‘Ik loop, dus ik ben’ – Erwin A. Kamp biedt essay aan aan Gedeputeerde Provincie Utrecht

Drie weken geleden was het Wandel Tijdens Je Werkdag. Rondom die bijzondere dag zagen we veel even bijzondere (en mooie!) initiatieven. Eén daarvan kwam van bestuurder, toezichthouder en adviseur publieke sector Erwin A Kamp. Op de dag ervoor bood hij zijn persoonlijke essay aan bij de Gedeputeerde Mobiliteit (André van Schie) van provincie Utrecht.

In ‘Ik loop, dus ik ben’ legt hij uit waarom lopen en wandelen een volwaardige plek verdienen in het provinciaal mobiliteitsbeleid. “Wandelen is niet alleen gezond en duurzaam, maar draagt ook bij aan ontmoeting, reflectie en de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom goed stil te staan bij de kracht van iets ogenschijnlijk eenvoudigs: de stap vooruit.”

Pleidooi voor voetgangers

In het voorwoord schrijft hij dat het essay een pleidooi is. Een pleidooi om wandelen en lopen niet langer te zien als restcategorie van mobiliteit, “maar als een uitnodiging om wandelen en lopen opnieuw te zien als een menselijke maat voor hoe wij ons tot elkaar, tot het landschap en tot de toekomst verhouden.” Daarbij stipt hij aan dat hij uit eigen ervaring weet dat lopen niet altijd vanzelfsprekend is. Voor hem wel, maar voor zijn moeder met MS niet. “Op haar vijftigste kon ze geen stap meer zetten.”

“Wie uitsluitend versnelling organiseert, organiseert ook afstand.”

Als we verder lezen, zien we de krachtige uitspraak van Kamp dat de manier waarop wij ons verplaatsen iets zegt over wat en wie wij belangrijk vinden. “Mobiliteit is dus nooit neutraal. De manier waarop wij ons verplaatsen, drukt waarden uit. Wanneer alles is ingericht op snelheid, raakt wat langzaam is, uit beeld. De wandelaar past slecht in spreadsheets en modellen. Te traag om efficiënt te lijken, te gewoon om urgent te zijn. En toch is juist die traagheid betekenisvol.”

Hij noemt als voorbeeld zijn eigen provincie: provincie Utrecht. In 2023 ging ze in haar mobiliteitsbeleid uit van ov, auto en fiets. “In het coalitieakkoord voor de periode 2023 – 2027 hebben we daar een belangrijke vierde categorie aan toegevoegd: wandelen en lopen. Letterlijk hebben we opgeschreven: ‘Naast het openbaar vervoer, de fiets en de auto krijgt in het nieuwe mobiliteitsbeleid ook wandelen een plek. Later is daar bij de aanname van een motie aan toegevoegd dat we willen dat wandelen en lopen een gelijkwaardige plek krijgt naast de overige drie vormen van mobiliteit. We moeten de wandelaar dus niet vergeten als een volwaardige vorm van mobiliteit. Maar misschien is het nog belangrijker dat we ons afvragen waarom dat zo vaak gebeurt.

Benieuwd naar alle bespiegelingen? Lees het hele essay ‘Ik leef, dus ik ben’!