“De domeinen gezondheid en de fysieke kant vinden elkaar steeds beter”

GGD Gelderland-Midden is de eerste GGD die zich bij onze partners voegde. Waarom? “We vinden al een tijd dat we meer moeten samenwerken. Sinds de komst van de Omgevingswet gebeurt dat ook eindelijk geleidelijk meer. Peternel Mereboer en Sophie Rijsman vertellen in dit interview over hun redenen om zich aan te sluiten bij het Nationaal Masterplan Lopen.

Vanuit hun werk zien beiden dagelijks hoeveel impact de fysieke leefomgeving heeft op gezondheid. Tegelijkertijd merken ze dat gezondheid, ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit binnen veel gemeenten nog eilandjes zijn die mijlenver van elkaar liggen. Binnen Ruimte voor Lopen hopen ze die eilandjes te verbinden. “Juist die verbinding hebben we hard nodig om lopen vanzelfsprekender te maken.”

Gezondheid schuift steeds vaker aan bij ruimtelijke plannen

Mereboer en Rijsman werken beiden als adviseur gezonde leefomgeving; samen adviseren ze 15 gemeenten in hun regio. Over thema’s als beweegvriendelijke leefomgeving, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit, groen en sociale cohesie. Daarbij kijken ze nadrukkelijk naar de relatie tussen ruimtelijke keuzes en gezondheidseffecten op de lange termijn. “We werken allebei op het thema gezonde leefomgeving,” legt Rijsman uit. “Hoe kan de leefomgeving de gezondheid van inwoners beschermen énuitnodigen tot gezond gedrag?”

Dat raakt aan het domein ruimtelijke ontwikkeling. “Daarom schuiven we als GGD vaak aan bij gesprekken over gebiedsontwikkeling en omgevingsvisie”, legt Mereboer gevat uit. “We zitten dan écht aan tafel met de partijen die over deze thema’s beslissen. Bij nieuwbouwplannen van gemeenten en het maken van Omgevingsvisies denken wij mee. Daarbij nemen we ook gezondheidsbevorderende aspecten mee. Bijvoorbeeld de hoeveelheid ruimte voor bewegen, lopen en ontmoeten.”

Invloed Omgevingswet

Voorheen had gezondheid een minder grote rol bij zulke plannen. De Omgevingswet bracht daar verandering in. “De gemeente moet bij nieuwbouwplannen het belang van gezondheid meewegen. Het onafhankelijk advies van de GGD helpt bij deze afweging.” Rijsman vult aan: “Door deze wet is gezondheid een steeds nadrukkelijker – en vanzelfsprekender – onderdeel van ruimtelijke keuzes. Het gaat niet alleen om het aantal woningen dat je bouwt, maar vooral om hoe mensen zich straks door hun wijk bewegen. Een winkel, huisarts of school op loopafstand maakt een wereld van verschil.”

Ruimte voor Lopen brengt nieuwe werelden bij elkaar

Volgens Rijsman en Mereboer bevestigt het Nationaal Masterplan wat zij zien: lopen is allang niet meer een onderwerp van alleen verkeer of mobiliteit. Wij zien juist hoe verschillende domeinen steeds meer naar elkaar toegroeien binnen dit onderwerp. “Wel is het zo dat veel andere partners uit de ruimtelijke sector komen”, merkt Rijsman op. “Voor ons is dat juist een heel ander perspectief. “ Mereboer bevestigt dat: “De samenwerking tussen gezondheid en de fysieke kant is in veel gemeenten nog niet ergens belegd.”

Een andere kijk voor Ruimte voor Lopen

Aan de andere kant brengt het gezondheidsperspectief ook een andere blik mee voor Ruimte voor Lopen. Door vooral te kijken naar wat lopen oplevert voor de gezondheid. En dat gaat volgens Rijsman verder dan alleen de beweging op zich. “Minder autogebruik betekent niet alleen minder drukte op de weg, maar ook schonere lucht en minder geluidoverlast. Luchtverontreiniging is nu één van de grootste risico’s voor onze gezondheid. Dus elke keer dat iemand de auto laat staan en kiest voor lopen, draag je direct bij aan een gezondere leefomgeving.”

Raakvlak met mentale gezondheid en sociale cohesie

Daarnaast raakt lopen ook de thema’s mentale gezondheid en sociale cohesie. Rijsman noemt het belang van autonomie en ontmoeting in de wijk. “Dat je niet afhankelijk bent van een bus die één keer per uur gaat. Als je meer autonomie hebt in waar je gaat en staat, heeft dat positieve invloed op je mentale gezondheid.” Ook kleine ontmoetingen in de openbare ruimte maken volgens haar verschil. “Als je kan creëren dat mensen elkaar in de wijk tegenkomen, ook al is het een paar minuten een praatje, kan dat al veel impact hebben. Bij lopen gebeurt dat sneller, omdat je vertraagt.”

De fysieke leefomgeving bepaalt mede hoe gezond mensen leven

De beide adviseurs zien interessante ontwikkelingen in hoe de maatschappij als geheel kijkt naar gezondheid. Vroeger lag de nadruk in hun ogen te veel op individueel gedrag: genoeg bewegen was je eigen verantwoordelijkheid. Tegenwoordig groeit het besef dat de overheid daarin een faciliterende rol heeft. “De inrichting van de leefomgeving is belangrijk voor je gezondheid”, klinkt het unaniem.  Zorg ervoor dat de volgende zaken kloppen in jouw gemeente:

  • De openbare ruimte moet uitnodigen tot bewegen;
  • Voorzieningen en activiteiten moeten op loopafstand zijn;
  • En er moet beleid komen waarin lopen en andere vormen van actieve mobiliteit een structurele plek heeft.

Dat die shift er is en nog meer moet doorkomen, zien ze ook terug in de cijfers. “In onze regio haalt maar 50% van de mensen de beweegnorm”, vertelt Rijsman. “Dan kun je niet meer volhouden dat mensen het met individueel gedrag moeten oplossen. Dat zij zelf verantwoordelijk zijn om meer te lopen.”

Samen werken aan een loopvriendelijke leefomgeving

Voor Rijsman en Mereboer laat het Nationaal Masterplan Lopen zien dat steeds meer domeinen elkaar beginnen te vinden rond hetzelfde doel: een leefomgeving waarin lopen vanzelfsprekender wordt.  En precies daarin zit volgens hen de kracht van Ruimte voor Lopen en het Nationaal Masterplan Lopen: verschillende werelden samenbrengen om Nederland stap voor stap wandelvriendelijker, gezonder en socialer te maken.