommige maatregelen bouwen voort op bestaand mobiliteitsbeleid, andere komen juist voort uit sport, recreatie of aangenomen moties.
Arnhem besteedt veel aandacht aan kennisontwikkeling en monitoring. Arnhem wil onder meer voetgangers tellen op hoofdlooproutes, recreatieve wandelstromen monitoren en beter inzicht krijgen in valongevallen. Daarnaast werkt de gemeente aan een Arnhemse Ontwerpwijzer Beweegvriendelijke Openbare Ruimte. Die moet ontwerpers helpen om lopen en verblijf een logischere plek te geven in zowel bestaande wijken als nieuwe gebiedsontwikkelingen.
De buurt waarin mensen wonen, werken of leven heeft invloed op hun gezondheid. Op verschillende manieren kan de omgeving een positieve invloed hebben. Zo nodigt een gezonde leefomgeving, met bijvoorbeeld een park of fietspaden, mensen uit om meer te bewegen en elkaar te ontmoeten. Ook ervaren mensen meer rust in een omgeving met bomen, planten en water. Alleen bestaan voor deze ‘zachte’ waarden nog geen duidelijke normen, terwijl vuistregels juist richting geven en het gesprek erover steviger onderbouwen. Het RIVM ontwikkelde concrete, ruimtelijke ‘vuistregels’ om bij plannen voor de leefomgeving meer rekening te kunnen houden met gezondheid. En zo de gezondheid van inwoners te verbeteren. Het RIVM deed dat met partners, zoals GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-en, gemeenten, kennisinstellingen, adviesbureaus en provincies, zodat de vuistregels goed aansluiten bij de praktijk. Met de vuistregels kunnen gemeenten en provincies het gesprek over gezondheid aangaan.
De vuistregels zijn meetbaar en gemaakt op basis van wetenschappelijk kennis. Vuistregels zijn niet verplicht, maar geven een onderbouwd kader om keuzes af te wegen en het belang ervan te laten zien.
Een voorbeeld is om minimaal 25 procent van de openbare ruimte in een buurt in te richten voor bewegen: voor lopen, fietsen, spelen en sporten. Of ervoor te zorgen dat elke woning uitkijkt op groen. Dat kunnen 3 bomen zijn, maar ook een tuin of groene gevel (uit de zogeheten 3-30-300-regel). Een ander voorbeeld is stoepen breder te maken zodat mensen een praatje kunnen maken zonder anderen te hinderen.
Het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), gemeenten, GGD-en provincies hebben om de vuistregels gevraagd omdat ze meer aandacht willen voor gezondheid bij ruimtelijke plannen. Dit zijn de eerste vuistregels. De wens is deze uit te breiden naar andere onderwerpen.
Het college van de gemeente Helmond heeft onlangs de Strategie lopen vastgesteld.
In de Mobiliteitsvisie Helmond 2040 is het toekomstbeeld geschetst voor een mobiliteitssysteem dat past bij de ambities van Helmond. Voor de verschillende onderdelen van het mobiliteitssysteem is op hoofdlijnen aangegeven welke doelen ze dienen en waar Helmond naar toe wil. De visie wordt uitgewerkt in een aantal strategieën waarvan deze Strategie Lopen er een is. In de strategie wordt het toekomstbeeld aangescherpt, wordt aangegeven langs welke weg het toekomstbeeld bereikt gaat worden, worden keuzes gemaakt wat wel en niet te doen, worden kwaliteitsprofielen en typologieën benoemd, en worden prioriteiten aangegeven. Ook worden raakvlakken benoemd met andere strategieën van de mobiliteitsvisie en met andere beleidsontwikkelingen in de regio. Tot slot worden de vervolgstappen benoemd om te komen tot een agenda voor de realisatie van concrete producten die uitgevoerd gaan worden om te komen tot een uitwerking van de visie. Voor de strategieën die onderdeel vormen van het totale mobiliteitsnetwerk wordt daarnaast een kaartbeeld gemaakt. De strategie geeft richting en ordening aan in de vele keuzes en producten die gemaakt moeten worden. Ze laten daarmee ruimte voor maatwerk, maar geen vrij spel!
Deze actiehandleiding presenteert een andere benadering van planning voor lopen. Het is onderdeel van de thesis ‘Steps towards Slowness: Planning and design to promote walking for wellbeing in a post-growth future in the Netherlands’ van de hand van Arjanne van der Padt (TU Delft Urbanism department). Zij heeft zich verdiept in wandelen voor vertraging, er hiervoor een action manual ontwikkeld.
Wandelen is ondervertegenwoordigd in planning, ontwerp, onderzoek en beleid. We moeten af van de verdeling van lopen in ontspanning of transport en uitgaan van de volledige variëteit van lopen. Bovendien, in plaats van voetgangers te behandelen als verkeersobjecten die gebruik maken van infrastructuur, moeten we wandelaars erkennen als diverse mensen met gevarieerde behoeften, waarden en interesses. In plaats van het optimaliseren van tijd door het definiëren van afstanden of snelle manieren om grote afstanden te overbruggen, zouden de ervaring en kwaliteit van de tijd die we doorbrengen centraal moeten staan in de ontwerpvoorstellen. In plaats van een mobiliteitsgedreven invalshoek, zouden we kwaliteitsplekken moeten creëren om te wonen, te verblijven en te genieten. In plaats van mensen alleen maar aan te moedigen om te gaan lopen, moeten we lopen normaliseren en verschillende manieren aanbieden om te gaan lopen, terwijl we alternatieven beperken.
