De City of No en City of Yes

De City of No en de City of Yes. In de zomervakantie zagen we deze voorstelling van Remco Deelstra passeren. Hoe zit het ermee? Remco is strategisch adviseur wonen bij gemeente Leeuwarden. Met plezier deelt hij op persoonlijke titel zijn visie met ons.

Kort samengevat is de City of Yes een stad waar kansen ontstaan, iedereen initiatieven omarmt en de kwaliteit van leven voor inwoners, ondernemers en natuur centraal staat. Het tegenovergestelde is de City of No, waar regels, prioriteiten en ontwerpkeuzes onbedoeld mogelijkheden beperken.

Waarom nu het verschil tussen City of No en City of Yes belichten?

“De aanleiding om dit onderscheid te maken, is dat Nederland voor grote uitdagingen staat”, trapt Remco af. “Denk aan: het tekort aan betaalbare woningen, de overgang van aardgas naar duurzame warmte, toegankelijke mobiliteit en migratie. Dat vraagt om goede oplossingen. En de manier waarop steden op deze opgaven reageren, bepaalt hoe effectief de oplossingen zijn.” Daarbij gaat het niet per se om de oplossing zelf, maar des te meer om de houding. Als een stad openstaat voor initiatief, integraal denkt en inwoners betrekt, dan is de kans levensgroot dat oplossingen wél werken en breed gedragen worden.

Lopen fundamentele basis

Volgens de adviseur vormt lopen de fundamentele basis van de City of Yes. “Het stadsleven begint letterlijk direct buiten je voordeur. De kracht van een stad ligt in het vergroten van interactie, waarvoor een vorm van langzaam contact essentieel is.” Bijvoorbeeld lopend of fietsend. Te voet beweeg je je immers op een tempo waarbij je anderen kunt zien, groeten en eventueel bijpraten. Iets wat veel minder gebeurt als je in de auto in hoog tempo voorbijzoeft. Remco: Door lopen te prioriteren kan een stad zich ontwikkelen tot een uitnodigende stad.”

Omslag vaak al zichtbaar

Een ontwikkeling die nu al achter de schermen gebeurt en waarvan de contouren soms al zichtbaar zijn. “Onder andere in veel binnensteden. Daar komt er meer ruimte voor lopen, omdat het een hogere economische waarde heeft. Praktijkvoorbeelden zijn het wandelvriendelijk maken van historische wijken of nieuwbouwgebieden, zoals De Fellingen in Leeuwarden. Die plannen gaan vaak samen met het verdwijnen van de auto. Internationaal zijn de superblocks in Barcelona.”

STOMP een logische en behapbare werkwijze

De weg naar de City of Yes passeert meestal het station van STOMP. Remco: “Dit principe is een logische en behapbare werkwijze die prima te gebruiken is als een maatstaf voor zowel bestaande als nieuwe ontwikkelingen. Juist omdat je het kan gebruiken voor het gesprek in en met de buurt of waarom er tot nu toe nog geen gebruik is gemaakt van dit principe. Dat je daarmee de keuze en de consequentie daarvan (liever parkeerplaatsen dan spelen in de straat) open bespreekt.

Het zou mooi zijn dat dit principe uiteindelijk als de norm van ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt beschouwd, waardoor ruimtelijke plannen hieraan moeten voldoen en het logisch wordt dat het merendeel van de mobiliteitsbehoefte van buurtbewoners lopend en fietsend is.”

Bedrijven en bewoners betrokken

Die mobiliteitsbehoefte duidelijk krijgen, begint met het horen van inwoners en ondernemers over wat ‘het goede leven voor hen betekent’. Deze twee groepen worden op verschillende manieren betrokken, omdat ‘het goede leven’ per doelgroep verschilt. Een belangrijk aspect is verbeelding; de meeste mensen zijn visueel ingesteld. De aanpak kan variëren van het opstellen van een grootschalige omgevingsvisie tot het kleinschalig ondersteunen van bewoners om te bepalen wat voor hen werkt, zoals een fijne buurt of wat zij hun kinderen gunnen. Dat je samen de stad gaat maken.”