Zestig professionals bijeen voor vierde NML bijeenkomst

In de sfeervolle ruimte van De Zalen van Zeven verzamelden zich op donderdag 12 februari zo’n zestig professionals voor de vierde werkbijeenkomst van het Nationaal Masterplan Lopen (NML). Deze bijeenkomsten zijn inmiddels uitgegroeid tot een vaste ontmoetingsplek voor de partners van het NML: beleidsmakers, onderzoekers en ontwerpers die werk maken van meer ruimte voor lopen in Nederland.

De toon werd gezet met een prikkelende ‘walking beings’-column over toegankelijkheid van Wilma Slinger van CROW.  “Ach… voor die paar mensen… moeten we daar zoveel voor overhoop halen?” Een uitspraak die zij in het mobiliteitsveld nog geregeld hoort als het over toegankelijkheid gaat. ‘Maar,’ zo benadrukte ze, ‘ die ‘paar mensen’ tellen op landelijk niveau op tot minimaal twee miljoen individuen.’ Denk aan slechtzienden en blinden, mensen met motorische beperkingen, ouderen met valrisico en mensen met cognitieve beperkingen, zoals dementie of laaggeletterdheid. Haar oproep was helder: richt de openbare ruimte zo in dat iedereen mee kan doen.

Tijdens deze dagen wordt duidelijk hoeveel kennis en praktijkervaring er in het netwerk aanwezig is – en hoe waardevol het is om die met elkaar te verbinden. Dat bleek in de interactieve sessie ‘NML in actie!’, waarin deelnemers hulpvragen en dilemma’s inbrachten rond de verschillende actielijnen. Rond flip-overs ontstonden gesprekken waarin beleid, ontwerp en uitvoering elkaar direct vonden.  

Vervolgens maakten Joost de Kruijf (SmartWayZ) en Mireille Peters van het Nationaal Dataportaal Wegverkeer namen de zaal mee in de wereld van digitalisering van het loopnetwerk. Europese verplichtingen, het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata en de vraag hoe beleidsdoelen en data elkaar kunnen versterken kwamen uitgebreid aan bod.

Deelsessies van zebra’s tot binnensteden
In twee rondes gingen de deelnemers in deelsessies de diepte in. Onderwerpen varieerden van het met data in kaart brengen van bewandelbare paden en het vastleggen van voetgangersnetwerken tot actuele vragen over binnensteden, oversteekplaatsen en de balans tussen vergroening en voldoende doorloopruimte.

De sessie ‘Over oversteekplaatsen, hoezo geen zebra?’ draaide om de vraag wanneer en hoe een zebrapad kan worden toegepast om voetgangers een vlotte en veilige oversteek te bieden. Lieven Nijs (gemeente Rotterdam) en Emile Oostenbrink (CROW) begeleidden het gesprek. “Tijdens de eerste sessie werden we gewezen op een interessant Noors onderzoek naar schijnveiligheid van zebra’s,” aldus Nijs. “In de tweede sessie werd benadrukt dat zebra’s soms de enige plek zijn waar voetgangers écht voorrang krijgen – terwijl het anders bijna altijd de auto is.”

Het totale, fijnmazige netwerk van beloopbare infrastructuur in Nederland is sinds kort landsdekkend in (GIS)kaart gebracht in opdracht van Wandelnet. Mart Reiling (Track Landscapes) liet in zijn deelsessie zien hoe aan de hand van beschikbare data de kaarten zijn opgebouwd, welke informatie is ontsloten en vooral: welke nieuwe analyses hiermee gemaakt kunnen worden. Zo is nu veel scherper in beeld waar cruciale paden ontbreken om een ommetje in en rond de bebouwde omgeving te kunnen maken. De komende tijd wordt gewerkt aan een online ‘atlas’ waarmee de kaarten breder beschikbaar komen.

In de deelsessie ‘Concurrentie tussen groen en vrije doorloopruimte’ stond de zoektocht naar slimme ontwerpoplossingen centraal. Birgit Cannegieter (gemeente Utrecht) en Suzanne in ’t Veld (OKRA) lieten zien dat vergroening en goede loopruimte elkaar niet hoeven te bijten. Met voorbeelden van halfverharding, combinaties van verhard en groen en fijnmazige netwerken pleitten zij voor meer creativiteit en keuzevrijheid voor de voetganger. Normen kwamen aan bod, maar de rode draad was dat afwegingen beter op netwerk- en gebiedsniveau gemaakt kunnen worden dan op planniveau. Praktijkvoorbeelden uit onder meer Utrecht, Nijverdal en Mechelen maakten dit concreet.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) presenteerde de stand van zaken van een onderzoek naar de beloopbaarheid van buurten in steden en dorpen. De focus ligt bij het lopen naar basisvoorzieningen. Daarbij hanteren ze de ‘capabilitybenadering’, die in beeld brengt in welke mate mensen (niet) kunnen lopen. Beperkingen kunnen bij mensen zelf liggen, maar ook in de inrichting van de samenleving. Bij de publieke ruimte gaat het dan bijvoorbeeld om nabijheid van voorzieningen en de beloopbaarheid van stoepen. De publicatie van het onderzoek wordt komend najaar of in 2027 verwacht.

De volgende werkbijeenkomst voor partners van het Nationaal Masterplan Lopen is op 11 juni 2026