Investeren in een loopvriendelijke binnenstad loont

De detailhandel krimpt, maar sommige binnensteden groeien juist. Hoe dat kan? Niet door méér winkels, maar door betere plekken om te verblijven, waar de voetganger centraal staat. Het Koopstromenonderzoek Randstad 2025 laat zien dat centrumgebieden in de Randstad die investeren in kwaliteit, vergroening en een sterke functiemix meer bezoekers trekken én beter worden gewaardeerd. Tegelijkertijd verandert ook de manier waarop mensen zich door die centra bewegen: het aandeel voetgangers neemt toe, terwijl de rol van de auto afneemt. Dat maakt één ding duidelijk: wie inzet op een loopvriendelijke binnenstad, investeert niet alleen in leefbaarheid, maar ook in economische vitaliteit.

Kwaliteit van de openbare ruimte bepaalt het succes

Wat maakt een centrum aantrekkelijk? Niet alleen winkels. Niet alleen horeca. Maar juist de kwaliteit van de openbare ruimte. Het onderzoek laat zien dat bezoekers kritischer zijn geworden. Rapportcijfers voor sfeer, veiligheid en beleving staan onder druk, terwijl de scores op groen en voorzieningen zoals bankjes en toiletten juist verbeteren.

Dat is veelzeggend. Dit zijn precies de elementen die bepalen of een gebied echt wandelvriendelijk is. Centra die hierin investeren, zien direct resultaat. In Alkmaar en Purmerend, waar stevig is ingezet op vergroening en klimaatadaptatie, waarderen bezoekers de kwaliteit van groen bijna een vol punt hoger dan in 2021, aldus het hoofdrapport. Dat zijn geen kleine verschillen, maar het verschil tussen ergens snel iets kopen en ergens willen blijven.

Lopen is geen bijzaak, maar economische motor

Interessant is dat het onderzoek ook een nuance aanbrengt: autobezoekers geven gemiddeld meer uit per bezoek dan voetgangers. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Voetgangers komen vaker, verblijven langer en dragen bij aan de levendigheid van een gebied. Zeker nu centra zich ontwikkelen tot multifunctionele plekken met winkels, horeca, cultuur en ontmoeting, wordt dat verblijf steeds belangrijker.

“Investeren in een brede mix van functies en het creëren van een aantrekkelijke, schone en groene openbare ruimte waar de voetganger voorrang heeft loont!”
– Aart Jan van Duren, Sweco

Die ontwikkeling zien we niet alleen in de grote steden, maar juist ook in middelgrote centra die gericht investeren in kwaliteit en verblijf.

Van losse ingrepen naar structurele keuzes

Een belangrijke les uit het onderzoek is dat losse ingrepen niet voldoende zijn. Zo heeft het neerzetten van bloembakken en het ophangen van verlichting volgens het rapport relatief beperkte invloed op de beleving, de waardering en het bezoekgedrag. Wat werkt wel? Integrale keuzes.

Denk aan een slimme mix van functies, een aantrekkelijke looproute, voldoende verblijfsplekken en een openbare ruimte die uitnodigt om te blijven. Dat vraagt om samenwerking tussen gemeenten, ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners én om consistente investeringen op de lange termijn. Precies daar zit de kans voor gemeenten die werk willen maken van actieve mobiliteit.

Van winkelgebied naar verblijfsgebied

De grootste verschuiving die het Koopstromenonderzoek laat zien, is misschien wel deze: centrumgebieden zijn geen winkelgebieden meer, maar verblijfsgebieden. Oudere bezoekers maken volgens het rapport graag een wandelingetje en hechten meer waarde aan sfeer, uitstraling, groen en water.

Dat vraagt om andere keuzes in ontwerp en beleid. Minder focus op doorstroming, meer aandacht voor verblijf. Minder denken in functies, meer in beleving. Een centrum wordt pas echt sterk als het prettig is om er te lopen. Niet als je er moet zijn, maar als je er wilt zijn.

Benieuwd naar alle inzichten uit het onderzoek? Bekijk hier de resultaten van het Koopstromenonderzoek 2025.