Wat kan Nederland van Hamburg leren als het gaat om ruimte voor lopen?

Hoe maak je van een autogerichte stad een plek waar voetgangers centraal staan? En hoe zorg je ervoor dat lopen vanaf het begin wordt meegenomen bij de inrichting van nieuwe wijken? Om inspiratie op te doen, reisde een delegatie van de City Deal en het Platform Ruimte voor Lopen eind oktober drie dagen naar Hamburg. Tijdens de studiereis wisselden de deelnemers kennis en ervaringen uit met Duitse collega’s en ontdekten ze hoe Hamburg werkt aan een aantrekkelijke, toegankelijke en voetgangersvriendelijke openbare ruimte.

De reis leverde waardevolle inzichten en concrete ideeën op voor het Nederlandse loopbeleid. Vier voorbeelden sprongen eruit.

Van ruimte voor auto’s naar ruimte voor mensen

Net als Rotterdam werd Hamburg na de Tweede Wereldoorlog grotendeels ingericht als autovriendelijke stad. Brede wegen en infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer bepaalden lange tijd het straatbeeld.

Inmiddels kiest Hamburg steeds vaker voor een andere inrichting. Op verschillende plekken in de binnenstad maakt de auto plaats voor voetgangers. Hierdoor ontstaat niet alleen meer ruimte om te lopen, maar ook om elkaar te ontmoeten, te ontspannen en te spelen.

Deze ontwikkeling laat zien dat straten meer kunnen zijn dan routes om je van A naar B te verplaatsen. Ze kunnen ook plekken worden waar mensen graag verblijven. Een belangrijke les voor Nederlandse steden die werken aan een leefbare en aantrekkelijke openbare ruimte.

HafenCity: lopen als uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling

Een van de indrukwekkendste voorbeelden tijdens de studiereis was HafenCity. Dit voormalige havengebied is de afgelopen jaren ontwikkeld tot een stadswijk waar wonen, werken, voorzieningen en openbare ruimte samenkomen.

Bijzonder aan HafenCity is de manier waarop looproutes zijn opgenomen in het ontwerp van de wijk. Een groot deel van deze routes ligt gescheiden van autowegen. Voetgangers kunnen zich daardoor via aantrekkelijke routes langs het water, door parken en andere openbare ruimtes verplaatsen, zonder steeds in aanraking te komen met gemotoriseerd verkeer.

Ook is er veel aandacht voor verbindingen met het openbaar vervoer en voor klimaatbestendige inrichting.

HafenCity laat zien wat er mogelijk is als lopen niet pas achteraf aandacht krijgt, maar vanaf het begin een belangrijk onderdeel vormt van de gebiedsontwikkeling.

Toegankelijkheid begint bij het ontwerp

Een openbare ruimte is pas echt voetgangersvriendelijk als iedereen er gebruik van kan maken. Tijdens een bezoek aan het Kompetenzzentrum für ein barrierefreies Hamburg werd duidelijk hoe belangrijk het is om toegankelijkheid vanaf de eerste ontwerpfase mee te nemen.

Het kenniscentrum liet verschillende oplossingen zien die de openbare ruimte toegankelijker maken voor mensen met een beperking. Denk aan veilige en overzichtelijke oversteekplaatsen voor mensen met een visuele of lichamelijke beperking, toegankelijke stations en zitplekken waar ook rolstoelgebruikers gemakkelijk kunnen aanschuiven.

De belangrijkste les: toegankelijkheid moet geen aanpassing achteraf zijn, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerp. Dat vraagt om samenwerking tussen ontwerpers, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen.

Walk & Ride: betere looproutes van en naar stations

Vrijwel iedere reis met het openbaar vervoer begint of eindigt met een stukje lopen. Toch gaat bij investeringen in de reis van deur tot deur vaak meer aandacht uit naar fietsvoorzieningen dan naar de kwaliteit van looproutes.

Hamburg laat met het programma Walk & Ride zien hoe dat anders kan. Binnen dit programma wordt onderzocht hoe de routes van en naar stations aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker kunnen worden gemaakt.

Door looproutes in kaart te brengen en barrières te onderzoeken, wordt duidelijk waar verbeteringen nodig zijn. Denk aan onveilige oversteekplaatsen, ontbrekende verbindingen of obstakels die het lopen minder aantrekkelijk maken.

Deze aanpak biedt ook kansen voor Nederland. Tijdens de studiereis ontstonden al eerste ideeën om de methode hier te testen en te onderzoeken hoe deze kan bijdragen aan betere loopverbindingen rondom stations.

Wat nemen we mee naar Nederland?

De studiereis naar Hamburg maakte duidelijk dat goed loopbeleid verder gaat dan het aanleggen van brede trottoirs. Het vraagt om een integrale aanpak, waarbij lopen een volwaardige plek krijgt binnen mobiliteit, ruimtelijke ordening, gebiedsontwikkeling en toegankelijkheid.

De voorbeelden uit Hamburg laten zien hoe verschillende keuzes elkaar kunnen versterken. Door autoverkeer minder dominant te maken, ontstaat ruimte voor ontmoeting en verblijf. Door looproutes vanaf het begin mee te ontwerpen, worden wijken aantrekkelijker en beter verbonden. En door toegankelijkheid als uitgangspunt te nemen, wordt de openbare ruimte bruikbaar voor meer mensen.

Voor de City Deal en het Platform Ruimte voor Lopen biedt de studiereis volop inspiratie om deze inzichten te vertalen naar de Nederlandse praktijk. De eerste ideeën voor verdere samenwerking en het testen van nieuwe aanpakken zijn inmiddels ontstaan.

De belangrijkste conclusie? Een stad die ruimte maakt voor lopen, maakt ruimte voor mensen.