Hij staart me aan bovenop de piano als ik aan het pianospelen ben, ik ruik ‘m ook. En toch kan ik er af blijven, de chocoladeletter P in een mooi doosje. Geen gewone P maar een braille-P. Een rechthoekige plak met een paar bolletjes erop in een bepaald patroon. Heb het op moeten zoeken in het braillealfabet welke letter het is. Op de verpakking de sticker ‘Inclusie-award 25’.
Begin december kreeg ik een telefoontje of ik die week op kantoor was want organisatie Visio wilde mij deze letter overhandigen als blijk van waardering voor hoe ik me inzet voor een toegankelijke openbare ruimte en mobiliteit. Bijvoorbeeld door ons digitale kennisnetwerk www.kennisnetwerktoegankelijkheid.nl met alle activiteiten daar omheen en deze maand komt de nieuwe CROW-leidraad toegankelijkheid uit.
Het voelde behoorlijk ongemakkelijk. Want het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen mee kan doen in deze maatschappij en dat we daar allemaal aan bij willen dragen?
Maar ik dacht tegelijkertijd.. ik zou wel willen dat dat zo was, maar daar zijn we nog niet. Ik wil een paar uitspraken noemen die dat illustreren, die ik nog wel eens hoor in het mobiliteitsveld en waar ik me nog wel eens over kan opwinden:
Een uitspraak die ik, niet vaak gelukkig, maar wel af en toe hoor is: ‘ach.. voor die paar mensen… moeten we daar zoveel voor overhoop halen?’
Die ‘paar mensen’ tellen op landelijk niveau tot minimaal twee miljoen individuen. Denk bijvoorbeeld aan de meer dan 200.000 mensen die slechtziend zijn, naast de 76.000 blinden waar we vaak het eerst aan denken. Bijna 500.000 mensen hebben een ernstige motorische beperking, en dan reken ik nog een aantal groepen niet mee zoals mensen die een tijdelijke beperking hebben, de meer dan een miljoen ouderen met een verhoogd valrisico en mensen met een cognitieve of mentale beperking zoals dementie of laaggeletterdheid.
‘Het is zo duur om toegankelijkheid mee te nemen..’ ja inderdaad als je er achteraf achter komt dat je alsnog een toegankelijke ingang moet maken bij je gebouw. Of als je vergeet goede afritjes te maken, of ze verkeerd positioneert en je iets moet met de klacht die vervolgens komt.
‘Er is toch geen vraag…’ nee als je ervoor zorgt dat mensen niet mee kunnen doen, zullen ze ook niet in de gelegenheid zijn een vraag te stellen.
Ik realiseer me hoe vrij ik ben om de trein te pakken die ik wil. Vaak hoor je ‘Er is tegenwoordig toch NS-reisassistentie?’ Zeker is dat een vooruitgang, maar je bent nog steeds afhankelijk van de mens die er staat en het geeft nog steeds kans op fouten.
Weet je wat, we organiseren een ervaringsparcours! Dat wordt ook nog wel eens gezegd. Dan willen mensen het goed doen maar als je dat doet zonder ervaringsdeskundigen krijg je een verkeerde boodschap. Deze mensen kunnen aangeven wat zij al aan ervaring en trucjes hebben aangeleerd. Anders, laat onderzoek zien, verlaat je het parcours met het beeld dat je toch wel heel zielig bent als je in een rolstoel zit of blind bent. En daar zit niemand op te wachten.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. Je zou er bijna moedeloos van worden.. bijna.. Eigenlijk gun ik iedereen een collega met een toegankelijkheidsvraag om ons allemaal scherp te houden. Want het is gewoon lastig om als je zelf geen beperking hebt je echt goed te verplaatsen in hoe zaken op straat overkomen. Gelukkig haken gemeenten ook steeds meer ervaringsdeskundigen en ook inhoudsdeskundigen aan in hun werkprocessen.
Mijn droom is dat de betrokkenheid bij een toegankelijke samenleving, waar iedereen in kan meedoen, niet alleen komt van mensen die daar zelf ervaring mee hebben of het zien in hun omgeving, maar dat die gevoeligheid in al onze hoofden zit en dat toegankelijkheid de standaard is! Het is in ieder geval al heel goed dat wij als samenwerkingsverband Ruimte voor Lopen met meer dan 80 partners hierachter staan. Denk je eens in, wat er zou veranderen als wij dit allemaal omzetten in actie.
Ik ga niet wachten tot dat moment om toe te geven aan mijn chocoladeverslaving, de letter kijkt me bemoedigend aan, het is inmiddels al 2026 dus open die verpakking!
Column
Deze column werd op 12 februari 2026 uitgesproken door Wilma Slinger tijdens de vierde bijeenkomst van het Nationaal Masterplan Lopen in Utrecht. Wilma werkt als kenniswerker bij het Kennisplatform CROW.
