Hoe wandelvriendelijk is een route eigenlijk? Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar wie goed kijkt ziet dat de openbare ruimte voor verschillende mensen heel anders kan werken. Voor kinderen, ouderen of mensen met een toegankelijkheidsvraag kan een route ineens een obstakel worden. De Voetgangerscheck van Arcadis helpt gemeenten om dat zichtbaar te maken. In Amersfoort werd de methodiek toegepast bij vijf oversteken langs de Bunschoterstraat, een belangrijke verbinding tussen de stad en het buitengebied van Hoogland.
Een bushalte die niet voor iedereen bereikbaar is
Een van de plekken die werd bekeken is de bushalte Zeldertseweg langs de Bunschoterstraat in Hoogland. Tijdens de Voetgangerscheck worden alle aanlooproutes naar zo’n halte beoordeeld.
“Het uitvoeren van een voetgangerscheck houdt in dat wij, aan de hand van de voetgangersbehoeftepiramide, de openbare ruimte beoordelen,” vertelt Dennis van Sluijs van Arcadis. “We doen dit door op locatie een uitgebreide schouw uit te voeren waarin we verschillende routes en richtingen lopen. We verplaatsen ons tijdens de schouw in de belevingswereld van diverse voetgangers, bijvoorbeeld kinderen, ouderen en mensen met een toegankelijkheidsvraag.”
Tijdens de schouw bij de bushalte in Hoogland werd duidelijk dat deze niet voor iedereen goed toegankelijk is. De reden? De geleidelijnen voor mensen met een visuele beperking blijken niet volgens de huidige richtlijnen te zijn aangelegd. Daardoor kan deze doelgroep de bushalte niet gebruiken.
Eerst de basis op orde
De Voetgangerscheck werkt met de voetgangersbehoeftepiramide. Dat model laat zien dat eerst de basis op orde moet zijn voordat hogere kwaliteiten effect hebben.
In het buitengebied rond Hoogland bleek bijvoorbeeld dat op sommige plekken een stuk voetpad ontbreekt langs een parallelweg. Daardoor moeten voetgangers over de rijbaan lopen. Voor kinderen kan dat een reden zijn om een route helemaal niet te gebruiken, omdat het niet veilig voelt of ouders het niet toestaan.
Ook voor mensen met een toegankelijkheidsvraag kan onvoldoende beheer en onderhoud grote gevolgen hebben. Losliggende of verzakte tegels zorgen er bijvoorbeeld voor dat iemand in een rolstoel hier niet meer zelfstandig gebruik van kan maken.
Toegankelijkheid wordt vaak onderschat
Volgens Dennis wordt toegankelijkheid van de openbare ruimte nog te vaak onderschat: “Toegankelijkheid gaat namelijk om meer dan alleen mensen die slechtziend zijn of in een rolstoel zitten. Wij onderscheiden daarin vijf categorieën: mensen met een fysiek hulpmiddel, mensen met een zintuigelijke toegankelijkheidsvraag, mensen met een cognitieve toegankelijkheidsvraag, ouderen en kinderen.”
Veel van deze groepen worden volgens hem nog onvoldoende gezien in het ontwerp en beheer van de openbare ruimte.
“Veel van deze doelgroepen worden niet, of onvoldoende, gezien en gehoord in de openbare ruimte. Er zijn echt investeringen nodig om te voldoen aan het VN-Verdrag Handicap. Op elke plaats waar ik loop, of het nu tijdens werk of vrije tijd is, zie ik voorbeelden waar mensen met een toegankelijkheidsvraag niet zelfstandig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte.”
“Verbeteringen voor mensen met een toegankelijkheidsvraag zijn voor bijna elke voetganger een verbetering.” – Dennis van Sluijs, adviseur Loopstromen & Voetgangers bij Arcadis
Van inzicht naar verbetering
De Voetgangerscheck leverde de gemeente Amersfoort concrete inzichten op. De gemeente gebruikt deze inzichten om de verbinding tussen stad en buitengebied te verbeteren. “De check gaf ons een beeld van de beloopbaarheid van de stad-land-verbindingen over de Bunschoterstraat,” vertelt Houkje Hibma, adviseur landschap en recreatie bij de gemeente Amersfoort. “Samen met de provincie gaan we kijken waar we aan de slag kunnen met snelle verbeteringen, bij de aanlooproutes naar de bushaltes bijvoorbeeld.”

Zo wordt aan de westzijde van de Bunschoterstraat gewerkt aan een nieuw wandelpad dat Hoogland beter verbindt met het omliggende landschap. Daarbij wordt ook gekeken naar extra voetpaden zodat de route veilig en toegankelijk wordt voor iedereen.
Dit soort praktijkvoorbeelden laten zien hoe gemeenten stap voor stap kunnen werken aan een wandelvriendelijke omgeving. Precies dat is waar het Nationaal Masterplan Lopen op inzet: lopen een vanzelfsprekende plek geven in mobiliteit, de openbare ruimte en het dagelijks leven.