De voetganger staat in steeds meer mobiliteitsvisies bovenaan. Toch betekent dat niet automatisch dat lopen ook in de praktijk de ruimte en prioriteit krijgt die daarbij passen. In de paper ‘Van STOMP naar Stappen’ zetten Lieke Hüsslage en Jos Hengeveld van Haskoning acht veelvoorkomende misvattingen over voetgangersbeleid op een rij.
Van ambitie naar praktijk
Het STOMP-principe heeft lopen een prominentere plek gegeven in het mobiliteitsbeleid. Stappen staat voorop, gevolgd door trappen, openbaar vervoer, Mobility as a Service en de privéauto. Maar een hoge plek in een beleidsvisie is nog geen garantie dat de voetganger ook bij concrete projecten, investeringen en de inrichting van de openbare ruimte als eerste wordt meegenomen.
Dat is één van de punten die in de paper centraal staan: hoe zorg je ervoor dat ambities voor lopen niet alleen op papier bestaan, maar ook zichtbaar worden in de uitvoering?
Lopen is meer dan van A naar B
Een andere misvatting is dat lopen vooral een manier is om jezelf te verplaatsen. De betekenis van lopen is breder. Een goede loopomgeving heeft niet alleen te maken met bereikbaarheid, maar ook met hoe mensen de openbare ruimte kunnen gebruiken en beleven.
Daarom vraagt goed voetgangersbeleid om meer dan losse stoepen of oversteekplaatsen. Het gaat om een samenhangend en functioneel netwerk van routes en plekken. De paper gaat onder meer in op hoe zo’n voetgangersnetwerk kan worden opgebouwd en hoe lopen structureel kan worden meegenomen in beleid en uitvoering.
Dé voetganger bestaat niet
Ook belangrijk: spreken over ‘de voetganger’ kan de indruk wekken dat het om één groep met dezelfde behoeften gaat. In werkelijkheid is de groep zeer divers.
Een kind dat zelfstandig naar school loopt, iemand die gebruikmaakt van een rollator of rolstoel en een oudere die onderweg regelmatig wil kunnen rusten, gebruiken dezelfde openbare ruimte op verschillende manieren. Eén voetgangersnetwerk moet voor al deze mensen kunnen werken.
Juist daarom verdienen toegankelijkheid, veiligheid en verschillende behoeften vanaf het begin een plek in beleid en ontwerp. Zoals Hüsslage bij de publicatie van de paper benadrukt: achter de term voetganger gaat een grote diversiteit aan gebruikers en behoeften schuil.
Benut ook bestaande projecten
Meer ruimte voor lopen hoeft bovendien niet altijd te beginnen met een apart voetgangersproject. Ook onderhoud, herinrichting en andere investeringen in de openbare ruimte bieden kansen om looproutes te verbeteren en knelpunten weg te nemen.
De paper laat zien hoe lopen kan worden meegenomen in bestaande projecten en investeringen. Daarmee wordt aandacht voor de voetganger niet iets dat er achteraf nog bij moet, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het proces.
Structurele aandacht voor lopen
Een goede ambitie is dus pas het begin. Om lopen echt een volwaardige plek te geven, is structurele aandacht nodig: in beleid, ontwerp en uitvoering, maar ook in monitoring. Alleen dan wordt zichtbaar of de doelen voor lopen daadwerkelijk worden bereikt en waar verbetering nodig blijft.
De acht misvattingen uit ‘Van STOMP naar Stappen’ helpen om kritisch te kijken naar vanzelfsprekendheden rond voetgangersbeleid. Want ruimte voor lopen op papier betekent nog niet automatisch ruimte voor lopen buiten.
Meer weten? Lees de paper ‘Van STOMP naar Stappen’ van Lieke Hüsslage en Jos Hengeveld van Haskoning en ontdek de acht misvattingen en bijbehorende praktische handvatten.
Download de paper.