Dit vraagt om een nieuwe aanpak, die verder gaat dan standaardmodellen zoals 15-minuten steden, transit-georiënteerde ontwikkeling of STOMP. In plaats daarvan richten we ons op het diverse karakter van lopen en de brede maatschappelijke context ervan. Deze benadering van planning voor lopen wordt gepresenteerd in deze actiehandleiding.
CROW heeft een publicatie uitgegeven met relevante kennis en inspiratie over de baten van investeren in een loopvriendelijke openbare ruimte bij gebiedsontwikkeling. Hierbij ligt de nadruk op woningbouw.
Uit een eerdere verkenning naar de baten van investeren in een loopvriendelijke openbare ruimte kwam naar voren dat het waardevol zou zijn om partijen die betrokken zijn bij gebiedsontwikkeling inzicht te geven in de baten van investeren in een loopvriendelijke omgeving.
Dit betreft zowel baten voor henzelf als voor de maatschappij. CROW heeft Decisio en Molster Stedenbouw een verkenning laten uitvoeren naar die baten. Ook om inzicht te krijgen in wat er nodig is om gebiedsontwikkelaars te stimuleren de omgeving loopvriendelijk in te richten.
Bewustzijn creëren
Deze publicatie biedt een overzicht van de beschikbare kennis en onderbouwing over de baten van investeren in loopvriendelijke omgevingen voor partijen die betrokken zijn bij gebiedsontwikkeling.
Daarmee hopen we ook meer bewustzijn te creëren van de voordelen van investeren in loopvriendelijke omgevingen. De publicatie biedt ook een aanzet voor een set richtlijnen voor loopvriendelijke gebiedsontwikkeling en een aantal inspirerende voorbeelden. Het gaat daarbij om
- bouwen in hoge dichtheid om de nabijheid van functies te bevorderen
- een fijnmazig netwerk van looproutes dat aansluit op de omgeving en voorziet in korte, directe routes naar bestemmingen en mogelijkheden voor ommetjes en langere wandelingen
- een goed aanbod van publiek vervoer, zodat mensen voor grotere afstanden niet afhankelijk zijn van de (eigen) auto
- een goede kwaliteit van de looproutes zelf, wat betreft directheid, begaanbaarheid, leesbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid (de kwaliteitseisen uit de Ontwerpwijzer voetgangers).
Tot slot noemen we een aantal gewenste vervolgstappen om gebiedsontwikkelaars te stimuleren te investeren in loopvriendelijke gebiedsontwikkelingen.
De provincie Groningen heeft een Loopagenda opgesteld waarin is opgenomen op welke wijze de provincie de komende jaren zowel het recreatieve als utilitaire lopen wil stimuleren.
Het programma mobiliteit van de provincie Groningen (2022) heeft als uitgangspunt dat mobiliteit
in dienst staat van maatschappelijke opgaven. Mobiliteit is een middel om doelen te bereiken. In het programma staat
vermeld dat lopen en fietsen op de eerste plek komen te staan in de provincie Groningen. Sinds
2015 werkt de provincie al aan het bevorderen van de fiets op het gebied van infrastructuur,
veiligheid en stimulering. Dit is nu verbreed naar ‘actieve mobiliteit’, wat betekent dat we ook
lopen als mobiliteitsvorm in beleid opnemen. Als eerste concrete actie is een loopagenda
opgesteld.
Artikel van een krant (in het Duits) waarin beschreven wordt hoe Freiburg probeert zo min mogelijk autogebruik voor te laten komen. Verschillende manieren waarop lopen wordt gestimuleerd, o.a. korte routes en meer ruimte voor voetgangers, komen langs in de beschrijving.
Beleidsdocument waarbij het doel om de inwoners van de stad Leiden meer te laten bewegen. Veelal gaat het hier om maatregelen die het aantrekkelijker maken om te lopen of te fietsen. Met dit overkoepelend document kan meer toegepast beleid worden uitgevoerd te bevordering van lopen.
Uitgebreide mobiliteitsvisie van de gemeente Groningen. Zoals gebruikelijk met mobiliteitsvisies beschrijft ook deze mobiliteitsvisie doelen voor de lange termijn voor mobiliteit. Concreet komen het verminderen van ruimte voor (auto)verkeer, gezonde en schone mobiliteit aan bod als streven. De mobiliteitsvisie is een beleidsdocument dat kan dienen ter ondersteuning van huidig(e) (veranderingen) in beleid.
Een visie document waarin verschillende doelen worden geoperationaliseerd ten aanzien van toegankelijkheid van de openbare ruimte in Zwolle. Vanuit de doelen worden implementatie strategieën beschreven om de doelen te halen in de huidige context.
Dit document is een verkenning naar de maatschappelijke kosten en baten van lopen en naar loopbeleid nationaal, provinciaal en gemeentelijk. In dit uitgebreide document worden beleidsdocumenten van verschillende regio's geanalyseerd naast een meer algemene analyse van de kosten en baten van lopen.