Een straat kan op papier perfect zijn ingericht voor voetgangers. Maar wat gebeurt er zodra mensen die ruimte daadwerkelijk gaan gebruiken? Gedragsadviseur Elles Masman-Lintjens liet tijdens het Nationaal Voetgangerscongres in Eindhoven zien waarom ook gedragskennis onmisbaar is.
Met straatsjablonen gedrag bespreekbaar maken
Met haar straatsjablonen trok Masman-Lintjens tijdens het congres de aandacht van bezoekers. Ze ging met hen in gesprek over onbewust en ongewenst gedrag in de openbare ruimte, waarvan voetgangers regelmatig de dupe zijn. Want een straat of plein kan nog zo goed ontworpen zijn, uiteindelijk bepaalt het dagelijkse gebruik of mensen er prettig en veilig kunnen lopen. Welk gedrag lokt een omgeving uit? Waar ontstaan obstakels? En hoe kun je ervoor zorgen dat mensen de ruimte gebruiken zoals bedoeld?
Van gedragsanalyse tot slimme interventies
De sjablonen zijn niet de enige manier waarop Masman-Lintjens gedrag probeert te veranderen. Met haar bedrijf e11es onderzoekt ze waarom mensen de openbare ruimte gebruiken zoals ze doen. Vervolgens ontwikkelt ze passende gedragsinterventies. Soms betekent dat een subtiele herinnering op straat, soms vraagt het om een oplossing op maat.
Zo gebruiken Deventer en Amsterdam haar sjablonen om foutparkeren en obstakels op de stoep aan te pakken. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: gewenst gedrag makkelijker en aantrekkelijker maken, zonder direct de hele straat opnieuw te ontwerpen. De sjablonen maken mensen bewust van hun gedrag en brengen het gesprek over gebruik van de openbare ruimte op gang. Dat werkte ook tijdens het congres: één van haar sjablonen ging meteen mee met Annemieke Molster van gemeente Arnhem.


Gedragskennis krijgt steeds meer aandacht
Wat haar tijdens het Nationaal Voetgangerscongres vooral opviel? Dat steeds meer gemeenten verder kijken dan verkeerskundige richtlijnen. Gemeenten als Utrecht, Arnhem, Haarlem, Nijmegen en Eindhoven kijken bij vraagstukken over voetgangers al verder dan verkeerskundige richtlijnen. Ze besteden ook aandacht aan de mensen die de openbare ruimte gebruiken en aan wat hun keuzes beïnvloedt. Een ontwikkeling waar Masman-Lintjens enthousiast over is, want juist die combinatie helpt om loopomgevingen in de praktijk prettiger en toegankelijker te maken.
Meer ruimte voor lopen, ook in ons hoofd
Dat sluit aan bij de missie van Ruimte voor Lopen: meer ruimte voor voetgangers creëren, op straat, in beleid én in het hoofd. Een prettige en toegankelijke loopomgeving vraagt immers meer dan voldoende vierkante meters. Ook hoe we met elkaar omgaan en de beschikbare ruimte gebruiken, bepaalt of iedereen veilig en prettig kan lopen. Juist daarom verdient gedragsverandering een plek binnen het gesprek over loopvriendelijke steden en dorpen.